6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Opdat de God onzes Heeren Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis.
Efeze 1:17
Openbaring betekent letterlijk een ontbloten of ontsluieren van iets dat bedekt was. Het wordt daarom somtijds gebruikt voor bekendmaken of aan het licht brengen wat in duisternis verborgen is geweest. Deze openbaring is dus óf uitwendig in het Woord, óf inwendig in de ziel, en die twee komen juist overeen en zijn tegenhangers van elkander. Zodra door de kracht der Goddelijke genade een ongelovig zondaar zich tot God wendt, neemt de Geest der openbaring de sluier weg van de Schrift en van zijn hart. Hebben wij dat zelf niet bij ervaring?
Wat was Gods Woord vroeger een gesloten boek voor ons! Hoe lazen wij het of hoorden wij het lezen zonder dat een enkele straal van licht de donkere bladzijde verlichtte; en welk een dikke sluier van onkunde, ongeloof, vooroordeel, eigengerechtigheid en onboetvaardigheid lag daar op ons hart! Maar de genadige Geest der openbaring nam die dubbele sluier weg, en door ons het levenslicht te geven, maakte Hij Gods Woord een nieuw boek voor ons en gaf ons een nieuw hart; en van de dag af dat de ingang van Zijn Woord ons licht gaf, is Gods Woord voor ons geweest een lamp voor onze voet en een licht op ons pad.
Maar hoofdzakelijk is de Geest der openbaring gegeven om ons een geestelijke en zaligende kennis van Christus te geven. Zonder die gezegende Geest der openbaring kan Christus niet krachtig en zaligend gekend worden. Toen Petrus die edele belijdenis van zijn geloof in Christus als „de Zoon des levenden Gods” deed, zeide de Heere daarom tot hem: „Zalig zijt gij, Bar-Jona; want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Ik heb voor mij al Uw getuigenis
ter eeuwig’ erv’ volwaardig aangenomen,
naardien mijn hart daardoor vervrolijkt is.
Ik heb gepoogd mijn lusten in te tomen
en ’t hart geneigd, om eeuwig en gewis
ten einde toe Uw wetten na te komen.
Ps. 119:56
Aan de lezer…
Hoe vaak leest u in Gods Woord als in een gesloten boek, zonder dat een enkele straal van licht de donkere bladzijde verlicht! Of herinnert u zich de dag dat de ingang van Zijn Woord u licht gaf? Een dikke sluier van onkunde, ongeloof en eigengerechtigheid ligt van nature op ons aller hart, en geen mens kan die wegnemen. Vlees en bloed openbaart Christus niet; dat doet alleen de Vader door de Geest der openbaring.
Ligt die sluier nog zwaar op u, of is het weer donker geworden in uw ziel, bid dan om de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis. Hij Die eenmaal het Woord tot een nieuw boek maakte, kan het opnieuw doen. En is Christus u ooit krachtig geopenbaard, zalig bent u; dat hebt u niet uit uzelf, maar van de Vader der heerlijkheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat de God onzes Heeren Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis.
Efeze 1:17
Openbaring betekent letterlijk het ontbloten of ontsluieren van iets wat bedekt was. Daarom wordt het soms gebruikt voor het bekendmaken of aan het licht brengen van wat in duisternis verborgen was. Deze openbaring is dus óf uitwendig in het Woord, óf inwendig in de ziel, en die twee komen precies overeen en zijn elkaars tegenhangers. Zodra een ongelovige zondaar zich door de kracht van de goddelijke genade tot God wendt, neemt de Geest der openbaring de sluier weg van de Schrift en van zijn hart. Hebben we dat zelf niet ervaren?
Wat was Gods Woord vroeger een gesloten boek voor ons! Hoe lazen we het, of hoorden we het lezen, zonder dat ook maar één straal van licht de donkere bladzijde verlichtte! En wat een dikke sluier van onwetendheid, ongeloof, vooroordeel, eigengerechtigheid en onboetvaardigheid lag er op ons hart! Maar de genadige Geest der openbaring nam die dubbele sluier weg. Door ons het levenslicht te geven, maakte Hij Gods Woord tot een nieuw boek voor ons en gaf Hij ons een nieuw hart. En vanaf de dag dat de ingang van Zijn Woord ons licht gaf, is Gods Woord voor ons een lamp voor onze voet en een licht op ons pad geweest.
Maar de Geest der openbaring is vooral gegeven om ons een geestelijke en zaligmakende kennis van Christus te geven. Zonder die gezegende Geest der openbaring kan Christus niet krachtig en zaligmakend gekend worden. Daarom zei de Heere tegen Petrus, toen die de edele belijdenis van zijn geloof in Christus als „de Zoon des levenden Gods” aflegde: „Zalig zijt gij, Bar-Jona; want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Ik heb voor mij al Uw getuigenis
ter eeuwig’ erv’ volwaardig aangenomen,
naardien mijn hart daardoor vervrolijkt is.
Ik heb gepoogd mijn lusten in te tomen
en ’t hart geneigd, om eeuwig en gewis
ten einde toe Uw wetten na te komen.
Ps. 119:56
Aan de lezer…
Hoe vaak leest u in Gods Woord als in een gesloten boek, zonder dat ook maar één straal van licht de donkere bladzijde verlicht! Of herinnert u zich de dag dat de ingang van Zijn Woord u licht gaf? Een dikke sluier van onwetendheid, ongeloof en eigengerechtigheid ligt van nature op ons aller hart, en geen mens kan die wegnemen. Vlees en bloed openbaart Christus niet; dat doet alleen de Vader door de Geest der openbaring.
Ligt die sluier nog zwaar op u, of is het weer donker geworden in uw ziel, bid dan om de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis. Hij Die eens het Woord tot een nieuw boek maakte, kan dat opnieuw doen. En is Christus u ooit krachtig geopenbaard, dan bent u zalig; dat hebt u niet uit uzelf, maar van de Vader der heerlijkheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That the God of our Lord Jesus Christ, the Father of glory, may give unto you the spirit of wisdom and revelation in the knowledge of Him.
Ephesians 1:17
Revelation means literally an uncovering or unveiling of a concealed or covered-up object. It is used, therefore, sometimes in the sense of manifesting, making known, or bringing to light, what had before been hidden in darkness and obscurity. This revelation is, therefore, either outward in the word, or inward in the soul, and the two strictly correspond to and are counterparts of each other. Immediately when, by the power of divine grace, a poor Gentile sinner turns to the Lord, the Spirit of revelation removes the veil off the Scriptures, and off his heart. Have we not found it so?
What a sealed book was the word of God once to us! How we read or heard it without one real ray of light to illuminate the dark page; and what a thick veil was there of ignorance, unbelief, prejudice, self-righteousness, and impenitence on our heart. But the gracious Spirit of revelation took this double veil away, and by giving us the light of life, made the word of God a new book, and gave us a new heart; and ever since the day when the entrance of His word gave us light, God’s word has been a lamp unto our feet, and a light unto our path.
But the Spirit of revelation is chiefly given to lead us into a spiritual, experimental, and saving knowledge of Christ. Without this blessed Spirit of revelation Christ cannot be effectually or savingly known. When, therefore, Peter made that noble confession of his faith in Christ as “the Son of the living God,” our Lord said to him—“Blessed are you, Simon son of Jonah; for flesh and blood has not revealed it unto you, but My Father Who is in heaven.”
To the reader…
How often you read God’s Word as a sealed book, without a single ray of light shining on the dark page! Or do you remember the day when the entrance of His Word gave you light? By nature a thick veil of ignorance, unbelief and self-righteousness lies on all our hearts, and no man can take it away. Flesh and blood does not reveal Christ; only the Father does that, through the Spirit of revelation.
Does that veil still lie heavy upon you, or has it grown dark again in your soul? Then pray for the spirit of wisdom and revelation in the knowledge of Him. He Who once made the Word a new book can do so again. And if Christ has ever been revealed to you with power, you are blessed; you did not have that from yourself, but from the Father of glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Que el Dios del Señor nuestro Jesucristo, el Padre de gloria, os dé espíritu de sabiduría y de revelación para Su conocimiento.
Efesios 1:17
Revelación significa literalmente el descubrir o desvelar un objeto oculto o cubierto. Por eso se usa a veces en el sentido de manifestar, dar a conocer o sacar a la luz lo que antes había estado escondido en tinieblas y oscuridad. Esta revelación es, por tanto, o exterior, en la Palabra, o interior, en el alma, y ambas se corresponden estrictamente y son contrapartes la una de la otra. En cuanto, por el poder de la gracia divina, un pobre pecador gentil se convierte al Señor, el Espíritu de revelación quita el velo de las Escrituras y de su corazón. ¿No lo hemos hallado así?
¡Qué libro sellado fue una vez para nosotros la Palabra de Dios! Cómo la leíamos u oíamos sin un solo rayo verdadero de luz que iluminara la página oscura; y qué velo tan grueso de ignorancia, incredulidad, prejuicio, justicia propia e impenitencia había sobre nuestro corazón. Pero el Espíritu de revelación, lleno de gracia, quitó este doble velo, y, dándonos la luz de la vida, hizo de la Palabra de Dios un libro nuevo y nos dio un corazón nuevo; y desde el día en que el principio de Su Palabra nos alumbró, la Palabra de Dios ha sido lámpara a nuestros pies y lumbrera a nuestro camino.
Pero el Espíritu de revelación se da principalmente para conducirnos a un conocimiento espiritual, experimental y salvador de Cristo. Sin este bendito Espíritu de revelación, Cristo no puede ser conocido eficaz ni salvadoramente. Por eso, cuando Pedro hizo aquella noble confesión de su fe en Cristo como “el Hijo del Dios viviente”, nuestro Señor le dijo: “Bienaventurado eres, Simón, hijo de Jonás; porque no te lo reveló carne ni sangre, mas Mi Padre que está en los cielos”.
Al lector…
¡Cuántas veces lee usted la Palabra de Dios como un libro sellado, sin que un solo rayo de luz brille sobre la página oscura! ¿O recuerda el día en que el principio de Su Palabra le alumbró? Por naturaleza, un velo grueso de ignorancia, incredulidad y justicia propia cubre todos nuestros corazones, y ningún hombre puede quitarlo. Carne ni sangre revelan a Cristo; solo el Padre lo hace, por el Espíritu de revelación.
¿Pesa todavía ese velo sobre usted, o se ha vuelto a oscurecer su alma? Entonces pida el espíritu de sabiduría y de revelación para Su conocimiento. Aquel que una vez hizo de la Palabra un libro nuevo puede volver a hacerlo. Y si Cristo le ha sido revelado alguna vez con poder, usted es bienaventurado; no lo tuvo de sí mismo, sino del Padre de gloria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Bevinding
Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde.
Psalm 74:12
Verlossingen zijn de belangrijke bewijzen waarnaar we moeten kijken. Geen andere bewijzen zullen een behoeftige, naakte ziel tevredenstellen, en een wijs mens zal voornamelijk naar die bewijzen kijken als hij anderen inschat. Hij zal beslist niet voorbijgaan aan het gezucht van de gevangene en zal er ook niet lichtvaardig over denken, maar hij zal in het losmaken van de ketenen van de geboeide gevangene een beter bewijs vinden dan in het feit dat hij in de gevangenis zit. En ook al vinden sommigen dat de diepgaandste prediking degene is die voornamelijk over de zonde gaat, ik twijfel er in het geheel niet aan dat die prediking het scherpst, en tegelijk het meest stichtend is, die vooral over verlossingen gaat. Dit is wel heel iets anders dan de oppervlakkige, droge dienst waarin geruststelling en troost worden gepredikt.
Verlossingen brengen beproevingen, verdriet en verzoekingen met zich mee. Moeilijkheden en verlossingen zijn de schalen van een weegschaal: als de ene boven is, is de andere beneden. Maar degenen die alleen van duisternis en ongeloof willen horen, hebben geen weegschaal, maar een schaal die is losgemaakt van de waagbalk. Degenen die alleen van geruststellingen willen horen, hebben de andere schaal, die ook van de waagbalk is gehaald. Ze zijn dieven en bedrieglijke wegers, die de schaal hebben gestolen en de waagbalk hebben achtergelaten. En omdat ze medeplichtigen zijn aan de diefstal, heeft de ene dief de ene schaal weggenomen, en zijn medeplichtige de andere.
Een eerlijk mens behoudt de waagbalk en laat de schalen eraan hangen, en hij zet degenen die lichtvaardig zijn en niet verzocht zijn op de schaal van beproevingen. Ze brengen hem totaal niet in beweging; ze worden te licht bevonden. Dan zet hij de treurigen in de schaal van verlossingen. De balk trilt, maar beweegt niet. Het is wereldse smart die de dood aanricht. Zij zijn ook te licht bevonden. Maar een levende ziel die verzocht is, zal de ene keer de ene schaal doen zakken, en een levende ziel die verlost is, zal een andere keer de andere schaal doen zakken, en zo in elk haar volle gewicht hebben.
Lezen: Psalm 74
Aan de lezer…
Misschien vraagt u zich af waar u naar moet omzien als u uw eigen staat wilt beoordelen. Alleen naar uw zuchten en uw ketenen, of ook naar de verlossingen? God is de Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde. Een behoeftige, naakte ziel wordt niet tevredengesteld met het feit dat zij in de gevangenis zit; zij hunkert ernaar dat de Heere haar ketenen losmaakt.
Wees niet als die wegers die maar één schaal behouden. Beproevingen en verzoekingen zijn u niet vreemd, en dat is geen teken dat de Heere u vergeten heeft; maar Hij laat het daar niet bij. Gedenk dan ook de uren waarin Hij u uitvoerde, hoe klein ook. Zo houdt u de waagbalk met beide schalen, en zal de verlossing u even dierbaar zijn als de nood u zwaar was.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde.
Psalm 74:12
Verlossingen zijn de belangrijke bewijzen waarnaar we moeten kijken. Geen andere bewijzen zullen een behoeftige, naakte ziel tevredenstellen, en een wijs mens zal vooral naar die bewijzen kijken wanneer hij anderen beoordeelt. Hij zal beslist niet voorbijgaan aan het zuchten van de gevangene en er ook niet lichtvaardig over denken. Maar in het losmaken van de ketenen van de geboeide gevangene zal hij een beter bewijs vinden dan in het feit dat hij in de gevangenis zit. Sommigen vinden dat de diepgaandste prediking de prediking is die vooral over de zonde gaat. Toch twijfel ik er helemaal niet aan dat de prediking die vooral over verlossingen gaat, het scherpst en tegelijk het meest stichtend is. Dat is wel heel iets anders dan de oppervlakkige, droge dienst waarin geruststelling en troost gepredikt worden.
Verlossingen brengen beproevingen, verdriet en verzoekingen met zich mee. Moeilijkheden en verlossingen zijn de schalen van een weegschaal: als de ene boven is, is de andere beneden. Maar wie alleen van duisternis en ongeloof wil horen, heeft geen weegschaal, maar een schaal die van de waagbalk is losgemaakt. Wie alleen van geruststellingen wil horen, heeft de andere schaal, die ook van de waagbalk is gehaald. Het zijn dieven en bedrieglijke wegers, die de schaal gestolen en de waagbalk achtergelaten hebben. En omdat ze medeplichtig zijn aan de diefstal, heeft de ene dief de ene schaal weggenomen en zijn medeplichtige de andere.
Een eerlijk mens houdt de waagbalk en laat de schalen eraan hangen. Hij zet wie lichtvaardig is en niet verzocht is, op de schaal van de beproevingen. Ze brengen hem totaal niet in beweging; ze worden te licht bevonden. Dan zet hij de treurigen in de schaal van de verlossingen. De balk trilt, maar beweegt niet. Het is de droefheid van de wereld die de dood werkt. Ook zij zijn te licht bevonden. Maar een levende ziel die verzocht is, zal de ene keer de ene schaal doen zakken, en een levende ziel die verlost is, zal een andere keer de andere schaal doen zakken, en zo in elk haar volle gewicht hebben.
Lezen: Psalm 74
Aan de lezer…
Misschien vraagt u zich af waar u naar moet kijken als u uw eigen staat wilt beoordelen. Alleen naar uw zuchten en uw ketenen, of ook naar de verlossingen? God is de Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde. Een behoeftige, naakte ziel wordt niet tevredengesteld met het feit dat zij in de gevangenis zit; zij hunkert ernaar dat de Heere haar ketenen losmaakt.
Wees niet als die wegers die maar één schaal houden. Beproevingen en verzoekingen zijn u niet vreemd, en dat is geen teken dat de Heere u vergeten heeft; maar Hij laat het daar niet bij. Denk dan ook aan de uren waarin Hij u uitredde, hoe klein ook. Zo houdt u de waagbalk met beide schalen, en zal de verlossing u even dierbaar zijn als de nood u zwaar viel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For God is my King of old, working salvation in the midst of the earth.
Psalm 74:12
Deliverances are the main evidences to which we must look. No other evidences will satisfy a needy, naked soul, and a wise man will look chiefly to these evidences when he judges of others. He will certainly not pass by the sighing of the prisoner, nor think lightly of it. But in the loosing of the chains of the fettered prisoner he will find a better evidence than in the fact that he is in prison. Some think that the most searching ministry is that which dwells chiefly upon sin. Yet I have no doubt at all that the ministry which dwells chiefly upon deliverances is at once the most searching and the most edifying. That is something very different from the shallow, dry ministry in which assurance and comfort are preached.
Deliverances bring trials, sorrows and temptations with them. Troubles and deliverances are the scales of a balance: when the one is up, the other is down. But he who will hear only of darkness and unbelief has no balance, but a scale unhooked from the beam. He who will hear only of assurances has the other scale, also taken off the beam. They are thieves and false weighers, who have stolen the scale and left the beam behind. And as they are accomplices in the theft, the one thief has taken away the one scale and his accomplice the other.
An honest man keeps the beam and lets the scales hang from it. He puts the light-minded and untempted into the scale of trials. They do not move it at all; they are found wanting. Then he puts the mourners into the scale of deliverances. The beam trembles, but does not move. It is the sorrow of the world, which worketh death. They too are found wanting. But a living soul that has been tempted will at one time bring down the one scale, and a living soul that has been delivered will at another time bring down the other, and so have its full weight in each.
Reading: Psalm 74
To the reader…
Perhaps you wonder what you should look to when you want to judge your own state. Only to your sighs and your chains, or to the deliverances as well? God is the King of old, working salvation in the midst of the earth. A needy, naked soul is not satisfied with the fact that it is in prison; it longs for the Lord to loose its chains.
Do not be like those weighers who keep only one scale. Trials and temptations are not strange to you, and that is no sign that the Lord has forgotten you; but He does not leave it there. Remember, then, the hours in which He delivered you, however small. So you keep the beam with both scales, and the deliverance will be as precious to you as the distress was heavy.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero Dios es mi Rey ya de antiguo; el que obra saludes en medio de la tierra.
Salmo 74:12
Las liberaciones son las principales evidencias a las que debemos mirar. Ninguna otra evidencia satisfará a un alma necesitada y desnuda, y un hombre sabio mirará principalmente a estas evidencias cuando juzgue de otros. Ciertamente no pasará por alto el gemido del preso, ni lo tendrá en poco. Pero en el soltar de las cadenas del preso encadenado hallará una evidencia mejor que en el hecho de que está en la cárcel. Algunos piensan que el ministerio más escudriñador es el que se detiene principalmente en el pecado. Sin embargo, no tengo duda alguna de que el ministerio que se detiene principalmente en las liberaciones es a la vez el más escudriñador y el más edificante. Eso es algo muy diferente del ministerio superficial y seco en el que se predican la seguridad y el consuelo.
Las liberaciones traen consigo pruebas, tristezas y tentaciones. Las aflicciones y las liberaciones son los platillos de una balanza: cuando uno está arriba, el otro está abajo. Pero el que solo quiere oír de tinieblas e incredulidad no tiene balanza, sino un platillo descolgado del astil. El que solo quiere oír de seguridades tiene el otro platillo, también quitado del astil. Son ladrones y pesadores falsos, que han robado el platillo y dejado atrás el astil. Y como son cómplices en el robo, un ladrón se ha llevado un platillo y su cómplice el otro.
Un hombre honrado conserva el astil y deja que los platillos cuelguen de él. Pone a los livianos y no tentados en el platillo de las pruebas. No lo mueven en absoluto; son hallados faltos. Luego pone a los que lloran en el platillo de las liberaciones. El astil tiembla, pero no se mueve. Es la tristeza del siglo, que obra muerte. También ellos son hallados faltos. Pero un alma viviente que ha sido tentada hará bajar en un tiempo un platillo, y un alma viviente que ha sido librada hará bajar en otro tiempo el otro, y así tendrá su peso completo en cada uno.
Lectura: Salmo 74
Al lector…
Quizá usted se pregunta a qué debe mirar cuando quiere juzgar su propio estado. ¿Solo a sus suspiros y sus cadenas, o también a las liberaciones? Dios es el Rey ya de antiguo, el que obra saludes en medio de la tierra. Un alma necesitada y desnuda no se satisface con el hecho de estar en la cárcel; anhela que el Señor suelte sus cadenas.
No sea como esos pesadores que solo conservan un platillo. Las pruebas y las tentaciones no le son extrañas, y eso no es señal de que el Señor lo haya olvidado; pero Él no lo deja ahí. Recuerde, pues, las horas en que Él lo libró, por pequeñas que fueran. Así conserva usted el astil con ambos platillos, y la liberación le será tan preciosa como pesada fue la angustia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Heere, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.
Klaagliederen 5:21
Indien wij onszelf niet wensen te bedriegen: als God ons eerlijk gemaakt heeft, als Hij Zijn vrees in onze harten geplant heeft, als Hij een goed werk in ons begonnen is, dan zullen er bewijzen van het leven Gods in ons zijn. Het leven is het begin der zaligheid als een inwendige werkelijkheid. Want hoedanig de eeuwige bedoelingen Gods ook zijn, of wat stand of plaats het vat der genade in Christus ook heeft, vóór het daadwerkelijk geroepen wordt, is er net zomin beweging in de ziel naar God als er natuurlijk leven en beweging is in een zielloos lichaam dat op het kerkhof begraven ligt. Doch waar het Goddelijk leven is ingeplant, daar zullen zekere vruchten uit dat leven gezien worden.
Eén van die vruchten is dat men een klacht voortbrengt, en deze zal somtijds ontstaan uit een gevoel van de zondelast, of wel uit een besef van de verdiende kastijding van God om de zonde. Maar waar dit een geestelijk klagen inhoudt, daar zal het vergezeld gaan van het aanvaarden der straf vanwege onze ongerechtigheid, en zal men de mond in het stof steken. Dus waar geestelijk leven gevonden wordt, daar zal men een klagen, een belijden en een onderwerping vinden, waarvan het gevolg is ootmoedigheid, verbrokenheid en vernedering. Dit breekt onze laatdunkendheid en eigengerechtigheid aan stukken en baart een onderzoeken en beproeven van onze wegen, of zij uit God zijn.
Dit onderzoek zal meestentijds een pijnlijke overtuiging voortbrengen, namelijk dat het grootste deel daarvan in het vlees geweest is, of er zullen ten minste bange verdenkingen opdoemen, die niet verholpen kunnen worden dan door een bijzonder getuigenis van de Heere alleen. Dit veroorzaakt een uitgang der ziel tot Hem, en zij roept uit: „Laat ons wederkeren tot de Heere”, en het hart keert zich tot Hem als de enige Bron en Auteur van alle goede gaven. En waar de levendgemaakte ziel weet dat Hij een hartdoorzoekend God is, zullen deze indrukken alle huichelarij en onoprechtheid uitdrijven, en zij zullen de oprechtheid en Goddelijke vrees doen toenemen. En de gezegende vrucht en het gevolg van al dit onderzoek zal zijn dat wij dierbare antwoorden, Goddelijke getuigenissen, toelachingen van het vriendelijke gezicht van de Zaligmaker, zoete inspraken van Gods eeuwige gunst en het gezegend getuigenis des Geestes in ons zullen ontvangen.
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u vreest dat er geen leven Gods in u is, omdat u meer klaagt dan juicht. Weet dan dat een zielloos lichaam op het kerkhof niet klaagt. Waar de last der zonde gevoeld wordt, waar de mond in het stof gaat, waar men zijn wegen onderzoekt of zij uit God zijn, daar is het Goddelijk leven ingeplant. Dat pijnlijke onderzoek, dat u zo vaak doet vrezen dat het meeste in het vlees geweest is, is zelf een vrucht van Zijn werk.
Laat het u dan uitdrijven tot Hem, met de bede: „Heere, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn.” Uw bange verdenkingen kunnen door geen mens worden verholpen, maar wel door een getuigenis van de Heere alleen. Hij is een hartdoorzoekend God, en Hij weet wat Hij in u begonnen is. Wacht op Hem; Hij kan u nog verkwikken met een toelachen van Zijn vriendelijk aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.
Klaagliederen 5:21
Als wij onszelf niet willen bedriegen, dan geldt dit: als God ons oprecht gemaakt heeft, als Hij Zijn vrees in onze harten geplant heeft, als Hij een goed werk in ons begonnen is, dan zullen er bewijzen van het leven van God in ons zijn. Het leven is het begin van de zaligheid als een innerlijke werkelijkheid. Want wat de eeuwige bedoelingen van God ook zijn, en welke staat of plaats het vat van genade in Christus ook heeft, vóórdat het daadwerkelijk geroepen wordt, is er net zomin beweging in de ziel naar God als er natuurlijk leven en beweging is in een zielloos lichaam dat op het kerkhof begraven ligt. Maar waar het Goddelijk leven is ingeplant, daar zullen bepaalde vruchten van dat leven gezien worden.
Een van die vruchten is dat men klaagt. Dat klagen zal soms voortkomen uit een gevoel van de last van de zonde, of uit een besef van de verdiende kastijding van God om de zonde. Maar waar het een geestelijk klagen is, zal het samengaan met het aanvaarden van de straf voor onze ongerechtigheid, en zal men de mond in het stof steken. Waar geestelijk leven gevonden wordt, zal men dus een klagen, een belijden en een onderwerping vinden, met als gevolg ootmoed, verbrokenheid en vernedering. Dat breekt onze verwaandheid en eigengerechtigheid aan stukken, en brengt een onderzoeken en beproeven van onze wegen voort, of zij uit God zijn.
Dit onderzoek zal meestal een pijnlijke overtuiging opleveren, namelijk dat het grootste deel daarvan in het vlees geweest is; of er zullen in elk geval bange vermoedens opkomen, die alleen verholpen kunnen worden door een bijzonder getuigenis van de Heere. Dat doet de ziel naar Hem uitgaan, en zij roept uit: „Laat ons wederkeren tot de Heere”; en het hart keert zich tot Hem als de enige Bron en Auteur van alle goede gaven. En waar de levendgemaakte ziel weet dat Hij een God is Die het hart doorzoekt, zullen deze indrukken alle huichelarij en onoprechtheid uitdrijven en de oprechtheid en de Goddelijke vrees doen toenemen. De gezegende vrucht en het gevolg van al dit onderzoek zal zijn dat wij dierbare antwoorden ontvangen, Goddelijke getuigenissen, de glimlach van het vriendelijk aangezicht van de Zaligmaker, zoete inspraken van Gods eeuwige gunst en het gezegend getuigenis van de Geest in ons.
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u vreest dat er geen leven van God in u is, omdat u meer klaagt dan juicht. Weet dan dat een zielloos lichaam op het kerkhof niet klaagt. Waar de last van de zonde gevoeld wordt, waar de mond in het stof gaat, waar men zijn wegen onderzoekt of zij uit God zijn, daar is het Goddelijk leven ingeplant. Dat pijnlijke onderzoek, dat u zo vaak doet vrezen dat het meeste in het vlees geweest is, is zelf een vrucht van Zijn werk.
Laat het u dan naar Hem uitdrijven, met de bede: „Heere, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn.” Uw bange vermoedens kunnen door geen mens worden weggenomen, maar wel door een getuigenis van de Heere alleen. Hij is een God Die het hart doorzoekt, en Hij weet wat Hij in u begonnen is. Wacht op Hem; Hij kan u nog verkwikken met de glimlach van Zijn vriendelijk aangezicht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Turn thou us unto thee, O LORD, and we shall be turned; renew our days as of old.”
Lamentations 5:21
If we do not wish to deceive ourselves, if God has made us honest, if He has planted His fear in our hearts, if He has begun and is carrying on a good work in us, there will be evidences of the existence of the life of God within. Life is the commencement of salvation as an inward reality; for whatever the eternal purposes of God are, or whatever standing the vessel of mercy has in Christ previous to effectual calling, there is no more movement in the soul Godwards until life is imparted, than there is natural life and motion in a breathless corpse that lies interred in the churchyard.
But wherever divine life is implanted there will be certain fruits and feelings that spring out of this life. One fruit will be ‘complaint’, and this will arise sometimes from a feeling of the burden of sin, and at others from a sense of merited chastisement from God on account of it. But wherever this complaining is spiritual, there will be accompanying it “an accepting the punishment of our iniquity,” and “a putting of our mouth in the dust.” Thus where there is spiritual life there will be complaint, confession, and submission; the effect being meekness, brokenness, and humility.
This breaks to pieces self-conceit and self-justification, and the result is a searching and trying our ways whether they are of God. The fruit of this search will be, for the most part, a solemn and painful conviction that the greater part have been in the flesh; or, at least, there will be many anxious suspicions which cannot be relieved except by an express testimony from the Lord Himself. This produces a going out of soul unto Him, the cry now being, “Let us turn again to the Lord;” and towards Him the heart turns as to the only Source and Author of every good and perfect gift.
As the quickened soul knows that He is a heart-searching God, this appeal will purge away much hypocrisy and insincerity, and deepen uprightness, sincerity, and godly integrity. And the blessed fruit and end of all this sifting work will be a coming down of gracious answers, divine testimonies, smiles of the Saviour’s loving countenance, soft whispers of God’s eternal favor, and the blessed witness of the Spirit within.
To the reader…
There are days when you fear there is no life of God in you, because you complain more than you rejoice. Know, then, that a lifeless body in the churchyard does not complain. Where the burden of sin is felt, where the mouth is put in the dust, where one searches one’s ways whether they are of God, there divine life has been implanted. That painful searching, which so often makes you fear that most of it has been in the flesh, is itself a fruit of His work.
Let it drive you out to Him, then, with the prayer, “Turn Thou us unto Thee, O Lord, and we shall be turned.” Your anxious suspicions cannot be taken away by any man, but only by a testimony from the Lord Himself. He is a heart-searching God, and He knows what He has begun in you. Wait upon Him; He can yet refresh you with the smile of His loving countenance.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Vuélvenos, oh Jehová, á ti, y nos volveremos: renueva nuestros días como al principio.”
Lamentaciones 5:21
Si no queremos engañarnos a nosotros mismos, si Dios nos ha hecho sinceros, si ha plantado Su temor en nuestros corazones, si ha comenzado y está llevando adelante una buena obra en nosotros, habrá evidencias de la existencia de la vida de Dios dentro de nosotros. La vida es el comienzo de la salvación como realidad interior; pues, sean cuales sean los propósitos eternos de Dios, o sea cual sea la posición que el vaso de misericordia tiene en Cristo antes del llamamiento eficaz, no hay más movimiento del alma hacia Dios hasta que se imparte la vida, del que hay vida y movimiento natural en un cadáver sin aliento enterrado en el cementerio.
Pero dondequiera que se implanta la vida divina, habrá ciertos frutos y sentimientos que brotan de esa vida. Un fruto será la ‘queja’, y esta surgirá a veces de un sentimiento de la carga del pecado, y otras veces de un sentido del castigo merecido de parte de Dios a causa de él. Pero dondequiera que esta queja sea espiritual, irá acompañada de “un aceptar el castigo de nuestra iniquidad” y de “un poner nuestra boca en el polvo”. Así, donde hay vida espiritual habrá queja, confesión y sumisión; y el efecto será mansedumbre, quebranto y humildad.
Esto hace pedazos la presunción y la justificación propia, y el resultado es un escudriñar y examinar nuestros caminos, para ver si son de Dios. El fruto de este examen será, en su mayor parte, una solemne y dolorosa convicción de que la mayor parte de ellos han sido en la carne; o, al menos, habrá muchas sospechas ansiosas que no pueden aliviarse sino por un testimonio expreso del Señor mismo. Esto produce una salida del alma hacia Él, siendo ahora el clamor: “Volvámonos á Jehová”; y hacia Él se vuelve el corazón como a la única Fuente y Autor de toda buena dádiva y todo don perfecto.
Como el alma vivificada sabe que Él es un Dios que escudriña los corazones, esta apelación purgará mucha hipocresía y falta de sinceridad, y hará más honda la rectitud, la sinceridad y la integridad piadosa. Y el bendito fruto y fin de toda esta obra de zarandeo será que desciendan respuestas llenas de gracia, testimonios divinos, sonrisas del amoroso rostro del Salvador, suaves susurros del favor eterno de Dios y el bendito testimonio del Espíritu dentro.
Al lector…
Hay días en que usted teme que no haya vida de Dios en usted, porque se queja más de lo que se regocija. Sepa, entonces, que un cuerpo sin vida en el cementerio no se queja. Donde se siente la carga del pecado, donde se pone la boca en el polvo, donde uno examina sus caminos para ver si son de Dios, allí ha sido implantada la vida divina. Ese doloroso examen, que tantas veces le hace temer que la mayor parte ha sido en la carne, es él mismo un fruto de Su obra.
Deje, pues, que le lleve hacia Él con la oración: “Vuélvenos, oh Jehová, a Ti, y nos volveremos.” Sus sospechas ansiosas no puede quitarlas ningún hombre, sino solo un testimonio del Señor mismo. Él es un Dios que escudriña los corazones, y sabe lo que ha comenzado en usted. Espere en Él; aún puede refrescarle con la sonrisa de Su amoroso rostro.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl