December 22
In dewelke gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.
1 Petrus 1:8b
Hier vinden wij geloof, liefde, blijdschap en heerlijkheid verenigd. Het woord „verheugt” betekent eigenlijk opspringen van vreugde. Geestelijke vreugde, heilige vreugde, is daarom van aardse, natuurlijke vreugde niet alleen onderscheiden in aard, maar ook in graad. Natuurlijke vreugde kan nooit zeer hoog stijgen en is niet van lange duur. Zij is uit de aarde aards, en daarom kan zij niet hoog stijgen en lang duren.
Zij wordt altijd belemmerd door de een of andere hinderpaal of teleurstelling; en evenals in de bitterste beker des rechtvaardigen iets geheims is dat hem geheel zoet maakt, zo is er ook in de zoetste beker des goddelozen iets dat hem geheel bitter maakt. Al hun vreugde is dwaasheid, want zelfs „bij het lachen is het hart bedroefd, en het einde dier vreugd is zwaarmoedigheid”. God toornt over de blijdschap van de wereldling; het geweten veroordeelt die, en het vermoeide hart is er dikwijls ziek, dodelijk ziek van. Zij kan geen onderzoek of overweging dulden; zij geeft steeds teleurstelling hier en hiernamaals eeuwig berouw.
Maar hoe geheel anders is de vreugde des geloofs en der liefde! Zij is onuitsprekelijk, want zij is een dier dingen welke het oog niet gezien en het oor niet gehoord heeft, en die in het hart des mensen nooit zijn opgeklommen; en daarom heeft de menselijke taal, welke alleen menselijke gedachten en gevoelens kan uitdrukken, hiervoor geen woorden. Zij die haar bij ervaring kennen, verstaan het wanneer door anderen over haar gesproken wordt, maar niet uit de woorden zelf; zij verstaan het omdat die woorden als het ware korte wenken, doffe en flauwe schaduwen, onvolkomen en onvoldoende uitingen zijn, die door hun eigen ervaring worden verklaard.
„En heerlijke vreugde.” Letterlijk staat er „verheerlijkte”, dat is: de vreugde is een vreugde die God uitsluitend vereert door er het kenmerk van Goddelijke heerlijkheid op te drukken. Daarom is zij een gezegende voorbereiding voor, en een voorsmaak van de heerlijkheid die zal geopenbaard worden.
’k Zal met mijn ganse hart uw eer
vermelden, Heer,
U dank bewijzen.
Psalm 138:1
Aan de lezer…
Hebt u de vreugden van deze wereld beproefd, waarde lezer, en gevonden dat er in de zoetste beker iets bitters ligt? Hebt u gelachen terwijl uw hart bedroefd was? Dan weet u dat natuurlijke vreugde niet hoog stijgt en niet lang duurt. Wees daarover niet ontmoedigd: het is de Heere Die u zo leert dat geen aardse blijdschap uw ziel kan vervullen.
Want er is een andere vreugde, onuitsprekelijk en heerlijk, die opspringt in het hart dat Christus gelooft, hoewel het Hem niet ziet. Misschien hebt u er slechts een korte wenk van gekend, een flauwe schaduw, en kunt u er geen woorden voor vinden. Veracht die kleine dingen niet. Het is een voorsmaak van de heerlijkheid die nog geopenbaard zal worden. Houd dan aan in het geloof, ook in de dagen waarin u weinig voelt; Hij Die die vreugde schenkt, draagt er het stempel van Zijn eigen heerlijkheid op.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In dewelke gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.
1 Petrus 1:8b
Hier vinden wij geloof, liefde, blijdschap en heerlijkheid verenigd. Het woord „verheugt” betekent eigenlijk: opspringen van vreugde. Geestelijke vreugde, heilige vreugde, verschilt daarom van aardse, natuurlijke vreugde, niet alleen in aard maar ook in mate. Natuurlijke vreugde kan nooit erg hoog stijgen en duurt niet lang. Zij is uit de aarde aards, en daarom kan zij niet hoog stijgen en niet lang duren.
Zij wordt altijd belemmerd door de een of andere hindernis of teleurstelling. En zoals er in de bitterste beker van de rechtvaardige iets verborgens is dat hem helemaal zoet maakt, zo is er ook in de zoetste beker van de goddeloze iets dat hem helemaal bitter maakt. Al hun vreugde is dwaasheid, want zelfs „bij het lachen is het hart bedroefd, en het einde dier vreugd is zwaarmoedigheid”. God toornt over de blijdschap van de wereldling, het geweten veroordeelt haar, en het vermoeide hart wordt er vaak ziek van, dodelijk ziek. Zij verdraagt geen onderzoek of overdenking; zij brengt hier steeds teleurstelling en hiernamaals eeuwig berouw.
Maar hoe totaal anders is de vreugde van het geloof en de liefde! Zij is onuitsprekelijk, want zij is een van de dingen die het oog niet gezien en het oor niet gehoord heeft, en die in het hart van de mens nooit zijn opgekomen. Daarom heeft de menselijke taal, die alleen menselijke gedachten en gevoelens kan uitdrukken, hiervoor geen woorden. Wie haar uit ervaring kent, begrijpt het wanneer anderen over haar spreken, maar niet door de woorden zelf. Zij begrijpen het omdat die woorden als het ware korte wenken zijn, doffe en vage schaduwen, onvolkomen en ontoereikende uitingen, die door hun eigen ervaring worden verklaard.
„En heerlijke vreugde.” Letterlijk staat er „verheerlijkte”. Dat wil zeggen: het is een vreugde die God uitzonderlijk eert door er het kenmerk van Goddelijke heerlijkheid op te drukken. Daarom is zij een gezegende voorbereiding op en een voorsmaak van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden.
’k Zal met mijn ganse hart uw eer
vermelden, Heer,
U dank bewijzen.
Psalm 138:1
Aan de lezer…
Hebt u de vreugden van deze wereld geprobeerd, waarde lezer, en gemerkt dat er in de zoetste beker iets bitters ligt? Hebt u gelachen terwijl uw hart bedroefd was? Dan weet u dat natuurlijke vreugde niet hoog stijgt en niet lang duurt. Wees daarover niet ontmoedigd: het is de Heere Die u zo leert dat geen aardse blijdschap uw ziel kan vervullen.
Want er is een andere vreugde, onuitsprekelijk en heerlijk, die opspringt in het hart dat in Christus gelooft, hoewel het Hem niet ziet. Misschien hebt u er maar een korte wenk van gekend, een vage schaduw, en kunt u er geen woorden voor vinden. Veracht die kleine dingen niet. Het is een voorsmaak van de heerlijkheid die nog geopenbaard zal worden. Volhard dan in het geloof, ook in de dagen waarin u weinig voelt; Hij Die die vreugde schenkt, drukt er het stempel van Zijn eigen heerlijkheid op.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In Whom, though now ye see Him not, yet believing, ye rejoice with joy unspeakable and full of glory.
1 Peter 1:8
Here we have linked together faith, love, joy, and glory. The word translated “rejoice” means a high degree of joy, and signifies literally, to leap with joy. Spiritual joy, holy joy, is therefore distinguished from earthly joy, natural joy, not only in nature, but in degree. Natural human joy can never rise very high, nor last very long. It is of the earth, earthy, and therefore can never rise high nor long endure. It is always marred by some check, damp or disappointment; and, as in the bitterest cup of the righteous “There’s something secret sweetens all,” so in the sweetest cup of the ungodly there is something secret embitters all.
All their mirth is madness; for even “in laughter the heart is sorrowful, and the end of that mirth is heaviness.” God frowns upon all the worldling’s pleasure, conscience condemns it, and the weary heart is often sick of it, even unto death. It cannot bear inspection or reflection, has perpetual disappointment stamped upon it here and eternal sorrow hereafter.
But how different is the joy of faith and love. It is unspeakable, for it is one of the things which eye has not seen, nor ear heard, neither have entered into the heart of man; and therefore human language, which can only express human thoughts and feelings, has no words for this. Those who have experienced it understand it when spoken of by others, but not from the words themselves, but because those words are as if broken hints, dim and feeble shadows, imperfect and insufficient utterances, but interpreted by their own experience.
“And full of glory.” It is literally “glorified,” that is, the joy is a joy which God especially honors by stamping upon it a divine glory. It is, therefore, a blessed preparation for, and foretaste of the glory that shall be revealed.
To the reader…
Have you tried the joys of this world, dear reader, and found that there is something bitter in the sweetest cup? Have you laughed while your heart was sorrowful? Then you know that natural joy does not rise high and does not last long. Do not be discouraged by that: it is the Lord Who teaches you in this way that no earthly gladness can fill your soul.
For there is another joy, unspeakable and full of glory, that leaps up in the heart that believes in Christ, though it does not see Him. Perhaps you have known only a brief hint of it, a dim shadow, and cannot find words for it. Do not despise those small things. It is a foretaste of the glory that is yet to be revealed. Persevere, then, in faith, even in the days when you feel little; He Who gives that joy stamps it with His own glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En el cual creyendo, aunque al presente no Le veáis, os alegráis con gozo inefable y glorificado.
1 Pedro 1:8
Aquí tenemos unidos la fe, el amor, el gozo y la gloria. La palabra traducida “alegrarse” denota un alto grado de gozo, y significa literalmente saltar de gozo. El gozo espiritual, el gozo santo, se distingue por tanto del gozo terrenal, del gozo natural, no solo en naturaleza, sino en grado. El gozo humano natural nunca puede elevarse muy alto ni durar mucho. Es de la tierra, terrenal, y por eso nunca puede elevarse alto ni durar largo tiempo. Siempre lo estropea algún freno, algún desaliento o alguna decepción; y así como en la copa más amarga del justo “algo secreto lo endulza todo”, así en la copa más dulce del impío algo secreto lo amarga todo.
Toda su alegría es locura; porque aun “en la risa tendrá dolor el corazón; y el término de la alegría es congoja”. Dios mira con desagrado todo el placer del mundano, la conciencia lo condena, y el corazón cansado a menudo está harto de él, hasta la muerte. No soporta el examen ni la reflexión; lleva grabada la decepción perpetua aquí y el dolor eterno después.
Pero ¡cuán distinto es el gozo de la fe y del amor! Es inefable, porque es una de las cosas que ojo no vio, ni oreja oyó, ni han subido en corazón de hombre; y por eso el lenguaje humano, que solo puede expresar pensamientos y sentimientos humanos, no tiene palabras para él. Los que lo han experimentado lo entienden cuando otros hablan de él, pero no por las palabras mismas, sino porque esas palabras son como insinuaciones entrecortadas, sombras tenues y débiles, expresiones imperfectas e insuficientes, pero interpretadas por su propia experiencia.
“Y glorificado.” Así dice literalmente; es decir, el gozo es un gozo que Dios honra especialmente imprimiendo en él una gloria divina. Es, por tanto, una bendita preparación para la gloria que ha de ser revelada, y un anticipo de ella.
Al lector…
¿Ha probado usted los gozos de este mundo, querido lector, y ha hallado que hay algo amargo en la copa más dulce? ¿Se ha reído mientras su corazón estaba triste? Entonces sabe que el gozo natural no se eleva alto ni dura mucho. No se desanime por eso: es el Señor quien le enseña así que ninguna alegría terrenal puede llenar su alma.
Porque hay otro gozo, inefable y glorificado, que salta en el corazón que cree en Cristo, aunque no Le vea. Quizá solo ha conocido de él una breve insinuación, una sombra tenue, y no halla palabras para expresarlo. No desprecie esas cosas pequeñas. Es un anticipo de la gloria que todavía ha de ser revelada. Persevere, pues, en la fe, aun en los días en que siente poco; Aquel que da ese gozo le imprime Su propia gloria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl