26 de septiembre
Hij zal het goede niet onthouden degenen, die in oprechtheid wandelen.
Psalm 84:12
Er zijn er die oprecht wandelen, ja zeer oprecht in de vreze Gods, en die toch weinig of geen blijvende bewijzen hebben dat zij voor tegenwoordig deelgenoten zijn van de genade Gods, of dat zij hiernamaals delen zullen in Christus’ heerlijkheid. Doch dit ene bewijs bezitten zij, ofschoon zij er de dadelijke vertroosting niet uit hebben: dat zij oprecht wandelen voor God en mensen. Laat niemand, hoe diep ingeleid of hogelijk begunstigd, dit bewijs der genade in anderen verachten. En gij, die oprecht wandelt uit een levend beginsel van de vreze Gods, hebt hier een vast bewijs van de Heere Zelf dat Hij een bijzonder oog over u heeft.
Maar wat is in oprechtheid wandelen? O, hier is de grote moeilijkheid in de godsdienst. Wij mogen spreken, mogen prediken en horen, wij mogen schijnen te geloven, maar als wij komen om te handelen, te wandelen en in onze dagelijkse praktijk uit te dragen hetgeen wij belijden, dan is het dat de grootste moeilijkheid wordt gevoeld. „De ziel der godsdienst,” zegt Bunyan, „is het praktische gedeelte.” En het is als wij tot dit praktische gedeelte komen, dat het dagelijks kruis begint. De wandel, het spreken, onze dagelijkse handelwijze, dit alles bij elkaar is de grootste moeilijkheid, gelijk het ook de allerbelangrijkste vrucht is van eens christens belijdenis.
Dag na dag te wandelen onder alle omstandigheden en te midden van een verscheidenheid van verzoekingen die ons omringen, en dat met een teder, oprecht gemoed in de vreze Gods, en gedurig het besef om te dragen dat hart en mond en leven open liggen voor Zijn al doorzoekend oog; te betrachten wat Hem behaagt en te mijden wat Hem mishaagt: dit is waarlijk in de godsdienst de steile berg, die zo veel moeite veroorzaakt om te beklimmen! Wij kunnen vlug genoeg spreken, maar o, te wandelen in het rechte en nauwe pad! Christen te zijn, zowel uit- als inwendig, voor God en mensen, voor de kerk en voor de wereld, en in alle opzichten te spreken en te handelen met een onwankelbaar vasthouden aan onze belijdenis: dit is wat de natuur nooit heeft gedaan en wat de natuur nooit doen kan. Om zo te handelen en om zo te geloven, daartoe hebben wij nodig dat de Heere die kracht en genade in ons werke en in ons openbare.
Aan de lezer…
Wanneer u oprecht wandelt in de vreze Gods, en toch zo weinig blijvende bewijzen in uw ziel vindt dat u deel hebt aan Zijn genade, dan is dit woord voor u. U ziet anderen die hoog begunstigd zijn, en durft uzelf nauwelijks onder Gods volk te rekenen. Maar veracht het bewijs niet dat Hij Zelf u geeft. Een teder, oprecht gemoed, dat wil betrachten wat Hem behaagt en mijden wat Hem mishaagt, groeit niet uit de natuur; de natuur heeft dat nooit gedaan en kan het nooit doen.
U weet hoe steil die berg is. Spreken gaat vlug genoeg, maar dag na dag te wandelen in het rechte en nauwe pad, onder het oog dat hart en mond en leven doorzoekt, dat is het dagelijks kruis. Vraag dan de Heere dat Hij die kracht en genade in u werke en openbare. Want Hij heeft gezegd dat Hij het goede niet zal onthouden aan wie in oprechtheid wandelen, en Hij heeft een bijzonder oog over u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij zal het goede niet onthouden degenen, die in oprechtheid wandelen.
Psalm 84:12
Er zijn mensen die oprecht wandelen, ja zeer oprecht in de vreze Gods, en die toch weinig of geen blijvende bewijzen hebben dat zij nu deel hebben aan de genade van God, of dat zij later zullen delen in de heerlijkheid van Christus. Maar dit ene bewijs hebben zij wel, ook al hebben zij er niet daadwerkelijk de troost van: dat zij oprecht wandelen voor God en mensen. Laat niemand, hoe diep hij ook ingeleid of hoe hoog hij ook begunstigd is, dit bewijs van genade in anderen verachten. En u, die oprecht wandelt vanuit een levend beginsel van de vreze Gods, hebt hier een vast bewijs van de Heere Zelf dat Hij in het bijzonder een oog op u heeft.
Maar wat is in oprechtheid wandelen? O, hier ligt de grote moeilijkheid in de godsdienst. Wij kunnen spreken, prediken en horen, wij kunnen lijken te geloven, maar wanneer het aankomt op handelen, wandelen en in onze dagelijkse praktijk uitdragen wat wij belijden, dan wordt de grootste moeilijkheid gevoeld. „De ziel der godsdienst,” zegt Bunyan, „is het praktische gedeelte.” En juist wanneer wij bij dat praktische gedeelte komen, begint het dagelijks kruis. De wandel, het spreken, ons dagelijks handelen: dat alles samen is de grootste moeilijkheid, zoals het ook de allerbelangrijkste vrucht is van de belijdenis van een christen.
Dag na dag wandelen onder alle omstandigheden en te midden van allerlei verzoekingen die ons omringen, en dat met een teder, oprecht gemoed in de vreze Gods. Steeds het besef met ons meedragen dat hart en mond en leven openliggen voor Zijn alles doorzoekend oog. Doen wat Hem behaagt en mijden wat Hem mishaagt. Dat is werkelijk de steile berg in de godsdienst, die zoveel moeite kost om te beklimmen! Spreken kunnen wij snel genoeg, maar o, wandelen op het rechte en nauwe pad! Christen zijn, zowel uitwendig als inwendig, voor God en mensen, voor de kerk en voor de wereld, en in alle opzichten spreken en handelen met een onwankelbaar vasthouden aan onze belijdenis: dat heeft de natuur nooit gedaan en dat kan de natuur nooit doen. Om zo te handelen en zo te geloven, hebben wij nodig dat de Heere die kracht en genade in ons werkt en in ons openbaart.
Aan de lezer…
Wanneer u oprecht wandelt in de vreze Gods, en toch zo weinig blijvende bewijzen in uw ziel vindt dat u deel hebt aan Zijn genade, dan is dit woord voor u. U ziet anderen die hoog begunstigd zijn, en durft uzelf nauwelijks tot Gods volk te rekenen. Maar veracht het bewijs niet dat Hij Zelf u geeft. Een teder, oprecht gemoed, dat wil doen wat Hem behaagt en mijden wat Hem mishaagt, groeit niet uit de natuur; de natuur heeft dat nooit gedaan en kan het nooit doen.
U weet hoe steil die berg is. Spreken gaat snel genoeg, maar dag na dag wandelen op het rechte en nauwe pad, onder het oog dat hart en mond en leven doorzoekt, dat is het dagelijks kruis. Vraag de Heere dan of Hij die kracht en genade in u wil werken en openbaren. Want Hij heeft gezegd dat Hij het goede niet zal onthouden aan wie in oprechtheid wandelen, en Hij heeft in het bijzonder een oog op u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
No good thing will He withhold from them that walk uprightly.
Psalm 84:11
There are those who walk uprightly, very uprightly, in the fear of God, and yet have little comfortable or abiding evidence that they are at present partakers of God’s grace, or will be hereafter sharers of Christ’s glory. But this one evidence they certainly do possess, though they can take no present comfort from it, that they walk uprightly before God and man. Let no one, however deeply experienced or highly favored, despise this evidence of grace in others; and you who walk uprightly from a living principle of godly fear have here a marked testimony from the Lord Himself that He has a special regard for you.
But what is it to “walk uprightly?” Oh! here is the grand difficulty in religion. We may talk; we may preach; we may hear; we may seem to believe; but it is when we come to act, to walk, and carry out into daily and hourly practice what we profess, that the main difficulty is felt and found. “The soul of religion,” says Bunyan, “is the practical part;” and it is when we come to this “practical part” that the daily, hourly cross commences. The walk, the conversation, the daily, hourly conduct is, after all, the main difficulty, as it is the all-important fruit of a Christian profession.
To walk day after day, under all circumstances, and amid all the varied temptations that beset us, uprightly, tenderly, and sincerely in the fear of God; to feel continually that heart, lip, and life are all open before His all-penetrating eye; to do the things which He approves, and to flee from the things which He abhors—oh! this in religion is the steep hill which it is such a struggle to climb! We can talk fast enough; but oh! to walk in the straight and narrow path; to be a Christian outwardly as well as inwardly, before God and man, before the Church and the world; and in all points to speak and act with undeviating consistency with our profession—this is what nature never has done, and what nature never can do. In thus acting, as much as in believing, do we need God’s power and grace to work in, and be made manifest in us.
To the reader…
When you walk uprightly in the fear of God, and yet find so little abiding evidence in your soul that you share in His grace, this word is for you. You see others who are highly favored, and you scarcely dare to count yourself among God’s people. But do not despise the evidence He Himself gives you. A tender, upright mind, which wants to do what pleases Him and shun what displeases Him, does not grow out of nature; nature has never done it and never can.
You know how steep that hill is. Talking comes easily enough, but walking day after day on the straight and narrow path, under the eye that searches heart and lip and life, that is the daily cross. Ask the Lord, then, to work that power and grace in you and make it manifest. For He has said that He will withhold no good thing from those who walk uprightly, and He has a special eye upon you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
No quitará el bien a los que en integridad andan.
Salmo 84:11
Hay quienes andan en integridad, en mucha integridad, en el temor de Dios, y sin embargo tienen poca evidencia consoladora o duradera de que sean ahora participantes de la gracia de Dios, o de que hayan de ser después partícipes de la gloria de Cristo. Pero esta sola evidencia ciertamente la poseen, aunque no puedan sacar de ella consuelo presente: que andan en integridad delante de Dios y de los hombres. Que nadie, por profunda que sea su experiencia o por altamente favorecido que sea, desprecie esta evidencia de gracia en otros; y ustedes, los que andan en integridad por un principio vivo de temor piadoso, tienen aquí un testimonio señalado del Señor mismo de que Él tiene una consideración especial por ustedes.
Pero ¿qué es “andar en integridad”? ¡Oh, aquí está la gran dificultad en la religión! Podemos hablar; podemos predicar; podemos oír; podemos parecer creer; pero es cuando llegamos a obrar, a andar y a llevar a la práctica diaria y de cada hora lo que profesamos, cuando se siente y se encuentra la dificultad principal. “El alma de la religión”, dice Bunyan, “es la parte práctica”; y es cuando llegamos a esta “parte práctica” cuando comienza la cruz diaria, de cada hora. El andar, la conducta, el proceder diario y de cada hora es, al fin y al cabo, la dificultad principal, así como es el fruto de suma importancia de una profesión cristiana.
Andar día tras día, en todas las circunstancias y en medio de todas las variadas tentaciones que nos asedian, en integridad, con ternura y sinceridad en el temor de Dios; sentir continuamente que corazón, labios y vida están todos abiertos delante de Su ojo que todo lo penetra; hacer las cosas que Él aprueba y huir de las cosas que Él aborrece: ¡oh, esta es en la religión la cuesta empinada que tanto cuesta subir! Hablar, hablamos con bastante soltura; pero ¡oh, andar por el camino estrecho y angosto; ser cristiano por fuera tanto como por dentro, delante de Dios y de los hombres, delante de la Iglesia y del mundo; y en todo punto hablar y obrar con una coherencia inquebrantable con nuestra profesión! Esto es lo que la naturaleza nunca ha hecho y nunca puede hacer. Para obrar así, tanto como para creer, necesitamos que el poder y la gracia de Dios obren en nosotros y se manifiesten en nosotros.
Al lector…
Cuando usted anda en integridad en el temor de Dios, y sin embargo halla en su alma tan poca evidencia duradera de que participa de Su gracia, esta palabra es para usted. Ve a otros que son altamente favorecidos, y apenas se atreve a contarse entre el pueblo de Dios. Pero no desprecie la evidencia que Él mismo le da. Un ánimo tierno e íntegro, que quiere hacer lo que a Él le agrada y huir de lo que le desagrada, no brota de la naturaleza; la naturaleza nunca lo ha hecho y nunca puede hacerlo.
Usted sabe cuán empinada es esa cuesta. Hablar resulta bastante fácil, pero andar día tras día por el camino estrecho y angosto, bajo el ojo que escudriña corazón, labios y vida, esa es la cruz diaria. Pida, pues, al Señor que obre en usted ese poder y esa gracia y los manifieste. Porque Él ha dicho que no quitará el bien a los que en integridad andan, y tiene puesto en usted un ojo especial.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl