December 25
Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden.
Filippensen 2:6-7
De mensheid van de Zoon van God was werkelijk vlees en bloed van het ogenblik van Zijn ontvangenis af: een volkomen menselijk lichaam, verenigd met een volmaakte menselijke ziel, beide zonder zonde. Anders kon Zijn zuivere mensheid niet genoemd zijn „dat Heilige” dat uit de maagd geboren is, Hetwelk de Zoon van God zou genaamd worden. Zo is Hij voortgekomen als het Lam Gods, zonder vlek of gebrek. Inderdaad mocht de apostel wel zeggen: „De verborgenheid der godzaligheid is groot.”
Hier zien wij als in een spiegel de wondervolle liefde van Jezus, dat Hij, Die de Zoon Gods is, even gelijk en mede eeuwig met de Vader en de Heilige Geest, een Deelgenoot van des Vaders wezenlijke natuur, van des Vaders heerlijkheid, zo laag is afgedaald opdat Hij ons zo hoog zou verheffen; dat Hij Zich verwaardigen zou om Zijn heerlijke Persoon te verenigen met onze natuur, met ons vlees en bloed, om een menselijk lichaam te dragen als het onze, om te gevoelen zoals wij doen, te spreken en te wandelen, te eten en te drinken, en honger en dorst te lijden, te wenen en te zuchten en te rouwklagen, even gelijk wij. En toch was Hij in dit alles de Zoon van God, met een Goddelijke natuur in een zo nauwe vereniging met de menselijke natuur als onze ziel heeft met ons menselijk lichaam.
Wij weten dat het zo is, maar het hoe ervan kunnen wij niet zeggen. Wij weten slechts het feit, maar kunnen de wijze van vereniging niet verklaren. Wij weten het alleen uit de uitdrukkelijke openbaring in Zijn Woord. Die openbaring beantwoordt alle onderzoek dat een gelovige instelt. Maar zo iemand mij vragen mocht: „Kunt gij de verborgenheid der twee naturen in Christus verstaan?”, dan vraag ik op mijn beurt: „Kunt gij de verborgenheid van uw eigen bestaan verklaren?”
Kunt gij mij verklaren hoe gij in staat zijt uw eigen hand op te heffen, met uw eigen oog te zien, met uw eigen oor te horen en uw eigen voet te bewegen? Niet één mens is ooit in staat geweest deze schijnbaar eenvoudige dingen te verklaren: een feit dat elk kind kan uitvoeren, maar een stuk dat geen filosoof kan begrijpen. Kunt gij mij zeggen hoe een geest kan werken op een lichaam? Gij zult met uw geest iets begeren te doen, en gij kunt dit op hetzelfde ogenblik met uw lichaam uitvoeren. Indien gij dan uw eigen bestaan zult kunnen verklaren en de verborgenheid ontwarren hoe uw ziel in vereniging met uw lichaam handelt, dan stem ik toe dat gij ook de verborgenheid der vereniging van de Godheid met de mensheid in de Persoon van de Zoon van God zult kunnen verklaren, zowel toen Hij op aarde leefde als nu in de hemel. Schoon zijn de woorden van Hart:
Hoe ’t was gedaan, wij weten ’t niet;
maar weten: ’t was voor ons!
Gelukkig zijn zij die dit kunnen nazeggen zonder een weifelende tong.
Aan de lezer…
Wie stilstaat bij de grote verborgenheid dat de Zoon van God vlees en bloed aannam, staat verlegen. U kunt het niet doorgronden, en dat behoeft ook niet. Wie kan zelfs zijn eigen bestaan verklaren? Maar dit mag u weten uit Zijn Woord: Hij is zo laag afgedaald om ons zo hoog te verheffen. Hij heeft honger en dorst gekend, Hij heeft geweend en gezucht, even gelijk wij.
Daarom is er voor een bedroefde en vermoeide ziel geen beter toevluchtsoord. Hij weet wat het is mens te zijn, en toch is Hij in dit alles de Zoon van God gebleven. Vraag dan niet eerst hoe het gedaan is, maar vraag om de genade te mogen zeggen: het was voor mij. Spreekt u het nog met een weifelende tong, houd aan bij Hem; Hij is het Lam Gods, zonder vlek of gebrek, en Hij verwerpt de zwakken niet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden.
Filippensen 2:6-7
De mensheid van de Zoon van God was vanaf het ogenblik van Zijn ontvangenis werkelijk vlees en bloed: een volkomen menselijk lichaam, verenigd met een volmaakte menselijke ziel, beide zonder zonde. Anders had Zijn zuivere mensheid niet genoemd kunnen worden „dat Heilige” dat uit de maagd geboren is, Dat de Zoon van God genoemd zou worden. Zo is Hij voortgekomen als het Lam van God, zonder vlek of gebrek. Terecht mocht de apostel zeggen: „De verborgenheid der godzaligheid is groot.”
Hier zien wij als in een spiegel de wonderlijke liefde van Jezus. Hij, Die de Zoon van God is, gelijk aan en even eeuwig als de Vader en de Heilige Geest, Die deel heeft aan de wezenlijke natuur van de Vader en aan de heerlijkheid van de Vader, is zo diep afgedaald om ons zo hoog te verheffen. Hij heeft Zich verwaardigd Zijn heerlijke Persoon te verenigen met onze natuur, met ons vlees en bloed, om een menselijk lichaam te dragen zoals het onze, om te voelen zoals wij, te spreken en te wandelen, te eten en te drinken, honger en dorst te lijden, te wenen, te zuchten en te rouwklagen, net als wij. En toch was Hij in dit alles de Zoon van God, met een goddelijke natuur die even nauw met de menselijke natuur verenigd was als onze ziel met ons menselijk lichaam.
Wij weten dat het zo is, maar hoe het is, kunnen wij niet zeggen. Wij kennen alleen het feit, maar kunnen de manier van de vereniging niet verklaren. Wij weten het alleen uit de uitdrukkelijke openbaring in Zijn Woord. Die openbaring beantwoordt elk onderzoek dat een gelovige instelt. Maar als iemand mij zou vragen: „Kunt gij de verborgenheid der twee naturen in Christus verstaan?”, dan vraag ik op mijn beurt: „Kunt gij de verborgenheid van uw eigen bestaan verklaren?”
Kunt u mij uitleggen hoe u in staat bent uw eigen hand op te heffen, met uw eigen oog te zien, met uw eigen oor te horen en uw eigen voet te bewegen? Niet één mens is ooit in staat geweest deze schijnbaar eenvoudige dingen te verklaren: iets wat elk kind kan doen, maar wat geen filosoof kan begrijpen. Kunt u mij zeggen hoe een geest op een lichaam kan werken? U wilt met uw geest iets doen, en op hetzelfde ogenblik kunt u het met uw lichaam uitvoeren. Als u dus uw eigen bestaan kunt verklaren en de verborgenheid kunt ontwarren hoe uw ziel in vereniging met uw lichaam handelt, dan geef ik toe dat u ook de verborgenheid kunt verklaren van de vereniging van de Godheid met de mensheid in de Persoon van de Zoon van God, zowel toen Hij op aarde leefde als nu in de hemel. Mooi zijn de woorden van Hart:
Hoe ’t was gedaan, wij weten ’t niet;
maar weten: ’t was voor ons!
Gelukkig zijn zij die dit kunnen nazeggen zonder een weifelende tong.
Aan de lezer…
Wie stilstaat bij de grote verborgenheid dat de Zoon van God vlees en bloed aannam, staat met lege handen. U kunt het niet doorgronden, en dat hoeft ook niet. Wie kan zelfs zijn eigen bestaan verklaren? Maar dit mag u uit Zijn Woord weten: Hij is zo diep afgedaald om ons zo hoog te verheffen. Hij heeft honger en dorst gekend, Hij heeft geweend en gezucht, net als wij.
Daarom is er voor een bedroefde en vermoeide ziel geen betere toevlucht. Hij weet wat het is mens te zijn, en toch is Hij in dit alles de Zoon van God gebleven. Vraag dan niet eerst hoe het gedaan is, maar vraag om de genade te mogen zeggen: het was voor mij. Zegt u het nog met een weifelende tong, houd dan aan bij Hem; Hij is het Lam van God, zonder vlek of gebrek, en Hij verwerpt de zwakken niet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Who, being in the form of God, thought it not robbery to be equal with God: but made himself of no reputation, and took upon him the form of a servant, and was made in the likeness of men.”
Philippians 2:6, 7
The humanity of our blessed Lord was actual flesh and blood from the moment of its conception, a perfect human body, to which was united a perfect human soul; both without sin, or else He could not be the Lamb without blemish; both without sin, or His pure humanity would not have been that “holy One” born of the Virgin, Who should be called the Son of God. Thus He came forth as the Lamb of God, without spot or blemish. Well indeed might the Apostle say, “Great is the mystery of godliness.”
Here as in a mirror we see the wonderful love of Jesus, that He Who is the Son of God, co-equal and co-eternal with the Father and the Holy Spirit, a sharer of the Father’s essence, of the Father’s glory, should stoop so low to lift us up so high; that He should condescend to unite to His glorious Person our nature, flesh and blood; to wear a human body like our own; to feel as we do, to speak as we do, to walk as we do, to eat and drink and hunger and thirst and weep and sigh and mourn as we do; yet all the while be the Son of God, and should have a divine nature in as close union with human nature as our soul has with our bodily frame.
We cannot tell how our soul is in union with our body. We know it is so, but how we cannot tell. We only know the fact, but we cannot explain the mode. So we cannot tell how Christ’s divine nature is in union with His human nature; we know it is so by the testimony of God, by the express revelation of His word. That revelation to a believer answers all inquiry.
But if any man says to me, “Can you explain the mystery of the two natures in Christ?” I ask in my turn, “Can you explain the mystery of your own existence? Can you explain to me how you are able to lift up your own hand, see with your own eye, hear with your own ear, move with your own foot? No man has ever yet been able to explain this apparently simple thing; a feat which every child can perform, but a fact which no philosopher can understand. Can you tell me how mind can act upon matter? how you wish to do a thing with your mind, and can do it instantaneously with your body? When, then, you can explain your own existence and unravel the mystery of your soul acting in union with your body, then I will allow that you may unravel the mystery of the union of Deity and humanity in the Person of the Son of God, as He lived upon earth, and as He now lives in heaven.” Beautiful upon this mystery are the words of Hart—
“How it was done we can’t discuss;
But this we know, ’twas done for us.”
Happy those who can use these words without a wavering tongue!
To the reader…
Whoever pauses at the great mystery that the Son of God took flesh and blood stands with empty hands. You cannot fathom it, and you do not need to. Who can even explain his own existence? But this you may know from His Word: He stooped so low to lift us up so high. He knew hunger and thirst, He wept and sighed, just as we do.
That is why there is no better refuge for a sorrowful and weary soul. He knows what it is to be human, and yet in all this He remained the Son of God. Do not first ask how it was done, then, but ask for the grace to be able to say: it was done for me. If you still say it with a wavering tongue, hold on to Him; He is the Lamb of God, without spot or blemish, and He does not cast away the weak.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“El cual, siendo en forma de Dios, no tuvo por usurpación ser igual a Dios: sin embargo, se anonadó a Sí mismo, tomando forma de siervo, hecho semejante a los hombres.”
Filipenses 2:6, 7
La humanidad de nuestro bendito Señor fue verdadera carne y sangre desde el momento de su concepción, un cuerpo humano perfecto, al que estaba unida un alma humana perfecta; ambos sin pecado, pues de otro modo Él no podría ser el Cordero sin mancha; ambos sin pecado, pues de otro modo Su pura humanidad no habría sido aquel “Santo” nacido de la Virgen, que sería llamado Hijo de Dios. Así salió como el Cordero de Dios, sin mancha ni contaminación. Bien podía decir el Apóstol: “Grande es el misterio de la piedad.”
Aquí, como en un espejo, vemos el maravilloso amor de Jesús: que Aquel que es el Hijo de Dios, coigual y coeterno con el Padre y el Espíritu Santo, partícipe de la esencia del Padre y de la gloria del Padre, se rebajara tanto para levantarnos tan alto; que se dignara unir a Su gloriosa Persona nuestra naturaleza, carne y sangre; llevar un cuerpo humano como el nuestro; sentir como nosotros, hablar como nosotros, andar como nosotros, comer y beber, tener hambre y sed, llorar, suspirar y lamentarse como nosotros; y sin embargo ser todo el tiempo el Hijo de Dios, y tener una naturaleza divina en unión tan estrecha con la naturaleza humana como la que tiene nuestra alma con nuestro cuerpo.
No podemos decir cómo está nuestra alma unida a nuestro cuerpo. Sabemos que es así, pero no podemos decir cómo. Solo conocemos el hecho, pero no podemos explicar el modo. Así tampoco podemos decir cómo la naturaleza divina de Cristo está unida a Su naturaleza humana; sabemos que es así por el testimonio de Dios, por la revelación expresa de Su palabra. Esa revelación responde, para el creyente, a toda pregunta.
Pero si alguien me dice: “¿Puede usted explicar el misterio de las dos naturalezas en Cristo?”, yo pregunto a mi vez: “¿Puede usted explicar el misterio de su propia existencia? ¿Puede explicarme cómo es capaz de levantar su propia mano, ver con su propio ojo, oír con su propio oído, moverse con su propio pie? Nadie ha sido capaz jamás de explicar esta cosa aparentemente sencilla; una acción que cualquier niño puede realizar, pero un hecho que ningún filósofo puede entender. ¿Puede decirme cómo la mente puede actuar sobre la materia? ¿Cómo usted quiere hacer algo con su mente, y puede hacerlo instantáneamente con su cuerpo? Cuando pueda explicar su propia existencia y desentrañar el misterio de su alma obrando en unión con su cuerpo, entonces admitiré que pueda desentrañar el misterio de la unión de la Deidad y la humanidad en la Persona del Hijo de Dios, tal como vivió en la tierra y como vive ahora en el cielo.” Hermosas son, acerca de este misterio, las palabras de Hart:
“Cómo se hizo, no podemos discutirlo;
pero esto sabemos: se hizo por nosotros.”
¡Dichosos los que pueden usar estas palabras sin lengua vacilante!
Al lector…
Quien se detiene ante el gran misterio de que el Hijo de Dios tomó carne y sangre, se queda con las manos vacías. Usted no puede sondearlo, y no necesita hacerlo. ¿Quién puede siquiera explicar su propia existencia? Pero esto sí puede saberlo por Su Palabra: Él se rebajó tanto para levantarnos tan alto. Conoció el hambre y la sed, lloró y suspiró, igual que nosotros.
Por eso no hay mejor refugio para un alma triste y cansada. Él sabe lo que es ser hombre, y sin embargo en todo esto siguió siendo el Hijo de Dios. No pregunte, pues, primero cómo se hizo, sino pida la gracia de poder decir: se hizo por mí. Si todavía lo dice con lengua vacilante, aférrese a Él; Él es el Cordero de Dios, sin mancha ni contaminación, y no desecha a los débiles.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl