vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Jezus zeide: Ga henen tot Mijn broeders, en zegt hun: Ik vaar op tot Mijn Vader, en uw Vader, en tot Mijn God, en uw God.
Johannes 20:17
Waarom uw Vader? Omdat Hij Mijn Vader is. Waarom uw God? Omdat Hij Mijn God is. Als Zijn eniggeboren Zoon van alle eeuwigheid, was God de God van onze Heere Jezus Christus; als ’s Vaders gezant en dienstknecht, Zijn wil volbrengende op aarde, zelfs in Zijn diepste vernedering, was God Zijn God; en nu Hij van de doden opgestaan en ten hemel gevaren is, om Hogepriester te zijn over het huis Gods, nu Hij in Zijn heerlijkheid is ingegaan en eeuwig leeft om voor ons tussenbeide te treden, is God nog Zijn God. Zo op Jezus ziende, is dit versterkend en bemoedigend voor het geloof.
De grote en heerlijke God, de grote IK BEN, de God in Wie wij leven, ons bewegen en zijn; de God voor Wie wij staan, met alles wat wij zijn en hebben; de God tegen Wie wij zo zwaar en vreselijk gezondigd hebben — die grote en heerlijke God is „de God van onze Heere Jezus Christus”. Wij mogen daarom met volle vrijmoedigheid tot Hem naderen, onze smekingen voor Hem brengen, Zijn heilige Naam aanroepen, en Hem met alle eerbied en vrees aanbidden als de God van onze Heere Jezus Christus, en onze God in Hem.
Een gelovige blik op God, zoals Hij Zich openbaart in de Persoon van Zijn lieve Zoon, zoals Hij ons met Zich verzoent door Zijn kostelijk bloed, ons aanneemt in de Geliefde en ons onze overtredingen niet toerekent, ontwapent God van al Zijn schrik, neemt de dienstbaarheid der wet uit onze harten en de schuld der zonde uit ons geweten weg, verruimt, vertroost en verheugt de ziel, stilt de ontroerde geest en sluit de vrees die haar kwelt buiten.
Want deze God is onze God,
Hij is ons deel, ons zalig lot,
door tijd noch eeuwigheid te scheiden:
ter dood toe zal Hij ons geleiden.
Psalm 48:7
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u nauwelijks tot God durft te naderen, omdat u zo zwaar en vreselijk tegen Hem gezondigd hebt. Staat Hij voor uw gevoel daar als een God vol schrik, voor Wiens aangezicht u niet kunt bestaan? Hoor dan wat de opgestane Heiland tot Zijn broeders zegt: „Ik vaar op tot Mijn Vader, en uw Vader, en tot Mijn God, en uw God.”
Waarom uw God? Omdat Hij Zijn God is. Zie God aan in het aangezicht van Zijn lieve Zoon, Die ons met Hem verzoent door Zijn kostelijk bloed. Die blik ontwapent God van al Zijn schrik, neemt de schuld uit het geweten weg en stilt de ontroerde geest. Nader dan met vrijmoedigheid, maar ook met eerbied, en roep Zijn heilige Naam aan. Want deze God is de God van de Heere Jezus Christus, en in Hem ook de God van een arme zondaar, die Hij ter dood toe zal geleiden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jezus zeide: Ga henen tot Mijn broeders, en zegt hun: Ik vaar op tot Mijn Vader, en uw Vader, en tot Mijn God, en uw God.
Johannes 20:17
Waarom uw Vader? Omdat Hij Mijn Vader is. Waarom uw God? Omdat Hij Mijn God is. Als Zijn eniggeboren Zoon van alle eeuwigheid was God de God van onze Heere Jezus Christus. Als gezant en dienstknecht van de Vader, Die Zijn wil op aarde volbracht, zelfs in Zijn diepste vernedering, was God Zijn God. En nu Hij uit de doden is opgestaan en naar de hemel is gevaren om Hogepriester te zijn over het huis van God, nu Hij in Zijn heerlijkheid is ingegaan en eeuwig leeft om voor ons te pleiten, is God nog steeds Zijn God. Wanneer we zo op Jezus zien, is dit versterkend en bemoedigend voor het geloof.
De grote en heerlijke God, de grote IK BEN, de God in Wie wij leven, ons bewegen en zijn, de God voor Wie wij staan met alles wat wij zijn en hebben, de God tegen Wie wij zo zwaar en vreselijk gezondigd hebben: die grote en heerlijke God is „de God van onze Heere Jezus Christus”. Daarom mogen wij met volle vrijmoedigheid tot Hem naderen, onze smekingen bij Hem brengen, Zijn heilige Naam aanroepen en Hem met alle eerbied en vrees aanbidden als de God van onze Heere Jezus Christus, en als onze God in Hem.
Een gelovige blik op God, zoals Hij Zich openbaart in de Persoon van Zijn lieve Zoon, zoals Hij ons met Zich verzoent door Zijn kostbaar bloed, ons aanneemt in de Geliefde en ons onze overtredingen niet toerekent, ontneemt aan God al Zijn schrikwekkendheid. Zo’n blik neemt de dienstbaarheid van de wet weg uit ons hart en de schuld van de zonde uit ons geweten. Hij verruimt, vertroost en verblijdt de ziel, stilt de ontroerde geest en sluit de vrees die haar kwelt buiten.
Want deze God is onze God,
Hij is ons deel, ons zalig lot,
door tijd noch eeuwigheid te scheiden:
ter dood toe zal Hij ons geleiden.
Psalm 48:7
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u nauwelijks tot God durft te naderen, omdat u zo zwaar en vreselijk tegen Hem gezondigd hebt. Staat Hij voor uw gevoel daar als een God vol schrik, voor Wiens aangezicht u niet kunt bestaan? Hoor dan wat de opgestane Heiland tegen Zijn broeders zegt: „Ik vaar op tot Mijn Vader, en uw Vader, en tot Mijn God, en uw God.”
Waarom uw God? Omdat Hij Zijn God is. Zie God aan in het aangezicht van Zijn lieve Zoon, Die ons met Hem verzoent door Zijn kostbaar bloed. Die blik neemt alle schrik bij God weg, haalt de schuld uit het geweten en stilt de ontroerde geest. Nader dan met vrijmoedigheid, maar ook met eerbied, en roep Zijn heilige Naam aan. Want deze God is de God van de Heere Jezus Christus, en in Hem ook de God van een arme zondaar, die Hij tot in de dood zal geleiden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Go to my brethren, and say unto them, I ascend unto my Father, and your Father; and to my God, and your God.
John 20:17
Why your Father? Because My Father. Why your God? Because My God. As His only-begotten Son from all eternity, God was the God of our Lord Jesus Christ; as the Father’s messenger and servant, doing His will upon earth, even in His lowest humiliation, God was His God; and now that He has risen from the dead and gone up on high to be the great High Priest over the house of God, now that He is entered into His glory and ever lives to make intercession for us, God is still His God. This view of Jesus is most strengthening and encouraging to faith.
The great and glorious God, the great self-existent I AM, the God in Whom we live and move and have our being, the God before whom we stand with all we are and have, the God against and before whom we have so deeply and dreadfully sinned–this great and glorious God is “the God of our Lord Jesus Christ.” We may, therefore, draw near unto Him with all holy boldness, present our supplications before Him, call upon His holy name, and worship Him with all reverence and godly fear as the God of our Lord Jesus Christ, and our God in Him. A believing view of God, as revealing Himself in the person of His dear Son, as reconciling us to Himself by His precious blood, as accepting us in the Beloved, and not imputing our trespasses unto us, disarms God of all His terrors, removes the bondage of the law out of our hearts and the guilt of sin from our consciences, enlarges, comforts, and solaces the soul, soothes the troubled spirit, and casts out that fear which has torment.
To the reader…
There are days when you hardly dare to draw near to God, because you have sinned against Him so deeply and dreadfully. Does He stand before your feelings as a God full of terror, before whose face you cannot stand? Then hear what the risen Saviour says to His brethren: “I ascend unto My Father, and your Father; and to My God, and your God.”
Why your God? Because He is His God. Look upon God in the face of His dear Son, Who reconciles us to Him by His precious blood. That view takes away all the terror from God, removes the guilt from the conscience and quiets the troubled spirit. Draw near, then, with holy boldness, but also with reverence, and call upon His holy Name. For this God is the God of the Lord Jesus Christ, and in Him also the God of a poor sinner, whom He will guide even unto death.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ve a Mis hermanos, y diles: Subo a Mi Padre y a vuestro Padre, a Mi Dios y a vuestro Dios.
Juan 20:17
¿Por qué vuestro Padre? Porque es Mi Padre. ¿Por qué vuestro Dios? Porque es Mi Dios. Como Su Hijo unigénito desde toda la eternidad, Dios era el Dios de nuestro Señor Jesucristo; como mensajero y siervo del Padre, haciendo Su voluntad en la tierra, aun en Su más profunda humillación, Dios era Su Dios; y ahora que ha resucitado de los muertos y ha subido a lo alto para ser el gran Sumo Sacerdote sobre la casa de Dios, ahora que ha entrado en Su gloria y vive siempre para interceder por nosotros, Dios sigue siendo Su Dios. Esta vista de Jesús es sumamente fortalecedora y alentadora para la fe.
El grande y glorioso Dios, el gran YO SOY que existe por Sí mismo, el Dios en Quien vivimos, y nos movemos, y somos, el Dios delante de Quien estamos con todo lo que somos y tenemos, el Dios contra Quien y delante de Quien hemos pecado tan profunda y terriblemente: este grande y glorioso Dios es “el Dios de nuestro Señor Jesucristo”. Por tanto, podemos acercarnos a Él con toda santa confianza, presentar ante Él nuestras súplicas, invocar Su santo Nombre y adorarle con toda reverencia y temor piadoso como el Dios de nuestro Señor Jesucristo, y nuestro Dios en Él. Una vista creyente de Dios, revelándose en la persona de Su amado Hijo, reconciliándonos consigo por Su preciosa sangre, aceptándonos en el Amado y no imputándonos nuestros pecados, desarma a Dios de todos Sus terrores, quita de nuestros corazones la servidumbre de la ley y de nuestras conciencias la culpa del pecado, ensancha, consuela y alivia el alma, sosiega el espíritu turbado y echa fuera aquel temor que lleva consigo pena.
Al lector…
Hay días en que usted apenas se atreve a acercarse a Dios, porque ha pecado contra Él tan profunda y terriblemente. ¿Se presenta Él a sus sentimientos como un Dios lleno de terror, ante cuyo rostro no puede usted estar? Escuche entonces lo que el Salvador resucitado dice a Sus hermanos: “Subo a Mi Padre y a vuestro Padre, a Mi Dios y a vuestro Dios”.
¿Por qué vuestro Dios? Porque Él es Su Dios. Mire a Dios en el rostro de Su amado Hijo, que nos reconcilia con Él por Su preciosa sangre. Esa vista quita a Dios todo terror, quita la culpa de la conciencia y sosiega el espíritu turbado. Acérquese, pues, con santa confianza, pero también con reverencia, e invoque Su santo Nombre. Porque este Dios es el Dios del Señor Jesucristo, y en Él también el Dios de un pobre pecador, al cual Él guiará aun hasta la muerte.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Door Christus tot God gaan
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
We weten wat het is om gebruik te maken van een voorspreker. Neem een kind dat zijn vader heeft beledigd. Het rent naar zijn moeder, en zij moet de voorspreker zijn. U bent een knecht en u hebt uw baas geërgerd. U spreekt met de voorman om een goed woordje voor u bij hem te doen. Of u hebt een vriend met wie u ruzie hebt gemaakt en met wie u zich wenst te verzoenen. Een wederzijdse vriend brengt de verzoening tot stand.
Pas dit nu toe. De Heere is rechtvaardig en u bent een zondige overtreder; de heiligheid, heerlijkheid en het gezag van God stromen uit tegen uw zonde. U bent een zondaar en u hebt Gods wet dag en nacht overtreden. Hoe moet u verlost worden? Hoe moet de vergeving van de zonde plaatsvinden, een schuldig geweten worden gezuiverd, en uw ziel nabij God gebracht worden? Hier volgt het antwoord, een antwoord dat God heeft geopenbaard in Zijn Woord en in uw ziel. Er is een Middelaar, een Voorspreker — er is een Jezus.
Er is een Jezus! Zie op Hem! Ging Hij ooit ongemerkt aan een geval voorbij? Was Hij ooit doof voor enige uitroep? Riep de blinde Hem aan en maakte Hij hem niet ziende? Opende Hij geen dove oren? De melaatsen riepen uit, en maakte de Heere hen niet rein? Kregen degenen die honger leden niet te eten, werden de doden niet tot leven gewekt?
Was er ooit een arm, hulpbehoevend persoon die kwam en neerviel aan de voeten van Christus toen Hij op aarde was, die de gezegende Man van Smarten wegzond zonder acht op hem te slaan? Geen één! En heeft Hij nu niet dezelfde tedere gevoelens, en zijn die niet allemaal verbonden met oneindige kracht, barmhartigheid, genade en liefde? Aldus is Hij in staat volkomenlijk zalig te maken. Hij zit altijd aan Gods rechterhand. Als dus Zijn arme en hulpbehoevende volk inziet en ervaart dat Hij voor altijd leeft om voor hen te bidden, dan maakt dit het hun mogelijk in God te geloven en zich arm en hulpbehoevend aan Zijn voetbank te werpen!
Lezen: 1 Petrus 1:1-13
Aan de lezer…
Misschien weet u niet hoe u met uw schuld voor een heilig en rechtvaardig God moet verschijnen. U hebt Zijn wet dag en nacht overtreden, en uw geweten klaagt u aan. Zoals een kind dat zijn vader beledigd heeft naar zijn moeder rent, zo hebt u een Voorspreker nodig. En die is er: er is een Middelaar, er is een Jezus!
Zie op Hem. Toen Hij op aarde was, zond Hij geen enkele arme, hulpbehoevende ziel weg die aan Zijn voeten neerviel. De blinde riep, en hij werd ziende; de melaatse riep, en hij werd rein. Denkt u dat Hij nu Zijn tedere gevoelens heeft afgelegd? Neen, Hij zit aan Gods rechterhand en leeft altijd om voor de Zijnen te bidden. Werp u dan, zo arm en hulpbehoevend als u bent, aan Zijn voetbank neer. Hij kan volkomenlijk zalig maken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
We weten wat het is om een voorspreker in te schakelen. Neem een kind dat zijn vader heeft beledigd. Het rent naar zijn moeder, en zij moet de voorspreker zijn. U bent een knecht en u hebt uw meester geërgerd. U vraagt de opzichter om een goed woordje voor u bij hem te doen. Of u hebt een vriend met wie u ruzie hebt gekregen en met wie u zich graag wilt verzoenen. Een gemeenschappelijke vriend brengt de verzoening tot stand.
Pas dit nu toe. De Heere is rechtvaardig en u bent een schuldige overtreder; de heiligheid, de heerlijkheid en het gezag van God keren zich tegen uw zonde. U bent een zondaar en u hebt Gods wet dag en nacht overtreden. Hoe moet u verlost worden? Hoe moet uw zonde vergeven worden, een schuldig geweten gereinigd en uw ziel tot God gebracht worden? Hier volgt het antwoord, een antwoord dat God heeft geopenbaard in Zijn Woord en in uw ziel. Er is een Middelaar, een Voorspreker — er is een Jezus.
Er is een Jezus! Zie op Hem! Ging Hij ooit ongemerkt aan iemands nood voorbij? Was Hij ooit doof voor een roepstem? Riep de blinde Hem aan, en maakte Hij hem niet ziende? Opende Hij geen dove oren? De melaatsen riepen, en maakte de Heere hen niet rein? Kregen zij die honger hadden niet te eten, werden de doden niet opgewekt?
Was er ooit een arm, hulpbehoevend mens die kwam en aan de voeten van Christus neerviel toen Hij op aarde was, en die de gezegende Man van smarten wegzond zonder acht op hem te slaan? Geen één! En heeft Hij nu niet dezelfde tedere gevoelens, en zijn die niet allemaal verbonden met oneindige kracht, barmhartigheid, genade en liefde? Zo kan Hij volkomenlijk zalig maken. Hij zit voor altijd aan Gods rechterhand. Wanneer Zijn arme en hulpbehoevende volk dus inziet en ervaart dat Hij altijd leeft om voor hen te bidden, dan stelt dat hen in staat in God te geloven en zich arm en hulpbehoevend aan Zijn voetbank neer te werpen!
Lezen: 1 Petrus 1:1-13
Aan de lezer…
Misschien weet u niet hoe u met uw schuld voor een heilig en rechtvaardig God moet verschijnen. U hebt Zijn wet dag en nacht overtreden, en uw geweten klaagt u aan. Zoals een kind dat zijn vader beledigd heeft naar zijn moeder rent, zo hebt u een Voorspreker nodig. En Die is er: er is een Middelaar, er is een Jezus!
Zie op Hem. Toen Hij op aarde was, zond Hij geen enkele arme, hulpbehoevende ziel weg die aan Zijn voeten neerviel. De blinde riep, en hij werd ziende; de melaatse riep, en hij werd rein. Denkt u dat Hij nu Zijn tedere gevoelens heeft afgelegd? Nee, Hij zit aan Gods rechterhand en leeft altijd om voor de Zijnen te bidden. Werp u dan, zo arm en hulpbehoevend als u bent, aan Zijn voetbank neer. Hij kan volkomenlijk zalig maken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore He is able also to save them to the uttermost that come unto God by Him, seeing He ever liveth to make intercession for them.
Hebrews 7:25
We know what it is to engage an intercessor. Take a child that has offended its father. It runs to its mother, and she must be the intercessor. You are a servant and you have displeased your master. You ask the steward to put in a good word for you with him. Or you have a friend with whom you have quarrelled and with whom you would gladly be reconciled. A mutual friend brings about the reconciliation.
Now apply this. The Lord is just and you are a guilty transgressor; the holiness, the glory and the authority of God are set against your sin. You are a sinner and you have broken God’s law day and night. How are you to be saved? How is your sin to be pardoned, a guilty conscience purged and your soul brought to God? Here follows the answer, an answer which God has revealed in His Word and in your soul. There is a Mediator, an Intercessor — there is a Jesus.
There is a Jesus! Look to Him! Did He ever pass by anyone’s need unheeding? Was He ever deaf to a cry? Did the blind man call upon Him, and did He not give him sight? Did He not open deaf ears? The lepers cried, and did not the Lord make them clean? Did not the hungry receive food, were not the dead raised?
Was there ever a poor, needy man who came and fell down at the feet of Christ when He was on earth, and whom the blessed Man of sorrows sent away without regarding him? Not one! And has He not the same tender feelings now, and are they not all joined with infinite power, mercy, grace and love? So He is able to save to the uttermost. He sits for ever at God’s right hand. When, then, His poor and needy people see and feel that He ever lives to make intercession for them, it enables them to believe in God and to cast themselves, poor and needy, at His footstool!
Reading: 1 Peter 1:1-13
To the reader…
Perhaps you do not know how you are to appear with your guilt before a holy and just God. You have broken His law day and night, and your conscience accuses you. Just as a child that has offended its father runs to its mother, so you need an Intercessor. And there is One: there is a Mediator, there is a Jesus!
Look to Him. When He was on earth, He sent away not one poor, needy soul that fell down at His feet. The blind man cried, and he received his sight; the leper cried, and he was made clean. Do you think He has now laid aside His tender feelings? No, He sits at God’s right hand and ever lives to make intercession for His own. Cast yourself, then, poor and needy as you are, at His footstool. He is able to save to the uttermost.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual puede también salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, viviendo siempre para interceder por ellos.
Hebreos 7:25
Sabemos lo que es buscar un intercesor. Tome a un niño que ha ofendido a su padre. Corre a su madre, y ella ha de ser la intercesora. Usted es un criado y ha disgustado a su amo. Pide al mayordomo que interceda por usted ante él. O tiene un amigo con quien ha reñido y con quien de buena gana se reconciliaría. Un amigo común lleva a cabo la reconciliación.
Ahora aplique esto. El Señor es justo y usted es un transgresor culpable; la santidad, la gloria y la autoridad de Dios se oponen a su pecado. Usted es pecador y ha quebrantado la ley de Dios de día y de noche. ¿Cómo ha de ser salvo? ¿Cómo ha de ser perdonado su pecado, purificada una conciencia culpable y llevada su alma a Dios? Aquí sigue la respuesta, una respuesta que Dios ha revelado en Su Palabra y en su alma. Hay un Mediador, un Intercesor: hay un Jesús.
¡Hay un Jesús! ¡Mírele a Él! ¿Pasó Él alguna vez de largo ante la necesidad de alguien sin hacerle caso? ¿Fue alguna vez sordo a un clamor? ¿Clamó a Él el ciego, y no le dio la vista? ¿No abrió oídos sordos? Los leprosos clamaron, ¿y no los limpió el Señor? ¿No recibieron alimento los hambrientos, no fueron resucitados los muertos?
¿Hubo alguna vez un hombre pobre y necesitado que viniera y cayera a los pies de Cristo cuando Él estaba en la tierra, y a quien el bendito Varón de dolores despidiera sin atenderle? ¡Ni uno! ¿Y no tiene Él ahora los mismos sentimientos tiernos, y no están todos ellos unidos a un poder, una misericordia, una gracia y un amor infinitos? Así puede salvar hasta lo sumo. Él está sentado para siempre a la diestra de Dios. ¡Cuando, pues, Su pueblo pobre y necesitado ve y siente que Él vive siempre para interceder por ellos, esto los capacita para creer en Dios y echarse, pobres y necesitados, al estrado de Sus pies!
Lectura: 1 Pedro 1:1-13
Al lector…
Quizá usted no sabe cómo ha de presentarse con su culpa ante un Dios santo y justo. Ha quebrantado Su ley de día y de noche, y su conciencia le acusa. Así como un niño que ha ofendido a su padre corre a su madre, así necesita usted un Intercesor. Y lo hay: hay un Mediador, ¡hay un Jesús!
Mírele a Él. Cuando estaba en la tierra, no despidió ni a una sola alma pobre y necesitada que cayera a Sus pies. El ciego clamó, y recibió la vista; el leproso clamó, y fue limpiado. ¿Piensa usted que ahora ha dejado a un lado Sus sentimientos tiernos? No, Él está sentado a la diestra de Dios y vive siempre para interceder por los Suyos. Échese, pues, pobre y necesitado como es, al estrado de Sus pies. Él puede salvar hasta lo sumo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
Deuteronomium 32:10
„Hij voerde hem rondom.” Dit was letterlijk waar. Wat een omtrekkende, terug- en voorwaarts leidende weg was het voor de kinderen Israëls in de woestijn! Toch was iedere stap onder de leiding Gods; want zij verreisden nooit, tenzij de wolkkolom zich verhief. Maar hoe leidt de Heere rondom in de genade? Door Zijn Israël te leiden in een weg waarvan zij het einde niet kunnen bespieden. De ene kromming van de weg verbergt de volgende.
Ik heb eens gelezen dat men een weg kan maken met op elk vierde gedeelte van een mijl een kromming; en toch zal deze weg, op deze manier honderd mijlen lang gemaakt zijnde, vanuit het middelpunt naar buiten in een rechte lijn gemeten, slechts een afstand van één mijl aangeven. Zo is het ook in de genade. De lengte van de weg wordt door de vele wendingen vergroot. Maar deze wendingen doen de weg meer uitgestrekt schijnen dan hij in waarheid is. Alles is voor ons verborgen.
Wanneer bijvoorbeeld de Heere een werk der genade begint, dan geeft Hij overtuiging van zonden. Hij opent de geestelijkheid van de wet; Hij doet de ziel haar schuld gevoelen. Zij wordt schuldig, schuldig, schuldig in gedachten, woorden en werken. Maar weet iemand in dit geval wat de Heere doet? Kan hij duidelijk het werk van God in zijn ziel uitstippelen? Is hij in staat om te zeggen: „Dit is het werk van God in mijn hart”?
Voor het grootste gedeelte weet hij niet wat er in hem omgaat. Daarom is hij zo bekommerd; daarom kan hij geen rust vinden; daarom komen de dingen der eeuwigheid gedurig in zijn gemoed op; daarom verkeert hij in de gedurige vrees van onder de toorn te komen; daarom spelen zijn gedachten voortdurend op God; daarom loopt hij veroordeeld in banden van ellende. Ook zelfs wanneer het de Heere behaagt hem enige hoop te verschaffen, een zoete belofte aan zijn ziel toe te passen en hem in verschillende opzichten te bemoedigen onder de bediening van het Woord, dan kan hij menigmaal de volle troost ervan niet genieten. Het moge voor een ogenblik zijn, maar het is spoedig voorbij, en hij kan nauwelijks geloven dat het werkelijkheid is.
Het ongeloof zegt hem dat het niet in de rechte weg tot hem gekomen is, of dat het niet lang genoeg duurde, of dat het niet diep genoeg ging, of dat het niet was zoals hij er anderen wel eens over had horen spreken. En zo is hij vervuld met twijfelingen, vrezen en benauwdheden of het werkelijk van de Heere was. Maar wanneer de Heere hem een stapje verder leidt, het Evangelie ontsluit, Christus openbaart, enig zoet getuigenis in zijn hart doet afdalen, hem enige gezegende ontdekking geeft van zijn aandeel in de Heere Jezus, en dit met Goddelijk getuigenis in zijn hart verzegelt, dan verdrijft dit alle twijfel en vrees en vervult het zijn ziel met blijdschap en vrede. Ja, zelfs na al het genotene, als de zoetigheid ervan weg is, kan hij weer laag zinken en de werkelijkheid van de openbaring, toen genoten, gaan betwijfelen. Dit alles is een „voeren rondom”, want de ene kromming van de weg verbergt de andere.
Aan de lezer…
Begrijpt u, lezer, niets meer van de weg die u gaat? Lijkt het of u steeds weer terugvalt, en verbergt de ene kromming van de weg telkens de volgende? Misschien kent u de schuld, de onrust en de vrees voor de toorn, en weet u niet of dat het werk van God in uw ziel is. Of u hebt eens een zoete belofte genoten, maar het ongeloof fluistert dat het niet echt, niet diep of niet lang genoeg was.
Weet dan dat ook Israël rondom werd gevoerd, en toch was iedere stap onder de leiding Gods. Zo voert Hij de Zijnen in de genade: langs vele wendingen, maar nooit zonder doel. Hij onderwijst hen en bewaart hen als Zijn oogappel. Wacht dan op Hem, ook als de zoetigheid weg is. Hij kan u een stapje verder leiden, Christus aan uw hart openbaren en uw twijfel en vrees verdrijven door Zijn eigen getuigenis.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
Deuteronomium 32:10
„Hij voerde hem rondom.” Dat was letterlijk waar. Wat een omweg, wat een weg heen en terug was het voor de kinderen Israëls in de woestijn! Toch was iedere stap onder de leiding van God, want zij braken nooit op tenzij de wolkkolom zich verhief. Maar hoe voert de Heere in de genade rondom? Door Zijn Israël te leiden langs een weg waarvan zij het einde niet kunnen zien. De ene bocht van de weg verbergt de volgende.
Ik heb eens gelezen dat men een weg kan aanleggen met elke kwart mijl een bocht. Wanneer zo’n weg op die manier honderd mijl lang gemaakt is, zal hij toch, vanuit het middelpunt naar buiten in een rechte lijn gemeten, maar een afstand van één mijl beslaan. Zo is het ook in de genade. De lengte van de weg wordt door de vele wendingen groter. Maar deze wendingen laten de weg langer lijken dan hij in werkelijkheid is. Alles is voor ons verborgen.
Wanneer de Heere bijvoorbeeld een werk van genade begint, geeft Hij overtuiging van zonde. Hij opent de geestelijkheid van de wet; Hij laat de ziel haar schuld voelen. Zij wordt schuldig, schuldig, schuldig in gedachten, woorden en werken. Maar weet iemand in dat geval wat de Heere doet? Kan hij het werk van God in zijn ziel duidelijk aanwijzen? Is hij in staat te zeggen: „Dit is het werk van God in mijn hart”?
Meestal weet hij niet wat er in hem omgaat. Daarom is hij zo bekommerd; daarom kan hij geen rust vinden; daarom komen de dingen van de eeuwigheid steeds in zijn gedachten op; daarom leeft hij in voortdurende vrees onder de toorn te komen; daarom zijn zijn gedachten voortdurend met God bezig; daarom gaat hij veroordeeld in banden van ellende. Zelfs wanneer het de Heere behaagt hem enige hoop te geven, een zoete belofte op zijn ziel toe te passen en hem op verschillende manieren te bemoedigen onder de bediening van het Woord, kan hij er vaak niet de volle troost van genieten. Het kan even duren, maar het is snel voorbij, en hij kan nauwelijks geloven dat het werkelijkheid is.
Het ongeloof zegt hem dat het niet op de rechte manier tot hem gekomen is, of dat het niet lang genoeg duurde, of niet diep genoeg ging, of niet was zoals hij anderen er wel eens over had horen spreken. En zo is hij vol twijfels, vrezen en benauwdheden of het werkelijk van de Heere was. Maar wanneer de Heere hem een stapje verder leidt, het Evangelie ontsluit, Christus openbaart, een zoet getuigenis in zijn hart laat neerdalen, hem een gezegende ontdekking geeft van zijn deel aan de Heere Jezus en dat met Goddelijk getuigenis in zijn hart verzegelt, dan verdrijft dat alle twijfel en vrees en vervult het zijn ziel met blijdschap en vrede. Ja, zelfs na alles wat hij genoten heeft, kan hij, wanneer de zoetheid ervan weg is, weer diep zinken en gaan twijfelen aan de werkelijkheid van de openbaring die hij toen genoot. Dit alles is een „rondom voeren”, want de ene bocht van de weg verbergt de andere.
Aan de lezer…
Begrijpt u niets meer van de weg die u gaat? Lijkt het of u steeds weer terugvalt, en verbergt de ene bocht van de weg telkens de volgende? Misschien kent u de schuld, de onrust en de vrees voor de toorn, en weet u niet of dat het werk van God in uw ziel is. Of u hebt eens een zoete belofte genoten, maar het ongeloof fluistert dat het niet echt, niet diep of niet lang genoeg was.
Weet dan dat ook Israël rondom werd gevoerd, en toch was iedere stap onder de leiding van God. Zo voert Hij de Zijnen in de genade: langs vele wendingen, maar nooit zonder doel. Hij onderwijst hen en bewaart hen als Zijn oogappel. Wacht dan op Hem, ook als de zoetheid weg is. Hij kan u een stapje verder leiden, Christus aan uw hart openbaren en uw twijfel en vrees verdrijven door Zijn eigen getuigenis.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
He led him about, He instructed him, He kept him as the apple of His eye.
Deuteronomy 32:10
“He led them about.” This was true literally. What a circuitous, tangled, backward and forward route was that of the children of Israel in the wilderness! Yet every step was under God’s direction; they never moved until the cloudy pillar led the way.
But how does the Lord lead about in grace? By leading His Israel into a path of which they do not see the end. One turn of the road hides the next. I have read that you may make a road with a curve at every quarter of a mile, and yet in a hundred miles the distance will not be so much as a mile more than a perfectly straight line. So in grace. The length of the road swallows up the turnings.
But these turnings make the road seem more round about than it really is. All before us is hidden. For instance, when the Lord begins a work of grace, He brings convictions of sin, opens up the spirituality of the law, makes the soul feel guilty, guilty, guilty in every thought, word, and deed. But does a man in that condition know what the Lord is doing? Can he clearly trace out the work of God upon his soul? Is he able to say, “This, this is the work of God upon my heart?” For the most part, he knows not what is the matter with him; why he is so distressed; why he can take no rest; why the things of eternity keep rolling in upon his soul; why he stands in continual dread of the wrath to come; why his mind is so exercised with thoughts upon God; why he feels condemnation, bondage, and misery.
Nor even when the Lord is pleased to raise him up to some hope, to apply some sweet promise to his soul, to encourage him in various ways under the ministry of the Word, can he often take the full comfort of it. He may for a time, but it is soon gone, and he can scarcely believe it to be real. Unbelief suggests that it did not come exactly in the right way, or did not last long enough, or did not go deep enough, or was not just such as he has heard others speak of; and so he is filled with doubts, fears, and anxieties whether it was really from the Lord.
But when God leads him on a step further; opens up the gospel, reveals Christ, drops into his heart some sweet testimony, gives him some blessed discovery of his saving interest in the Lord Jesus, and seals it with a divine witness in his heart, this banishes all his doubts and fears, and fills his soul with joy and peace. Yet even after this, when the sweet feeling is gone, he may sink again very low, and may question the reality of the revelation he has enjoyed. All this is “leading about;” for one turn of the road hides the other.
To the reader…
Do you no longer understand anything of the way you are going? Does it seem as if you keep falling back, and does one turn of the road always hide the next? Perhaps you know the guilt, the restlessness and the dread of wrath, and you do not know whether that is the work of God in your soul. Or you once enjoyed a sweet promise, but unbelief whispers that it was not real, not deep or not lasting enough.
Know, then, that Israel too was led about, and yet every step was under the guidance of God. So He leads His own in grace: by many turnings, but never without purpose. He instructs them and keeps them as the apple of His eye. Wait for Him, then, even when the sweetness is gone. He can lead you a step further, reveal Christ to your heart and drive away your doubt and fear by His own witness.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Trájolo alrededor, instruyólo, guardólo como la niña de su ojo.
Deuteronomio 32:10
“Trájolo alrededor.” Esto fue verdad literalmente. ¡Qué ruta tan sinuosa, enredada, de idas y venidas fue la de los hijos de Israel en el desierto! Sin embargo, cada paso estaba bajo la dirección de Dios; nunca se movían hasta que la columna de nube iba delante.
Pero ¿cómo lleva el Señor alrededor en la gracia? Llevando a Su Israel por un camino cuyo fin no ven. Una curva del camino oculta la siguiente. He leído que se puede hacer un camino con una curva cada cuarto de milla, y aun así, en cien millas, la distancia no será ni siquiera una milla más que una línea perfectamente recta. Así sucede en la gracia. La longitud del camino absorbe las curvas.
Pero estas curvas hacen que el camino parezca más largo de lo que realmente es. Todo lo que está delante de nosotros está oculto. Por ejemplo, cuando el Señor comienza una obra de gracia, trae convicciones de pecado, descubre la espiritualidad de la ley, hace que el alma se sienta culpable, culpable, culpable en todo pensamiento, palabra y obra. Pero ¿sabe un hombre en esa condición lo que el Señor está haciendo? ¿Puede trazar con claridad la obra de Dios en su alma? ¿Es capaz de decir: “Esto, esto es la obra de Dios en mi corazón”? En la mayoría de los casos no sabe qué le pasa; por qué está tan angustiado; por qué no puede hallar reposo; por qué las cosas de la eternidad siguen agolpándose sobre su alma; por qué vive en continuo temor de la ira venidera; por qué su mente está tan ejercitada con pensamientos acerca de Dios; por qué siente condenación, servidumbre y miseria.
Ni siquiera cuando al Señor Le place levantarlo a alguna esperanza, aplicar alguna dulce promesa a su alma, animarlo de diversas maneras bajo el ministerio de la Palabra, puede a menudo tomar todo su consuelo. Puede hacerlo por un tiempo, pero pronto se va, y apenas puede creer que fuera real. La incredulidad le sugiere que no vino exactamente de la manera debida, o que no duró lo suficiente, o que no llegó lo bastante hondo, o que no fue precisamente como lo que ha oído contar a otros; y así se llena de dudas, temores y ansiedades sobre si realmente fue del Señor.
Pero cuando Dios lo lleva un paso más allá; le abre el evangelio, le revela a Cristo, deja caer en su corazón algún dulce testimonio, le da algún bendito descubrimiento de su parte salvadora en el Señor Jesús, y lo sella con un testimonio divino en su corazón, esto destierra todas sus dudas y temores y llena su alma de gozo y paz. Sin embargo, aun después de esto, cuando el dulce sentimiento se ha ido, puede hundirse otra vez muy bajo y poner en duda la realidad de la revelación de que ha gozado. Todo esto es “traerlo alrededor”; porque una curva del camino oculta la otra.
Al lector…
¿Ya no entiende usted nada del camino por el que va? ¿Le parece que sigue retrocediendo, y una curva del camino oculta siempre la siguiente? Quizás conoce la culpa, la inquietud y el temor de la ira, y no sabe si eso es la obra de Dios en su alma. O una vez gozó de una dulce promesa, pero la incredulidad le susurra que no fue real, ni lo bastante honda, ni lo bastante duradera.
Sepa, entonces, que también Israel fue traído alrededor, y sin embargo cada paso estaba bajo la dirección de Dios. Así lleva Él a los Suyos en la gracia: por muchas curvas, pero nunca sin propósito. Los instruye y los guarda como la niña de Su ojo. Espérele, pues, aun cuando la dulzura se haya ido. Él puede llevarle un paso más allá, revelar a Cristo a su corazón y alejar su duda y su temor con Su propio testimonio.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl