6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd en Gij hebt hen uitgeholpen. Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden.
Psalm 22:5, 6
O, welk een zegen is het in zijn boezem een geheim vertrouwen in Jezus te hebben, zodat de heilige Gods, terwijl er zo velen zijn die iets in zichzelf of in elkander zoeken en hun eeuwig heil doen berusten op werken die inderdaad slechts kinderspel zijn, zich op de Heere van leven en heerlijkheid verlaat! Aan Hem hangt zijn hoop, en in Hem stelt hij zijn vertrouwen. Dezen zal de Heere eren; ook zal Hij nooit hun hoop teleurstellen of hun vertrouwen beschamen. Wie is er die, op de Heere vertrouwende, ooit beschaamd is uitgekomen? Indien gij op Hem kunt vertrouwen, in Zijn getrouw Woord geloven, alle zelfvertrouwen verbannen en het ganse gewicht uwer ziel — en o, welk een gewicht is dat! — hangen op een trouwe Verbonds-God, dan zal Hij u nooit begeven noch verlaten.
Gij moogt behoefte gevoelen aan iets tastbaars, iets om te zien of te horen, dat afgescheiden is van het geloof. Ziet daarnaar niet uit. Wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen. Het moet een onvoorwaardelijk vertrouwen zijn in een onzichtbare God. Sommigen vertrouwen op wagenen, anderen op paarden; maar wij zullen de naam des Heeren onzes Gods gedenken. En indien gij zo kunt vertrouwen, zal Hij het vroeger of later aan uw geweten openbaren dat gij een der rechtvaardigen zijt; er zal licht zijn op uw pad, heerlijkheid zal opgaan in uw hart, en gij zult het einde uws geloofs verwerven: de behoudenis uwer ziel.
Gij zijt mij, Heer, ter schuilplaats in gevaren,
Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren.
G’ omringt me, daar Ge mij in ruimte stelt,
met blij gezang, dat mijn verlossing meldt.
Mijn leer zal u, o mens, naar ’t recht doen hand’len
en wijzen u de weg, die gij zult wand’len.
Ik zal u trouw verzellen met mijn raad,
terwijl mijn oog op u gevestigd staat.
Ps. 32:4
Aan de lezer…
Zoekt u iets tastbaars, iets om te zien of te horen, voordat u durft te vertrouwen? Velen zoeken iets in zichzelf of in elkander, maar dat is slechts kinderspel. Het ganse gewicht van uw ziel — en o, welk een gewicht is dat! — moet hangen op een trouwe Verbonds-God, Die u niet ziet. Op Hem hebben de vaders vertrouwd, en zij zijn niet beschaamd geworden.
Is uw geloof zwak en uw vertrouwen klein, verban dan toch dat zelfvertrouwen, en werp u op Zijn getrouw Woord. Wie is er die, op de Heere vertrouwende, ooit beschaamd is uitgekomen? Hij zal u nooit begeven noch verlaten. Vroeger of later zal er licht zijn op uw pad, en zal Hij het aan uw geweten openbaren dat u een der rechtvaardigen bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd en Gij hebt hen uitgeholpen. Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden.
Psalm 22:5, 6
O, wat een zegen is het om in je binnenste een verborgen vertrouwen op Jezus te hebben! Er zijn er zovelen die iets in zichzelf of in elkaar zoeken, en die hun eeuwig heil laten rusten op werken die in werkelijkheid slechts kinderspel zijn. Maar de heilige van God verlaat zich op de Heere van leven en heerlijkheid. Aan Hem hangt zijn hoop, en op Hem stelt hij zijn vertrouwen. Zulke mensen zal de Heere eren; Hij zal hun hoop nooit teleurstellen of hun vertrouwen beschamen. Wie is er ooit beschaamd uitgekomen die op de Heere vertrouwde? Als u op Hem kunt vertrouwen, in Zijn betrouwbare Woord kunt geloven, alle zelfvertrouwen kunt verbannen en het hele gewicht van uw ziel (en o, wat een gewicht is dat!) kunt hangen aan een trouwe Verbonds-God, dan zal Hij u nooit begeven noch verlaten.
Misschien voelt u behoefte aan iets tastbaars, iets om te zien of te horen, los van het geloof. Zie daar niet naar uit. Wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen. Het moet een onvoorwaardelijk vertrouwen zijn op een onzichtbare God. Sommigen vertrouwen op wagenen, anderen op paarden; maar wij zullen de naam des Heeren onzes Gods gedenken. En als u zo kunt vertrouwen, zal Hij vroeg of laat aan uw geweten openbaren dat u een van de rechtvaardigen bent. Er zal licht zijn op uw pad, heerlijkheid zal opgaan in uw hart, en u zult het einde van uw geloof verkrijgen: de behoudenis van uw ziel.
Gij zijt mij, Heer, ter schuilplaats in gevaren,
Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren.
G’ omringt me, daar Ge mij in ruimte stelt,
met blij gezang, dat mijn verlossing meldt.
Mijn leer zal u, o mens, naar ’t recht doen hand’len
en wijzen u de weg, die gij zult wand’len.
Ik zal u trouw verzellen met mijn raad,
terwijl mijn oog op u gevestigd staat.
Ps. 32:4
Aan de lezer…
Zoekt u iets tastbaars, iets om te zien of te horen, voordat u durft te vertrouwen? Velen zoeken iets in zichzelf of in elkaar, maar dat is niet meer dan kinderspel. Het hele gewicht van uw ziel (en o, wat een gewicht is dat!) moet hangen aan een trouwe Verbonds-God, Die u niet ziet. Op Hem hebben de vaders vertrouwd, en zij zijn niet beschaamd geworden.
Is uw geloof zwak en uw vertrouwen klein, verban dan toch dat zelfvertrouwen en werp u op Zijn betrouwbare Woord. Wie is er ooit beschaamd uitgekomen die op de Heere vertrouwde? Hij zal u nooit begeven noch verlaten. Vroeg of laat zal er licht zijn op uw pad, en zal Hij aan uw geweten openbaren dat u een van de rechtvaardigen bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Our fathers trusted in Thee: they trusted, and Thou didst deliver them. They cried unto Thee, and were delivered: they trusted in Thee, and were not confounded.
Psalm 22:4-5
O what a blessed thing it is to have in one’s own bosom a secret trust in Jesus—that while so many are looking to something in themselves or in one another, resting their eternal salvation on works that really are but the sports of a child, the saint of God is reposing upon the Lord of life and glory! On Him he hangs his hope, and in Him he puts his trust. These the Lord will honor; nor will He ever disappoint their hope or put their confidence to shame. Whoever trusted in the Lord and was confounded?
If you are enabled to trust in Him, to believe His faithful word, to discard all creature confidence and to hang the weight of your soul—and O what a weight is that!—upon a faithful, covenant-keeping God, He will never leave, fail, or forsake you. You may find it hard to trust in Him at all times or indeed at any time. You may feel a desire of something sensible—something to see or hear, distinct from faith. Look not for this. We walk by faith, not by sight.
It must be a naked trust in an invisible God. “Some trust in chariots, and some in horses—but we will remember the name of the Lord our God.” And if you are enabled so to trust, He will make it manifest sooner or later in your own conscience that you are one of the righteous; light will beam upon your path; glory will dawn upon your heart, and you will have the end of your faith, even the salvation of your soul.
To the reader…
Are you looking for something tangible, something to see or to hear, before you dare to trust? Many look for something in themselves or in one another, but that is no more than child’s play. The whole weight of your soul (and O, what a weight that is!) must hang upon a faithful, covenant-keeping God, Whom you do not see. In Him the fathers trusted, and they were not confounded.
If your faith is weak and your trust small, then cast away that self-confidence nonetheless and throw yourself upon His faithful Word. Whoever trusted in the Lord and was put to shame? He will never leave you nor forsake you. Sooner or later there will be light upon your path, and He will make it manifest in your conscience that you are one of the righteous.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En Ti esperaron nuestros padres: esperaron, y Tú los libraste. Clamaron a Ti, y fueron librados: esperaron en Ti, y no se avergonzaron.
Salmo 22:4-5
¡Oh, qué cosa tan bendita es tener en el propio pecho una confianza secreta en Jesús; que mientras tantos miran a algo en sí mismos o en otros, apoyando su salvación eterna en obras que en realidad no son más que juegos de niños, el santo de Dios reposa en el Señor de la vida y de la gloria! De Él cuelga su esperanza, y en Él pone su confianza. A estos honrará el Señor; nunca frustrará su esperanza ni avergonzará su confianza. ¿Quién confió en el Señor y fue confundido?
Si se le concede confiar en Él, creer Su Palabra fiel, desechar toda confianza en la criatura y colgar el peso de su alma (¡y oh, qué peso es ese!) de un Dios fiel que guarda el pacto, Él nunca le dejará, ni le faltará, ni le desamparará. Quizá le resulte difícil confiar en Él en todo tiempo, o incluso en tiempo alguno. Quizá sienta deseo de algo sensible, algo que ver u oír, distinto de la fe. No busque esto. Por fe andamos, no por vista.
Ha de ser una confianza desnuda en un Dios invisible. “Estos confían en carros, y aquellos en caballos: mas nosotros del nombre de Jehová nuestro Dios tendremos memoria”. Y si se le concede confiar así, Él hará manifiesto tarde o temprano en su propia conciencia que usted es uno de los justos; la luz resplandecerá sobre su sendero; la gloria amanecerá en su corazón, y obtendrá el fin de su fe, que es la salud de su alma.
Al lector…
¿Busca usted algo tangible, algo que ver u oír, antes de atreverse a confiar? Muchos buscan algo en sí mismos o en otros, pero eso no es más que juego de niños. Todo el peso de su alma (¡y oh, qué peso es ese!) ha de colgar de un Dios fiel que guarda el pacto, a Quien usted no ve. En Él esperaron los padres, y no se avergonzaron.
Si su fe es débil y su confianza pequeña, deseche aun así esa confianza en sí mismo y échese sobre Su Palabra fiel. ¿Quién confió en el Señor y fue avergonzado? Él nunca le dejará ni le desamparará. Tarde o temprano habrá luz sobre su sendero, y Él hará manifiesto en su conciencia que usted es uno de los justos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Bevinding
Door de wet is de kennis der zonde.
Romeinen 3:20
Sommige van Gods kinderen zijn niet in staat duidelijk in de beleving van hun ziel te bespeuren of ze de werking van de wet op hun geweten hebben ondergaan. Ze kunnen wellicht niet hun vinger leggen op de precieze tijd, noch precies de werking ervan op hun ziel onderscheiden; ze kunnen er geen beleving uithalen zoals ze die in boeken lezen en andere kinderen Gods horen onthullen. Dit beproeft en oefent hun geest, of ze iets hebben gekend van de wet die toorn in hen werkt; want ze weten dat de wet in zijn geestelijkheid en kracht net als het Evangelie gekend moet worden. Het Woord Gods toetst ons op verscheidene manieren wat betreft de werking van de wet op het hart van een mens. Eén is dat hij „tot dienstbaarheid baart”; een ander is dat „de wet toorn werkt” (Rom. 4:15); een derde is dat „door de wet de kennis der zonde is” (Rom. 3:20).
Kunt u deze uitwerkingen op uw ziel niet bespeuren? Hebt u nooit schuld en dienstbaarheid gevoeld voor het aangezicht van God, zodat u opgesloten zat in een donkere gevangenis waaruit u niet naar de vrijheid van het Evangelie kon komen; zo opgesloten en gevangen dat niets dan het Woord van de Heere Zelf, verzegeld op uw geweten, u kon bevrijden?
Hier volgt een kenteken dat op een gevangene van de Heere wijst, op „een gebondene van de hoop”: dat hij zich niet laat bevrijden, als ik de uitdrukking mag gebruiken, door middel van valse sleutels. Hij staat niemand anders dan de Heere Zelf toe zijn ziel te bevrijden, en alle andere bevrijders beschouwt hij als bedriegers die met slothaken naar zijn cel komen. Hij weet dat hij, als hij niet door de Heere wordt bevrijd, als een gevangene die is ontsnapt en weer wordt gepakt, weer terug zal moeten gaan — en zwaardere ketenen om krijgt.
Lezen: Romeinen 3:9-31
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie zijn vinger niet kan leggen op de tijd waarop de wet in zijn geweten werkte, en wiens geest daardoor beproefd wordt. Vraag dan niet zozeer naar het uur, maar naar de vrucht. Hebt u nooit schuld en dienstbaarheid gevoeld voor het aangezicht van God, opgesloten als in een donkere gevangenis, zodat u uzelf niet kon bevrijden? Door de wet is de kennis der zonde, en waar die kennis is, daar heeft de wet haar werk gedaan.
Bent u zo’n gebondene van de hoop, wees dan niet bang voor de banden, maar wel voor de valse sleutels. Laat u door geen mens en door geen eigen poging uit uw cel helpen. Wacht op de Heere Zelf, tot Zijn Woord verzegeld wordt op uw geweten. Wat Hij ontsluit, blijft open; wie door Hem wordt vrijgemaakt, hoeft nooit terug.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Door de wet is de kennis der zonde.
Romeinen 3:20
Sommige kinderen van God kunnen in de beleving van hun ziel niet duidelijk bespeuren of de wet in hun geweten gewerkt heeft. Ze kunnen misschien hun vinger niet leggen op het precieze tijdstip, en ook de werking ervan in hun ziel niet precies onderscheiden. Ze vinden er bij zichzelf niet de beleving van terug zoals ze die in boeken lezen en andere kinderen van God horen vertellen. Dat beproeft en oefent hun geest: hebben ze wel iets gekend van de wet die toorn in hen werkt? Want ze weten dat de wet in haar geestelijkheid en kracht gekend moet worden, net als het Evangelie. Het Woord van God toetst ons op verschillende manieren als het gaat om de werking van de wet in het hart van een mens. De eerste is dat zij „tot dienstbaarheid baart”; een tweede is dat „de wet toorn werkt” (Rom. 4:15); een derde is dat „door de wet de kennis der zonde is” (Rom. 3:20).
Kunt u deze uitwerkingen in uw ziel niet bespeuren? Hebt u nooit schuld en dienstbaarheid gevoeld voor het aangezicht van God, zodat u opgesloten zat in een donkere gevangenis waaruit u niet naar de vrijheid van het Evangelie kon komen? Zo opgesloten en gevangen dat niets anders dan het Woord van de Heere Zelf, verzegeld aan uw geweten, u kon bevrijden?
Hier volgt een kenteken van een gevangene van de Heere, van „een gebondene van de hoop”: hij laat zich niet bevrijden, als ik het zo mag zeggen, met valse sleutels. Hij staat niemand anders dan de Heere Zelf toe zijn ziel te bevrijden. Alle andere bevrijders beschouwt hij als bedriegers die met lopers naar zijn cel komen. Hij weet dat hij, als hij niet door de Heere bevrijd wordt, net als een ontsnapte gevangene die weer gepakt wordt, terug zal moeten — en dan met zwaardere ketenen.
Lezen: Romeinen 3:9-31
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie zijn vinger niet kan leggen op de tijd waarop de wet in zijn geweten werkte, en wiens geest daardoor beproefd wordt. Vraag dan niet zozeer naar het uur, maar naar de vrucht. Hebt u nooit schuld en dienstbaarheid gevoeld voor het aangezicht van God, opgesloten als in een donkere gevangenis, zodat u uzelf niet kon bevrijden? Door de wet is de kennis der zonde, en waar die kennis is, daar heeft de wet haar werk gedaan.
Bent u zo’n gebondene van de hoop, wees dan niet bang voor de banden, maar wel voor de valse sleutels. Laat u door geen mens en door geen eigen poging uit uw cel helpen. Wacht op de Heere Zelf, tot Hij Zijn Woord aan uw geweten verzegelt. Wat Hij ontsluit, blijft open; wie door Hem wordt vrijgemaakt, hoeft nooit terug.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
By the law is the knowledge of sin.
Romans 3:20
Some of God’s children cannot clearly trace in the experience of their souls whether the law has wrought in their conscience. They cannot perhaps put their finger on the precise time, nor distinctly discern its operation in their souls. They do not find in themselves the experience of it such as they read of in books and hear other children of God relate. This tries and exercises their minds: have they known anything of the law working wrath in them? For they know that the law must be known in its spirituality and power, as well as the gospel. The Word of God tries us in various ways as to the operation of the law in a man’s heart. The first is that it “gendereth to bondage”; a second is that “the law worketh wrath” (Romans 4:15); a third is that “by the law is the knowledge of sin” (Romans 3:20).
Can you not trace these effects in your soul? Have you never felt guilt and bondage before the face of God, so that you were shut up in a dark prison from which you could not come out into the liberty of the gospel? So shut up and imprisoned that nothing but the word of the Lord Himself, sealed upon your conscience, could set you free?
Here follows a mark of a prisoner of the Lord, of “a prisoner of hope”: he will not be set free, if I may so speak, with false keys. He will allow no one but the Lord Himself to deliver his soul. All other deliverers he regards as impostors who come to his cell with picklocks. He knows that if he is not set free by the Lord, then, like an escaped prisoner who is caught again, he will have to go back — and then with heavier chains.
Reading: Romans 3:9-31
To the reader…
Here is a word for anyone who cannot put his finger on the time when the law wrought in his conscience, and whose mind is tried by it. Do not ask so much about the hour, then, but about the fruit. Have you never felt guilt and bondage before the face of God, shut up as in a dark prison, so that you could not set yourself free? By the law is the knowledge of sin, and where that knowledge is, the law has done its work.
If you are such a prisoner of hope, do not be afraid of the bonds, but of the false keys. Let no man and no effort of your own help you out of your cell. Wait for the Lord Himself, until He seals His Word upon your conscience. What He unlocks stays open; whoever is set free by Him never has to go back.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por la ley es el conocimiento del pecado.
Romanos 3:20
Algunos de los hijos de Dios no pueden rastrear claramente en la experiencia de su alma si la ley ha obrado en su conciencia. Quizá no pueden señalar con el dedo el momento preciso, ni discernir con claridad su operación en su alma. No hallan en sí mismos la experiencia de ella tal como la leen en los libros y la oyen relatar a otros hijos de Dios. Esto prueba y ejercita su mente: ¿han conocido algo de la ley obrando ira en ellos? Porque saben que la ley debe ser conocida en su espiritualidad y poder, así como el evangelio. La Palabra de Dios nos prueba de diversas maneras en cuanto a la operación de la ley en el corazón de un hombre. La primera es que “engendra para servidumbre”; la segunda, que “la ley obra ira” (Romanos 4:15); la tercera, que “por la ley es el conocimiento del pecado” (Romanos 3:20).
¿No puede usted rastrear estos efectos en su alma? ¿Nunca ha sentido culpa y servidumbre ante el rostro de Dios, de modo que estaba encerrado en una cárcel oscura de la que no podía salir a la libertad del evangelio? ¿Tan encerrado y aprisionado que nada sino la palabra del Señor mismo, sellada en su conciencia, podía ponerlo en libertad?
Aquí sigue una señal de un preso del Señor, de “un preso de esperanza”: no quiere ser puesto en libertad, si se me permite hablar así, con llaves falsas. No permitirá que nadie sino el Señor mismo libre su alma. A todos los demás libertadores los tiene por impostores que vienen a su celda con ganzúas. Sabe que si no es puesto en libertad por el Señor, entonces, como un preso fugado que es capturado de nuevo, tendrá que volver, y entonces con cadenas más pesadas.
Lectura: Romanos 3:9-31
Al lector…
He aquí una palabra para cualquiera que no puede señalar con el dedo el momento en que la ley obró en su conciencia, y cuya mente es probada por ello. No pregunte tanto, pues, por la hora, sino por el fruto. ¿Nunca ha sentido culpa y servidumbre ante el rostro de Dios, encerrado como en una cárcel oscura, de modo que no podía ponerse en libertad a sí mismo? Por la ley es el conocimiento del pecado, y donde está ese conocimiento, la ley ha hecho su obra.
Si usted es tal preso de esperanza, no tema las ataduras, sino las llaves falsas. No deje que ningún hombre ni ningún esfuerzo propio lo saque de su celda. Espere al Señor mismo, hasta que Él selle Su Palabra en su conciencia. Lo que Él abre queda abierto; quien es puesto en libertad por Él nunca tiene que volver.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En alle kastijding, als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid degenen, die door dezelve geoefend zijn.
Hebreeën 12:11
Men kan de geestelijke oefeningen, zoals de apostel daarvan spreekt, noemen met de naam van kastijding, waarvan zij inderdaad een deel zijn. Voor het tegenwoordige zijn zij niet verheugend, maar smartelijk, doch daarna geven zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid degenen die door dezelve geoefend worden. Waarom de Heere zo velen van Zijn volk zo lang en smartelijk omtrent hun aandeel in Christus laat beproefd worden, waarom Hij Zich niet spoediger en ten volle in Zijn vergevende liefde aan hun zielen openbaart, is een verborgenheid die wij niet kunnen peilen. Maar ik heb opgemerkt dat, waar het eerste werk niet vergezeld ging van diepe en krachtige overtuigingen van zonden, het gewoonlijk het geval is dat wat het aan diepte tekortkwam, het in lange duur overtrof, en dat een langzaam en aanhoudend werk als het ware de kortere en dieper gaande overtuiging vergoedde.
Ik acht het evenwel een grote genade waar deze oefeningen gevonden worden, want ik ben overtuigd dat de oefeningen evenzeer noodzakelijk zijn voor de gezondheid der ziel als zij dit zijn voor het lichaam. Zonder beweging worden de lucht en het water bedorven. Beweging is het leven der natuur, en evenzo van de bovennatuurlijke schepping. En wat zijn kastijdingen, twijfelingen en vrezen, vergezeld als zij altijd zijn van gebed en begeerten, anders dan middelen waardoor de ziel gezond en in leven blijft, gelijk Hiskia zeide: „Heere, bij deze dingen leeft men, en in alle deze is het leven mijns geestes”?
Maar zo gij niet zien kunt wat voor goeds de kastijdingen u hebben toegebracht, kunt gij dan niet zien van hoeveel kwaad zij u weerhouden hebben? Hoofdzakelijk bewaarden zij u van verstrikt te worden in een wereldse godsdienst. Zij hebben u ervoor bewaard te rusten in de vorm zonder wezen; zij hebben u bewaard voor het ingebeelde, dode lettergeloof, dat zijn duizenden verslagen heeft. Zonder oefeningen zoudt gij het kunnen stellen zonder een geopenbaarde Christus, zonder een geopenbaarde vergiffenis van zonden en zonder de liefde van God, in uw harten uitgestort door de Heilige Geest. En er zijn er velen die deze oefeningen vreemd zijn. Zij hebben rust en vrede in de naam te hebben dat zij leven, en in de dogma’s zonder bevinding.
Maar als gij ziek zijt, hebt gij een medicijnmeester nodig; zijt gij schuldig, dan hebt gij genade nodig; zijt gij een zondaar, dan hebt gij behoefte aan de zaligheid. En dit alles niet in woord en naam, maar in waarheid; gij hebt een Goddelijke openbaring en toepassing nodig. Uw kastijdingen geven u boodschappen aan de troon der genade, en zij doen u in Christus en Zijn dierbaar Evangelie zien wat gij niet zoudt gezien hebben en waarover gij ook niet bezorgd zoudt zijn geweest.
Toch dient men aan te merken dat het verkeerd is ons te gronden op kastijdingen als kenmerken en bewijzen van genade. De dorst is goed als een voorbereidend middel om naar water te zien, en honger is goed als voorafgaand aan het gebruiken van voedsel; maar wie kan nu voldoening vinden in dorst en honger? Zonder honger en dorst zal men geen water of voedsel begeren. Zo zal men ook zonder oefeningen Christus als het Water en het Brood des levens niet verlangen of begeren. Maar deze oefeningen of kastijdingen dienen om de uitgangen der ziel naar Christus te verlevendigen en Hem bij ogenblikken voor uw hart dierbaar te doen zijn.
Aan de lezer…
Waarom laat de Heere u zo lang tobben over uw aandeel in Christus, en openbaart Hij Zich niet spoediger aan uw ziel? Waarde lezer, dat is een verborgenheid die wij niet kunnen peilen. Maar zie eens terug: van hoeveel kwaad hebben uw twijfelingen en vrezen u weerhouden? Zij lieten u niet rusten in een vorm zonder wezen, noch in een dood lettergeloof; zij dreven u telkens weer met een boodschap naar de troon der genade.
Zoek uw grond echter niet in de kastijding zelf, want wie kan voldoening vinden in honger en dorst? Zij zijn slechts goed omdat zij doen uitzien naar het Water en het Brood des levens. Laat uw nood u dan naar Christus drijven, want u hebt meer nodig dan woord en naam: u hebt Hem nodig, geopenbaard en toegepast. Wat nu smartelijk is, zal daarna een vreedzame vrucht der gerechtigheid geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En alle kastijding, als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid degenen, die door dezelve geoefend zijn.
Hebreeën 12:11
De geestelijke oefeningen kunnen, zoals de apostel ervan spreekt, kastijding genoemd worden; zij zijn er inderdaad een deel van. Voor het ogenblik zijn zij niet verheugend, maar smartelijk; maar daarna geven zij een vreedzame vrucht van gerechtigheid aan wie erdoor geoefend worden. Waarom de Heere zovelen van Zijn volk zo lang en zo smartelijk laat beproefd worden over hun deel aan Christus, en waarom Hij Zich niet eerder en ten volle in Zijn vergevende liefde aan hun zielen openbaart, is een verborgenheid die wij niet kunnen peilen. Maar ik heb opgemerkt dat, waar het eerste werk niet gepaard ging met diepe en krachtige overtuigingen van zonde, het gewoonlijk zo is dat wat het aan diepte tekortkwam, het in lange duur overtrof. Een langzaam en aanhoudend werk vergoedde als het ware de kortere en dieper gaande overtuiging.
Toch acht ik het een grote genade waar deze oefeningen gevonden worden, want ik ben ervan overtuigd dat oefening even noodzakelijk is voor de gezondheid van de ziel als voor die van het lichaam. Zonder beweging bederven de lucht en het water. Beweging is het leven van de natuur, en evenzo van de bovennatuurlijke schepping. En wat zijn kastijdingen, twijfels en vrezen, die altijd gepaard gaan met gebed en verlangens, anders dan middelen waardoor de ziel gezond en levend blijft? Zoals Hizkia zei: „Heere, bij deze dingen leeft men, en in alle deze is het leven mijns geestes.”
Maar als u niet kunt zien wat voor goeds de kastijdingen u gebracht hebben, kunt u dan niet zien van hoeveel kwaad zij u hebben afgehouden? Vooral hebben zij u ervoor bewaard verstrikt te raken in een wereldse godsdienst. Zij hebben u ervoor bewaard te rusten in de vorm zonder het wezen; zij hebben u bewaard voor het ingebeelde, dode lettergeloof, dat duizenden heeft verslagen. Zonder oefeningen zou u het kunnen stellen zonder een geopenbaarde Christus, zonder een geopenbaarde vergeving van zonden en zonder de liefde van God, in uw hart uitgestort door de Heilige Geest. En er zijn er velen voor wie deze oefeningen vreemd zijn. Zij vinden rust en vrede in de naam te hebben dat zij leven, en in leerstellingen zonder bevinding.
Maar als u ziek bent, hebt u een geneesheer nodig; bent u schuldig, dan hebt u genade nodig; bent u een zondaar, dan hebt u zaligheid nodig. En dat alles niet in woord en naam, maar in waarheid; u hebt een Goddelijke openbaring en toepassing nodig. Uw kastijdingen geven u boodschappen voor de troon van de genade, en zij laten u in Christus en Zijn dierbaar Evangelie zien wat u anders niet gezien zou hebben en waar u ook niet bezorgd over zou zijn geweest.
Toch moet worden opgemerkt dat het verkeerd is ons te gronden op kastijdingen als kenmerken en bewijzen van genade. Dorst is goed als voorbereiding om naar water uit te zien, en honger is goed als voorafgaand aan het gebruiken van voedsel; maar wie kan nu voldoening vinden in dorst en honger? Zonder honger en dorst zal men geen water of voedsel begeren. Zo zal men ook zonder oefeningen Christus als het Water en het Brood van het leven niet verlangen of begeren. Maar deze oefeningen of kastijdingen dienen om het uitgaan van de ziel naar Christus te verlevendigen en Hem op sommige ogenblikken dierbaar te maken voor uw hart.
Aan de lezer…
Waarom laat de Heere u zo lang tobben over uw deel aan Christus, en openbaart Hij Zich niet eerder aan uw ziel? Lezer, dat is een verborgenheid die wij niet kunnen peilen. Maar kijk eens terug: van hoeveel kwaad hebben uw twijfels en vrezen u afgehouden? Zij lieten u niet rusten in een vorm zonder wezen, en ook niet in een dood lettergeloof; zij dreven u telkens weer met een boodschap naar de troon van de genade.
Zoek uw grond echter niet in de kastijding zelf, want wie kan voldoening vinden in honger en dorst? Zij zijn alleen goed omdat zij doen uitzien naar het Water en het Brood van het leven. Laat uw nood u dan naar Christus drijven, want u hebt meer nodig dan woord en naam: u hebt Hem nodig, geopenbaard en toegepast. Wat nu smartelijk is, zal daarna een vreedzame vrucht van gerechtigheid geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Now no chastening for the present seemeth to be joyous, but grievous: nevertheless afterward it yieldeth the peaceable fruit of righteousness unto them which are exercised thereby.”
Hebrews 12:11
It may be said of spiritual exercises as the Apostle speaks of chastening generally, of which indeed they form a component part, that “for the present they are not joyous, but grievous; but afterward they yield the peaceable fruit of righteousness unto those who are exercised thereby.” Why the Lord allows so many of His people to be so long and so deeply tried about their saving interest in Christ, why He does not more speedily and fully manifest His pardoning love to their souls, is a mystery which we cannot fathom. But I have observed that, where the first work was not attended with deep and powerful convictions of sin, it is usually the case, as if what was lacking in depth has to be made up in length, and a slow, continuous work compensates, as it were, for a shorter and more intense one.
I consider it, however, a great mercy where there are these exercises, for I am well convinced that exercise is as much needed for the health of the soul as of the body. Without movement the air becomes pestilential, and water putrescent. Motion is the life of the natural, and equally so of the supernatural, creation; and what are exercises, doubts, and fears, accompanied as they always are by desires and prayers, but means by which the soul is kept alive and healthy? As Hezekiah said, “O Lord, by these things men live, and in all these things is the life of my spirit.”
But if you cannot see what good exercises have done you, can you not see what evil they have kept you from? They mainly kept you from being entangled in a worldly system; they have preserved you from resting in the form without the power, and kept you from that notional dead-letter faith which has ruined so many thousands. (This extract was taken from a letter to a friend.) Without exercises you could do without a revealed Christ, without manifested pardon of sin, without the love of God being shed abroad in your heart by the Holy Spirit.
And here most are, who are not exercised—resting in “a name to live,” and in the doctrine without the experience. But, being sick, you need a physician; being guilty, you need mercy; and being a sinner, you need salvation; and all this, not in word and name, but in reality, and divine revelation and application. Your exercises give you errands to the throne of mercy, and make you see in Christ and His precious gospel what otherwise would neither be seen nor cared for.
At the same time, it would be wrong to rest in exercises as marks and evidences of grace. Thirst is good as preparatory for water; hunger is good as antecedent to food; but who can rest in thirst or hunger? Without them, water and food are not desired; so, without exercises, Christ, the Water and Bread of life, is not desired nor longed for. But these exercises are meant to quicken longing desires after Christ, and eventually make Him very precious.
To the reader…
Why does the Lord let you labor so long over your interest in Christ, and why does He not reveal Himself to your soul sooner? Reader, that is a mystery we cannot fathom. But look back for a moment: from how much evil have your doubts and fears kept you? They did not let you rest in a form without the power, nor in a dead-letter faith; they drove you again and again with an errand to the throne of grace.
Do not, however, seek your ground in the chastening itself, for who can find satisfaction in hunger and thirst? They are good only because they make you look out for the Water and the Bread of life. Let your need drive you, then, to Christ, for you need more than word and name: you need Him, revealed and applied. What is grievous now will afterward yield the peaceable fruit of righteousness.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Es verdad que ningún castigo al presente parece ser causa de gozo, sino de tristeza; mas después da fruto apacible de justicia á los que en él son ejercitados.”
Hebreos 12:11
Puede decirse de los ejercicios espirituales lo que el Apóstol dice del castigo en general, del cual en verdad forman parte, que “al presente no son causa de gozo, sino de tristeza; mas después dan fruto apacible de justicia a los que en ellos son ejercitados”. Por qué el Señor permite que tantos de Su pueblo sean probados tanto tiempo y tan hondamente acerca de su parte salvadora en Cristo, por qué no manifiesta más pronto y más plenamente Su amor perdonador a sus almas, es un misterio que no podemos sondear. Pero he observado que, donde la primera obra no fue acompañada de convicciones de pecado hondas y poderosas, suele ser así, como si lo que faltó en profundidad hubiera de compensarse en duración, y una obra lenta y continua compensara, por así decirlo, otra más breve y más intensa.
Considero, sin embargo, una gran misericordia que haya estos ejercicios, pues estoy bien convencido de que el ejercicio es tan necesario para la salud del alma como para la del cuerpo. Sin movimiento el aire se vuelve pestilente y el agua se corrompe. El movimiento es la vida de la creación natural, e igualmente de la sobrenatural; ¿y qué son los ejercicios, las dudas y los temores, acompañados como siempre lo están de deseos y oraciones, sino medios por los cuales el alma se mantiene viva y sana? Como dijo Ezequías: “Oh Señor, con estas cosas se vive, y en todas ellas está la vida de mi espíritu.”
Pero si no puede ver qué bien le han hecho los ejercicios, ¿no puede ver de qué mal le han guardado? Principalmente le guardaron de enredarse en un sistema mundano; le han preservado de descansar en la forma sin el poder, y le han guardado de aquella fe nocional de letra muerta que ha arruinado a tantos miles. (Este fragmento se ha tomado de una carta a un amigo.) Sin ejercicios usted podría pasarse sin un Cristo revelado, sin perdón manifestado del pecado, sin que el amor de Dios fuera derramado en su corazón por el Espíritu Santo.
Y aquí están la mayoría de los que no son ejercitados: descansando en “nombre que vive”, y en la doctrina sin la experiencia. Pero, estando enfermo, usted necesita médico; siendo culpable, necesita misericordia; y siendo pecador, necesita salvación; y todo esto no de palabra y de nombre, sino en realidad, por revelación y aplicación divinas. Sus ejercicios le dan diligencias que llevar al trono de la misericordia, y le hacen ver en Cristo y en Su precioso evangelio lo que de otro modo ni se vería ni se apreciaría.
Al mismo tiempo, sería un error descansar en los ejercicios como marcas y evidencias de gracia. La sed es buena como preparación para el agua; el hambre es buena como antecedente del alimento; pero ¿quién puede descansar en la sed o en el hambre? Sin ellas no se desean el agua ni el alimento; así, sin ejercicios, Cristo, el Agua y el Pan de vida, no es deseado ni anhelado. Pero estos ejercicios tienen por fin avivar deseos anhelantes de Cristo, y al final hacerle muy precioso.
Al lector…
¿Por qué le deja el Señor luchar tanto tiempo con su parte en Cristo, y por qué no Se revela antes a su alma? Lector, ese es un misterio que no podemos sondear. Pero mire atrás un momento: ¿de cuánto mal le han guardado sus dudas y temores? No le dejaron descansar en una forma sin el poder, ni en una fe de letra muerta; le llevaron una y otra vez con una diligencia al trono de la gracia.
No busque, sin embargo, su fundamento en el castigo mismo, porque ¿quién puede hallar satisfacción en el hambre y la sed? Solo son buenas porque le hacen buscar el Agua y el Pan de vida. Deje, pues, que su necesidad le lleve a Cristo, porque necesita más que palabra y nombre: Le necesita a Él, revelado y aplicado. Lo que ahora es causa de tristeza, después dará fruto apacible de justicia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl