Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

20 december Korenaren uit de volle oogst

En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hope; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage toen zij optoog uit Egypteland.
Hosea 2:14

Het „dal Achor” betekent het „dal van beroerte”. Het was het dal waar Achan werd gestenigd. En waarom werd hij gestenigd? Omdat hij het vervloekte goed had genomen; omdat zijn oog gevangen was door het Babylonische kleed en de gouden tong, en hij die in zijn tent had begraven. Dit kan licht werpen op de geestelijke betekenis van het „dal van Achor”.

Misschien bent u schuldig geweest aan de zonde van Achan. Misschien hebt u het vervloekte goed genomen, hebt u zich misschien te veel met de wereld ingelaten, of hebt u misschien dingen gedaan die Gods misnoegen opwekten. Laat het geweten in ieders binnenste daarover uitspraak doen. Het gevolg is dat u in het „dal van Achor” terecht bent gekomen! Beroering, smart en beschaming zijn dan uw lot, en u weet niet of het lot van Achan daar niet op u wacht.

Nu wordt juist in het „dal van Achor”, het dal van smart, beschaming en vrees, de „deur der hope” geopend. Maar waarom in het dal van Achor? Opdat wij zouden ophouden op onszelf te hopen. Opdat de hoop van een gezond en zuiver Evangelie binnen het voorhangsel mag ingaan als een veilig en onwrikbaar anker, en er alleen hoop is op het dierbare bloed van het Lam en op een lieflijke openbaring van dat bloed aan het geweten. Dit is de „deur der hope”, waardoor de ziel doordringt tot in de tegenwoordigheid van God, waar Jezus op de troon zit als de gezegende Hogepriester. Zij ziet daar de troon van de genade, het met bloed besprenkelde verzoendeksel, en de grote Hogepriester, Die machtig en bereid is om „volkomenlijk zalig te maken”.

Door deze „deur der hope”, waardoor Christus gezien wordt, gaat de ziel naar Hem uit in verlangen, zuchten, honger en dorst; en door deze „deur der hope” dalen bezoeken, glimlachen, liefdespanden, getuigenissen, barmhartigheden en gunsten neer.

Zo is er dus een „deur der hope” die niet langer vergrendeld, gesloten en dicht is, maar wijd openstaat in de bloedende zijde van de vleesgeworden God. Hier worden bezoeken vernieuwd waaraan men bijna wanhoopte; vreugde die nooit meer leek terug te keren; hoop die bijna vervlogen was; vertroostingen van vroeger, waaraan men bijna met vrees terugdenkt, of ook die misschien bedrieglijk zijn geweest. „Aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd en als ten dage toen zij optoog uit Egypteland.”

Dus toog ’t verkoren volk des Heeren
al juichend uit op Gods begeren.
Het land der heid’nen van rondom
schonk Hij hun tot een eigendom.

Psalm 105:23

Aan de lezer…

Bent u in het dal Achor, waarde lezer, het dal van beroerte? Spreekt uw geweten u aan over dingen die Gods misnoegen opwekten, over een hart dat zich te veel met de wereld inliet? U weet niet of het lot van Achan niet op u wacht, en smart en beschaming zijn uw deel. Het is een bitter dal, en het is geen kleine zaak daar te verblijven.

Maar hoor wat de Heere belooft: juist daar opent Hij een deur der hope. Niet opdat u weer op uzelf zou hopen, maar opdat al uw hoop zou rusten op het dierbare bloed van het Lam. Die deur staat wijd open in de bloedende zijde van de vleesgeworden God. Daar worden bezoeken vernieuwd waaraan u bijna wanhoopte, en vreugde die nooit meer leek terug te keren. En wie zo door die deur mag gaan, zal er weer zingen als in de dagen van zijn jeugd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

21 december 365 dagen met Philpot

De menselijke natuur van Christus

Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.
Kolossensen 2:9

Het is van eeuwigheid het voornemen van de Vader geweest om Zijn geliefde Zoon te verheerlijken. Zowel in het plan als in de uitvoering ervan heeft Hij getoond hoe diep Zijn oneindige wijsheid, macht en liefde zijn. De eeuwige Zoon van God zou in Zijn goddelijke Persoon het vlees en bloed van de kinderen innig en onverbrekelijk met Zich verenigen, zodat Hij in die hoedanigheid de rijkdom van de allerhoogste genade, de hoogten en diepten van de eeuwige liefde en de volheid van de ongeschapen heerlijkheid van een Drie-enige HEERE zichtbaar kon maken. Dat is van eeuwigheid het vaste plan en het vaste doel geweest van de grote en heerlijke, door Zichzelf bestaande IK BEN. En de hele schepping, de voorzienigheid en alle gebeurtenissen en omstandigheden in tijd en ruimte waren oorspronkelijk erop gericht dit oorspronkelijke plan ten uitvoer te brengen.

De schepping, met al haar wonderen van macht en wijsheid, was niet nodig voor het geluk of de heerlijkheid van de zelfbestaande HEERE. Vader, Zoon en Heilige Geest hadden van eeuwigheid die heilige, innige gemeenschap en onderlinge omgang met elkaar, die wederzijdse liefde en onuitsprekelijke vriendschap van drie onderscheiden Personen en toch maar één God, waaraan de schepping niets kon toevoegen en niets kon afdoen. De tijd, met al zijn gebeurtenissen, is maar een ogenblik; de ruimte, met al haar afmetingen, is maar een stip vergeleken met het bestaan van een God Die de eeuwigheid bewoont en daarmee alle tijd en alle ruimte vult.

Dat een zelfbestaande God meer dan genoeg heeft aan Zijn eigen geluk en Zijn eigen heerlijkheid, is voor een gelovig hart een waarheid die even vanzelfsprekend is als het bestaan van God Zelf. Maar het behaagde de heilige Drie-enige HEERE dat Zijn hemelse heerlijkheid naar buiten geopenbaard zou worden. Dat moest tot stand komen door de menswording van de Zoon van God, de tweede Persoon van de heilige Drie-eenheid.

Lezen: Kolossensen 2:1-15

Aan de lezer…

U die zich soms zo klein en nietig voelt dat u zich afvraagt of de grote God wel aan u kan denken, bedenk dit: Hij Die de eeuwigheid bewoont, Die alle tijd en alle ruimte vult, had uw aanbidding niet nodig om gelukkig te zijn. Vader, Zoon en Heilige Geest waren van eeuwigheid volkomen in Zichzelf. En toch behaagde het Hem Zijn heerlijkheid naar buiten te openbaren, en dat niet op afstand, maar in het vlees en bloed van de kinderen.

Zie dan op Hem in Wie al de volheid der Godheid lichamelijk woont. Daar is de toegang voor een arme zondaar: niet een God Die in onbereikbaar licht verborgen blijft, maar de Zoon Die onze natuur heeft aangenomen. Is uw hart leeg, uw wijsheid kort en uw kracht op? In Hem is volheid, genoeg voor een eeuwigheid. Het was van eeuwigheid het voornemen van de Vader om Zijn geliefde Zoon te verheerlijken; wie dan arm en leeg tot die Zoon komt, gaat de weg die God Zelf gebaand heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

20 december Door Baca’s vallei

De liefde van Christus, die de kennis te boven gaat.
Efeze 3:19

De apostel Paulus, die uitnemende heilige, was opgenomen in de derde hemel en had daar heerlijke gezichten gezien en onuitsprekelijke woorden gehoord. Toch vond hij de menselijke taal te arm om de alles overtreffende liefde van Christus uit te drukken, en ten slotte zegt hij ervan: „Die de kennis te boven gaat.” En inderdaad moet zij de kennis te boven gaan. Is zij niet oneindig? Welke maat kan er dan aan de liefde van Christus gesteld worden? Als Christus God is en als zodanig aan de Vader gelijk, dan is Zijn liefde even oneindig als Zijn Godheid. Onze liefde is de liefde van een schepsel; de liefde van God is even groot als de Godheid, even oneindig als de uit Zichzelf bestaande „Ik zal zijn, Die Ik zijn zal”. Daarom moet zij alle kennis te boven gaan.

U mag zich er soms over verwonderen — en het is een wonder dat de hemel zal vervullen met beurtzangen van eeuwige lof en prijs — hoe zo’n heerlijke Jezus als Hij ooit vanuit de hemel kan neerzien op zulke verachtelijke kruipers, op zulke aardwormen, ja meer nog, op zulke zondaren, die Hem keer op keer getergd hebben door hun misdaden. Ja, dat deze verhoogde Christus vanuit de hoogte van Zijn heerlijkheid, vanuit de hemel, Zijn paleis, kan neerzien op zulke ellendige schepselen als wij: dat is de verborgenheid die de engelen met verbazing vervult. Maar het is de heerlijkheid van Christus zo lief te hebben; het is Zijn bijzondere heerlijkheid Zijn heiligen naar de hemel te leiden, zodat zij getuigen van Zijn heerlijkheid zouden zijn en daarin zouden delen.

Daarom mogen wij, omdat wij zulke verachtelijke kruipers zijn, zulke onwaardige schepselen die het in het geheel niet waard zijn dat er enige notitie van ons genomen wordt, deze ongeëvenaarde liefde niet van ons afwerpen en zeggen: „Kan Christus iemand als ik liefhebben? Kan de heerlijke Zoon van God vanuit de hemel, Zijn woonplaats, een oog van medelijden en ontferming, van liefde en genegenheid laten vallen op iemand zoals ik; iemand die zichzelf soms nauwelijks kan verdragen, iemand die zichzelf ziet en voelt als de onreinste van de onreinen, de slechtste van de slechtsten? O, wat moet ik dan zijn in het oog van de heerlijke Zoon van God?” En toch zegt Hij: „Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde.”

Deze liefde heeft een ongekende breedte en lengte en diepte en hoogte. Haar breedte gaat alle menselijk begrip te boven; haar lengte gaat alle menselijke berekening te boven; haar diepte overtreft elke peiling van schepselen, en haar hoogte overtreft zelfs de schatting van de engelen. Dat is nu de reden waarom deze liefde ons geschonken wordt. Wij hebben zo’n liefde nodig, een liefde die zich over ons uitspreidt, die afdaalt tot onze diepste diepten; een liefde die ons in de hemel kan doen aankomen. Een liefde die minder is dan deze, is geen liefde.

Wij zouden de liefde door onze zonde uitputten, als zij niet was zoals zij hier wordt voorgesteld. Lang geleden zouden wij deze liefde al verzondigd hebben en door onze ondankbaarheid, opstand en misdaden hebben doen opdrogen. Maar zij is wat zij is: zo wonderlijk, zo diep, zo lang, zo breed en hoog; zo passend voor elke behoefte en elk leed.

Aan de lezer…

Soms vraagt u zich af: „Kan Christus iemand als ik liefhebben?” Ziet u uzelf als de onreinste van de onreinen, als iemand die zichzelf nauwelijks kan verdragen? Dan weet u iets van het wonder dat de engelen met verbazing vervult: dat de verhoogde Christus in Zijn heerlijkheid kan neerzien op zulke ellendige schepselen. Uw onwaardigheid is groot, maar zij is niet groter dan Zijn liefde.

Want deze liefde is niet als de onze. Zij is even oneindig als Zijn Godheid; zij daalt af tot onze diepste diepten en gaat alle kennis te boven. Een kleinere liefde zouden wij allang door onze zonden hebben uitgeput en doen opdrogen. Maar deze liefde past bij elke behoefte en elk leed. Houd uw oog dan op Hem gericht, Die nog altijd zegt: „Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina