21 de abril
Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus; Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing. Opdat het zij gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in de Heere.
1 Corinthe 1:30, 31
Wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing. God heeft Christus dit alles voor Zijn volk gemaakt. Hij heeft Hem gesteld als hun eeuwig Hoofd, als de Bruidegom hunner zielen, opdat zij uit Zijn volheid al deze weldaden zouden ontvangen. Nu, in de verhouding waarin zij deze twee lessen leren — wat zij zijn en wat Hij is — ontvangen zij Hem in hun harten, zoals Hij in het voornemen Gods in werkelijkheid daartoe gegeven is.
Ben ik een dwaas? Gevoel en weet ik dit? Heb ik er smartelijke ondervinding van, zodat al mijn natuurlijke wijsheid mij geworden is één massa dwaasheid? Krijg ik door het oog des geloofs een blik op de herrezen Middelaar, Immanuël, God met ons, en zie ik wat Hij van God voor ons geworden is? Op ditzelfde ogenblik dat mijn oog Hem aanschouwt als de Wijsheid, op datzelfde ogenblik vloeit er ook een zekere mate van Goddelijke wijsheid in mijn consciëntie.
Ben ik door en door bezoedeld en besmet? Heb ik geen gerechtigheid van mijzelf? Is al mijn gehoorzaamheid onvolkomen? Ben ik onbekwaam om de geboden van Gods heilige wet te vervullen? Wanneer ik eens door het oog des geloofs mag blikken op deze waarheid, door Hem, Die de Waarheid Zelf is, namelijk dat Jezus Christus ons van Gode geworden is tot rechtvaardigheid — op datzelfde ogenblik dat ik dit door het geloof aanschouw, vloeit een zekere mate van de medegedeelde rechtvaardigheid in mijn hart.
Ben ik een onheilig, verdorven, vuil schepsel? Werkt de verdorvenheid in mijn hart? Op het ogenblik dat ik door het oog des geloofs op Jezus zie, mij van God geworden tot heiligmaking, op dat ogenblik komt er een zekere mate van heiligmaking in mijn hart, worden er heilige genegenheden in mij verwekt, wordt de liefde der wereld uitgedreven, worden mijn heersende lusten bedwongen en buigt mijn ziel zich in onderwerping voor Hem neder.
Ben ik een arme gevangene, door de satan, de wereld en mijn eigen boze hart verstrikt? Op het ogenblik dat ik dit heerlijk gezicht ontvang om Jezus Christus te zien als van de Vader mij geworden tot verlossing — geloof ik ook dat Hij dit voor mij geworden is, dat ik in Hem sta en met Hem verenigd ben, en de toegerekende verlossing wordt mij naar trap en mate geschonken. De ziel ontvangt dan inwendig hetgeen Christus uitwendig gedaan heeft. In één woord, wanneer Christus ontvangen wordt als wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing, wordt Hij in al deze weldaden in de ziel geopenbaard.
Aan de lezer…
Wanneer u uzelf een dwaas voelt, zonder gerechtigheid, onheilig en gevangen, wordt al uw eigen wijsheid één massa dwaasheid en blijkt al uw gehoorzaamheid onvolkomen. Dat is een smartelijke les, maar zij is niet tevergeefs. Want in dezelfde mate waarin wij leren wat wij zijn, leren wij ook wat Hij is, en ontvangen wij Hem in ons hart zoals God Hem gegeven heeft.
Zoek het dan niet in uzelf, alsof u eerst wijzer, beter of heiliger moest worden voordat u tot Hem mocht komen. Christus is van God geworden wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing, juist voor zulken die niets van dit alles in zichzelf vinden. Op het ogenblik dat het oog des geloofs Hem zo aanschouwt, vloeit er iets van Zijn volheid in de arme ziel: licht in de dwaasheid, vrede in de schuld, heilige genegenheden in een verdorven hart. Zo zal er niets voor u overblijven om te roemen, dan alleen in de Heere.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus; Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing. Opdat het zij gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in de Heere.
1 Corinthe 1:30, 31
Wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing: dit alles heeft God Christus voor Zijn volk gemaakt. Hij heeft Hem aangesteld als hun eeuwig Hoofd, als de Bruidegom van hun zielen, zodat zij uit Zijn volheid al deze weldaden zouden ontvangen. In de mate waarin zij deze twee lessen leren, wat zij zijn en wat Hij is, ontvangen zij Hem in hun hart, zoals Hij hun in het voornemen van God werkelijk daartoe gegeven is.
Ben ik een dwaas? Voel en weet ik dat? Heb ik daar pijnlijke ervaring van, zodat al mijn natuurlijke wijsheid voor mij één grote massa dwaasheid is geworden? Krijg ik door het oog van het geloof een blik op de opgestane Middelaar, Immanuël, God met ons, en zie ik wat Hij van God voor ons geworden is? Op hetzelfde ogenblik dat mijn oog Hem als de Wijsheid aanschouwt, vloeit er ook een zekere mate van Goddelijke wijsheid in mijn geweten.
Ben ik door en door bezoedeld en besmet? Heb ik geen eigen gerechtigheid? Is al mijn gehoorzaamheid onvolkomen? Ben ik niet in staat de geboden van Gods heilige wet te vervullen? Wanneer ik door het oog van het geloof mag zien op deze waarheid, door Hem Die de Waarheid Zelf is, namelijk dat Jezus Christus ons van God geworden is tot rechtvaardigheid, dan vloeit op hetzelfde ogenblik dat ik dit door het geloof aanschouw, een zekere mate van de meegedeelde rechtvaardigheid in mijn hart.
Ben ik een onheilig, verdorven, vuil schepsel? Werkt de verdorvenheid in mijn hart? Op het ogenblik dat ik door het oog van het geloof zie op Jezus, Die mij van God geworden is tot heiligmaking, op dat ogenblik komt er een zekere mate van heiligmaking in mijn hart. Dan worden er heilige genegenheden in mij gewekt, wordt de liefde tot de wereld uitgedreven, worden mijn heersende lusten bedwongen en buigt mijn ziel zich in onderwerping voor Hem neer.
Ben ik een arme gevangene, verstrikt door de satan, de wereld en mijn eigen boze hart? Op het ogenblik dat ik dat heerlijke gezicht ontvang, waarin ik Jezus Christus zie als Degene Die mij van de Vader geworden is tot verlossing, geloof ik ook dat Hij dit voor mij geworden is, dat ik in Hem sta en met Hem verenigd ben, en dan wordt de toegerekende verlossing mij naar trap en mate geschonken. De ziel ontvangt dan innerlijk wat Christus buiten haar gedaan heeft. Kortom: wanneer Christus ontvangen wordt als wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing, wordt Hij in al deze weldaden in de ziel geopenbaard.
Aan de lezer…
Wanneer u uzelf een dwaas voelt, zonder gerechtigheid, onheilig en gevangen, wordt al uw eigen wijsheid één massa dwaasheid en blijkt al uw gehoorzaamheid onvolkomen. Dat is een pijnlijke les, maar zij is niet tevergeefs. Want in dezelfde mate waarin wij leren wat wij zijn, leren wij ook wat Hij is, en ontvangen wij Hem in ons hart zoals God Hem gegeven heeft.
Zoek het dan niet in uzelf, alsof u eerst wijzer, beter of heiliger moest worden voordat u tot Hem mocht komen. Christus is van God geworden wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing, juist voor hen die niets van dit alles in zichzelf vinden. Op het ogenblik dat het oog van het geloof Hem zo aanschouwt, vloeit er iets van Zijn volheid in de arme ziel: licht in de dwaasheid, vrede in de schuld, heilige genegenheden in een verdorven hart. Zo blijft er voor u niets anders over dan te roemen in de Heere.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But of Him are ye in Christ Jesus, Who of God is made unto us wisdom, and righteousness, and sanctification, and redemption: that, according as it is written, He that glorieth, let him glory in the Lord.”
1 Corinthians 1:30-31
Wisdom, righteousness, sanctification, and redemption. God has made Christ all these to His people. He has set Him up as their eternal Head, made Him the Bridegroom of their souls, that out of His fullness they may all receive. Then, just in proportion as they learn these two lessons—what they are, and what He is—they receive Him into their hearts actually what He is to them in the purpose of God.
Am I a fool? Do I feel it and know it? Have I had painful experience of it, so that all my creature wisdom is turned into one mass of foolishness? Do I catch by the eye of faith a view of the risen Mediator, “Immanuel, God with us,” and see what He is made of God to us? The moment my eye sees Him as “WISDOM,” that moment a measure of divine wisdom flows into my conscience.
Am I polluted and defiled throughout? Have I no righteousness of my own? Is all my obedience imperfect? Am I unable to fulfill the requirements of God’s holy law? If once I catch by the eye of faith this glorious truth, through Him Who is the truth, that Jesus Christ is of God made unto me “RIGHTEOUSNESS”—the moment I see that by the eye of faith, that moment a measure of imparted righteousness flows into my heart.
Am I an unholy, depraved, filthy wretch? Does corruption work in my heart? The moment I catch by the eye of faith Jesus made unto me of God “SANCTIFICATION,” that moment a measure of sanctification comes into my heart, drawing up holy affections, casting out the love of the world, curbing my reigning lusts, and bringing my soul into submission at His footstool.
Am I a poor captive, entangled by Satan, by the world, and my own evil heart? The moment that I catch this glorious view, that Jesus Christ at the right hand of the Father is made unto me “REDEMPTION”—if I can believe that He is made such for me, that I have a standing in Him, and a union with Him, so that He is my redemption—that moment a measure of deliverance comes into my soul, and redemption imputed becomes redemption imparted; the soul receives then internally what Christ has done externally.
In a word, when Christ is received as “wisdom, righteousness, sanctification, and redemption,” He becomes all these in vital manifestation.
To the reader…
When you feel yourself a fool, without righteousness, unholy and captive, all your own wisdom becomes one mass of foolishness and all your obedience proves imperfect. That is a painful lesson, but it is not in vain. For in the same measure in which we learn what we are, we also learn what He is, and we receive Him into our heart as God has given Him.
Do not look for it in yourself, then, as though you first had to become wiser, better or holier before you could come to Him. Christ is of God made wisdom, righteousness, sanctification and redemption, precisely for those who find none of these things in themselves. The moment the eye of faith beholds Him so, something of His fullness flows into the poor soul: light in the foolishness, peace in the guilt, holy affections in a depraved heart. So nothing is left for you but to glory in the Lord.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas de Él sois vosotros en Cristo Jesús, el cual nos ha sido hecho por Dios sabiduría, y justicia, y santificación, y redención: para que, como está escrito: El que se gloría, gloríese en el Señor.
1 Corintios 1:30-31
Sabiduría, justicia, santificación y redención. Dios ha hecho a Cristo todas estas cosas para Su pueblo. Lo ha establecido como su Cabeza eterna, lo ha hecho el Esposo de sus almas, para que de Su plenitud todos ellos reciban. Luego, en la misma proporción en que aprenden estas dos lecciones —lo que son ellos y lo que es Él—, lo reciben en su corazón como realmente es para ellos en el propósito de Dios.
¿Soy yo un necio? ¿Lo siento y lo sé? ¿He tenido dolorosa experiencia de ello, de modo que toda mi sabiduría de criatura se ha convertido en una sola masa de necedad? ¿Alcanzo con los ojos de la fe una visión del Mediador resucitado, “Emmanuel, Dios con nosotros”, y veo lo que Él nos ha sido hecho por Dios? En el momento en que mis ojos lo ven como “SABIDURÍA”, en ese momento una medida de sabiduría divina fluye a mi conciencia.
¿Estoy contaminado y manchado por completo? ¿No tengo justicia propia? ¿Es imperfecta toda mi obediencia? ¿Soy incapaz de cumplir las exigencias de la santa ley de Dios? Si una vez alcanzo con los ojos de la fe esta gloriosa verdad, por medio de Aquel que es la verdad, que Jesucristo me ha sido hecho por Dios “JUSTICIA”, en el momento en que veo eso con los ojos de la fe, en ese momento una medida de justicia impartida fluye a mi corazón.
¿Soy un miserable impío, depravado e inmundo? ¿Obra la corrupción en mi corazón? En el momento en que alcanzo con los ojos de la fe a Jesús hecho por Dios para mí “SANTIFICACIÓN”, en ese momento una medida de santificación entra en mi corazón, despertando santos afectos, echando fuera el amor del mundo, refrenando mis concupiscencias dominantes y llevando mi alma a la sumisión a Sus pies.
¿Soy un pobre cautivo, enredado por Satanás, por el mundo y por mi propio corazón malo? En el momento en que alcanzo esta visión gloriosa, que Jesucristo a la diestra del Padre me ha sido hecho “REDENCIÓN” —si puedo creer que Él ha sido hecho tal para mí, que tengo una posición en Él y una unión con Él, de modo que Él es mi redención—, en ese momento una medida de liberación entra en mi alma, y la redención imputada se convierte en redención impartida; el alma recibe entonces interiormente lo que Cristo ha hecho exteriormente.
En una palabra, cuando Cristo es recibido como “sabiduría, justicia, santificación y redención”, Él llega a ser todas estas cosas en manifestación vital.
Al lector…
Cuando usted se siente necio, sin justicia, impío y cautivo, toda su propia sabiduría se convierte en una sola masa de necedad y toda su obediencia resulta imperfecta. Es una lección dolorosa, pero no es en vano. Porque en la misma medida en que aprendemos lo que somos, aprendemos también lo que es Él, y lo recibimos en nuestro corazón tal como Dios nos lo ha dado.
No lo busque, pues, en sí mismo, como si primero tuviera que hacerse más sabio, mejor o más santo antes de poder venir a Él. Cristo nos ha sido hecho por Dios sabiduría, justicia, santificación y redención, precisamente para los que no hallan ninguna de estas cosas en sí mismos. En el momento en que los ojos de la fe lo contemplan así, algo de Su plenitud fluye al alma pobre: luz en la necedad, paz en la culpa, santos afectos en un corazón depravado. Así no le queda otra cosa que gloriarse en el Señor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl