gisteren verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
8 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
13 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
De verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees.
1 Timotheus 3:16
Een verborgenheid is het; een grote, een diepe, een onpeilbare verborgenheid; want wie kan recht verstaan hoe het Goddelijke Woord, de eeuwige Zone Gods, vlees is geworden en onder ons heeft gewoond? „Wie zal Zijn leeftijd uitspreken?” (Jesaja 53:8), hetzij die eeuwige leeftijd waardoor Hij is Gods eengeboren Zoon, hetzij de leeftijd van Zijn heilige mensheid in de schoot der maagd, toen de Heilige Geest over haar kwam en de kracht des Allerhoogsten haar overschaduwde? Dit zijn de zaken „die de engelen begerig zijn in te zien”, die zij niet kunnen begrijpen, maar eerbiedig aanbidden. En wel mogen wij hun aanbiddende bewondering navolgen, niet zoekende te begrijpen, maar te geloven, lief te hebben en te vrezen. „Waar de rede met al haar vermogens faalt, daar gelooft het geloof en aanbidt de liefde.”
Ook zullen wij dit bij goed onderwijs en geestelijke leiding geen dor, droog of ondankbaar onderwerp vinden. Het is „de grote verborgenheid der godzaligheid”; alle godzaligheid is daarom in haar begrepen en vloeit uit haar voort. Gods genade, barmhartigheid en waarheid liggen geheel opgesloten in, en zijn geopenbaard en bewezen door de Zoon Zijner liefde; want „het behaagde de Vader, dat in Hem alle volheid wonen zou”, en dit als Immanuël, God met ons. Aldus is Zijn geheiligde mensheid, in vereniging met Zijn Goddelijke Persoon, de weg van gemeenschap langs welke al de liefde en barmhartigheid Gods afstroomt voor arme, schuldige, ellendige zondaars, die geloven in de Naam van Gods eniggeboren Zoon.
Zo wij dan met een levend geloof begiftigd zijn, mogen wij die grote verborgenheid der godzaligheid naderen en beschouwen. Door het geloof die heilige grond te betreden, is te komen tot de berg Sion, en de stad des levenden Gods, het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen; tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en tot de geesten der volmaakte rechtvaardigen; en tot den Middelaar des Nieuwen Testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel (Hebr. 12:22-24); want iedere zegen van het Nieuwe Verbond is, zo wij slechts begunstigd zijn met een levend geloof in een vleesgeworden God, ons eigendom, zowel hier als in de eeuwigheid.
Voor elk, die in het duister dwaalt
verstrekt deez’ zon een helder licht,
dat hem in schauw des doods bestraalt,
op ’t vredepad zijn voeten richt.
Lofzang van Zacharias:5
Aan de lezer…
Kind van God, hebt u moeite om te verstaan hoe God in het vlees kon worden geopenbaard? Ook de engelen begeren daarin in te zien en kunnen het niet doorgronden; zij aanbidden. Waar de rede faalt, daar mag het geloof geloven en de liefde aanbidden. Dit is geen dor of droog onderwerp voor wie het in de waarheid leert kennen; het is de bron van alle godzaligheid.
Bent u een arme, schuldige, ellendige zondaar? Dan is dit de weg langs welke al de liefde en barmhartigheid Gods tot u afstroomt: de Zoon van Zijn liefde, Immanuël, God met ons. In Hem woont alle volheid, en het behaagde de Vader het zo te doen. Al is uw geloof klein, zie op Hem; zoals de zon een helder licht verstrekt aan wie in het duister dwaalt, zo richt Hij de voeten van een verloren ziel op het vredepad.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees.
1 Timotheus 3:16
Het is een verborgenheid: een grote, een diepe, een onpeilbare verborgenheid. Want wie kan goed begrijpen hoe het Goddelijke Woord, de eeuwige Zoon van God, vlees is geworden en onder ons heeft gewoond? „Wie zal Zijn leeftijd uitspreken?” (Jesaja 53:8), of het nu gaat om die eeuwige leeftijd waardoor Hij Gods eniggeboren Zoon is, of om de leeftijd van Zijn heilige mensheid in de schoot van de maagd, toen de Heilige Geest over haar kwam en de kracht van de Allerhoogste haar overschaduwde. Dit zijn de dingen „die de engelen begerig zijn in te zien”, die zij niet kunnen begrijpen, maar eerbiedig aanbidden. En wij doen er goed aan hun aanbiddende verwondering na te volgen: niet proberen te begrijpen, maar geloven, liefhebben en vrezen. „Waar de rede met al haar vermogens faalt, daar gelooft het geloof en aanbidt de liefde.”
Wanneer wij goed onderwezen en geestelijk geleid worden, zullen wij dit ook geen dor, droog of ondankbaar onderwerp vinden. Het is „de grote verborgenheid der godzaligheid”; daarom ligt alle godzaligheid erin besloten en vloeit zij eruit voort. Gods genade, barmhartigheid en waarheid liggen er volledig in opgesloten, en zijn geopenbaard en bewezen door de Zoon van Zijn liefde. Want „het behaagde de Vader, dat in Hem alle volheid wonen zou”, en dat als Immanuël, God met ons. Zo is Zijn geheiligde mensheid, in vereniging met Zijn Goddelijke Persoon, de weg van gemeenschap waarlangs alle liefde en barmhartigheid van God neerstroomt naar arme, schuldige, ellendige zondaars die geloven in de Naam van Gods eniggeboren Zoon.
Als wij dan met een levend geloof begiftigd zijn, mogen wij die grote verborgenheid van de godzaligheid naderen en beschouwen. Wie door het geloof die heilige grond betreedt, komt tot de berg Sion, en de stad des levenden Gods, het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen; tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en tot de geesten der volmaakte rechtvaardigen; en tot den Middelaar des Nieuwen Testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel (Hebr. 12:22-24). Want als wij maar begunstigd zijn met een levend geloof in een vleesgeworden God, is iedere zegen van het Nieuwe Verbond ons eigendom, zowel hier als in de eeuwigheid.
Voor elk, die in het duister dwaalt
verstrekt deez’ zon een helder licht,
dat hem in schauw des doods bestraalt,
op ’t vredepad zijn voeten richt.
Lofzang van Zacharias:5
Aan de lezer…
Kind van God, hebt u moeite om te begrijpen hoe God in het vlees kon worden geopenbaard? Ook de engelen begeren daarin in te zien en kunnen het niet doorgronden; zij aanbidden. Waar de rede faalt, daar mag het geloof geloven en de liefde aanbidden. Dit is geen dor of droog onderwerp voor wie het in waarheid leert kennen; het is de bron van alle godzaligheid.
Bent u een arme, schuldige, ellendige zondaar? Dan is dit de weg waarlangs alle liefde en barmhartigheid van God naar u toe stroomt: de Zoon van Zijn liefde, Immanuël, God met ons. In Hem woont alle volheid, en het behaagde de Vader dat zo te doen. Al is uw geloof klein, zie op Hem. Zoals de zon een helder licht geeft aan wie in het duister dwaalt, zo richt Hij de voeten van een verloren ziel op het vredepad.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Great is the mystery of godliness: God was manifest in the flesh.
1 Timothy 3:16
A mystery indeed it is, a great, a deep, an unfathomable mystery; for who can rightly understand how the divine Word, the eternal Son of God, was made flesh, and dwelt among us? “Who shall declare His generation?” (Isa. 53:8;) either that eternal generation whereby He is the only-begotten Son of God, or the generation of His sacred humanity in the womb of the Virgin, when the Holy Spirit came upon her, and the power of the Highest overshadowed her? These are the things “which the angels desire to look into;” which they cannot understand, but reverently adore. And well may we imitate their adoring admiration, not attempting to understand, but believe, love, and revere; for well has it been said, “Where reason fails, with all her power—there faith believes, and love adores.”
Nor, if rightly taught and spiritually led, shall we find this a barren, dry, or unprofitable subject. It is “the great mystery of godliness;” therefore all godliness is contained in it, and flows out of it. The whole of God’s grace, mercy, and truth is laid up in, is revealed through, is manifested by, the Son of His love; for “it pleased the Father that in Him should all fullness dwell;” and this as Immanuel, God with us. Thus His sacred humanity, in union with His divine Person, is the channel of communication through which all the love and mercy of God flow down to poor guilty, miserable sinners, who believe in the Name of the only-begotten Son of God.
If blessed, then, with faith in living exercise, we may draw near and behold the great mystery of godliness. To tread by faith upon this holy ground is to come “unto Mount Zion, and unto the city of the living God, the heavenly Jerusalem, and to an innumerable company of angels, to the general assembly and church of the firstborn, who are written in heaven, and to God the judge of all, and to the spirits of just men made perfect, and to Jesus the mediator of the new covenant, and to the blood of sprinkling, that speaks better things than that of Abel” (Heb. 12:22-24); for every blessing of the new covenant, if we are but favored with a living faith in an incarnate God, is then experimentally as well as eternally ours.
To the reader…
Child of God, do you find it hard to understand how God could be manifest in the flesh? The angels, too, desire to look into it and cannot fathom it; they adore. Where reason fails, there faith may believe and love adore. This is no barren or dry subject for those who truly come to know it; it is the source of all godliness.
Are you a poor, guilty, miserable sinner? Then this is the way by which all the love and mercy of God flows down to you: the Son of His love, Immanuel, God with us. In Him all fullness dwells, and it pleased the Father that it should be so. Even if your faith is small, look to Him. As the sun gives a bright light to one who wanders in the dark, so He guides the feet of a lost soul into the way of peace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Grande es el misterio de la piedad: Dios ha sido manifestado en carne.
1 Timoteo 3:16
Misterio es, en verdad, un misterio grande, profundo, insondable; porque ¿quién puede entender rectamente cómo el Verbo divino, el Hijo eterno de Dios, fue hecho carne y habitó entre nosotros? “Y Su generación ¿quién la contará?” (Isa. 53:8): ya sea aquella generación eterna por la cual Él es el unigénito Hijo de Dios, o la generación de Su sagrada humanidad en el seno de la Virgen, cuando el Espíritu Santo vino sobre ella y la virtud del Altísimo le hizo sombra. Estas son las cosas “en las cuales desean mirar los ángeles”; que no pueden entender, sino que adoran reverentemente. Y bien podemos imitar su admiración adoradora, no intentando entender, sino creer, amar y reverenciar; porque bien se ha dicho: “Donde la razón falla con todo su poder, allí la fe cree y el amor adora”.
Tampoco, si somos rectamente enseñados y espiritualmente guiados, hallaremos que este es un tema estéril, seco o sin provecho. Es “el gran misterio de la piedad”; por tanto, toda piedad está contenida en él y fluye de él. Toda la gracia, la misericordia y la verdad de Dios están atesoradas en el Hijo de Su amor, son reveladas por medio de Él y manifestadas por Él; porque “agradó al Padre que en Él habitase toda plenitud”; y esto como Emmanuel, Dios con nosotros. Así Su sagrada humanidad, en unión con Su Persona divina, es el cauce de comunicación por el cual todo el amor y la misericordia de Dios descienden a los pobres pecadores culpables y miserables que creen en el Nombre del unigénito Hijo de Dios.
Si somos bendecidos, pues, con una fe en ejercicio vivo, podemos acercarnos y contemplar el gran misterio de la piedad. Pisar por la fe esta tierra santa es llegarse “al monte de Sion, y a la ciudad del Dios vivo, Jerusalén la celestial, y a la compañía de muchos millares de ángeles, y a la congregación de los primogénitos que están alistados en los cielos, y a Dios el Juez de todos, y a los espíritus de los justos hechos perfectos, y a Jesús el Mediador del nuevo testamento, y a la sangre del esparcimiento que habla mejor que la de Abel” (Heb. 12:22-24); porque toda bendición del nuevo pacto, con tal que seamos favorecidos con una fe viva en un Dios encarnado, es entonces nuestra tanto experimental como eternamente.
Al lector…
Hijo de Dios, ¿le resulta difícil entender cómo Dios pudo ser manifestado en carne? También los ángeles desean mirar en ello y no pueden sondearlo; adoran. Donde la razón falla, allí la fe puede creer y el amor adorar. Este no es un tema estéril ni seco para los que de veras llegan a conocerlo; es la fuente de toda piedad.
¿Es usted un pobre pecador culpable y miserable? Entonces este es el camino por el cual todo el amor y la misericordia de Dios descienden hasta usted: el Hijo de Su amor, Emmanuel, Dios con nosotros. En Él habita toda plenitud, y agradó al Padre que así fuese. Aunque su fe sea pequeña, mire a Él. Así como el sol da una luz clara al que anda errante en la oscuridad, así Él encamina los pies de un alma perdida por el camino de paz.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De menselijke natuur van Christus
En buiten alle twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees.
1 Timotheüs 3:16
Het woord der waarheid zegt: „En buiten alle twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees.” Daarom kan men zonder bevindelijke kennis van deze grote verborgenheid geen godvruchtigheid hebben in hart, in woord en in leven. Als we geen godvruchtigheid bezitten, kan er geen verlossing zijn, tenzij we de bedoeling hebben de poorten van gelukzaligheid te openen voor de goddelozen, die „niet zullen bestaan in het gericht” (Ps. 1:5), en de „goddeloosheid” tegen welke „de toorn Gods wordt geopenbaard van de hemel” (Rom. 1:18) te ontkennen. Het is de waarheid, „de waarheid zoals zij in Jezus is”, die alleen „vrij maakt”, en het is de waarheid, „de waarheid zoals zij in Jezus is”, die alleen zowel heiligt als bevrijdt: „Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid” (Joh. 17:17).
Wat is het dus uiterst belangrijk dat we zelf de waarheid leren kennen, in ons hart en geweten, door goddelijk onderricht en goddelijke getuigenis, opdat we, bevrijd uit dienstbaarheid, duisternis, onwetendheid en dwaling, bevrijd in de zalige liefde en barmhartigheid van God en geheiligd door Zijn Geest en genade, voor Hem mogen wandelen in het licht van Zijn aangezicht. En wat is het een zegen, aangezien in de Persoon van de vleesgeworden Zoon van God „al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn”, om in het geloof op te zien naar Hem, Die zit ter rechterhand van de Vader, en uit Zijn volheid die gemeenschap met wijsheid en genade te ontvangen die ons niet alleen verlicht met het licht der levenden, maar ons deel laat hebben aan Zijn heiligheid, en ons zo doet samenkomen voor de erve der heiligen in het licht.
Lezen: 1 Timotheüs 3
Aan de lezer…
Hoe vaak wordt er op deze dag alom aan de geboorte van Christus gedacht; maar kent u iets van die grote verborgenheid in uw eigen hart? God is geopenbaard in het vlees; dat is geen koude leerstelling, maar de bron van alle ware godzaligheid. Zonder bevindelijke kennis daarvan blijft alle vroomheid uiterlijk, en baat zij de ziel niets.
Verlangt u dan naar meer licht, meer vrijheid, meer heiligheid? Ziet op Hem, Die zit ter rechterhand van de Vader. In Hem zijn al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen, en uit Zijn volheid mag een arme, onwetende ziel ontvangen. De waarheid zoals zij in Jezus is, maakt alleen vrij en heiligt alleen. Bid dan dat Hij u Zelf onderwijze in uw hart en geweten, opdat u, uit dienstbaarheid en duisternis bevrijd, mag wandelen in het licht van Zijn aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En buiten alle twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees.
1 Timotheüs 3:16
Het woord der waarheid zegt: „En buiten alle twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees.” Daarom kan niemand zonder bevindelijke kennis van deze grote verborgenheid godvruchtigheid hebben in hart, woord en leven. En als we geen godvruchtigheid bezitten, kan er geen verlossing zijn. Anders zouden we de poorten van de gelukzaligheid moeten openen voor de goddelozen, die „niet zullen bestaan in het gericht” (Ps. 1:5), en de „goddeloosheid” moeten ontkennen waartegen „de toorn Gods wordt geopenbaard van de hemel” (Rom. 1:18). Het is de waarheid, „de waarheid zoals zij in Jezus is”, die alleen „vrij maakt”; en het is de waarheid, „de waarheid zoals zij in Jezus is”, die alleen zowel heiligt als vrijmaakt: „Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid” (Joh. 17:17).
Wat is het dus van het grootste belang dat we zelf de waarheid leren kennen, in ons hart en geweten, door goddelijk onderwijs en goddelijk getuigenis! Dan mogen we, bevrijd van dienstbaarheid, duisternis, onwetendheid en dwaling, in de vrijheid van Gods zalige liefde en barmhartigheid, en geheiligd door Zijn Geest en genade, voor Hem wandelen in het licht van Zijn aangezicht. En omdat in de Persoon van de vleesgeworden Zoon van God „al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn”, wat een zegen is het dan om in het geloof op te zien naar Hem, Die zit aan de rechterhand van de Vader! Wat een zegen om uit Zijn volheid die mededeling van wijsheid en genade te ontvangen die ons niet alleen verlicht met het licht der levenden, maar ons ook deel geeft aan Zijn heiligheid, en ons zo bekwaam maakt voor de erve der heiligen in het licht.
Lezen: 1 Timotheüs 3
Aan de lezer…
Hoe vaak wordt er op deze dag overal aan de geboorte van Christus gedacht; maar kent u iets van die grote verborgenheid in uw eigen hart? God is geopenbaard in het vlees; dat is geen koude leerstelling, maar de bron van alle ware godzaligheid. Zonder bevindelijke kennis daarvan blijft alle vroomheid uiterlijk, en heeft de ziel er niets aan.
Verlangt u dan naar meer licht, meer vrijheid, meer heiligheid? Zie dan op Hem, Die zit aan de rechterhand van de Vader. In Hem zijn al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen, en uit Zijn volheid mag een arme, onwetende ziel ontvangen. Alleen de waarheid zoals zij in Jezus is, maakt vrij en heiligt. Bid dan dat Hij u Zelf onderwijst in uw hart en geweten, zodat u, bevrijd van dienstbaarheid en duisternis, mag wandelen in het licht van Zijn aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And without controversy great is the mystery of godliness: God was manifest in the flesh.
1 Timothy 3:16
The Word of truth says, “And without controversy great is the mystery of godliness: God was manifest in the flesh.” Therefore no one can have godliness in heart, lip and life without an experimental knowledge of this great mystery. And if we possess no godliness, there can be no salvation. Otherwise we should have to open the gates of bliss to the ungodly, who “shall not stand in the judgment” (Ps. 1:5), and deny the “ungodliness” against which “the wrath of God is revealed from heaven” (Rom. 1:18). It is the truth, “the truth as it is in Jesus,” which alone “makes free”; and it is the truth, “the truth as it is in Jesus,” which alone both sanctifies and makes free: “Sanctify them through Thy truth: Thy Word is truth” (John 17:17).
How supremely important it is, then, that we ourselves should come to know the truth, in our hearts and consciences, by Divine teaching and Divine testimony! Then, delivered from bondage, darkness, ignorance and error, in the liberty of God’s blessed love and mercy, and sanctified by His Spirit and grace, we may walk before Him in the light of His countenance. And since in the Person of the incarnate Son of God “are hid all the treasures of wisdom and knowledge,” what a blessing it is to look up in faith to Him Who sits at the right hand of the Father! What a blessing to receive out of His fulness that communication of wisdom and grace which not only enlightens us with the light of the living, but also makes us partakers of His holiness, and so makes us meet to be partakers of the inheritance of the saints in light.
Reading: 1 Timothy 3
To the reader…
How often on this day the birth of Christ is remembered everywhere; but do you know anything of that great mystery in your own heart? God was manifest in the flesh; that is no cold doctrine, but the fountain of all true godliness. Without an experimental knowledge of it, all piety remains outward, and the soul has nothing from it.
Do you long, then, for more light, more liberty, more holiness? Then look to Him Who sits at the right hand of the Father. In Him are hid all the treasures of wisdom and knowledge, and out of His fulness a poor, ignorant soul may receive. Only the truth as it is in Jesus makes free and sanctifies. Pray, then, that He Himself may teach you in your heart and conscience, so that, delivered from bondage and darkness, you may walk in the light of His countenance.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y sin contradicción, grande es el misterio de la piedad: Dios ha sido manifestado en carne.
1 Timoteo 3:16
La Palabra de verdad dice: “Y sin contradicción, grande es el misterio de la piedad: Dios ha sido manifestado en carne”. Por tanto, nadie puede tener piedad en el corazón, en los labios y en la vida sin un conocimiento experimental de este gran misterio. Y si no poseemos piedad, no puede haber salvación. De otro modo tendríamos que abrir las puertas de la bienaventuranza a los impíos, que “no se levantarán en el juicio” (Sal. 1:5), y negar la “impiedad” contra la cual “es manifestada la ira de Dios del cielo” (Ro. 1:18). Es la verdad, “la verdad que está en Jesús”, la única que “hace libres”; y es la verdad, “la verdad que está en Jesús”, la única que santifica y hace libres a la vez: “Santifícalos en Tu verdad: Tu Palabra es verdad” (Jn. 17:17).
¡Cuán sumamente importante es, pues, que nosotros mismos lleguemos a conocer la verdad, en nuestro corazón y en nuestra conciencia, por enseñanza divina y testimonio divino! Entonces, librados de la servidumbre, de las tinieblas, de la ignorancia y del error, en la libertad del bendito amor y misericordia de Dios, y santificados por Su Espíritu y Su gracia, podremos andar delante de Él en la luz de Su rostro. Y puesto que en la Persona del Hijo de Dios encarnado “están escondidos todos los tesoros de sabiduría y conocimiento”, ¡qué bendición es mirar por la fe a Aquel que está sentado a la diestra del Padre! ¡Qué bendición recibir de Su plenitud esa comunicación de sabiduría y gracia que no solo nos alumbra con la luz de los vivientes, sino que también nos hace participantes de Su santidad, y así nos hace aptos para participar de la suerte de los santos en luz!
Lectura: 1 Timoteo 3
Al lector…
Cuántas veces en este día se recuerda por todas partes el nacimiento de Cristo; pero ¿sabe usted algo de ese gran misterio en su propio corazón? Dios ha sido manifestado en carne; eso no es una doctrina fría, sino la fuente de toda verdadera piedad. Sin un conocimiento experimental de ello, toda devoción queda en lo exterior, y el alma no saca nada de ella.
¿Anhela usted, pues, más luz, más libertad, más santidad? Entonces mire a Aquel que está sentado a la diestra del Padre. En Él están escondidos todos los tesoros de sabiduría y conocimiento, y de Su plenitud puede recibir un alma pobre e ignorante. Solo la verdad que está en Jesús hace libres y santifica. Pida, pues, que Él mismo le enseñe en su corazón y en su conciencia, para que, librado de la servidumbre y de las tinieblas, pueda andar en la luz de Su rostro.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden.
Filippensen 2:6-7
De mensheid van de Zoon van God was werkelijk vlees en bloed van het ogenblik van Zijn ontvangenis af: een volkomen menselijk lichaam, verenigd met een volmaakte menselijke ziel, beide zonder zonde. Anders kon Zijn zuivere mensheid niet genoemd zijn „dat Heilige” dat uit de maagd geboren is, Hetwelk de Zoon van God zou genaamd worden. Zo is Hij voortgekomen als het Lam Gods, zonder vlek of gebrek. Inderdaad mocht de apostel wel zeggen: „De verborgenheid der godzaligheid is groot.”
Hier zien wij als in een spiegel de wondervolle liefde van Jezus, dat Hij, Die de Zoon Gods is, even gelijk en mede eeuwig met de Vader en de Heilige Geest, een Deelgenoot van des Vaders wezenlijke natuur, van des Vaders heerlijkheid, zo laag is afgedaald opdat Hij ons zo hoog zou verheffen; dat Hij Zich verwaardigen zou om Zijn heerlijke Persoon te verenigen met onze natuur, met ons vlees en bloed, om een menselijk lichaam te dragen als het onze, om te gevoelen zoals wij doen, te spreken en te wandelen, te eten en te drinken, en honger en dorst te lijden, te wenen en te zuchten en te rouwklagen, even gelijk wij. En toch was Hij in dit alles de Zoon van God, met een Goddelijke natuur in een zo nauwe vereniging met de menselijke natuur als onze ziel heeft met ons menselijk lichaam.
Wij weten dat het zo is, maar het hoe ervan kunnen wij niet zeggen. Wij weten slechts het feit, maar kunnen de wijze van vereniging niet verklaren. Wij weten het alleen uit de uitdrukkelijke openbaring in Zijn Woord. Die openbaring beantwoordt alle onderzoek dat een gelovige instelt. Maar zo iemand mij vragen mocht: „Kunt gij de verborgenheid der twee naturen in Christus verstaan?”, dan vraag ik op mijn beurt: „Kunt gij de verborgenheid van uw eigen bestaan verklaren?”
Kunt gij mij verklaren hoe gij in staat zijt uw eigen hand op te heffen, met uw eigen oog te zien, met uw eigen oor te horen en uw eigen voet te bewegen? Niet één mens is ooit in staat geweest deze schijnbaar eenvoudige dingen te verklaren: een feit dat elk kind kan uitvoeren, maar een stuk dat geen filosoof kan begrijpen. Kunt gij mij zeggen hoe een geest kan werken op een lichaam? Gij zult met uw geest iets begeren te doen, en gij kunt dit op hetzelfde ogenblik met uw lichaam uitvoeren. Indien gij dan uw eigen bestaan zult kunnen verklaren en de verborgenheid ontwarren hoe uw ziel in vereniging met uw lichaam handelt, dan stem ik toe dat gij ook de verborgenheid der vereniging van de Godheid met de mensheid in de Persoon van de Zoon van God zult kunnen verklaren, zowel toen Hij op aarde leefde als nu in de hemel. Schoon zijn de woorden van Hart:
Hoe ’t was gedaan, wij weten ’t niet;
maar weten: ’t was voor ons!
Gelukkig zijn zij die dit kunnen nazeggen zonder een weifelende tong.
Aan de lezer…
Wie stilstaat bij de grote verborgenheid dat de Zoon van God vlees en bloed aannam, staat verlegen. U kunt het niet doorgronden, en dat behoeft ook niet. Wie kan zelfs zijn eigen bestaan verklaren? Maar dit mag u weten uit Zijn Woord: Hij is zo laag afgedaald om ons zo hoog te verheffen. Hij heeft honger en dorst gekend, Hij heeft geweend en gezucht, even gelijk wij.
Daarom is er voor een bedroefde en vermoeide ziel geen beter toevluchtsoord. Hij weet wat het is mens te zijn, en toch is Hij in dit alles de Zoon van God gebleven. Vraag dan niet eerst hoe het gedaan is, maar vraag om de genade te mogen zeggen: het was voor mij. Spreekt u het nog met een weifelende tong, houd aan bij Hem; Hij is het Lam Gods, zonder vlek of gebrek, en Hij verwerpt de zwakken niet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden.
Filippensen 2:6-7
De mensheid van de Zoon van God was vanaf het ogenblik van Zijn ontvangenis werkelijk vlees en bloed: een volkomen menselijk lichaam, verenigd met een volmaakte menselijke ziel, beide zonder zonde. Anders had Zijn zuivere mensheid niet genoemd kunnen worden „dat Heilige” dat uit de maagd geboren is, Dat de Zoon van God genoemd zou worden. Zo is Hij voortgekomen als het Lam van God, zonder vlek of gebrek. Terecht mocht de apostel zeggen: „De verborgenheid der godzaligheid is groot.”
Hier zien wij als in een spiegel de wonderlijke liefde van Jezus. Hij, Die de Zoon van God is, gelijk aan en even eeuwig als de Vader en de Heilige Geest, Die deel heeft aan de wezenlijke natuur van de Vader en aan de heerlijkheid van de Vader, is zo diep afgedaald om ons zo hoog te verheffen. Hij heeft Zich verwaardigd Zijn heerlijke Persoon te verenigen met onze natuur, met ons vlees en bloed, om een menselijk lichaam te dragen zoals het onze, om te voelen zoals wij, te spreken en te wandelen, te eten en te drinken, honger en dorst te lijden, te wenen, te zuchten en te rouwklagen, net als wij. En toch was Hij in dit alles de Zoon van God, met een goddelijke natuur die even nauw met de menselijke natuur verenigd was als onze ziel met ons menselijk lichaam.
Wij weten dat het zo is, maar hoe het is, kunnen wij niet zeggen. Wij kennen alleen het feit, maar kunnen de manier van de vereniging niet verklaren. Wij weten het alleen uit de uitdrukkelijke openbaring in Zijn Woord. Die openbaring beantwoordt elk onderzoek dat een gelovige instelt. Maar als iemand mij zou vragen: „Kunt gij de verborgenheid der twee naturen in Christus verstaan?”, dan vraag ik op mijn beurt: „Kunt gij de verborgenheid van uw eigen bestaan verklaren?”
Kunt u mij uitleggen hoe u in staat bent uw eigen hand op te heffen, met uw eigen oog te zien, met uw eigen oor te horen en uw eigen voet te bewegen? Niet één mens is ooit in staat geweest deze schijnbaar eenvoudige dingen te verklaren: iets wat elk kind kan doen, maar wat geen filosoof kan begrijpen. Kunt u mij zeggen hoe een geest op een lichaam kan werken? U wilt met uw geest iets doen, en op hetzelfde ogenblik kunt u het met uw lichaam uitvoeren. Als u dus uw eigen bestaan kunt verklaren en de verborgenheid kunt ontwarren hoe uw ziel in vereniging met uw lichaam handelt, dan geef ik toe dat u ook de verborgenheid kunt verklaren van de vereniging van de Godheid met de mensheid in de Persoon van de Zoon van God, zowel toen Hij op aarde leefde als nu in de hemel. Mooi zijn de woorden van Hart:
Hoe ’t was gedaan, wij weten ’t niet;
maar weten: ’t was voor ons!
Gelukkig zijn zij die dit kunnen nazeggen zonder een weifelende tong.
Aan de lezer…
Wie stilstaat bij de grote verborgenheid dat de Zoon van God vlees en bloed aannam, staat met lege handen. U kunt het niet doorgronden, en dat hoeft ook niet. Wie kan zelfs zijn eigen bestaan verklaren? Maar dit mag u uit Zijn Woord weten: Hij is zo diep afgedaald om ons zo hoog te verheffen. Hij heeft honger en dorst gekend, Hij heeft geweend en gezucht, net als wij.
Daarom is er voor een bedroefde en vermoeide ziel geen betere toevlucht. Hij weet wat het is mens te zijn, en toch is Hij in dit alles de Zoon van God gebleven. Vraag dan niet eerst hoe het gedaan is, maar vraag om de genade te mogen zeggen: het was voor mij. Zegt u het nog met een weifelende tong, houd dan aan bij Hem; Hij is het Lam van God, zonder vlek of gebrek, en Hij verwerpt de zwakken niet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Who, being in the form of God, thought it not robbery to be equal with God: but made himself of no reputation, and took upon him the form of a servant, and was made in the likeness of men.”
Philippians 2:6, 7
The humanity of our blessed Lord was actual flesh and blood from the moment of its conception, a perfect human body, to which was united a perfect human soul; both without sin, or else He could not be the Lamb without blemish; both without sin, or His pure humanity would not have been that “holy One” born of the Virgin, Who should be called the Son of God. Thus He came forth as the Lamb of God, without spot or blemish. Well indeed might the Apostle say, “Great is the mystery of godliness.”
Here as in a mirror we see the wonderful love of Jesus, that He Who is the Son of God, co-equal and co-eternal with the Father and the Holy Spirit, a sharer of the Father’s essence, of the Father’s glory, should stoop so low to lift us up so high; that He should condescend to unite to His glorious Person our nature, flesh and blood; to wear a human body like our own; to feel as we do, to speak as we do, to walk as we do, to eat and drink and hunger and thirst and weep and sigh and mourn as we do; yet all the while be the Son of God, and should have a divine nature in as close union with human nature as our soul has with our bodily frame.
We cannot tell how our soul is in union with our body. We know it is so, but how we cannot tell. We only know the fact, but we cannot explain the mode. So we cannot tell how Christ’s divine nature is in union with His human nature; we know it is so by the testimony of God, by the express revelation of His word. That revelation to a believer answers all inquiry.
But if any man says to me, “Can you explain the mystery of the two natures in Christ?” I ask in my turn, “Can you explain the mystery of your own existence? Can you explain to me how you are able to lift up your own hand, see with your own eye, hear with your own ear, move with your own foot? No man has ever yet been able to explain this apparently simple thing; a feat which every child can perform, but a fact which no philosopher can understand. Can you tell me how mind can act upon matter? how you wish to do a thing with your mind, and can do it instantaneously with your body? When, then, you can explain your own existence and unravel the mystery of your soul acting in union with your body, then I will allow that you may unravel the mystery of the union of Deity and humanity in the Person of the Son of God, as He lived upon earth, and as He now lives in heaven.” Beautiful upon this mystery are the words of Hart—
“How it was done we can’t discuss;
But this we know, ’twas done for us.”
Happy those who can use these words without a wavering tongue!
To the reader…
Whoever pauses at the great mystery that the Son of God took flesh and blood stands with empty hands. You cannot fathom it, and you do not need to. Who can even explain his own existence? But this you may know from His Word: He stooped so low to lift us up so high. He knew hunger and thirst, He wept and sighed, just as we do.
That is why there is no better refuge for a sorrowful and weary soul. He knows what it is to be human, and yet in all this He remained the Son of God. Do not first ask how it was done, then, but ask for the grace to be able to say: it was done for me. If you still say it with a wavering tongue, hold on to Him; He is the Lamb of God, without spot or blemish, and He does not cast away the weak.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“El cual, siendo en forma de Dios, no tuvo por usurpación ser igual a Dios: sin embargo, se anonadó a Sí mismo, tomando forma de siervo, hecho semejante a los hombres.”
Filipenses 2:6, 7
La humanidad de nuestro bendito Señor fue verdadera carne y sangre desde el momento de su concepción, un cuerpo humano perfecto, al que estaba unida un alma humana perfecta; ambos sin pecado, pues de otro modo Él no podría ser el Cordero sin mancha; ambos sin pecado, pues de otro modo Su pura humanidad no habría sido aquel “Santo” nacido de la Virgen, que sería llamado Hijo de Dios. Así salió como el Cordero de Dios, sin mancha ni contaminación. Bien podía decir el Apóstol: “Grande es el misterio de la piedad.”
Aquí, como en un espejo, vemos el maravilloso amor de Jesús: que Aquel que es el Hijo de Dios, coigual y coeterno con el Padre y el Espíritu Santo, partícipe de la esencia del Padre y de la gloria del Padre, se rebajara tanto para levantarnos tan alto; que se dignara unir a Su gloriosa Persona nuestra naturaleza, carne y sangre; llevar un cuerpo humano como el nuestro; sentir como nosotros, hablar como nosotros, andar como nosotros, comer y beber, tener hambre y sed, llorar, suspirar y lamentarse como nosotros; y sin embargo ser todo el tiempo el Hijo de Dios, y tener una naturaleza divina en unión tan estrecha con la naturaleza humana como la que tiene nuestra alma con nuestro cuerpo.
No podemos decir cómo está nuestra alma unida a nuestro cuerpo. Sabemos que es así, pero no podemos decir cómo. Solo conocemos el hecho, pero no podemos explicar el modo. Así tampoco podemos decir cómo la naturaleza divina de Cristo está unida a Su naturaleza humana; sabemos que es así por el testimonio de Dios, por la revelación expresa de Su palabra. Esa revelación responde, para el creyente, a toda pregunta.
Pero si alguien me dice: “¿Puede usted explicar el misterio de las dos naturalezas en Cristo?”, yo pregunto a mi vez: “¿Puede usted explicar el misterio de su propia existencia? ¿Puede explicarme cómo es capaz de levantar su propia mano, ver con su propio ojo, oír con su propio oído, moverse con su propio pie? Nadie ha sido capaz jamás de explicar esta cosa aparentemente sencilla; una acción que cualquier niño puede realizar, pero un hecho que ningún filósofo puede entender. ¿Puede decirme cómo la mente puede actuar sobre la materia? ¿Cómo usted quiere hacer algo con su mente, y puede hacerlo instantáneamente con su cuerpo? Cuando pueda explicar su propia existencia y desentrañar el misterio de su alma obrando en unión con su cuerpo, entonces admitiré que pueda desentrañar el misterio de la unión de la Deidad y la humanidad en la Persona del Hijo de Dios, tal como vivió en la tierra y como vive ahora en el cielo.” Hermosas son, acerca de este misterio, las palabras de Hart:
“Cómo se hizo, no podemos discutirlo;
pero esto sabemos: se hizo por nosotros.”
¡Dichosos los que pueden usar estas palabras sin lengua vacilante!
Al lector…
Quien se detiene ante el gran misterio de que el Hijo de Dios tomó carne y sangre, se queda con las manos vacías. Usted no puede sondearlo, y no necesita hacerlo. ¿Quién puede siquiera explicar su propia existencia? Pero esto sí puede saberlo por Su Palabra: Él se rebajó tanto para levantarnos tan alto. Conoció el hambre y la sed, lloró y suspiró, igual que nosotros.
Por eso no hay mejor refugio para un alma triste y cansada. Él sabe lo que es ser hombre, y sin embargo en todo esto siguió siendo el Hijo de Dios. No pregunte, pues, primero cómo se hizo, sino pida la gracia de poder decir: se hizo por mí. Si todavía lo dice con lengua vacilante, aférrese a Él; Él es el Cordero de Dios, sin mancha ni contaminación, y no desecha a los débiles.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl