6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En zoudt gij u grote dingen zoeken? zoekt ze niet.
Jeremia 45:5
Welke plannen en ontwerpen ’s Heeren volk ook moge bedenken om voorspoed te hebben en in de wereld vooruit te komen, zelden laat Hij hun pogingen gelukken. Hij weet wel welke de gevolgen zouden zijn: dat dit klimop, dat rondom de stam kruipt, de boom als het ware zou verstikken en doden. Hoe meer de wereldse goederen vermeerderen, des te meer hecht het hart er zich aan; en hoe meer de liefde zich vestigt op afgoden, des te meer wordt het hart van de Heere afgetrokken. Hij laat het niet toe dat Zijn volk reeds hier beneden zijn deel weghebbe. Daarom zegt Hij tot hen in Zijn Voorzienigheid, zowel als in Zijn Woord: „Zoekt ze niet.”
Maar, zult gij misschien zeggen: „Wat moeten wij dan zoeken?” Ik zal het u in één woord zeggen: het onvergankelijke. Wat zijn die dingen waar gij naar zoekt, en wel op godsdienstig gebied? Zo gij ze in hun waar licht kondet zien, zoudt gij zien dat ze slechts schaduwen zijn.
Gij gevoelt bijvoorbeeld uw gebrek aan de gave des gebeds, wanneer gij geroepen zijt in het openbaar voor te gaan; of in kleinere kring, wanneer gij in gesprek zijt met degenen die meer begaafd zijn dan gij, en gij mist datgene wat gewoonlijk gave genoemd wordt, zoals een groter vloed van woorden, meer gemakkelijkheid in het aanhalen van woorden der Schrift en een grotere verscheidenheid van uitdrukkingen, zodat men daardoor een diepere indruk op de toehoorders maakt; de enige behoefte is eigenlijk dat gij hoger in hun achting zoudt kunnen staan. Maar wat zouden deze gaven betekenen, zo gij ze tot in de hoogste mate bezat, zodat men u er bijna om zou vergoden; wat zouden zij voor u doen, wanneer gij op uw doodsbed zult liggen? Wanneer de eeuwigheid daar voor u staat en uw ziel alleen met God te doen heeft? Dan zult gij geen gaven nodig hebben. Genade zal dan het enige zijn dat u kan helpen.
Gij zult mij leiden door Uw raad,
o God, mijn heil, mijn toeverlaat,
en mij, hiertoe door U bereid,
opnemen in Uw heerlijkheid.
Ps. 73:12b
Aan de lezer…
Deze woorden stellen u een vraag: wat zoekt u eigenlijk? Misschien geen rijkdom of aanzien in de wereld, maar wel iets dat er van binnen sterk op lijkt: een gave om vloeiend te bidden, woorden om indruk te maken, een plaats in de achting van anderen. Het hart is listig, en het kan zelfs in de godsdienst nog grote dingen voor zichzelf zoeken. De Heere zegt tot u, in Zijn Woord en in Zijn leiding: „Zoekt ze niet.”
Is het u wel eens tegengevallen dat uw plannen niet gelukten? Wees er niet bitter om. Hij weet hoe het klimop de boom zou verstikken, en Hij laat Zijn volk hier beneden zijn deel niet weghebben. Denk aan die ure waarin de eeuwigheid voor u staat en uw ziel alleen met God te doen heeft. Dan helpen geen gaven meer, maar alleen genade. Zoek dan het onvergankelijke, en vraag niet om een groter naam, maar om een kleiner hart en een rijker deel in Hem.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En zoudt gij u grote dingen zoeken? zoekt ze niet.
Jeremia 45:5
Welke plannen en ontwerpen het volk van de Heere ook bedenkt om voorspoed te hebben en in de wereld vooruit te komen, zelden laat Hij hun pogingen slagen. Hij weet heel goed wat de gevolgen zouden zijn: dat die klimop, die rond de stam omhoogkruipt, de boom als het ware zou verstikken en doden. Hoe meer de wereldse goederen toenemen, hoe meer het hart eraan gehecht raakt. En hoe meer de liefde zich op afgoden richt, hoe meer het hart van de Heere wordt afgetrokken. Hij laat niet toe dat Zijn volk hier beneden al zijn deel ontvangt. Daarom zegt Hij tot hen, zowel in Zijn voorzienigheid als in Zijn Woord: „Zoekt ze niet.”
Maar misschien zegt u: „Wat moeten wij dan zoeken?” Ik zal het u in één woord zeggen: het onvergankelijke. Wat zijn de dingen waar u naar zoekt, ook op godsdienstig gebied? Als u ze in hun ware licht kon zien, zou u merken dat ze maar schaduwen zijn.
U voelt bijvoorbeeld uw gebrek aan de gave van het gebed wanneer u geroepen wordt om in het openbaar voor te gaan. Of u voelt het in kleinere kring, wanneer u in gesprek bent met mensen die meer begaafd zijn dan u. U mist dan wat men gewoonlijk een gave noemt: een grotere stroom van woorden, meer gemak in het aanhalen van woorden uit de Schrift en een grotere verscheidenheid aan uitdrukkingen, waardoor men een diepere indruk op de toehoorders maakt. Eigenlijk is het enige verlangen daarachter, dat u hoger in hun achting zou staan. Maar wat zouden deze gaven betekenen, als u ze in de hoogste mate bezat, zodat men u er bijna om zou vergoden? Wat zouden zij voor u doen wanneer u op uw sterfbed ligt, wanneer de eeuwigheid voor u staat en uw ziel alleen met God te maken heeft? Dan zult u geen gaven nodig hebben. Dan zal genade het enige zijn wat u kan helpen.
Gij zult mij leiden door Uw raad,
o God, mijn heil, mijn toeverlaat,
en mij, hiertoe door U bereid,
opnemen in Uw heerlijkheid.
Ps. 73:12b
Aan de lezer…
Deze woorden stellen u een vraag: wat zoekt u eigenlijk? Misschien geen rijkdom of aanzien in de wereld, maar wel iets wat er van binnen sterk op lijkt: een gave om vloeiend te bidden, woorden om indruk te maken, een plaats in de achting van anderen. Het hart is listig, en het kan zelfs in de godsdienst nog grote dingen voor zichzelf zoeken. De Heere zegt tot u, in Zijn Woord en in Zijn leiding: „Zoekt ze niet.”
Is het u wel eens tegengevallen dat uw plannen niet slaagden? Wees er niet bitter om. Hij weet hoe de klimop de boom zou verstikken, en Hij laat Zijn volk hier beneden niet al zijn deel ontvangen. Denk aan het uur waarin de eeuwigheid voor u staat en uw ziel alleen met God te maken heeft. Dan helpen geen gaven meer, maar alleen genade. Zoek dan het onvergankelijke, en vraag niet om een grotere naam, maar om een kleiner hart en een rijker deel in Hem.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And seekest thou great things for thyself? seek them not.
Jeremiah 45:5
Whatever schemes and projects the Lord’s people may devise that they may prosper and get on in the world, He rarely allows their plans to thrive. He knows well to what consequences it would lead—that this ivy creeping round the stem would, as it were, suffocate and strangle the tree. The more that worldly goods increase, the more the heart is fixed upon them; and the more the affections are set upon idols, the more is the heart drawn away from the Lord. He will not allow His people to have their portion here below. He, therefore, says to them in His providence, as well as in His Word, “Seek them not.”
But you will perhaps say, “What are we then to seek?” I will tell you in one word—REALITIES.
What are these great things that you are seeking after in ‘religion’? Could you see them in their right light, you would see that they are but shadows. You feel, for instance, your deficiency in gift in public when you are called upon to pray, or in private when you converse with those who possess readier speech, and you want what are commonly called gifts, such as a greater fluency of utterance, more ability to quote Scripture, and a more abundant variety of expressions, so as to make a deeper impression on the hearers—your real desire being that you might stand higher in their estimation.
But what would these gifts, if you had them to the fullest extent, so that men might almost worship you for them, do for you when you shall be called upon to lie upon a death-bed—when eternity is in view, and your soul has to deal with God only? You will desire no gifts then. Grace will be the only thing which can do you any good.
To the reader…
These words put a question to you: what is it you are really seeking? Perhaps not wealth or standing in the world, but something inwardly very like it: a gift for praying fluently, words to make an impression, a place in the esteem of others. The heart is deceitful, and even in religion it can still seek great things for itself. The Lord says to you, in His Word and in His providence: “Seek them not.”
Have you ever been disappointed that your plans did not succeed? Do not be bitter about it. He knows how the ivy would strangle the tree, and He does not let His people receive their whole portion here below. Think of the hour when eternity stands before you and your soul has to do with God alone. Then no gifts will help any longer, but only grace. So seek what does not pass away, and do not ask for a greater name, but for a humbler heart and a richer portion in Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿Y tú buscas para ti grandezas? No busques.
Jeremías 45:5
Cualesquiera que sean los planes y proyectos que el pueblo del Señor trace para prosperar y salir adelante en el mundo, Él rara vez permite que sus planes prosperen. Él sabe bien a qué consecuencias conduciría: que esta hiedra que trepa alrededor del tronco, por así decirlo, ahogaría y estrangularía el árbol. Cuanto más aumentan los bienes del mundo, más se fija en ellos el corazón; y cuanto más se ponen los afectos en los ídolos, más se aparta el corazón del Señor. Él no permitirá que Su pueblo tenga su porción aquí abajo. Por eso les dice en Su providencia, así como en Su Palabra: “No busques”.
Pero quizá usted diga: “¿Qué hemos de buscar, entonces?”. Se lo diré en una palabra: REALIDADES.
¿Qué son esas grandezas que usted busca en la ‘religión’? Si pudiera verlas a su verdadera luz, vería que no son más que sombras. Usted siente, por ejemplo, su falta de dones en público cuando se le pide que ore, o en privado cuando conversa con quienes tienen una palabra más pronta, y desea lo que comúnmente se llaman dones, como una mayor facilidad de palabra, más capacidad para citar la Escritura y una variedad más abundante de expresiones, para causar una impresión más profunda en los oyentes; siendo su verdadero deseo el de estar más alto en la estima de ellos.
Pero ¿qué harían por usted estos dones, aunque los tuviera en la mayor medida, de modo que los hombres casi le adoraran por ellos, cuando tenga que yacer en un lecho de muerte, cuando la eternidad esté a la vista y su alma tenga que tratar solo con Dios? Entonces no deseará dones. La gracia será lo único que pueda hacerle algún bien.
Al lector…
Estas palabras le hacen una pregunta: ¿qué es lo que realmente busca? Quizá no riquezas ni posición en el mundo, sino algo interiormente muy parecido: un don para orar con soltura, palabras que causen impresión, un lugar en la estima de los demás. El corazón es engañoso, y aun en la religión puede seguir buscando grandezas para sí. El Señor le dice, en Su Palabra y en Su providencia: “No busques”.
¿Se ha sentido alguna vez decepcionado de que sus planes no prosperaran? No se amargue por ello. Él sabe cómo la hiedra estrangularía el árbol, y no deja que Su pueblo reciba aquí abajo toda su porción. Piense en la hora en que la eternidad esté delante de usted y su alma tenga que tratar solo con Dios. Entonces ya no servirán los dones, sino solo la gracia. Busque, pues, lo que no pasa, y no pida un nombre más grande, sino un corazón más humilde y una porción más rica en Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Vervolgen de Heere te kennen
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de Heere te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
Wat zullen wij kennen? Wij zullen weten dat de hand van de Heere de Kerk ondersteunt in al haar verzoekingen, dat geen van Satans legermachten ook maar iets tegen haar zal vermogen, dat al haar uitwendige beproevingen haar ten goede hebben meegewerkt, dat God gebruik heeft gemaakt van dingen die tegen haar schenen te zijn, om die het meest tot haar voordeel te laten uitlopen, en dat alles wat haar overkwam zo plaatsvond, dat het een gebeurtenis van genade voor haar werd. Zij zal weten dat haar eerste overtuigingen van God kwamen, dat het eerste ochtendgloren van licht en leven aan haar ziel van Hem kwam, dat Hij haar ondersteunde, terwijl ze anders geheel en al zou vallen, en dat, toen de Satan aankwam als een rivier, de Geest des Heeren de banier tegen hem oprichtte. Ook zal zij weten dat God de Beginner en Voleindiger van haar geloof is, de bron van haar hoop en de fontein van haar liefde. Zij zal weten dat zij geen té zware beproeving kreeg, geen traan te veel stortte, geen zucht te veel uitgaf, maar dat al deze dingen op een zeer verborgen en onverklaarbare wijze tot haar geestelijk voordeel hebben meegewerkt.
Lezen: Psalm 138
Aan de lezer…
U die door beproevingen gaat die u niet begrijpt, ziet misschien geen enkele reden voor de tranen die u moet storten en de zuchten die u moet slaken. Dit woord belooft u: „Dan zullen wij kennen.” Er komt een dag waarop u zult weten dat de hand van de Heere u ondersteunde, ook toen u meende te vallen, en dat Hij gebruikmaakte van wat tegen u scheen, om het tot uw voordeel te laten uitlopen.
Dan zult u zien dat uw eerste overtuigingen van Hem kwamen, en dat, toen de vijand als een rivier aankwam, de Geest des Heeren de banier tegen hem oprichtte. U zult erkennen dat u geen te zware beproeving kreeg en geen traan te veel hebt gestort. Nu ziet u dat nog niet; nu moet u het geloven. Maar Hij is de Beginner en Voleindiger van uw geloof, en Hij zal u niet beschaamd laten uitkomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de Heere te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
Wat zullen wij kennen? Wij zullen weten dat de hand van de Heere de Kerk ondersteunt in al haar verzoekingen, en dat geen van de legers van de satan ook maar iets tegen haar zal vermogen. Wij zullen weten dat al haar uiterlijke beproevingen haar ten goede hebben meegewerkt, en dat God juist de dingen die tegen haar schenen te zijn, heeft gebruikt om het meest tot haar voordeel uit te lopen. Wij zullen weten dat alles wat haar overkwam zo gebeurde dat het voor haar een genadige uitkomst werd. Zij zal weten dat haar eerste overtuigingen van God kwamen, dat het eerste morgenlicht van licht en leven in haar ziel van Hem kwam, en dat Hij haar ondersteunde toen ze anders helemaal zou zijn gevallen. Zij zal weten dat, toen de satan aankwam als een rivier, de Geest des Heeren de banier tegen hem oprichtte.
Ook zal zij weten dat God de Beginner en Voleinder van haar geloof is, de bron van haar hoop en de fontein van haar liefde. Zij zal weten dat zij geen té zware beproeving kreeg, geen traan te veel stortte en geen zucht te veel slaakte, maar dat al deze dingen op een zeer verborgen en onverklaarbare wijze tot haar geestelijk voordeel hebben meegewerkt.
Lezen: Psalm 138
Aan de lezer…
U die door beproevingen gaat die u niet begrijpt, ziet misschien geen enkele reden voor de tranen die u moet storten en de zuchten die u moet slaken. Dit woord belooft u: „Dan zullen wij kennen.” Er komt een dag waarop u zult weten dat de hand van de Heere u ondersteunde, ook toen u meende te vallen, en dat Hij wat tegen u scheen te zijn, heeft gebruikt om het tot uw voordeel te laten uitlopen.
Dan zult u zien dat uw eerste overtuigingen van Hem kwamen, en dat, toen de vijand als een rivier aankwam, de Geest des Heeren de banier tegen hem oprichtte. U zult erkennen dat u geen te zware beproeving kreeg en geen traan te veel hebt gestort. Nu ziet u dat nog niet; nu moet u het geloven. Maar Hij is de Beginner en Voleinder van uw geloof, en Hij zal u niet beschaamd laten uitkomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then shall we know, if we follow on to know the LORD: His going forth is prepared as the morning; and He shall come unto us as the rain, as the latter and former rain unto the earth.
Hosea 6:3
What shall we know? We shall know that the hand of the Lord upholds the Church in all her temptations, and that none of the hosts of Satan shall prevail in the least against her. We shall know that all her outward trials have worked together for her good, and that God has used the very things which seemed to be against her to turn out most to her profit. We shall know that everything that befell her so happened as to become for her a gracious deliverance. She shall know that her first convictions came from God, that the first dawn of light and life in her soul came from Him, and that He upheld her when she would otherwise have fallen altogether. She shall know that when Satan came in like a flood, the Spirit of the Lord lifted up a standard against him.
She shall also know that God is the Author and Finisher of her faith, the source of her hope and the fountain of her love. She shall know that she received no trial too heavy, shed not one tear too many and heaved not one sigh too many, but that all these things have worked together, in a most mysterious and inexplicable way, for her spiritual profit.
Reading: Psalm 138
To the reader…
You who are passing through trials you do not understand may see no reason at all for the tears you must shed and the sighs you must heave. This word promises you, “Then shall we know.” A day is coming when you will know that the hand of the Lord upheld you, even when you thought you were falling, and that He used what seemed to be against you to turn out for your good.
Then you will see that your first convictions came from Him, and that when the enemy came in like a flood, the Spirit of the Lord lifted up a standard against him. You will acknowledge that you received no trial too heavy and shed not one tear too many. Now you do not yet see it; now you must believe it. But He is the Author and Finisher of your faith, and He will not let you come out ashamed.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceremos, y proseguiremos en conocer a Jehová: como el alba está aparejada Su salida, y vendrá a nosotros como la lluvia, como la lluvia tardía y temprana a la tierra.
Oseas 6:3
¿Qué conoceremos? Conoceremos que la mano del Señor sostiene a la Iglesia en todas sus tentaciones, y que ninguna de las huestes de Satanás prevalecerá en lo más mínimo contra ella. Conoceremos que todas sus pruebas exteriores han obrado juntamente para su bien, y que Dios ha usado precisamente las cosas que parecían estar en su contra para que redundaran en su mayor provecho. Conoceremos que todo lo que le sobrevino sucedió de tal manera que se convirtió para ella en una liberación misericordiosa. Ella conocerá que sus primeras convicciones vinieron de Dios, que el primer albor de luz y de vida en su alma vino de Él, y que Él la sostuvo cuando de otro modo habría caído del todo. Conocerá que cuando Satanás vino como un río, el Espíritu de Jehová levantó bandera contra él.
Conocerá también que Dios es el Autor y Consumador de su fe, la fuente de su esperanza y el manantial de su amor. Conocerá que no recibió ninguna prueba demasiado pesada, que no derramó ni una lágrima de más ni exhaló ni un suspiro de más, sino que todas estas cosas han obrado juntamente, de la manera más misteriosa e inexplicable, para su provecho espiritual.
Lectura: Salmo 138
Al lector…
Usted que pasa por pruebas que no entiende quizá no vea razón alguna para las lágrimas que debe derramar y los suspiros que debe exhalar. Esta palabra le promete: “Y conoceremos”. Viene un día en que conocerá que la mano del Señor le sostuvo, aun cuando pensaba que estaba cayendo, y que Él usó lo que parecía estar en su contra para que redundara en su bien.
Entonces verá que sus primeras convicciones vinieron de Él, y que cuando el enemigo vino como un río, el Espíritu de Jehová levantó bandera contra él. Reconocerá que no recibió ninguna prueba demasiado pesada ni derramó una lágrima de más. Ahora todavía no lo ve; ahora debe creerlo. Pero Él es el Autor y Consumador de su fe, y no permitirá que usted salga avergonzado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus; Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing. Opdat het zij gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in de Heere.
1 Corinthe 1:30, 31
Wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing. God heeft Christus dit alles voor Zijn volk gemaakt. Hij heeft Hem gesteld als hun eeuwig Hoofd, als de Bruidegom hunner zielen, opdat zij uit Zijn volheid al deze weldaden zouden ontvangen. Nu, in de verhouding waarin zij deze twee lessen leren — wat zij zijn en wat Hij is — ontvangen zij Hem in hun harten, zoals Hij in het voornemen Gods in werkelijkheid daartoe gegeven is.
Ben ik een dwaas? Gevoel en weet ik dit? Heb ik er smartelijke ondervinding van, zodat al mijn natuurlijke wijsheid mij geworden is één massa dwaasheid? Krijg ik door het oog des geloofs een blik op de herrezen Middelaar, Immanuël, God met ons, en zie ik wat Hij van God voor ons geworden is? Op ditzelfde ogenblik dat mijn oog Hem aanschouwt als de Wijsheid, op datzelfde ogenblik vloeit er ook een zekere mate van Goddelijke wijsheid in mijn consciëntie.
Ben ik door en door bezoedeld en besmet? Heb ik geen gerechtigheid van mijzelf? Is al mijn gehoorzaamheid onvolkomen? Ben ik onbekwaam om de geboden van Gods heilige wet te vervullen? Wanneer ik eens door het oog des geloofs mag blikken op deze waarheid, door Hem, Die de Waarheid Zelf is, namelijk dat Jezus Christus ons van Gode geworden is tot rechtvaardigheid — op datzelfde ogenblik dat ik dit door het geloof aanschouw, vloeit een zekere mate van de medegedeelde rechtvaardigheid in mijn hart.
Ben ik een onheilig, verdorven, vuil schepsel? Werkt de verdorvenheid in mijn hart? Op het ogenblik dat ik door het oog des geloofs op Jezus zie, mij van God geworden tot heiligmaking, op dat ogenblik komt er een zekere mate van heiligmaking in mijn hart, worden er heilige genegenheden in mij verwekt, wordt de liefde der wereld uitgedreven, worden mijn heersende lusten bedwongen en buigt mijn ziel zich in onderwerping voor Hem neder.
Ben ik een arme gevangene, door de satan, de wereld en mijn eigen boze hart verstrikt? Op het ogenblik dat ik dit heerlijk gezicht ontvang om Jezus Christus te zien als van de Vader mij geworden tot verlossing — geloof ik ook dat Hij dit voor mij geworden is, dat ik in Hem sta en met Hem verenigd ben, en de toegerekende verlossing wordt mij naar trap en mate geschonken. De ziel ontvangt dan inwendig hetgeen Christus uitwendig gedaan heeft. In één woord, wanneer Christus ontvangen wordt als wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing, wordt Hij in al deze weldaden in de ziel geopenbaard.
Aan de lezer…
Wanneer u uzelf een dwaas voelt, zonder gerechtigheid, onheilig en gevangen, wordt al uw eigen wijsheid één massa dwaasheid en blijkt al uw gehoorzaamheid onvolkomen. Dat is een smartelijke les, maar zij is niet tevergeefs. Want in dezelfde mate waarin wij leren wat wij zijn, leren wij ook wat Hij is, en ontvangen wij Hem in ons hart zoals God Hem gegeven heeft.
Zoek het dan niet in uzelf, alsof u eerst wijzer, beter of heiliger moest worden voordat u tot Hem mocht komen. Christus is van God geworden wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing, juist voor zulken die niets van dit alles in zichzelf vinden. Op het ogenblik dat het oog des geloofs Hem zo aanschouwt, vloeit er iets van Zijn volheid in de arme ziel: licht in de dwaasheid, vrede in de schuld, heilige genegenheden in een verdorven hart. Zo zal er niets voor u overblijven om te roemen, dan alleen in de Heere.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus; Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing. Opdat het zij gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in de Heere.
1 Corinthe 1:30, 31
Wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing: dit alles heeft God Christus voor Zijn volk gemaakt. Hij heeft Hem aangesteld als hun eeuwig Hoofd, als de Bruidegom van hun zielen, zodat zij uit Zijn volheid al deze weldaden zouden ontvangen. In de mate waarin zij deze twee lessen leren, wat zij zijn en wat Hij is, ontvangen zij Hem in hun hart, zoals Hij hun in het voornemen van God werkelijk daartoe gegeven is.
Ben ik een dwaas? Voel en weet ik dat? Heb ik daar pijnlijke ervaring van, zodat al mijn natuurlijke wijsheid voor mij één grote massa dwaasheid is geworden? Krijg ik door het oog van het geloof een blik op de opgestane Middelaar, Immanuël, God met ons, en zie ik wat Hij van God voor ons geworden is? Op hetzelfde ogenblik dat mijn oog Hem als de Wijsheid aanschouwt, vloeit er ook een zekere mate van Goddelijke wijsheid in mijn geweten.
Ben ik door en door bezoedeld en besmet? Heb ik geen eigen gerechtigheid? Is al mijn gehoorzaamheid onvolkomen? Ben ik niet in staat de geboden van Gods heilige wet te vervullen? Wanneer ik door het oog van het geloof mag zien op deze waarheid, door Hem Die de Waarheid Zelf is, namelijk dat Jezus Christus ons van God geworden is tot rechtvaardigheid, dan vloeit op hetzelfde ogenblik dat ik dit door het geloof aanschouw, een zekere mate van de meegedeelde rechtvaardigheid in mijn hart.
Ben ik een onheilig, verdorven, vuil schepsel? Werkt de verdorvenheid in mijn hart? Op het ogenblik dat ik door het oog van het geloof zie op Jezus, Die mij van God geworden is tot heiligmaking, op dat ogenblik komt er een zekere mate van heiligmaking in mijn hart. Dan worden er heilige genegenheden in mij gewekt, wordt de liefde tot de wereld uitgedreven, worden mijn heersende lusten bedwongen en buigt mijn ziel zich in onderwerping voor Hem neer.
Ben ik een arme gevangene, verstrikt door de satan, de wereld en mijn eigen boze hart? Op het ogenblik dat ik dat heerlijke gezicht ontvang, waarin ik Jezus Christus zie als Degene Die mij van de Vader geworden is tot verlossing, geloof ik ook dat Hij dit voor mij geworden is, dat ik in Hem sta en met Hem verenigd ben, en dan wordt de toegerekende verlossing mij naar trap en mate geschonken. De ziel ontvangt dan innerlijk wat Christus buiten haar gedaan heeft. Kortom: wanneer Christus ontvangen wordt als wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing, wordt Hij in al deze weldaden in de ziel geopenbaard.
Aan de lezer…
Wanneer u uzelf een dwaas voelt, zonder gerechtigheid, onheilig en gevangen, wordt al uw eigen wijsheid één massa dwaasheid en blijkt al uw gehoorzaamheid onvolkomen. Dat is een pijnlijke les, maar zij is niet tevergeefs. Want in dezelfde mate waarin wij leren wat wij zijn, leren wij ook wat Hij is, en ontvangen wij Hem in ons hart zoals God Hem gegeven heeft.
Zoek het dan niet in uzelf, alsof u eerst wijzer, beter of heiliger moest worden voordat u tot Hem mocht komen. Christus is van God geworden wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing, juist voor hen die niets van dit alles in zichzelf vinden. Op het ogenblik dat het oog van het geloof Hem zo aanschouwt, vloeit er iets van Zijn volheid in de arme ziel: licht in de dwaasheid, vrede in de schuld, heilige genegenheden in een verdorven hart. Zo blijft er voor u niets anders over dan te roemen in de Heere.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But of Him are ye in Christ Jesus, Who of God is made unto us wisdom, and righteousness, and sanctification, and redemption: that, according as it is written, He that glorieth, let him glory in the Lord.”
1 Corinthians 1:30-31
Wisdom, righteousness, sanctification, and redemption. God has made Christ all these to His people. He has set Him up as their eternal Head, made Him the Bridegroom of their souls, that out of His fullness they may all receive. Then, just in proportion as they learn these two lessons—what they are, and what He is—they receive Him into their hearts actually what He is to them in the purpose of God.
Am I a fool? Do I feel it and know it? Have I had painful experience of it, so that all my creature wisdom is turned into one mass of foolishness? Do I catch by the eye of faith a view of the risen Mediator, “Immanuel, God with us,” and see what He is made of God to us? The moment my eye sees Him as “WISDOM,” that moment a measure of divine wisdom flows into my conscience.
Am I polluted and defiled throughout? Have I no righteousness of my own? Is all my obedience imperfect? Am I unable to fulfill the requirements of God’s holy law? If once I catch by the eye of faith this glorious truth, through Him Who is the truth, that Jesus Christ is of God made unto me “RIGHTEOUSNESS”—the moment I see that by the eye of faith, that moment a measure of imparted righteousness flows into my heart.
Am I an unholy, depraved, filthy wretch? Does corruption work in my heart? The moment I catch by the eye of faith Jesus made unto me of God “SANCTIFICATION,” that moment a measure of sanctification comes into my heart, drawing up holy affections, casting out the love of the world, curbing my reigning lusts, and bringing my soul into submission at His footstool.
Am I a poor captive, entangled by Satan, by the world, and my own evil heart? The moment that I catch this glorious view, that Jesus Christ at the right hand of the Father is made unto me “REDEMPTION”—if I can believe that He is made such for me, that I have a standing in Him, and a union with Him, so that He is my redemption—that moment a measure of deliverance comes into my soul, and redemption imputed becomes redemption imparted; the soul receives then internally what Christ has done externally.
In a word, when Christ is received as “wisdom, righteousness, sanctification, and redemption,” He becomes all these in vital manifestation.
To the reader…
When you feel yourself a fool, without righteousness, unholy and captive, all your own wisdom becomes one mass of foolishness and all your obedience proves imperfect. That is a painful lesson, but it is not in vain. For in the same measure in which we learn what we are, we also learn what He is, and we receive Him into our heart as God has given Him.
Do not look for it in yourself, then, as though you first had to become wiser, better or holier before you could come to Him. Christ is of God made wisdom, righteousness, sanctification and redemption, precisely for those who find none of these things in themselves. The moment the eye of faith beholds Him so, something of His fullness flows into the poor soul: light in the foolishness, peace in the guilt, holy affections in a depraved heart. So nothing is left for you but to glory in the Lord.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas de Él sois vosotros en Cristo Jesús, el cual nos ha sido hecho por Dios sabiduría, y justicia, y santificación, y redención: para que, como está escrito: El que se gloría, gloríese en el Señor.
1 Corintios 1:30-31
Sabiduría, justicia, santificación y redención. Dios ha hecho a Cristo todas estas cosas para Su pueblo. Lo ha establecido como su Cabeza eterna, lo ha hecho el Esposo de sus almas, para que de Su plenitud todos ellos reciban. Luego, en la misma proporción en que aprenden estas dos lecciones —lo que son ellos y lo que es Él—, lo reciben en su corazón como realmente es para ellos en el propósito de Dios.
¿Soy yo un necio? ¿Lo siento y lo sé? ¿He tenido dolorosa experiencia de ello, de modo que toda mi sabiduría de criatura se ha convertido en una sola masa de necedad? ¿Alcanzo con los ojos de la fe una visión del Mediador resucitado, “Emmanuel, Dios con nosotros”, y veo lo que Él nos ha sido hecho por Dios? En el momento en que mis ojos lo ven como “SABIDURÍA”, en ese momento una medida de sabiduría divina fluye a mi conciencia.
¿Estoy contaminado y manchado por completo? ¿No tengo justicia propia? ¿Es imperfecta toda mi obediencia? ¿Soy incapaz de cumplir las exigencias de la santa ley de Dios? Si una vez alcanzo con los ojos de la fe esta gloriosa verdad, por medio de Aquel que es la verdad, que Jesucristo me ha sido hecho por Dios “JUSTICIA”, en el momento en que veo eso con los ojos de la fe, en ese momento una medida de justicia impartida fluye a mi corazón.
¿Soy un miserable impío, depravado e inmundo? ¿Obra la corrupción en mi corazón? En el momento en que alcanzo con los ojos de la fe a Jesús hecho por Dios para mí “SANTIFICACIÓN”, en ese momento una medida de santificación entra en mi corazón, despertando santos afectos, echando fuera el amor del mundo, refrenando mis concupiscencias dominantes y llevando mi alma a la sumisión a Sus pies.
¿Soy un pobre cautivo, enredado por Satanás, por el mundo y por mi propio corazón malo? En el momento en que alcanzo esta visión gloriosa, que Jesucristo a la diestra del Padre me ha sido hecho “REDENCIÓN” —si puedo creer que Él ha sido hecho tal para mí, que tengo una posición en Él y una unión con Él, de modo que Él es mi redención—, en ese momento una medida de liberación entra en mi alma, y la redención imputada se convierte en redención impartida; el alma recibe entonces interiormente lo que Cristo ha hecho exteriormente.
En una palabra, cuando Cristo es recibido como “sabiduría, justicia, santificación y redención”, Él llega a ser todas estas cosas en manifestación vital.
Al lector…
Cuando usted se siente necio, sin justicia, impío y cautivo, toda su propia sabiduría se convierte en una sola masa de necedad y toda su obediencia resulta imperfecta. Es una lección dolorosa, pero no es en vano. Porque en la misma medida en que aprendemos lo que somos, aprendemos también lo que es Él, y lo recibimos en nuestro corazón tal como Dios nos lo ha dado.
No lo busque, pues, en sí mismo, como si primero tuviera que hacerse más sabio, mejor o más santo antes de poder venir a Él. Cristo nos ha sido hecho por Dios sabiduría, justicia, santificación y redención, precisamente para los que no hallan ninguna de estas cosas en sí mismos. En el momento en que los ojos de la fe lo contemplan así, algo de Su plenitud fluye al alma pobre: luz en la necedad, paz en la culpa, santos afectos en un corazón depravado. Así no le queda otra cosa que gloriarse en el Señor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl