23 de julio
Opdat de God onzes Heeren Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis.
Efeze 1:17
Openbaring betekent letterlijk een ontbloten of ontsluieren van iets dat bedekt was. Het wordt daarom somtijds gebruikt voor bekendmaken of aan het licht brengen wat in duisternis verborgen is geweest. Deze openbaring is dus óf uitwendig in het Woord, óf inwendig in de ziel, en die twee komen juist overeen en zijn tegenhangers van elkander. Zodra door de kracht der Goddelijke genade een ongelovig zondaar zich tot God wendt, neemt de Geest der openbaring de sluier weg van de Schrift en van zijn hart. Hebben wij dat zelf niet bij ervaring?
Wat was Gods Woord vroeger een gesloten boek voor ons! Hoe lazen wij het of hoorden wij het lezen zonder dat een enkele straal van licht de donkere bladzijde verlichtte; en welk een dikke sluier van onkunde, ongeloof, vooroordeel, eigengerechtigheid en onboetvaardigheid lag daar op ons hart! Maar de genadige Geest der openbaring nam die dubbele sluier weg, en door ons het levenslicht te geven, maakte Hij Gods Woord een nieuw boek voor ons en gaf ons een nieuw hart; en van de dag af dat de ingang van Zijn Woord ons licht gaf, is Gods Woord voor ons geweest een lamp voor onze voet en een licht op ons pad.
Maar hoofdzakelijk is de Geest der openbaring gegeven om ons een geestelijke en zaligende kennis van Christus te geven. Zonder die gezegende Geest der openbaring kan Christus niet krachtig en zaligend gekend worden. Toen Petrus die edele belijdenis van zijn geloof in Christus als „de Zoon des levenden Gods” deed, zeide de Heere daarom tot hem: „Zalig zijt gij, Bar-Jona; want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Ik heb voor mij al Uw getuigenis
ter eeuwig’ erv’ volwaardig aangenomen,
naardien mijn hart daardoor vervrolijkt is.
Ik heb gepoogd mijn lusten in te tomen
en ’t hart geneigd, om eeuwig en gewis
ten einde toe Uw wetten na te komen.
Ps. 119:56
Aan de lezer…
Hoe vaak leest u in Gods Woord als in een gesloten boek, zonder dat een enkele straal van licht de donkere bladzijde verlicht! Of herinnert u zich de dag dat de ingang van Zijn Woord u licht gaf? Een dikke sluier van onkunde, ongeloof en eigengerechtigheid ligt van nature op ons aller hart, en geen mens kan die wegnemen. Vlees en bloed openbaart Christus niet; dat doet alleen de Vader door de Geest der openbaring.
Ligt die sluier nog zwaar op u, of is het weer donker geworden in uw ziel, bid dan om de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis. Hij Die eenmaal het Woord tot een nieuw boek maakte, kan het opnieuw doen. En is Christus u ooit krachtig geopenbaard, zalig bent u; dat hebt u niet uit uzelf, maar van de Vader der heerlijkheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat de God onzes Heeren Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis.
Efeze 1:17
Openbaring betekent letterlijk het ontbloten of ontsluieren van iets wat bedekt was. Daarom wordt het soms gebruikt voor het bekendmaken of aan het licht brengen van wat in duisternis verborgen was. Deze openbaring is dus óf uitwendig in het Woord, óf inwendig in de ziel, en die twee komen precies overeen en zijn elkaars tegenhangers. Zodra een ongelovige zondaar zich door de kracht van de goddelijke genade tot God wendt, neemt de Geest der openbaring de sluier weg van de Schrift en van zijn hart. Hebben we dat zelf niet ervaren?
Wat was Gods Woord vroeger een gesloten boek voor ons! Hoe lazen we het, of hoorden we het lezen, zonder dat ook maar één straal van licht de donkere bladzijde verlichtte! En wat een dikke sluier van onwetendheid, ongeloof, vooroordeel, eigengerechtigheid en onboetvaardigheid lag er op ons hart! Maar de genadige Geest der openbaring nam die dubbele sluier weg. Door ons het levenslicht te geven, maakte Hij Gods Woord tot een nieuw boek voor ons en gaf Hij ons een nieuw hart. En vanaf de dag dat de ingang van Zijn Woord ons licht gaf, is Gods Woord voor ons een lamp voor onze voet en een licht op ons pad geweest.
Maar de Geest der openbaring is vooral gegeven om ons een geestelijke en zaligmakende kennis van Christus te geven. Zonder die gezegende Geest der openbaring kan Christus niet krachtig en zaligmakend gekend worden. Daarom zei de Heere tegen Petrus, toen die de edele belijdenis van zijn geloof in Christus als „de Zoon des levenden Gods” aflegde: „Zalig zijt gij, Bar-Jona; want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Ik heb voor mij al Uw getuigenis
ter eeuwig’ erv’ volwaardig aangenomen,
naardien mijn hart daardoor vervrolijkt is.
Ik heb gepoogd mijn lusten in te tomen
en ’t hart geneigd, om eeuwig en gewis
ten einde toe Uw wetten na te komen.
Ps. 119:56
Aan de lezer…
Hoe vaak leest u in Gods Woord als in een gesloten boek, zonder dat ook maar één straal van licht de donkere bladzijde verlicht! Of herinnert u zich de dag dat de ingang van Zijn Woord u licht gaf? Een dikke sluier van onwetendheid, ongeloof en eigengerechtigheid ligt van nature op ons aller hart, en geen mens kan die wegnemen. Vlees en bloed openbaart Christus niet; dat doet alleen de Vader door de Geest der openbaring.
Ligt die sluier nog zwaar op u, of is het weer donker geworden in uw ziel, bid dan om de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis. Hij Die eens het Woord tot een nieuw boek maakte, kan dat opnieuw doen. En is Christus u ooit krachtig geopenbaard, dan bent u zalig; dat hebt u niet uit uzelf, maar van de Vader der heerlijkheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That the God of our Lord Jesus Christ, the Father of glory, may give unto you the spirit of wisdom and revelation in the knowledge of Him.
Ephesians 1:17
Revelation means literally an uncovering or unveiling of a concealed or covered-up object. It is used, therefore, sometimes in the sense of manifesting, making known, or bringing to light, what had before been hidden in darkness and obscurity. This revelation is, therefore, either outward in the word, or inward in the soul, and the two strictly correspond to and are counterparts of each other. Immediately when, by the power of divine grace, a poor Gentile sinner turns to the Lord, the Spirit of revelation removes the veil off the Scriptures, and off his heart. Have we not found it so?
What a sealed book was the word of God once to us! How we read or heard it without one real ray of light to illuminate the dark page; and what a thick veil was there of ignorance, unbelief, prejudice, self-righteousness, and impenitence on our heart. But the gracious Spirit of revelation took this double veil away, and by giving us the light of life, made the word of God a new book, and gave us a new heart; and ever since the day when the entrance of His word gave us light, God’s word has been a lamp unto our feet, and a light unto our path.
But the Spirit of revelation is chiefly given to lead us into a spiritual, experimental, and saving knowledge of Christ. Without this blessed Spirit of revelation Christ cannot be effectually or savingly known. When, therefore, Peter made that noble confession of his faith in Christ as “the Son of the living God,” our Lord said to him—“Blessed are you, Simon son of Jonah; for flesh and blood has not revealed it unto you, but My Father Who is in heaven.”
To the reader…
How often you read God’s Word as a sealed book, without a single ray of light shining on the dark page! Or do you remember the day when the entrance of His Word gave you light? By nature a thick veil of ignorance, unbelief and self-righteousness lies on all our hearts, and no man can take it away. Flesh and blood does not reveal Christ; only the Father does that, through the Spirit of revelation.
Does that veil still lie heavy upon you, or has it grown dark again in your soul? Then pray for the spirit of wisdom and revelation in the knowledge of Him. He Who once made the Word a new book can do so again. And if Christ has ever been revealed to you with power, you are blessed; you did not have that from yourself, but from the Father of glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Que el Dios del Señor nuestro Jesucristo, el Padre de gloria, os dé espíritu de sabiduría y de revelación para Su conocimiento.
Efesios 1:17
Revelación significa literalmente el descubrir o desvelar un objeto oculto o cubierto. Por eso se usa a veces en el sentido de manifestar, dar a conocer o sacar a la luz lo que antes había estado escondido en tinieblas y oscuridad. Esta revelación es, por tanto, o exterior, en la Palabra, o interior, en el alma, y ambas se corresponden estrictamente y son contrapartes la una de la otra. En cuanto, por el poder de la gracia divina, un pobre pecador gentil se convierte al Señor, el Espíritu de revelación quita el velo de las Escrituras y de su corazón. ¿No lo hemos hallado así?
¡Qué libro sellado fue una vez para nosotros la Palabra de Dios! Cómo la leíamos u oíamos sin un solo rayo verdadero de luz que iluminara la página oscura; y qué velo tan grueso de ignorancia, incredulidad, prejuicio, justicia propia e impenitencia había sobre nuestro corazón. Pero el Espíritu de revelación, lleno de gracia, quitó este doble velo, y, dándonos la luz de la vida, hizo de la Palabra de Dios un libro nuevo y nos dio un corazón nuevo; y desde el día en que el principio de Su Palabra nos alumbró, la Palabra de Dios ha sido lámpara a nuestros pies y lumbrera a nuestro camino.
Pero el Espíritu de revelación se da principalmente para conducirnos a un conocimiento espiritual, experimental y salvador de Cristo. Sin este bendito Espíritu de revelación, Cristo no puede ser conocido eficaz ni salvadoramente. Por eso, cuando Pedro hizo aquella noble confesión de su fe en Cristo como “el Hijo del Dios viviente”, nuestro Señor le dijo: “Bienaventurado eres, Simón, hijo de Jonás; porque no te lo reveló carne ni sangre, mas Mi Padre que está en los cielos”.
Al lector…
¡Cuántas veces lee usted la Palabra de Dios como un libro sellado, sin que un solo rayo de luz brille sobre la página oscura! ¿O recuerda el día en que el principio de Su Palabra le alumbró? Por naturaleza, un velo grueso de ignorancia, incredulidad y justicia propia cubre todos nuestros corazones, y ningún hombre puede quitarlo. Carne ni sangre revelan a Cristo; solo el Padre lo hace, por el Espíritu de revelación.
¿Pesa todavía ese velo sobre usted, o se ha vuelto a oscurecer su alma? Entonces pida el espíritu de sabiduría y de revelación para Su conocimiento. Aquel que una vez hizo de la Palabra un libro nuevo puede volver a hacerlo. Y si Cristo le ha sido revelado alguna vez con poder, usted es bienaventurado; no lo tuvo de sí mismo, sino del Padre de gloria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl