Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

22 mei Korenaren uit de volle oogst

Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwint, namelijk ons geloof.
1 Johannes 5:4

Als wij zalig zullen worden, moet het geloof de overwinning behalen. Wij moeten een geloof hebben dat over dood en hel triomfeert en een heerlijke overwinning behaalt over vijanden binnen en buiten ons en over helse vijanden. Zo staat de zaak: wij moeten óf overwinnen, óf overwonnen worden. Wij moeten zegevieren en gekroond worden met een onverwelkelijke kroon van heerlijkheid, of in de worsteling bezwijken, overwonnen door de zonde en de satan. Maar niemand van Gods volk zal in de strijd verslagen worden. Al lijken zij vaak ternauwernood te ontkomen, toch zal het geloof vroeg of laat de overwinning behalen, want het is Jezus Die voor hen strijdt.

Hij zal het geloof, Zijn eigen gave, met eeuwige heerlijkheid kronen. Hij zal niet toelaten dat de Zijnen bezwijken in de goede strijd van het geloof, want Hij zal elke zwakke arm kracht en elke zwakke knie sterkte geven, en Hij zal hen meer dan overwinnaars maken.

Wanneer God de Heilige Geest dan door Zijn levendmakende kracht in de ziel wil werken, geeft Hij het geloof steeds meer kracht. Kracht om te geloven in de eniggeboren Zoon van God, om voortdurend meer zegen uit Zijn volheid te ontvangen, om ernstiger met God te worstelen om een geestelijke zegen, en om standvastiger te staan in de strijd tegen elke vijand. Kracht ook om met meer volharding de goede strijd van het geloof te strijden, en nooit om kwartier te vragen voordat dit geloof zijn heerlijke doel bereikt heeft: Jezus te zien zoals Hij is, in Zijn eeuwig koninkrijk.

Des Heeren engel schaart
een onverwinb’re hemelwacht
rondom hem die Gods wil betracht:
dus is hij wel bewaard.
Komt, smaakt nu en beschouwt
de goedheid van d’ Alzegenaar!
Welzalig wij, die in gevaar
alleen op Hem betrouwt!

Ps. 34:4

Aan de lezer…

Lijkt het, lezer, alsof u in de strijd ternauwernood staande blijft? Zijn de vijanden binnen en buiten u zo sterk dat u vreest uiteindelijk toch te bezwijken? Ik spreek het ernstig uit: wij moeten overwinnen of overwonnen worden. Maar daar komt bij dat niemand van Gods volk in de strijd verslagen zal worden, al ontkomen zij vaak maar net.

Want de overwinning hangt niet af van de kracht van uw arm, maar van Hem Die voor u strijdt. Het geloof is Zijn eigen gave, en Hij zal het met eeuwige heerlijkheid kronen. Hij geeft elke zwakke arm kracht en elke knikkende knie sterkte. Vraag dan geen kwartier en geef de strijd niet op. Blijf zien op de eniggeboren Zoon van God, totdat u Hem zult zien zoals Hij is in Zijn eeuwig koninkrijk.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

22 mei 365 dagen met Philpot

Christus’ hemelvaart

Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja ook de wederhorigen, om bij U te wonen.
Psalm 68:19

De dood! O, wat houdt de angst voor de dood het tere geweten van Gods kinderen soms gevangen! Er zijn sommige belijders die voorwenden altijd boven de angst voor de dood te staan. Maar ik vrees dat dit zelfvertrouwen in de meeste gevallen meer lijkt op de vermetelheid van menige misdadiger die voor de gevangenispoort gehangen zal worden, dan op de heerlijke vrede die de Heere soms aan Zijn beproefde kinderen geeft. Dit hoogmoedige zelfvertrouwen komt niet voort uit enig goddelijk getuigenis dat door de kracht van God in hun geweten is gekomen; dat is iets anders. Bij velen is het een gevoelloze roekeloosheid die op de letter van de wet berust, de vrucht van onwetendheid en zinnelijke onverschilligheid, en niet het levende vertrouwen van het geloof. Daarom ontspringt het, hoewel het een andere vorm aanneemt, aan dezelfde bron als het zogenaamde vertrouwen van de misdadiger.

Gods kinderen zijn ertoe gebracht te voelen wat de eeuwigheid is, hoe heilig en rechtvaardig de God is met Wie ze te maken hebben, en dat ze duizend hellen verdiend hebben. Zij beseffen vaak op pijnlijke wijze, vooral wanneer hun tabernakel zwak is, wat het betekent om heel diep weg te zinken onder de angst voor de dood. Wanneer alles donker is van binnen en somber van buiten; wanneer ze hun kenmerken niet zien; wanneer er geen heerlijk getuigenis is van hun recht op het bloed en de liefde van het Lam; wanneer ongeloof en ontrouw alles lijken te zijn wat ze hebben; wanneer hun gezin en hun omstandigheden hun allemaal voor ogen komen en de duivel als een zondvloed opkomt om hen met duizend verschrikkingen te overweldigen, dan houdt de dood, de wrede dood, hen in droeve gevangenschap vast.

Welnu, de Heere van het leven en van de heerlijkheid heeft „de gevangenis gevangen genomen”. Hij „heeft de dood te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie” (2 Tim. 1:10). Daarom spreekt de Heilige Schrift niet van Gods kinderen die sterven, maar van hen „die ontslapen”. Zo staat er over Stefanus geschreven dat „hij ontsliep”, hoewel hij gehavend en verpletterd door stenen stierf (Hand. 7:60).

Lezen: Handelingen 7:44-60

Aan de lezer…

Misschien, lezer, houdt de angst voor de dood u gevangen. U beseft iets van de eeuwigheid en van de heiligheid van God, u ziet uw kenmerken niet, het is donker van binnen en somber van buiten. Schaam u daar niet voor tegenover de vermetelen die beweren nergens bang voor te zijn. Een teer geweten dat beeft, is beter dan een gevoelloos hart dat lacht.

Maar blijf niet bij uw vrees staan. De Heere van het leven en van de heerlijkheid heeft de gevangenis gevankelijk gevoerd. Hij heeft de dood tenietgedaan en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie. Daarom spreekt de Schrift van de Zijnen niet als stervenden, maar als ontslapenen. Zucht dan tot Hem om een getuigenis in uw geweten. Hij Die de dood overwon, kan ook uw angst voor de dood overwinnen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

22 mei Door Baca’s vallei

Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o Heere, beschaam mij niet.
Psalm 119:31

In welke staat of fase van bevinding u ook bent, het zal uw wijsheid en uw genade zijn vast te houden aan het getuigenis van God. Is de Heere nog maar pas een werk van genade in uw hart begonnen? Laat Hij u zien wat u van nature bent, en stelt Hij u door diepe overtuigingen de zonden van uw jeugd voor ogen? Dan zal het uw wijsheid en genade zijn aan dat getuigenis vast te houden. Laat u dan niet van uw verstand afdrijven in moedeloosheid, en verval ook niet in vleselijk vertrouwen, maar houd u aan dat getuigenis dat de Heere Zelf heeft ingeplant. Heeft de Heere u doen zuchten en wenen uit de diepte van een verbroken hart, en heeft Hij u doen neervallen voor Zijn waarheid? Houd u aan dat getuigenis; Hij zal u niet beschaamd laten uitkomen.

En verder: als de Heere iets meer voor u gedaan heeft en u een straaltje licht van barmhartigheid en gunst heeft laten zien, een klein bewijs van uw deel aan het bloed van het Lam, dan zal het uw wijsheid zijn ook aan dat getuigenis vast te kleven. U zult mensen ontmoeten die u vermetel vooruit willen drijven, en ook mensen die u in moedeloosheid terug willen drijven. U zult mensen tegenkomen die u willen neerdrukken in dezelfde twijfels en vrezen waarin zij zelf verkeren. Ook zult u mensen vinden die u opzij willen leiden in het ijdel vertrouwen waarin zij zelf wandelen. Dan zal het uw wijsheid zijn te blijven bij het getuigenis dat God geopenbaard heeft. En Hij kan in uw ziel het geloof werken waardoor u aan Zijn getuigenis zult kunnen en willen vastkleven.

Maar sommigen zullen zeggen: „Hoe kan ik weten dat ik aan Gods getuigenis vastkleef?” Ik wil u vragen: Wat leeft er in uw hart tegenover Hem? Is er vreze Gods? Is er een heilige eerbied in uw hart? Is er een diep ontzag? Is er enige werkzaamheid in uw ziel? Een uitstorten van uw hart voor God? Een indruk van Zijn tegenwoordigheid? Een vrees om Hem te beledigen? Een verlangen naar Hem? Een diep besef van Zijn volmaaktheden? Dan is er reden te geloven dat er enig getuigenis van God in uw geweten is, en dat u daaraan vastkleeft. Maar is uw godsdienst zo dat hij u leidt tot een ijdel vertrouwen, tot eigengerechtigheid, tot vermetelheid, tot valse gerustheid en tot een zorgeloze, lichtzinnige, oppervlakkige geest? Wees er dan zeker van dat u niet aan Gods getuigenissen vastkleeft, of liever: dat u geen getuigenis van God hebt om aan vast te houden.

Maar als de Heere in uw ziel iets laat voelen van Zijn ongenoegen, omdat u zich tegenover Hem misdragen hebt en schuld over uw ziel en onrust in uw gemoed gebracht hebt, dan zal het uw wijsheid zijn te doen wat de Heere zegt in Leviticus 26:41: een welgevallen te hebben aan de straffen van uw ongerechtigheid, uw mond in het stof te steken en te belijden dat u dwaas gehandeld hebt. Ga dan niet opzij naar een vermetel vertrouwen, waarmee u de scherpte van Gods zwaard in uw ziel zou willen afstompen. Laat het liever in uw hart binnengaan, omhels het in uw geweten, ja, kleef eraan vast als het getuigenis van God. „Ik kleef vast aan Uw getuigenissen.” Kleef vast aan alles wat God in het geweten openbaart, of het nu oordeel is of barmhartigheid, bemoediging of afwijzing, een getuigenis vóór of tegen. Wat het ook is, als het met kracht gepaard gaat en door de Geest in de ziel wordt toegepast, kleef eraan vast, want dat houdt de ziel op een veilige en gezegende plaats.

Aan de lezer…

Misschien vraagt u: „Hoe kan ik weten dat ik aan Gods getuigenis vastkleef?” Kijk dan eens in uw hart. Is er vreze Gods, een heilige eerbied, een vrees om Hem te beledigen, een verlangen naar Hem? Dan is er reden te geloven dat God enig getuigenis in uw geweten gelegd heeft. Het mag klein zijn: een overtuiging van zonde, een zucht uit de diepte, een straaltje licht van barmhartigheid. Maar wat Hij Zelf heeft ingeplant, is het waard om aan vast te houden.

Laat u dan niet afdrijven, niet door wie u vermetel vooruit wil drijven en niet door wie u in moedeloosheid wil terugtrekken. En laat de Heere u Zijn ongenoegen voelen omdat u dwaas gehandeld hebt, stomp het zwaard dan niet af, maar buig u en belijd. Kleef vast aan alles wat Hij met kracht in uw ziel openbaart, of het nu oordeel is of barmhartigheid. En bid met de psalmist: „Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o Heere, beschaam mij niet.” Dat is een veilige en gezegende plaats.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina