Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja ook de wederhorigen, om bij U te wonen.
Psalm 68:19
Dood! O, wat houdt de angst voor de dood het tere geweten van Gods kinderen soms gevangen! Er zijn enkele belijders die voorwenden altijd boven de angst voor de dood te staan. Maar ik ben bang dat in de meeste gevallen dit zelfvertrouwen eerder lijkt op de vermetelheid van menig misdadiger die gehangen zal worden voor de gevangenispoort, dan op de heerlijke vrede die de Heere soms geeft aan Zijn beproefde kinderen. Dit hoogmoedige zelfvertrouwen komt niet voort uit enig goddelijk getuigenis dat in hun geweten is gekomen door de kracht van God; dat is iets anders. Het is bij velen gevoelloze roekeloosheid die op de letter van de wet berust, de vrucht van onwetendheid en zinnelijke onverschilligheid, niet het levende zelfvertrouwen van het geloof, en dus, ofschoon het een andere vorm aanneemt, ontspringt het aan dezelfde bron als het zogenaamde vertrouwen van de misdadiger.
Gods kinderen, die ertoe gebracht zijn te voelen wat eeuwigheid is, hoe heilig en rechtvaardig de God is met Wie ze te maken hebben, en dat ze duizend hellen hebben verdiend, beseffen vaak op pijnlijke wijze, vooral als hun tabernakels zwak zijn, wat het betekent om heel diep te zinken onder de angst voor de dood. Als alles donker van binnen en somber buiten is; als ze hun kenmerken niet zien; als er geen heerlijk getuigenis is van het recht op het bloed en de liefde van het Lam; als ongeloof en ontrouw alles lijken te zijn wat ze hebben; als hun gezinnen en omstandigheden allemaal voor hun ogen verschijnen en de duivel als een zondvloed opkomt om hen te overweldigen met duizend verschrikkingen – in die tijden houdt de dood, de wrede dood, hen vast in droeve gevangenschap.
Welnu, de Heere des levens en der heerlijkheid heeft „de gevangenis gevangen genomen”. Hij „heeft de dood te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie” (2 Tim. 1:10). De Heilige Schrift spreekt derhalve niet van Gods kinderen die sterven; er staat „die ontslapen”. Aldus wordt geschreven over Stefanus dat, ofschoon hij gehavend en verpletterd door stenen stierf, „hij ontsliep” (Hand. 7:60).
Lezen: Handelingen 7:44-60
Aan de lezer…
Misschien, lezer, houdt de angst voor de dood u gevangen. U beseft iets van de eeuwigheid en van de heiligheid van God, u ziet uw kenmerken niet, het is donker van binnen en somber buiten. Schaam u daar niet voor tegenover de vermetelen die beweren nergens bang voor te zijn. Een teer geweten dat beeft, is beter dan een gevoelloos hart dat lacht.
Maar blijf niet bij uw vrees staan. De Heere des levens en der heerlijkheid heeft de gevangenis gevankelijk gevoerd. Hij heeft de dood te niet gedaan en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie. Daarom spreekt de Schrift van de Zijnen niet als stervenden, maar als ontslapenen. Zucht dan tot Hem om een getuigenis in uw geweten. Hij Die de dood overwon, kan ook uw angst voor de dood overwinnen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja ook de wederhorigen, om bij U te wonen.
Psalm 68:19
De dood! O, wat houdt de angst voor de dood het tere geweten van Gods kinderen soms gevangen! Er zijn sommige belijders die voorwenden altijd boven de angst voor de dood te staan. Maar ik vrees dat dit zelfvertrouwen in de meeste gevallen meer lijkt op de vermetelheid van menige misdadiger die voor de gevangenispoort gehangen zal worden, dan op de heerlijke vrede die de Heere soms aan Zijn beproefde kinderen geeft. Dit hoogmoedige zelfvertrouwen komt niet voort uit enig goddelijk getuigenis dat door de kracht van God in hun geweten is gekomen; dat is iets anders. Bij velen is het een gevoelloze roekeloosheid die op de letter van de wet berust, de vrucht van onwetendheid en zinnelijke onverschilligheid, en niet het levende vertrouwen van het geloof. Daarom ontspringt het, hoewel het een andere vorm aanneemt, aan dezelfde bron als het zogenaamde vertrouwen van de misdadiger.
Gods kinderen zijn ertoe gebracht te voelen wat de eeuwigheid is, hoe heilig en rechtvaardig de God is met Wie ze te maken hebben, en dat ze duizend hellen verdiend hebben. Zij beseffen vaak op pijnlijke wijze, vooral wanneer hun tabernakel zwak is, wat het betekent om heel diep weg te zinken onder de angst voor de dood. Wanneer alles donker is van binnen en somber van buiten; wanneer ze hun kenmerken niet zien; wanneer er geen heerlijk getuigenis is van hun recht op het bloed en de liefde van het Lam; wanneer ongeloof en ontrouw alles lijken te zijn wat ze hebben; wanneer hun gezin en hun omstandigheden hun allemaal voor ogen komen en de duivel als een zondvloed opkomt om hen met duizend verschrikkingen te overweldigen, dan houdt de dood, de wrede dood, hen in droeve gevangenschap vast.
Welnu, de Heere van het leven en van de heerlijkheid heeft „de gevangenis gevangen genomen”. Hij „heeft de dood te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie” (2 Tim. 1:10). Daarom spreekt de Heilige Schrift niet van Gods kinderen die sterven, maar van hen „die ontslapen”. Zo staat er over Stefanus geschreven dat „hij ontsliep”, hoewel hij gehavend en verpletterd door stenen stierf (Hand. 7:60).
Lezen: Handelingen 7:44-60
Aan de lezer…
Misschien, lezer, houdt de angst voor de dood u gevangen. U beseft iets van de eeuwigheid en van de heiligheid van God, u ziet uw kenmerken niet, het is donker van binnen en somber van buiten. Schaam u daar niet voor tegenover de vermetelen die beweren nergens bang voor te zijn. Een teer geweten dat beeft, is beter dan een gevoelloos hart dat lacht.
Maar blijf niet bij uw vrees staan. De Heere van het leven en van de heerlijkheid heeft de gevangenis gevankelijk gevoerd. Hij heeft de dood tenietgedaan en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie. Daarom spreekt de Schrift van de Zijnen niet als stervenden, maar als ontslapenen. Zucht dan tot Hem om een getuigenis in uw geweten. Hij Die de dood overwon, kan ook uw angst voor de dood overwinnen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thou hast ascended on high, Thou hast led captivity captive: Thou hast received gifts for men; yea, for the rebellious also, that the LORD God might dwell among them.
Psalm 68:18
Death! Oh, how the fear of death sometimes holds the tender conscience of God’s children captive! There are some professors who pretend to be always above the fear of death. But I fear that in most cases this self-confidence is more like the daring of many a criminal who is to be hanged before the prison gate than the blessed peace which the Lord sometimes gives to His tried children. This proud self-confidence does not spring from any divine testimony that has come into their conscience by the power of God; that is another thing. In many it is an unfeeling recklessness resting upon the letter of the law, the fruit of ignorance and carnal indifference, and not the living confidence of faith. Therefore, though it takes another form, it springs from the same source as the so-called confidence of the criminal.
God’s children have been brought to feel what eternity is, how holy and just is the God with Whom they have to do, and that they have deserved a thousand hells. They often know painfully, especially when their tabernacle is weak, what it is to sink very low under the fear of death. When all is dark within and gloomy without; when they do not see their marks; when there is no blessed testimony of their interest in the blood and love of the Lamb; when unbelief and infidelity seem to be all they have; when their family and their circumstances all come before their eyes and the devil comes in like a flood to overwhelm them with a thousand terrors, then death, cruel death, holds them in sad captivity.
Well, the Lord of life and glory has “led captivity captive.” He “hath abolished death, and hath brought life and immortality to light through the gospel” (2 Tim. 1:10). Therefore the Holy Scripture does not speak of God’s children as dying, but as those who “fall asleep.” So it is written of Stephen that “he fell asleep,” though he died bruised and crushed by stones (Acts 7:60).
Reading: Acts 7:44-60
To the reader…
Perhaps, reader, the fear of death holds you captive. You know something of eternity and of the holiness of God, you do not see your marks, it is dark within and gloomy without. Do not be ashamed of that before the presumptuous who claim to be afraid of nothing. A tender conscience that trembles is better than an unfeeling heart that laughs.
But do not remain standing in your fear. The Lord of life and glory has led captivity captive. He has abolished death and brought life and immortality to light through the gospel. Therefore the Scripture speaks of His own not as dying, but as falling asleep. Sigh to Him, then, for a testimony in your conscience. He Who overcame death can overcome your fear of death as well.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Subiste a lo alto, cautivaste la cautividad, tomaste dones para los hombres, y también los rebeldes, para que habite entre ellos JAH Dios.
Salmo 68:18
¡La muerte! ¡Oh, cómo el temor de la muerte tiene a veces cautiva la conciencia tierna de los hijos de Dios! Hay algunos que hacen profesión de religión y pretenden estar siempre por encima del temor de la muerte. Pero me temo que en la mayoría de los casos esta confianza en sí mismos se parece más a la osadía de muchos criminales que han de ser ahorcados ante la puerta de la cárcel que a la bendita paz que el Señor da a veces a Sus hijos probados. Esta orgullosa confianza en sí mismos no brota de ningún testimonio divino que haya entrado en su conciencia por el poder de Dios; eso es otra cosa. En muchos es una temeridad insensible que descansa en la letra de la ley, fruto de la ignorancia y de la indiferencia carnal, y no la confianza viva de la fe. Por eso, aunque tome otra forma, brota de la misma fuente que la llamada confianza del criminal.
A los hijos de Dios se les ha hecho sentir lo que es la eternidad, cuán santo y justo es el Dios con Quien tienen que ver, y que han merecido mil infiernos. A menudo saben dolorosamente, sobre todo cuando su tabernáculo está débil, lo que es hundirse muy hondo bajo el temor de la muerte. Cuando todo está oscuro por dentro y sombrío por fuera; cuando no ven sus señales; cuando no hay un bendito testimonio de su parte en la sangre y el amor del Cordero; cuando la incredulidad y la infidelidad parecen ser todo lo que tienen; cuando su familia y sus circunstancias se les presentan ante los ojos y el diablo entra como un río para abrumarlos con mil terrores, entonces la muerte, la cruel muerte, los tiene en triste cautiverio.
Pues bien, el Señor de la vida y de la gloria ha “cautivado la cautividad”. Él “quitó la muerte, y sacó a la luz la vida y la inmortalidad por el evangelio” (2 Tim. 1:10). Por eso la Santa Escritura no habla de los hijos de Dios como de quienes mueren, sino como de quienes “duermen”. Así está escrito de Esteban que “durmió”, aunque murió magullado y aplastado por las piedras (Hechos 7:60).
Lectura: Hechos 7:44-60
Al lector…
Quizá, lector, el temor de la muerte le tenga cautivo. Usted sabe algo de la eternidad y de la santidad de Dios, no ve sus señales, todo está oscuro por dentro y sombrío por fuera. No se avergüence de ello ante los presuntuosos que dicen no temer nada. Una conciencia tierna que tiembla es mejor que un corazón insensible que se ríe.
Pero no se quede detenido en su temor. El Señor de la vida y de la gloria ha cautivado la cautividad. Él ha quitado la muerte y ha sacado a la luz la vida y la inmortalidad por el evangelio. Por eso la Escritura no habla de los Suyos como de quienes mueren, sino como de quienes duermen. Suspire, pues, a Él por un testimonio en su conciencia. Aquel que venció la muerte puede vencer también su temor a la muerte.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl