22 de junio
Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
Deuteronomium 32:10
„Hij voerde hem rondom.” Dit was letterlijk waar. Wat een omtrekkende, terug- en voorwaarts leidende weg was het voor de kinderen Israëls in de woestijn! Toch was iedere stap onder de leiding Gods; want zij verreisden nooit, tenzij de wolkkolom zich verhief. Maar hoe leidt de Heere rondom in de genade? Door Zijn Israël te leiden in een weg waarvan zij het einde niet kunnen bespieden. De ene kromming van de weg verbergt de volgende.
Ik heb eens gelezen dat men een weg kan maken met op elk vierde gedeelte van een mijl een kromming; en toch zal deze weg, op deze manier honderd mijlen lang gemaakt zijnde, vanuit het middelpunt naar buiten in een rechte lijn gemeten, slechts een afstand van één mijl aangeven. Zo is het ook in de genade. De lengte van de weg wordt door de vele wendingen vergroot. Maar deze wendingen doen de weg meer uitgestrekt schijnen dan hij in waarheid is. Alles is voor ons verborgen.
Wanneer bijvoorbeeld de Heere een werk der genade begint, dan geeft Hij overtuiging van zonden. Hij opent de geestelijkheid van de wet; Hij doet de ziel haar schuld gevoelen. Zij wordt schuldig, schuldig, schuldig in gedachten, woorden en werken. Maar weet iemand in dit geval wat de Heere doet? Kan hij duidelijk het werk van God in zijn ziel uitstippelen? Is hij in staat om te zeggen: „Dit is het werk van God in mijn hart”?
Voor het grootste gedeelte weet hij niet wat er in hem omgaat. Daarom is hij zo bekommerd; daarom kan hij geen rust vinden; daarom komen de dingen der eeuwigheid gedurig in zijn gemoed op; daarom verkeert hij in de gedurige vrees van onder de toorn te komen; daarom spelen zijn gedachten voortdurend op God; daarom loopt hij veroordeeld in banden van ellende. Ook zelfs wanneer het de Heere behaagt hem enige hoop te verschaffen, een zoete belofte aan zijn ziel toe te passen en hem in verschillende opzichten te bemoedigen onder de bediening van het Woord, dan kan hij menigmaal de volle troost ervan niet genieten. Het moge voor een ogenblik zijn, maar het is spoedig voorbij, en hij kan nauwelijks geloven dat het werkelijkheid is.
Het ongeloof zegt hem dat het niet in de rechte weg tot hem gekomen is, of dat het niet lang genoeg duurde, of dat het niet diep genoeg ging, of dat het niet was zoals hij er anderen wel eens over had horen spreken. En zo is hij vervuld met twijfelingen, vrezen en benauwdheden of het werkelijk van de Heere was. Maar wanneer de Heere hem een stapje verder leidt, het Evangelie ontsluit, Christus openbaart, enig zoet getuigenis in zijn hart doet afdalen, hem enige gezegende ontdekking geeft van zijn aandeel in de Heere Jezus, en dit met Goddelijk getuigenis in zijn hart verzegelt, dan verdrijft dit alle twijfel en vrees en vervult het zijn ziel met blijdschap en vrede. Ja, zelfs na al het genotene, als de zoetigheid ervan weg is, kan hij weer laag zinken en de werkelijkheid van de openbaring, toen genoten, gaan betwijfelen. Dit alles is een „voeren rondom”, want de ene kromming van de weg verbergt de andere.
Aan de lezer…
Begrijpt u, lezer, niets meer van de weg die u gaat? Lijkt het of u steeds weer terugvalt, en verbergt de ene kromming van de weg telkens de volgende? Misschien kent u de schuld, de onrust en de vrees voor de toorn, en weet u niet of dat het werk van God in uw ziel is. Of u hebt eens een zoete belofte genoten, maar het ongeloof fluistert dat het niet echt, niet diep of niet lang genoeg was.
Weet dan dat ook Israël rondom werd gevoerd, en toch was iedere stap onder de leiding Gods. Zo voert Hij de Zijnen in de genade: langs vele wendingen, maar nooit zonder doel. Hij onderwijst hen en bewaart hen als Zijn oogappel. Wacht dan op Hem, ook als de zoetigheid weg is. Hij kan u een stapje verder leiden, Christus aan uw hart openbaren en uw twijfel en vrees verdrijven door Zijn eigen getuigenis.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
Deuteronomium 32:10
„Hij voerde hem rondom.” Dat was letterlijk waar. Wat een omweg, wat een weg heen en terug was het voor de kinderen Israëls in de woestijn! Toch was iedere stap onder de leiding van God, want zij braken nooit op tenzij de wolkkolom zich verhief. Maar hoe voert de Heere in de genade rondom? Door Zijn Israël te leiden langs een weg waarvan zij het einde niet kunnen zien. De ene bocht van de weg verbergt de volgende.
Ik heb eens gelezen dat men een weg kan aanleggen met elke kwart mijl een bocht. Wanneer zo’n weg op die manier honderd mijl lang gemaakt is, zal hij toch, vanuit het middelpunt naar buiten in een rechte lijn gemeten, maar een afstand van één mijl beslaan. Zo is het ook in de genade. De lengte van de weg wordt door de vele wendingen groter. Maar deze wendingen laten de weg langer lijken dan hij in werkelijkheid is. Alles is voor ons verborgen.
Wanneer de Heere bijvoorbeeld een werk van genade begint, geeft Hij overtuiging van zonde. Hij opent de geestelijkheid van de wet; Hij laat de ziel haar schuld voelen. Zij wordt schuldig, schuldig, schuldig in gedachten, woorden en werken. Maar weet iemand in dat geval wat de Heere doet? Kan hij het werk van God in zijn ziel duidelijk aanwijzen? Is hij in staat te zeggen: „Dit is het werk van God in mijn hart”?
Meestal weet hij niet wat er in hem omgaat. Daarom is hij zo bekommerd; daarom kan hij geen rust vinden; daarom komen de dingen van de eeuwigheid steeds in zijn gedachten op; daarom leeft hij in voortdurende vrees onder de toorn te komen; daarom zijn zijn gedachten voortdurend met God bezig; daarom gaat hij veroordeeld in banden van ellende. Zelfs wanneer het de Heere behaagt hem enige hoop te geven, een zoete belofte op zijn ziel toe te passen en hem op verschillende manieren te bemoedigen onder de bediening van het Woord, kan hij er vaak niet de volle troost van genieten. Het kan even duren, maar het is snel voorbij, en hij kan nauwelijks geloven dat het werkelijkheid is.
Het ongeloof zegt hem dat het niet op de rechte manier tot hem gekomen is, of dat het niet lang genoeg duurde, of niet diep genoeg ging, of niet was zoals hij anderen er wel eens over had horen spreken. En zo is hij vol twijfels, vrezen en benauwdheden of het werkelijk van de Heere was. Maar wanneer de Heere hem een stapje verder leidt, het Evangelie ontsluit, Christus openbaart, een zoet getuigenis in zijn hart laat neerdalen, hem een gezegende ontdekking geeft van zijn deel aan de Heere Jezus en dat met Goddelijk getuigenis in zijn hart verzegelt, dan verdrijft dat alle twijfel en vrees en vervult het zijn ziel met blijdschap en vrede. Ja, zelfs na alles wat hij genoten heeft, kan hij, wanneer de zoetheid ervan weg is, weer diep zinken en gaan twijfelen aan de werkelijkheid van de openbaring die hij toen genoot. Dit alles is een „rondom voeren”, want de ene bocht van de weg verbergt de andere.
Aan de lezer…
Begrijpt u niets meer van de weg die u gaat? Lijkt het of u steeds weer terugvalt, en verbergt de ene bocht van de weg telkens de volgende? Misschien kent u de schuld, de onrust en de vrees voor de toorn, en weet u niet of dat het werk van God in uw ziel is. Of u hebt eens een zoete belofte genoten, maar het ongeloof fluistert dat het niet echt, niet diep of niet lang genoeg was.
Weet dan dat ook Israël rondom werd gevoerd, en toch was iedere stap onder de leiding van God. Zo voert Hij de Zijnen in de genade: langs vele wendingen, maar nooit zonder doel. Hij onderwijst hen en bewaart hen als Zijn oogappel. Wacht dan op Hem, ook als de zoetheid weg is. Hij kan u een stapje verder leiden, Christus aan uw hart openbaren en uw twijfel en vrees verdrijven door Zijn eigen getuigenis.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
He led him about, He instructed him, He kept him as the apple of His eye.
Deuteronomy 32:10
“He led them about.” This was true literally. What a circuitous, tangled, backward and forward route was that of the children of Israel in the wilderness! Yet every step was under God’s direction; they never moved until the cloudy pillar led the way.
But how does the Lord lead about in grace? By leading His Israel into a path of which they do not see the end. One turn of the road hides the next. I have read that you may make a road with a curve at every quarter of a mile, and yet in a hundred miles the distance will not be so much as a mile more than a perfectly straight line. So in grace. The length of the road swallows up the turnings.
But these turnings make the road seem more round about than it really is. All before us is hidden. For instance, when the Lord begins a work of grace, He brings convictions of sin, opens up the spirituality of the law, makes the soul feel guilty, guilty, guilty in every thought, word, and deed. But does a man in that condition know what the Lord is doing? Can he clearly trace out the work of God upon his soul? Is he able to say, “This, this is the work of God upon my heart?” For the most part, he knows not what is the matter with him; why he is so distressed; why he can take no rest; why the things of eternity keep rolling in upon his soul; why he stands in continual dread of the wrath to come; why his mind is so exercised with thoughts upon God; why he feels condemnation, bondage, and misery.
Nor even when the Lord is pleased to raise him up to some hope, to apply some sweet promise to his soul, to encourage him in various ways under the ministry of the Word, can he often take the full comfort of it. He may for a time, but it is soon gone, and he can scarcely believe it to be real. Unbelief suggests that it did not come exactly in the right way, or did not last long enough, or did not go deep enough, or was not just such as he has heard others speak of; and so he is filled with doubts, fears, and anxieties whether it was really from the Lord.
But when God leads him on a step further; opens up the gospel, reveals Christ, drops into his heart some sweet testimony, gives him some blessed discovery of his saving interest in the Lord Jesus, and seals it with a divine witness in his heart, this banishes all his doubts and fears, and fills his soul with joy and peace. Yet even after this, when the sweet feeling is gone, he may sink again very low, and may question the reality of the revelation he has enjoyed. All this is “leading about;” for one turn of the road hides the other.
To the reader…
Do you no longer understand anything of the way you are going? Does it seem as if you keep falling back, and does one turn of the road always hide the next? Perhaps you know the guilt, the restlessness and the dread of wrath, and you do not know whether that is the work of God in your soul. Or you once enjoyed a sweet promise, but unbelief whispers that it was not real, not deep or not lasting enough.
Know, then, that Israel too was led about, and yet every step was under the guidance of God. So He leads His own in grace: by many turnings, but never without purpose. He instructs them and keeps them as the apple of His eye. Wait for Him, then, even when the sweetness is gone. He can lead you a step further, reveal Christ to your heart and drive away your doubt and fear by His own witness.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Trájolo alrededor, instruyólo, guardólo como la niña de su ojo.
Deuteronomio 32:10
“Trájolo alrededor.” Esto fue verdad literalmente. ¡Qué ruta tan sinuosa, enredada, de idas y venidas fue la de los hijos de Israel en el desierto! Sin embargo, cada paso estaba bajo la dirección de Dios; nunca se movían hasta que la columna de nube iba delante.
Pero ¿cómo lleva el Señor alrededor en la gracia? Llevando a Su Israel por un camino cuyo fin no ven. Una curva del camino oculta la siguiente. He leído que se puede hacer un camino con una curva cada cuarto de milla, y aun así, en cien millas, la distancia no será ni siquiera una milla más que una línea perfectamente recta. Así sucede en la gracia. La longitud del camino absorbe las curvas.
Pero estas curvas hacen que el camino parezca más largo de lo que realmente es. Todo lo que está delante de nosotros está oculto. Por ejemplo, cuando el Señor comienza una obra de gracia, trae convicciones de pecado, descubre la espiritualidad de la ley, hace que el alma se sienta culpable, culpable, culpable en todo pensamiento, palabra y obra. Pero ¿sabe un hombre en esa condición lo que el Señor está haciendo? ¿Puede trazar con claridad la obra de Dios en su alma? ¿Es capaz de decir: “Esto, esto es la obra de Dios en mi corazón”? En la mayoría de los casos no sabe qué le pasa; por qué está tan angustiado; por qué no puede hallar reposo; por qué las cosas de la eternidad siguen agolpándose sobre su alma; por qué vive en continuo temor de la ira venidera; por qué su mente está tan ejercitada con pensamientos acerca de Dios; por qué siente condenación, servidumbre y miseria.
Ni siquiera cuando al Señor Le place levantarlo a alguna esperanza, aplicar alguna dulce promesa a su alma, animarlo de diversas maneras bajo el ministerio de la Palabra, puede a menudo tomar todo su consuelo. Puede hacerlo por un tiempo, pero pronto se va, y apenas puede creer que fuera real. La incredulidad le sugiere que no vino exactamente de la manera debida, o que no duró lo suficiente, o que no llegó lo bastante hondo, o que no fue precisamente como lo que ha oído contar a otros; y así se llena de dudas, temores y ansiedades sobre si realmente fue del Señor.
Pero cuando Dios lo lleva un paso más allá; le abre el evangelio, le revela a Cristo, deja caer en su corazón algún dulce testimonio, le da algún bendito descubrimiento de su parte salvadora en el Señor Jesús, y lo sella con un testimonio divino en su corazón, esto destierra todas sus dudas y temores y llena su alma de gozo y paz. Sin embargo, aun después de esto, cuando el dulce sentimiento se ha ido, puede hundirse otra vez muy bajo y poner en duda la realidad de la revelación de que ha gozado. Todo esto es “traerlo alrededor”; porque una curva del camino oculta la otra.
Al lector…
¿Ya no entiende usted nada del camino por el que va? ¿Le parece que sigue retrocediendo, y una curva del camino oculta siempre la siguiente? Quizás conoce la culpa, la inquietud y el temor de la ira, y no sabe si eso es la obra de Dios en su alma. O una vez gozó de una dulce promesa, pero la incredulidad le susurra que no fue real, ni lo bastante honda, ni lo bastante duradera.
Sepa, entonces, que también Israel fue traído alrededor, y sin embargo cada paso estaba bajo la dirección de Dios. Así lleva Él a los Suyos en la gracia: por muchas curvas, pero nunca sin propósito. Los instruye y los guarda como la niña de Su ojo. Espérele, pues, aun cuando la dulzura se haya ido. Él puede llevarle un paso más allá, revelar a Cristo a su corazón y alejar su duda y su temor con Su propio testimonio.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl