6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Kolossenzen 3:2
Alles op de aarde, gezien door de ogen van de Majesteit des hemels, is laag en nietig. De aarde is toch niets meer dan een grote stofklomp, en als zodanig, afgezien dat zij de plaats geweest is van het lijden en de offerande des Verlossers, en nu de woonstede zijnde van Zijn lijdend volk en later het toneel Zijner heerlijkheid zullende zijn, is zij even onbeduidend in de ogen van haar Maker als het stofje in de weegschaal en de druppel aan de emmer. Hoe gering en zonder waarde is dan haar hoogste doel, haar verhevenste bestemming, haar meeste streven, haar edelste bezigheid, zonder de genade des Evangelies, in het oog van Hem Die de eeuwigheid bewoont?
Ja, is er wel in onze ogen iets dat bij onderzoek niet het zegel der ijdelheid draagt? dat alles wat in dit leven nagejaagd wordt – rijkdom, aanzien, geleerdheid, macht, vermaak – niet in de dood eindigt? De adem van Gods misnoegen doet spoedig alles wat rijk en machtig, hoog en trots is, in het graf nederdalen; want „de dag des Heeren der heirscharen zal zijn tegen alle hovaardige en hoge, en tegen alle verhevene, opdat hij vernederd worde” (Jesaja 2:12). Dus mag dat werk der genade aan het hart, waarbij de uitverkoren vaten van genade uit de macht der duisternis worden verlost en overgeplaatst in het koninkrijk van Gods lieve Zoon, een „hoge roeping” genoemd worden, want die roeping roept hen uit dat lage en nietige streven, dat aardse speelgoed, die lage en zinnelijke lusten, waarin de kinderen der mensen tegelijkertijd hun geluk en hun verderf zoeken, tot de kennis en het genot dier „dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods.”
’k Zal in Uwe tent verkeren,
Heer der heren,
voor Uw oog in eeuwigheid.
’k Zal op U mijn vast vertrouwen
altoos bouwen,
door Uw vleug’len overspreid.
Ps. 61:3
Aan de lezer…
Wanneer u eerlijk nagaat waar uw gedachten vandaag naartoe gaan, hoeveel ervan gaan dan uit naar wat beneden is? Naar zorgen en zaken, naar wat de mensen van u denken, naar wat u nog hoopt te bereiken? Laten wij eerlijk erkennen dat alles wat in dit leven nagejaagd wordt, rijkdom, aanzien, geleerdheid, macht en vermaak, het zegel der ijdelheid draagt en in de dood eindigt. Het is maar stof in de weegschaal in de ogen van Hem Die de eeuwigheid bewoont.
Voelt u hoe vast uw hart toch aan dat aardse speelgoed blijft hangen? Dan is het genade dat de Heere van een hoge roeping spreekt. Hij roept Zijn volk uit dat lage streven en brengt het over in het koninkrijk van Zijn lieve Zoon. Hef dan uw ogen op. Bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods. Daar is uw schat, en daar is wat blijft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Kolossenzen 3:2
Alles op aarde is, gezien door de ogen van de Majesteit van de hemel, laag en nietig. De aarde is immers niets meer dan een grote klomp stof. Afgezien ervan dat zij de plaats is geweest van het lijden en het offer van de Verlosser, dat zij nu de woonplaats is van Zijn lijdende volk en dat zij later het toneel van Zijn heerlijkheid zal zijn, is zij als zodanig in de ogen van haar Maker even onbeduidend als het stofje op de weegschaal en de druppel aan de emmer. Hoe gering en waardeloos is dan haar hoogste doel, haar verhevenste bestemming, haar grootste streven en haar edelste bezigheid, zonder de genade van het Evangelie, in het oog van Hem Die de eeuwigheid bewoont!
Ja, is er in onze ogen wel iets dat bij onderzoek niet het zegel van de ijdelheid draagt? Eindigt niet alles wat in dit leven nagejaagd wordt, rijkdom, aanzien, geleerdheid, macht en vermaak, in de dood? De adem van Gods misnoegen doet alles wat rijk en machtig, hoog en trots is, spoedig in het graf neerdalen; want „de dag des Heeren der heirscharen zal zijn tegen alle hovaardige en hoge, en tegen alle verhevene, opdat hij vernederd worde” (Jesaja 2:12).
Daarom mag het werk van de genade in het hart, waardoor de uitverkoren vaten van genade verlost worden uit de macht van de duisternis en overgezet in het koninkrijk van Gods lieve Zoon, een „hoge roeping” genoemd worden. Want die roeping roept hen weg uit dat lage en nietige streven, dat aardse speelgoed, die lage en zinnelijke lusten, waarin de mensenkinderen tegelijk hun geluk en hun verderf zoeken. Zij roept hen tot de kennis en het genot van die „dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods.”
’k Zal in Uwe tent verkeren,
Heer der heren,
voor Uw oog in eeuwigheid.
’k Zal op U mijn vast vertrouwen
altoos bouwen,
door Uw vleug’len overspreid.
Ps. 61:3
Aan de lezer…
Wanneer u eerlijk nagaat waar uw gedachten vandaag naartoe gaan, hoeveel ervan gaan dan uit naar wat beneden is? Naar zorgen en zaken, naar wat de mensen van u denken, naar wat u nog hoopt te bereiken? Laten wij eerlijk erkennen dat alles wat in dit leven nagejaagd wordt, rijkdom, aanzien, geleerdheid, macht en vermaak, het zegel van de ijdelheid draagt en in de dood eindigt. Het is maar stof op de weegschaal in de ogen van Hem Die de eeuwigheid bewoont.
Voelt u hoe vast uw hart toch aan dat aardse speelgoed blijft hangen? Dan is het genade dat de Heere van een hoge roeping spreekt. Hij roept Zijn volk weg uit dat lage streven en brengt het over in het koninkrijk van Zijn lieve Zoon. Hef dan uw ogen op. Bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand van God. Daar is uw schat, en daar is wat blijft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Set your affection on things above, not on things on the earth.
Colossians 3:2
Everything upon earth, as viewed by the eyes of the Majesty of heaven, is base and paltry. Earth is after all, nothing but a huge clod of dust, and as such, apart from its having been once the place of the Redeemer’s sufferings and sacrifice, being now the habitation of His suffering people, and to be hereafter the scene of His glory, as insignificant in the eyes of its Maker as the small dust of the balance, or the drop of the bucket.
What, then, are its highest objects, its loftiest aims, its grandest pursuits, its noblest employments, short of the grace of the gospel, in the sight of Him Who inhabits eternity, but base and worthless? No, even in our eyes is there not one consideration that when felt stamps vanity upon them all?–that all earth’s pursuits, whatever high accomplishments men may reach in this life, be it of wealth, rank, learning, power, or pleasure, end in death? The breath of God’s displeasure soon lays low in the grave all that is rich and mighty, high and proud; for “the day of the Lord of hosts shall be upon every one that is proud and lofty, and upon every one that is lifted up; and he shall be brought low” (Isaiah 2:12).
Thus that effectual work of grace on the heart, whereby the chosen vessels of mercy are delivered from the power of darkness and translated into the kingdom of God’s dear Son, may well be termed a “high calling,” for it calls them out of those low, groveling pursuits, those earthly toys, those base and sensual lusts in which the children of men seek at once their happiness and their ruin, unto the knowledge and enjoyment of those things which are above, where Christ sits on the right hand of God.
To the reader…
If you honestly consider where your thoughts go today, how many of them go out to the things below? To cares and business, to what people think of you, to what you still hope to achieve? Let us honestly acknowledge that everything pursued in this life, wealth, rank, learning, power and pleasure, bears the stamp of vanity and ends in death. It is but the small dust of the balance in the eyes of Him Who inhabits eternity.
Do you feel how firmly your heart still clings to those earthly toys? Then it is grace that the Lord speaks of a high calling. He calls His people away from those low pursuits and translates them into the kingdom of His dear Son. Lift up your eyes, then. Set your affection on things above, where Christ sits on the right hand of God. There is your treasure, and there is what endures.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Poned la mira en las cosas de arriba, no en las de la tierra.
Colosenses 3:2
Todo lo que hay sobre la tierra, visto con los ojos de la Majestad del cielo, es vil y mezquino. La tierra, después de todo, no es más que un enorme terrón de polvo, y como tal, aparte de haber sido una vez el lugar de los sufrimientos y del sacrificio del Redentor, de ser ahora la morada de Su pueblo sufriente y de haber de ser en el futuro el escenario de Su gloria, es tan insignificante a los ojos de su Hacedor como el orín del peso o la gota de un acetre.
¿Qué son, pues, sus objetos más altos, sus metas más elevadas, sus empresas más grandiosas, sus ocupaciones más nobles, fuera de la gracia del evangelio, a la vista de Aquel que habita la eternidad, sino cosas viles y sin valor? Más aún, incluso a nuestros ojos, ¿no hay una consideración que, cuando se siente, imprime el sello de la vanidad sobre todas ellas?: que todas las empresas de la tierra, cualesquiera que sean los altos logros que los hombres alcancen en esta vida, sea de riqueza, rango, erudición, poder o placer, terminan en la muerte. El soplo del desagrado de Dios pronto abate en la tumba todo lo que es rico y poderoso, alto y soberbio; porque “día de Jehová de los ejércitos vendrá sobre todo soberbio y altivo, y sobre todo ensalzado, y será abatido” (Isaías 2:12).
Así, esa obra eficaz de la gracia en el corazón, por la cual los vasos escogidos de misericordia son librados de la potestad de las tinieblas y trasladados al reino del amado Hijo de Dios, bien puede llamarse una “soberana vocación”, porque los llama a salir de aquellas empresas bajas y rastreras, de aquellos juguetes terrenales, de aquellas concupiscencias viles y sensuales en las que los hijos de los hombres buscan a la vez su felicidad y su ruina, al conocimiento y al gozo de las cosas de arriba, donde está Cristo sentado a la diestra de Dios.
Al lector…
Si considera con sinceridad adónde van hoy sus pensamientos, ¿cuántos de ellos se dirigen a las cosas de abajo? ¿A preocupaciones y negocios, a lo que la gente piensa de usted, a lo que todavía espera lograr? Reconozcamos con sinceridad que todo lo que se persigue en esta vida, riqueza, rango, erudición, poder y placer, lleva el sello de la vanidad y termina en la muerte. No es más que el orín del peso a los ojos de Aquel que habita la eternidad.
¿Siente cuán firmemente su corazón todavía se aferra a esos juguetes terrenales? Entonces es gracia que el Señor hable de una soberana vocación. Él llama a Su pueblo a apartarse de esas empresas bajas y los traslada al reino de Su amado Hijo. Alce, pues, sus ojos. Ponga la mira en las cosas de arriba, donde Cristo está sentado a la diestra de Dios. Allí está su tesoro, y allí está lo que permanece.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Christus’ hemelvaart
Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus.
Hebreeën 6:20
We moeten nog een ander aspect beschouwen van onze gezegende Heere, Die de voorhoven der zaligheid is ingegaan. Hij is erheen gegaan als de Voorloper van Zijn kinderen, zoals de apostel zegt: „Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid” (Hebr. 6:20). Hoe zalig troostte de Heere Zijn treurende leerlingen toen Hij tegen hen zei: „In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden” (Joh. 14:2). Hij is erheen gegaan om Zijn en hun eeuwige huis van tevoren in bezit te nemen, want Hij is opgevaren tot Zijn Vader en hun Vader, tot Zijn God en hun God (Joh. 20:17). Hij heeft de hemel als het ware met nieuwe schoonheid, nieuw geluk en nieuwe heerlijkheid gevuld.
Zijn schitterende Godheid, die door Zijn smetteloze en verheerlijkte mensheid heen schijnt, verlicht de hemel met een bijzondere heerlijkheid, want Hij heeft de strijd gestreden en overwonnen; Hij heeft alle voorafschaduwingen en beelden van het Oude Testament vervuld, alle doelen van het eeuwige verbond uitgevoerd; God verheerlijkt door Zich in de hoogste gehoorzaamheid aan Zijn wil te onderwerpen, en is, nadat Hij het werk dat de Vader Hem had opgedragen, had voltooid, zegepralend teruggekeerd naar de voorhoven der zaligheid om de beloning voor Zijn vernedering, lijden en dood te ontvangen. In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk. Zijn heerlijke Persoon als Immanuël is het voorwerp van hemelse lof en bewondering geworden. De uitverkoren engelen, die Hij heeft bevestigd in hun positie, aanbidden Hem als God-mens, en de geesten van de volmaakt rechtvaardigen vereren Hem samen met de engelenscharen.
Lezen: Hebreeën 6:9-21
Aan de lezer…
Soms voelt u zich hier beneden een vreemdeling, moe van de strijd en verlangend naar rust. Zie dan omhoog, waar de Voorloper voor u is ingegaan. Hij is niet heengegaan om Zijn kinderen achter te laten, maar om hun plaats te bereiden. Zoals Hij Zijn treurende leerlingen troostte met de vele woningen in het huis Zijns Vaders, zo spreekt Hij ook tot uw bekommerde hart.
Hij heeft de strijd gestreden en overwonnen; het werk dat de Vader Hem opdroeg, is volbracht. Wat u in uzelf mist, is in Hem volkomen aanwezig, want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk. Waar Hij is, daar is het eeuwige huis van al de Zijnen. Laat uw hoop daarom niet rusten op uw eigen gestalte, maar op Hem, Die als Hogepriester in der eeuwigheid voor u in de hemel staat.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus.
Hebreeën 6:20
We moeten nog een ander aspect bekijken van onze gezegende Heere, Die de voorhoven van de zaligheid is binnengegaan. Hij is daar binnengegaan als de Voorloper van Zijn kinderen, zoals de apostel zegt: „Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid” (Hebr. 6:20). Hoe zalig troostte de Heere Zijn treurende discipelen toen Hij tegen hen zei: „In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden” (Joh. 14:2). Hij is daarheen gegaan om Zijn en hun eeuwig huis van tevoren in bezit te nemen, want Hij is opgevaren tot Zijn Vader en hun Vader, tot Zijn God en hun God (Joh. 20:17). Hij heeft de hemel als het ware vervuld met nieuwe schoonheid, nieuw geluk en nieuwe heerlijkheid.
Zijn stralende Godheid, die door Zijn smetteloze en verheerlijkte mensheid heen schijnt, verlicht de hemel met een bijzondere heerlijkheid. Want Hij heeft de strijd gestreden en overwonnen. Hij heeft alle voorafschaduwingen en beelden van het Oude Testament vervuld en alle doelen van het eeuwig verbond uitgevoerd. Hij heeft God verheerlijkt door Zich in de hoogste gehoorzaamheid aan Zijn wil te onderwerpen. En nadat Hij het werk had voltooid dat de Vader Hem had opgedragen, is Hij zegepralend teruggekeerd naar de voorhoven van de zaligheid, om de beloning voor Zijn vernedering, lijden en dood te ontvangen. In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk. Zijn heerlijke Persoon als Immanuël is het voorwerp van hemelse lof en bewondering geworden. De uitverkoren engelen, die Hij in hun staat heeft bevestigd, aanbidden Hem als God en mens, en de geesten van de volmaakte rechtvaardigen vereren Hem samen met de engelenscharen.
Lezen: Hebreeën 6:9-21
Aan de lezer…
Soms voelt u zich hier beneden een vreemdeling, moe van de strijd en verlangend naar rust. Kijk dan omhoog, waar de Voorloper voor u is ingegaan. Hij is niet heengegaan om Zijn kinderen achter te laten, maar om hun plaats te bereiden. Zoals Hij Zijn treurende discipelen troostte met de vele woningen in het huis van Zijn Vader, zo spreekt Hij ook tot uw bekommerde hart.
Hij heeft de strijd gestreden en overwonnen; het werk dat de Vader Hem opdroeg, is volbracht. Wat u in uzelf mist, is in Hem volkomen aanwezig, want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk. Waar Hij is, daar is het eeuwige huis van al de Zijnen. Laat uw hoop daarom niet rusten op uw eigen gestalte, maar op Hem, Die als Hogepriester in der eeuwigheid voor u in de hemel is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Whither the Forerunner is for us entered, even Jesus.
Hebrews 6:20
We must look at yet another aspect of our blessed Lord, Who has entered into the courts of bliss. He has entered there as the Forerunner of His children, as the apostle says: “Whither the Forerunner is for us entered, even Jesus, made an High Priest for ever after the order of Melchisedec” (Heb. 6:20). How blessedly the Lord comforted His sorrowing disciples when He said to them, “In My Father’s house are many mansions: if it were not so, I would have told you. I go to prepare a place for you” (John 14:2). He has gone there to take possession beforehand of His and their eternal home, for He has ascended to His Father and their Father, to His God and their God (John 20:17). He has, as it were, filled heaven with new beauty, new happiness and new glory.
His radiant Godhead, shining through His spotless and glorified humanity, lights up heaven with a special glory. For He has fought the fight and conquered. He has fulfilled all the types and figures of the Old Testament and carried out all the purposes of the everlasting covenant. He has glorified God by submitting Himself in the highest obedience to His will. And having finished the work which the Father gave Him to do, He has returned in triumph to the courts of bliss, to receive the reward of His humiliation, sufferings and death.
In Him dwelleth all the fulness of the Godhead bodily. His glorious Person as Immanuel has become the object of heavenly praise and admiration. The elect angels, whom He has confirmed in their state, worship Him as God and Man, and the spirits of just men made perfect adore Him together with the angelic hosts.
Reading: Hebrews 6:9-21
To the reader…
Sometimes you feel a stranger here below, weary of the conflict and longing for rest. Then look up, to where the Forerunner has entered for you. He did not go away to leave His children behind, but to prepare their place. As He comforted His sorrowing disciples with the many mansions in His Father’s house, so He speaks also to your troubled heart.
He has fought the fight and conquered; the work the Father gave Him to do is finished. What you lack in yourself is perfectly present in Him, for in Him dwells all the fulness of the Godhead bodily. Where He is, there is the eternal home of all His own. So let your hope not rest on your own frame of mind, but on Him, Who is in heaven for you as a High Priest for ever.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Donde entró por nosotros como Precursor Jesús.
Hebreos 6:20
Debemos considerar todavía otro aspecto de nuestro bendito Señor, que ha entrado en los atrios de la bienaventuranza. Ha entrado allí como el Precursor de Sus hijos, como dice el apóstol: “Donde entró por nosotros como Precursor Jesús, hecho Pontífice eternalmente según el orden de Melquisedec” (Heb. 6:20). ¡Con qué bendición consoló el Señor a Sus discípulos entristecidos cuando les dijo: “En la casa de Mi Padre muchas moradas hay: de otra manera os lo hubiera dicho: voy, pues, a preparar lugar para vosotros” (Juan 14:2)! Ha ido allí para tomar posesión de antemano de Su hogar eterno y del de ellos, porque ha subido a Su Padre y Padre de ellos, a Su Dios y Dios de ellos (Juan 20:17). Ha llenado, por así decirlo, el cielo de nueva hermosura, nueva dicha y nueva gloria.
Su radiante Deidad, resplandeciendo a través de Su humanidad inmaculada y glorificada, ilumina el cielo con una gloria especial. Porque Él ha peleado la batalla y ha vencido. Ha cumplido todos los tipos y figuras del Antiguo Testamento y ha llevado a cabo todos los propósitos del pacto eterno. Ha glorificado a Dios sometiéndose en la más alta obediencia a Su voluntad. Y habiendo acabado la obra que el Padre le dio que hiciese, ha vuelto en triunfo a los atrios de la bienaventuranza, para recibir la recompensa de Su humillación, Sus sufrimientos y Su muerte.
En Él habita toda la plenitud de la Divinidad corporalmente. Su gloriosa Persona como Emanuel se ha convertido en objeto de alabanza y admiración celestial. Los ángeles escogidos, a quienes Él ha confirmado en su estado, le adoran como Dios y Hombre, y los espíritus de los justos hechos perfectos le adoran juntamente con las huestes angélicas.
Lectura: Hebreos 6:9-21
Al lector…
A veces se siente usted extranjero aquí abajo, cansado de la lucha y anhelando descanso. Entonces mire hacia arriba, adonde el Precursor ha entrado por usted. Él no se fue para dejar atrás a Sus hijos, sino para preparar su lugar. Así como consoló a Sus discípulos entristecidos con las muchas moradas en la casa de Su Padre, así habla también a su corazón turbado.
Él ha peleado la batalla y ha vencido; la obra que el Padre le dio que hiciese está acabada. Lo que a usted le falta en sí mismo está perfectamente presente en Él, porque en Él habita toda la plenitud de la Divinidad corporalmente. Donde Él está, allí está el hogar eterno de todos los Suyos. Deje, pues, que su esperanza no descanse en su propio estado de ánimo, sino en Él, que está en el cielo por usted como Pontífice para siempre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de Heere zijn gerechtigheden en sterkte.
Jesaja 45:24
Hebt gij al geleerd dat gij een zondaar zijt in het oog van God? Hebt gij ooit gevoeld de uitgebreidheid en geestelijkheid van Zijn heilige wet? Gevoelt gij in uw ziel dat, zonder de gerechtigheid van Christus toegepast en Zijn bloed op uw consciëntie gesprenkeld, gij in uw zonden moet sterven en gij nooit het hemelse strand zult bereiken? Is dit ooit geweest, of is het nog een zaak van ernstige bekommering? Heeft dit ooit zuchtingen en smekingen uit het hart doen voortbrengen? Is u de Geest des gebeds ooit gegeven, waardoor gij met de Heere kondt worstelen om de vergeving uwer zonden, krachtens de verdiensten van een gekruiste Middelaar? En hebt gij enige hoop, alleen in Zijn bloed, gerechtigheid en volbracht werk?
Nu, als het de Heere behaagd heeft uw ziel in die weg te oefenen, doch als Hij u tot nog toe niet de begeerte uws harten geschonken heeft, Hij zal gewisselijk ter bestemder tijd Zijn beminde Zoon als de Verlosser in uw ziel openbaren, Die u van dood en hel heeft vrijgekocht; Hij zal Zijn verzoenend bloed in uw consciëntie toepassen, Zijn heerlijke gerechtigheid nabij brengen, Zijn stervende liefde uitstorten in uw hart, u geloof geven en versterken en het doen wassen tot een gegronder verzekering van uw aandeel in de Zoon Zijner liefde. Of indien uw openbaringen niet zeer helder en klaar zijn, dan zal Hij u geven een goede hoop door genade, als een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is; en Hij zal uw genegenheden doen uitgaan tot die gezegende Heere, Die zit aan de rechterhand van de Vader, in kracht, majesteit en heerlijkheid. En wanneer Hij dit nu doet, dan stelt Hij de gelovige, aldus begunstigd, in staat deze woorden op de lippen te nemen: „In de Heere heb ik gerechtigheden.” Dit kan hij tevoren niet zeggen.
Hij moge het weten dat er geen gerechtigheid is dan in de Heere, hij moge zijn eigen gerechtigheid verloochenen, hij moge zeer diep in schuld en dienstbaarheid zijn nedergezonken, maar tenzij het de Geest des Heeren behaagt hem in de vrijheid te stellen, kan hij niet in vrijheid te voorschijn komen; tenzij hij het getuigenis van de Geest heeft, kan hij niet zeggen: „Abba, Vader.” Doch wanneer het de Heere behaagt Zijn gerechtigheid nabij te brengen, Zijn stervende liefde te openbaren en deze door Goddelijke kracht in zijn hart uit te storten, dan kan hij zeggen: „In de Heere heb ik gerechtigheid.” En als hij deze heeft, begeert hij geen andere; zij is volmaakt, en van geen andere kan dit gezegd worden. Zij is aangenaam voor God, zij is geldig in het hof des hemels; zij zal hem onderschragen in alle stormen des tijds; zij zal zijn stervenspeluw verzachten en hem veilig doen aanlanden in de eeuwige heerlijkheid.
Aan de lezer…
U die geleerd hebt dat u een zondaar bent in het oog van God, en dat u zonder de gerechtigheid van Christus in uw zonden moet sterven, weet wat het is daarover ernstig bekommerd te zijn, zodat u zucht en smeekt. Misschien kunt u nog niet zeggen: „In de Heere heb ik gerechtigheden.” U weet dat er geen andere gerechtigheid is, u verloochent de uwe, en toch blijft u in schuld en dienstbaarheid. Dat is een zware plaats, en niemand kan zichzelf eruit bevrijden.
Maar heeft de Heere uw ziel zo geoefend, dan zal Hij ter bestemder tijd Zijn Zoon in uw ziel openbaren, Zijn bloed op uw consciëntie toepassen en Zijn gerechtigheid nabij brengen. En is het nog niet helder, Hij kan u een goede hoop door genade geven, als een anker der ziel, zeker en vast. Die gerechtigheid is volmaakt en geldig in het hof des hemels. Zij zal u onderschragen in alle stormen en uw stervenspeluw verzachten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de Heere zijn gerechtigheden en sterkte.
Jesaja 45:24
Hebt u al geleerd dat u een zondaar bent in de ogen van God? Hebt u ooit de omvang en geestelijkheid van Zijn heilige wet gevoeld? Voelt u in uw ziel dat u, zonder dat de gerechtigheid van Christus wordt toegepast en Zijn bloed op uw geweten wordt gesprenkeld, in uw zonden moet sterven en nooit de hemelse kust zult bereiken? Is dit ooit zo geweest, of is het nog een zaak van ernstige bekommering? Heeft dit ooit zuchten en smeken uit uw hart doen opkomen? Is u ooit de Geest van het gebed gegeven, waardoor u met de Heere kon worstelen om de vergeving van uw zonden, op grond van de verdiensten van een gekruisigde Middelaar? En hebt u enige hoop, alleen in Zijn bloed, gerechtigheid en volbracht werk?
Als het de Heere behaagd heeft uw ziel op die weg te oefenen, maar Hij u tot nu toe de begeerte van uw hart nog niet geschonken heeft, dan zal Hij zeker op de bestemde tijd Zijn geliefde Zoon in uw ziel openbaren als de Verlosser Die u van dood en hel heeft vrijgekocht. Hij zal Zijn verzoenend bloed op uw geweten toepassen, Zijn heerlijke gerechtigheid nabij brengen en Zijn stervende liefde in uw hart uitstorten. Hij zal u geloof geven en het versterken en laten groeien tot een vastere verzekering van uw deel aan de Zoon van Zijn liefde. Of als uw openbaringen niet erg helder en duidelijk zijn, dan zal Hij u een goede hoop door genade geven, als een anker van de ziel, dat zeker en vast is. En Hij zal uw genegenheden doen uitgaan naar die gezegende Heere Die zit aan de rechterhand van de Vader, in kracht, majesteit en heerlijkheid. En wanneer Hij dit doet, stelt Hij de gelovige die zo begunstigd wordt, in staat deze woorden in de mond te nemen: „In de Heere heb ik gerechtigheden.” Dat kan hij daarvóór niet zeggen.
Hij mag weten dat er geen gerechtigheid is dan in de Heere, hij mag zijn eigen gerechtigheid verloochenen, hij mag heel diep in schuld en dienstbaarheid zijn weggezonken, maar tenzij het de Geest van de Heere behaagt hem in vrijheid te stellen, kan hij niet in vrijheid tevoorschijn komen. Tenzij hij het getuigenis van de Geest heeft, kan hij niet zeggen: „Abba, Vader.” Maar wanneer het de Heere behaagt Zijn gerechtigheid nabij te brengen, Zijn stervende liefde te openbaren en die door Goddelijke kracht in zijn hart uit te storten, dan kan hij zeggen: „In de Heere heb ik gerechtigheid.” En als hij die heeft, begeert hij geen andere. Zij is volmaakt, en van geen andere kan dat gezegd worden. Zij is aangenaam voor God en geldig in het hof van de hemel. Zij zal hem staande houden in alle stormen van de tijd, zij zal zijn sterfbed verzachten en hem veilig doen aankomen in de eeuwige heerlijkheid.
Aan de lezer…
U die geleerd hebt dat u een zondaar bent in de ogen van God, en dat u zonder de gerechtigheid van Christus in uw zonden moet sterven, weet wat het is daarover ernstig bekommerd te zijn, zodat u zucht en smeekt. Misschien kunt u nog niet zeggen: „In de Heere heb ik gerechtigheden.” U weet dat er geen andere gerechtigheid is, u verloochent de uwe, en toch blijft u in schuld en dienstbaarheid. Dat is een zware plaats, en niemand kan zichzelf eruit bevrijden.
Maar als de Heere uw ziel zo geoefend heeft, dan zal Hij op de bestemde tijd Zijn Zoon in uw ziel openbaren, Zijn bloed op uw geweten toepassen en Zijn gerechtigheid nabij brengen. En is het nog niet helder, dan kan Hij u een goede hoop door genade geven, als een anker van de ziel, zeker en vast. Die gerechtigheid is volmaakt en geldig in het hof van de hemel. Zij zal u staande houden in alle stormen en uw sterfbed verzachten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Surely, shall one say, in the LORD have I righteousness and strength.
Isaiah 45:24
Have you yet learned that you are a sinner in the sight of God? Have you ever felt the length, breadth, and spirituality of His holy law? Do you feel in your very soul that without Christ’s righteousness being imputed to you, and His blood being sprinkled upon your conscience, you must die in your sins and never reach the heavenly shore? Has this ever been, or is it still a matter of anxious solicitude to you? Has it ever caused sighs and groans to come out of your heart? Has the spirit of prayer ever been given, to make you plead with the Lord for the forgiveness of your sins, through the merits of a crucified Savior? And have you any hope but in His blood, righteousness, and finished work?
Now if the Lord has been pleased to exercise your soul in this way, if He has not yet granted the longing desire of your heart, He certainly will in due time reveal His dear Son in you as the God-man Who has saved you from death and hell; He will apply His atoning blood to your conscience, bring near His glorious righteousness, shed abroad His dying love, give and strengthen faith, and draw it forth into a blessed assurance of your saving interest in the Son of His love.
Or if your manifestations should not be very bright and conspicuous, He will give you a good hope through grace, as an anchor of the soul both sure and steadfast; and will draw up your affections to that blessed Lord Who sits at the right hand of the Father in power, majesty, and glory. And as He does this, He enables the believer thus favored and blessed to take these words into his lips, “In the Lord have I righteousness.”
He cannot say it before. He may know that there is no righteousness but in the Lord; he may have utterly renounced his own; he may have sunk very deep into guilt and bondage; but until the Lord the Spirit is pleased to liberate him, he cannot come forth into liberty; until he has the witness of the Spirit he cannot cry, “Abba, Father.”
But when the Lord is pleased to bring near His righteousness, to reveal His dying love, and to shed it abroad in his heart by divine power, then he can say, “In the Lord have I righteousness.” And when he has this, he wants no other; it is complete, which no other can be. It is acceptable to God; it is available in the courts of heaven; it will bear him up through all the storms of time; it will smooth a dying pillow, and land him safely in a glorious eternity.
To the reader…
You who have learned that you are a sinner in the sight of God, and that without the righteousness of Christ you must die in your sins, know what it is to be deeply troubled about this, so that you sigh and plead. Perhaps you cannot yet say: “In the LORD have I righteousness.” You know there is no other righteousness, you renounce your own, and still you remain in guilt and bondage. That is a heavy place, and no one can set himself free from it.
But if the Lord has exercised your soul in this way, then at the appointed time He will reveal His Son in your soul, apply His blood to your conscience and bring His righteousness near. And if it is not yet clear, He can give you a good hope through grace, as an anchor of the soul, both sure and steadfast. That righteousness is perfect and valid in the courts of heaven. It will hold you up in all the storms and smooth your dying pillow.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y diráse de Mí: Ciertamente en Jehová está la justicia y la fuerza.
Isaías 45:24
¿Ha aprendido usted ya que es un pecador a los ojos de Dios? ¿Ha sentido alguna vez la longitud, la anchura y la espiritualidad de Su santa ley? ¿Siente en lo más hondo de su alma que, si la justicia de Cristo no le es imputada y Su sangre no es rociada sobre su conciencia, morirá en sus pecados y nunca llegará a la orilla celestial? ¿Ha sido esto alguna vez, o es todavía, motivo de ansiosa preocupación para usted? ¿Le ha hecho alguna vez brotar suspiros y gemidos del corazón? ¿Le ha sido dado alguna vez el espíritu de oración, para hacerle suplicar al Señor el perdón de sus pecados por los méritos de un Salvador crucificado? ¿Y tiene usted alguna esperanza fuera de Su sangre, Su justicia y Su obra consumada?
Ahora bien, si al Señor le ha placido ejercitar su alma de esta manera, aunque todavía no le haya concedido el anhelo de su corazón, ciertamente a Su debido tiempo revelará en usted a Su amado Hijo como el Dios-Hombre que le ha salvado de la muerte y del infierno; aplicará Su sangre expiatoria a su conciencia, acercará Su gloriosa justicia, derramará Su amor hasta la muerte, dará y fortalecerá la fe, y la llevará a una bendita seguridad de su parte salvadora en el Hijo de Su amor.
O, si sus manifestaciones no fueran muy claras y señaladas, le dará una buena esperanza por gracia, como ancla del alma, segura y firme; y atraerá sus afectos hacia aquel bendito Señor que está sentado a la diestra del Padre en poder, majestad y gloria. Y al hacer esto, capacita al creyente así favorecido y bendecido para tomar en sus labios estas palabras: “En Jehová tengo justicia.”
No puede decirlo antes. Puede saber que no hay justicia sino en el Señor; puede haber renunciado por completo a la suya propia; puede haberse hundido muy hondo en la culpa y la servidumbre; pero hasta que al Señor el Espíritu le plazca libertarle, no puede salir a la libertad; hasta que tenga el testimonio del Espíritu, no puede clamar: “Abba, Padre.”
Pero cuando al Señor le place acercar Su justicia, revelar Su amor hasta la muerte y derramarlo en su corazón por poder divino, entonces puede decir: “En Jehová tengo justicia.” Y cuando tiene esta, no quiere otra; es completa, como ninguna otra puede serlo. Es aceptable a Dios; es válida en los atrios del cielo; le sostendrá en todas las tormentas del tiempo; suavizará su almohada en la hora de la muerte y le hará llegar a salvo a una eternidad gloriosa.
Al lector…
Usted que ha aprendido que es un pecador a los ojos de Dios, y que sin la justicia de Cristo ha de morir en sus pecados, sabe lo que es estar profundamente turbado por ello, de modo que suspira y suplica. Quizá todavía no pueda decir: “En Jehová tengo justicia.” Sabe que no hay otra justicia, renuncia a la suya propia, y aun así permanece en culpa y servidumbre. Es un lugar pesado, y nadie puede librarse de él por sí mismo.
Pero si el Señor ha ejercitado su alma de esta manera, a Su tiempo señalado revelará a Su Hijo en su alma, aplicará Su sangre a su conciencia y acercará Su justicia. Y si todavía no está claro, puede darle una buena esperanza por gracia, como ancla del alma, segura y firme. Esa justicia es perfecta y válida en los atrios del cielo. Le sostendrá en todas las tormentas y suavizará su almohada en la hora de la muerte.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl