Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

22 december Korenaren uit de volle oogst

In dewelke gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.
1 Petrus 1:8b

Hier vinden wij geloof, liefde, blijdschap en heerlijkheid verenigd. Het woord „verheugt” betekent eigenlijk: opspringen van vreugde. Geestelijke vreugde, heilige vreugde, verschilt daarom van aardse, natuurlijke vreugde, niet alleen in aard maar ook in mate. Natuurlijke vreugde kan nooit erg hoog stijgen en duurt niet lang. Zij is uit de aarde aards, en daarom kan zij niet hoog stijgen en niet lang duren.

Zij wordt altijd belemmerd door de een of andere hindernis of teleurstelling. En zoals er in de bitterste beker van de rechtvaardige iets verborgens is dat hem helemaal zoet maakt, zo is er ook in de zoetste beker van de goddeloze iets dat hem helemaal bitter maakt. Al hun vreugde is dwaasheid, want zelfs „bij het lachen is het hart bedroefd, en het einde dier vreugd is zwaarmoedigheid”. God toornt over de blijdschap van de wereldling, het geweten veroordeelt haar, en het vermoeide hart wordt er vaak ziek van, dodelijk ziek. Zij verdraagt geen onderzoek of overdenking; zij brengt hier steeds teleurstelling en hiernamaals eeuwig berouw.

Maar hoe totaal anders is de vreugde van het geloof en de liefde! Zij is onuitsprekelijk, want zij is een van de dingen die het oog niet gezien en het oor niet gehoord heeft, en die in het hart van de mens nooit zijn opgekomen. Daarom heeft de menselijke taal, die alleen menselijke gedachten en gevoelens kan uitdrukken, hiervoor geen woorden. Wie haar uit ervaring kent, begrijpt het wanneer anderen over haar spreken, maar niet door de woorden zelf. Zij begrijpen het omdat die woorden als het ware korte wenken zijn, doffe en vage schaduwen, onvolkomen en ontoereikende uitingen, die door hun eigen ervaring worden verklaard.

„En heerlijke vreugde.” Letterlijk staat er „verheerlijkte”. Dat wil zeggen: het is een vreugde die God uitzonderlijk eert door er het kenmerk van Goddelijke heerlijkheid op te drukken. Daarom is zij een gezegende voorbereiding op en een voorsmaak van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden.

’k Zal met mijn ganse hart uw eer
vermelden, Heer,
U dank bewijzen.

Psalm 138:1

Aan de lezer…

Hebt u de vreugden van deze wereld geprobeerd, waarde lezer, en gemerkt dat er in de zoetste beker iets bitters ligt? Hebt u gelachen terwijl uw hart bedroefd was? Dan weet u dat natuurlijke vreugde niet hoog stijgt en niet lang duurt. Wees daarover niet ontmoedigd: het is de Heere Die u zo leert dat geen aardse blijdschap uw ziel kan vervullen.

Want er is een andere vreugde, onuitsprekelijk en heerlijk, die opspringt in het hart dat in Christus gelooft, hoewel het Hem niet ziet. Misschien hebt u er maar een korte wenk van gekend, een vage schaduw, en kunt u er geen woorden voor vinden. Veracht die kleine dingen niet. Het is een voorsmaak van de heerlijkheid die nog geopenbaard zal worden. Volhard dan in het geloof, ook in de dagen waarin u weinig voelt; Hij Die die vreugde schenkt, drukt er het stempel van Zijn eigen heerlijkheid op.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

22 december 365 dagen met Philpot

De menselijke natuur van Christus

Als Ik u voorbijging, zag Ik u.
Ezechiël 16:6,8

De hopeloze, rampzalige en hulpeloze toestand van de Kerk door de zondeval, en het grote mededogen van de gezegende Heere als haar Verbondshoofd en Bruidegom, worden prachtig beschreven door de profeet Ezechiël. Hij vergelijkt haar met een arm, in de steek gelaten kindje dat op de dag van haar geboorte vanwege de walgelijkheid van haar ziel op het vlakke veld was weggeworpen. Geen oog had medelijden met haar, geen hand werd uitgestoken om haar op enige wijze te verzorgen of haar voedsel, warmte of bescherming te geven. Aan haar lot overgelaten om te sterven, zou zij zeker in een onpeilbare diepte van eeuwige smart zijn weggezonken, als niet Hij Die „zeer barmhartig is en een Ontfermer” (Jak. 5:11) medelijden met haar had gehad, als niet Hij Wiens liefde alle verstand te boven gaat haar had liefgehad.

Maar juist in dit uur van haar nood kwam Hij voorbij, en het werd een tijd der minne. Want Hij spreidde Zijn vleugel over haar uit, zwoer haar, kwam met haar in een verbond, en zij werd de Zijne (Ez. 16). Maar voordat zij in Zijn armen gesloten kon worden, moest Hij Zelf al haar vuil afwassen in de fontein van Zijn eigen bloed. Hij moest haar zalven met de olie van Zijn genade en de verkwikkende, heiligende invloeden van de Heilige Geest, en haar bekleden met gestikt werk, namelijk de gerechtigheid die Hij voor haar bewerkte door Zijn eigen actieve en lijdende gehoorzaamheid. Dat zijn de drie zegeningen waarover de apostel spreekt als het tegenwoordige deel van de heiligen van God: „En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus, en door de Geest onzes Gods” (Ezech. 16:5-10; 1 Kor. 6:11).

Lezen: Ezechiël 16:1-14

Aan de lezer…

Dat woord „Ik zag u” geldt het arme kind, weggeworpen op het vlakke veld, zonder oog dat medelijden had en zonder hand die zich uitstrekte. Herkent u uzelf daarin? Misschien voelt u uw walgelijkheid zo diep dat u denkt dat er voor iemand als u geen hulp meer is. Maar zie, juist in het uur van de nood kwam Hij voorbij. Hij wachtte niet tot zij zichzelf gereinigd had; Hij zag haar zoals zij was, en het werd een tijd der minne.

Zo handelt Hij Die zeer barmhartig is en een Ontfermer. Hij wast af in de fontein van Zijn eigen bloed, Hij zalft met de olie van Zijn genade, en Hij bekleedt met een gerechtigheid die Hij Zelf heeft bewerkt. Kom dan met al uw vuil tot Hem, niet om eerst uzelf te verbeteren, maar om afgewassen, geheiligd en gerechtvaardigd te worden in de Naam van de Heere Jezus. Hij Wiens liefde alle verstand te boven gaat, zal ook u niet voorbijgaan zonder om te zien.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

22 december Door Baca’s vallei

Opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk.
Jacobus 1:4

Het woord „volmaakt”, zoals het in de Schrift voorkomt, betekent, toegepast op een kind van God, niet een staat die beantwoordt aan het begrip volmaaktheid, alsof het kind van God zonder vlek en zonder rimpel of heilig zou zijn. Het wil zeggen dat zo’n kind van God gerijpt is of rijp geworden in het leven van God, zodat hij geen kind meer is, maar een volwassen man is geworden. Zoals een boom die tot volle wasdom gekomen is. Zo is het ook: wanneer de Geest van de Heere het werk van de lijdzaamheid in uw ziel gewerkt heeft, dan bent u met betrekking tot dat werk volmaakt, want het is Gods werk in u; en in zoverre bent u ook „geheel oprecht”, dat wil zeggen: u bezit alles wat de genade geven kan en u hebt aan niets gebrek van wat die genade kan meedelen.

Geheel onderworpen zijn aan de wil van God en daarmee geheel instemmen, is het hoogtepunt van de volmaaktheid van de christen hier beneden, en wie dat beleeft, heeft niets nodig, want hij heeft alle dingen in Christus. Wat is dan de hoogste trap van genade waartoe een ziel kan opklimmen? Waar schitterde de genade zo verheven als in de Heere Jezus Christus? En waar openbaarde de genade zich meer dan in de donkere hof en aan het kruis? Was de menselijke natuur van Christus niet duidelijk met de Geest vervuld, en blonk niet elke genade in Hem meer uit in Gethsémané en op Golgotha dan toen Hij op de berg van de verheerlijking was?

Zo blinkt ook de genade in het hart van een kind van God, dat onder beproeving en verzoeking kan zeggen: „Uw wil geschiede”, en dat zich onderwerpt aan de kastijdende roede van zijn hemelse Vader, meer uit dan wanneer hij zich baadt in de volle stralen van de Zon van de gerechtigheid. Hoe vaak vergissen wij ons hierin, wanneer wij verlangen naar genieten, in plaats van te beseffen dat de ware genade ons onderworpen maakt aan de wil van God, of wij nu in het dal of op de berg zijn!

Aan de lezer…

Hoe donker kan het worden wanneer u meent dat de genade in u dood is, omdat u geen zoete genietingen meer kent en uw weg door het dal gaat! Verlangt u naar de berg, en tast u dagelijks in het donker? Zie dan naar Hem in Wie de genade het heerlijkst schitterde: niet het meest op de berg van de verheerlijking, maar in Gethsémané en op Golgotha, waar Hij Zich onderwierp aan de wil van Zijn Vader.

Zo kan het ook in uw ziel zijn. Waar de Geest van de Heere het werk van de lijdzaamheid werkte, daar blinkt de genade misschien meer uit dan in de dagen van overvloed. Kunt u onder de kastijdende roede, al is het met tranen, stamelen: „Uw wil geschiede”? Dan is daar Gods eigen werk in u, en wat Hij begonnen heeft, laat Hij rijpen. Wie alles in Christus heeft, mag arm zijn in zichzelf en toch in geen ding gebrekkelijk.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina