vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Trek mij, wij zullen U nalopen!
Hooglied van Salomo 1:4
Hoe velen onzer kunnen de woorden der bruid op hun lippen nemen, of wie is ooit in zijn leven in staat geweest zulk een uitdrukking te gebruiken? Wij moeten de kostbaarheid en beminnelijkheid van de Heere Jezus enigszins hebben gezien en gevoeld, vóórdat wij ooit uit de diepte van een oprecht hart kunnen uitroepen: „Trek mij.” Want de oprechte ziel is bevreesd de heilige Jehova te naderen, Wiens ogen zijn als vuurvlammen, en Hem met ongemeende gebeden en woorden te naderen. Maar zo ooit dat verlangen in uw ziel is ontstoken en dat gebed uitgesproken: „Trek mij, wij zullen U nalopen”, dan moet zulks het werk van de Heilige Geest in uw harten geweest zijn, Die dit gevoel in u opgewekt en u een levend geloof in de Zone Gods gegeven heeft. En „hij, die gelooft, zal behouden worden”.
Welke twijfelingen, welke vrees, welke verzoekingen, welke moeilijkheden het pad ook bezetten, „hij, die gelooft, zal behouden worden”. Hij die een korreltje geestelijk geloof in de heerlijke Persoon van Christus ontvangen heeft, die één blik heeft mogen slaan op Zijn zoenbloed, en één droppel Goddelijke liefde in zijn hart heeft voelen droppelen, is verzekerd tot heerlijkheid te zullen geraken; hij is behouden tot eeuwige zaligheid in zijn Verbondshoofd. De Heere, Die dit sterke verlangen naar Hem in de ziel heeft ontstoken, zal het ook zeker vervullen.
Zoals wij dat zien bij de bruid. Hij zeide tot haar na een wijle: „Sta op, mijn vriendin, mijn schone, en kom! Want zie, de winter is voorbij, de plasregen is over; hij is overgegaan. De bloemen worden gezien in den lande; de zangtijd genaakt en de stem der tortelduif wordt gehoord in onzen lande. Sta op, mijn vriendin, mijn schone, en kom!”
’k Was als een wonder in elks ogen,
doch Gij, mijn toevlucht, Gij
stondt mij met sterkte bij.
Laat dan mijn mond Uw naam verhogen,
en al mijn levensdagen
van Uwe roem gewagen.
Psalm 71:5
Aan de lezer…
Kent u dat? U bent bevreesd de heilige God te naderen, Wiens ogen zijn als vuurvlammen. Durft u Hem niet te komen met woorden die uw hart niet meent? Die vreze is geen slecht teken. Maar is er toch, al is het nog zo zwak, een verlangen in uw ziel ontstoken, en is er een zucht over uw lippen gekomen: „Trek mij, wij zullen U nalopen”? Dan komt dat niet uit uzelf; het is het werk van de Heilige Geest, Die u iets van de beminnelijkheid van de Heere Jezus heeft doen zien.
Laat dan de twijfelingen, de vrees en de verzoekingen het pad bezetten; één korreltje geestelijk geloof, één blik op Zijn zoenbloed, en u bent behouden. De Heere, Die dit verlangen ontstak, zal het ook vervullen. Wacht op Hem; de dag komt dat Hij ook tot u zal zeggen: „Sta op, mijn vriendin, mijn schone, en kom!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Trek mij, wij zullen U nalopen!
Hooglied van Salomo 1:4
Hoeveel van ons kunnen de woorden van de bruid in de mond nemen, of wie is ooit in zijn leven in staat geweest zo’n uitdrukking te gebruiken? Wij moeten iets van de kostbaarheid en beminnelijkheid van de Heere Jezus gezien en gevoeld hebben, voordat wij ooit uit de diepte van een oprecht hart kunnen uitroepen: „Trek mij.” Want de oprechte ziel is bang de heilige Jehova te naderen, Wiens ogen zijn als vuurvlammen, en Hem te naderen met gebeden en woorden die zij niet meent. Maar als ooit dat verlangen in uw ziel ontstoken is en dat gebed uitgesproken is: „Trek mij, wij zullen U nalopen”, dan moet dat het werk van de Heilige Geest in uw hart geweest zijn. Hij heeft dit gevoel in u gewekt en u een levend geloof in de Zoon van God gegeven. En „hij, die gelooft, zal behouden worden”.
Welke twijfels, welke vrees, welke verzoekingen en welke moeilijkheden het pad ook versperren, „hij, die gelooft, zal behouden worden”. Wie een korreltje geestelijk geloof in de heerlijke Persoon van Christus ontvangen heeft, wie één blik heeft mogen slaan op Zijn zoenbloed en één druppel goddelijke liefde in zijn hart heeft voelen druppelen, is er zeker van dat hij de heerlijkheid zal bereiken. Hij is behouden tot eeuwige zaligheid in zijn Verbondshoofd. De Heere, Die dit sterke verlangen naar Hem in de ziel heeft ontstoken, zal het ook zeker vervullen.
Zo zien wij dat bij de bruid. Na een tijd zei Hij tegen haar: „Sta op, mijn vriendin, mijn schone, en kom! Want zie, de winter is voorbij, de plasregen is over; hij is overgegaan. De bloemen worden gezien in den lande; de zangtijd genaakt en de stem der tortelduif wordt gehoord in onzen lande. Sta op, mijn vriendin, mijn schone, en kom!”
’k Was als een wonder in elks ogen,
doch Gij, mijn toevlucht, Gij
stondt mij met sterkte bij.
Laat dan mijn mond Uw naam verhogen,
en al mijn levensdagen
van Uwe roem gewagen.
Psalm 71:5
Aan de lezer…
Kent u dat? U bent bang de heilige God te naderen, Wiens ogen zijn als vuurvlammen. Durft u niet tot Hem te komen met woorden die uw hart niet meent? Die vrees is geen slecht teken. Maar is er toch, al is het nog zo zwak, een verlangen in uw ziel ontstoken, en is er een zucht over uw lippen gekomen: „Trek mij, wij zullen U nalopen”? Dan komt dat niet uit uzelf; het is het werk van de Heilige Geest, Die u iets van de beminnelijkheid van de Heere Jezus heeft laten zien.
Laat de twijfels, de vrees en de verzoekingen dan het pad versperren; één korreltje geestelijk geloof, één blik op Zijn zoenbloed, en u bent behouden. De Heere, Die dit verlangen ontstak, zal het ook vervullen. Wacht op Hem; de dag komt dat Hij ook tegen u zal zeggen: „Sta op, mijn vriendin, mijn schone, en kom!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Draw me, we will run after Thee: the King hath brought me into His chambers.
Song of Solomon 1:4
How many of us can take the words of the bride into our lips, or have ever been able at any one time of our life to use such an expression? We must have had some sight and sense of the preciousness and loveliness of Jesus before ever we can cry, “Draw me,” from the depth of a sincere heart. For the sincere soul is afraid to approach the holy Jehovah, Whose eyes are as a flame of fire, and insult Him with mock petitions and words that it does not feel. But if ever that desire has been kindled, and that prayer raised up in your soul, “Draw me, we will run after you,” it must have been the work of the Holy Spirit in your hearts, to raise up those feelings and to give you a living faith in the Son of God.
And “he that believes shall be saved.” Whatever doubts, whatever fears, whatever temptations, whatever exercises beset the path, “he that believes shall be saved.” He that has had given him one grain of spiritual faith in Christ’s glorious Person, who has had one sight of His atoning blood, one sip of divine love shed abroad in his heart, is sure to go to glory; he is saved with an everlasting salvation, in his covenant Head. The Lord that has kindled these strong desires after Himself in his soul, will surely fulfill them.
As we find He did in the case of the bride; He said to her, after a little time, “Rise up, my love, my fair one, and come away. For lo, the winter is past, the rain is over and gone. The flowers appear on the earth; the time of the singing of birds has come, and the voice of the turtle-dove is heard in our land. Arise, my love, my fair one, and come away.”
To the reader…
Do you know this? You are afraid to approach the holy God, Whose eyes are as a flame of fire. Do you not dare to come to Him with words your heart does not mean? That fear is no bad sign. But has a longing nevertheless been kindled in your soul, however faint, and has a sigh passed your lips: “Draw me, we will run after Thee”? Then it did not come from yourself; it is the work of the Holy Spirit, Who has shown you something of the loveliness of the Lord Jesus.
Let doubts, fears and temptations block the path, then; one grain of spiritual faith, one sight of His atoning blood, and you are saved. The Lord, Who kindled this longing, will also fulfil it. Wait upon Him; the day is coming when He will say to you too: “Rise up, my love, my fair one, and come away!”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Llévame en pos de Ti, correremos. Metióme el Rey en Sus cámaras.
Cantares 1:4
¿Cuántos de nosotros podemos tomar en nuestros labios las palabras de la esposa, o hemos podido alguna vez, en algún momento de nuestra vida, usar tal expresión? Tenemos que haber tenido alguna vista y algún sentir de lo precioso y amable que es Jesús antes de poder clamar jamás: “Llévame”, desde lo profundo de un corazón sincero. Porque el alma sincera teme acercarse al santo Jehová, cuyos ojos son como llama de fuego, e insultarle con peticiones fingidas y palabras que no siente. Pero si alguna vez ha sido encendido ese deseo, y levantada en su alma esa oración: “Llévame en pos de Ti, correremos”, tiene que haber sido obra del Espíritu Santo en su corazón, que levantó esos sentimientos y le dio una fe viva en el Hijo de Dios.
Y “el que creyere, será salvo”. Sean cuales fueren las dudas, los temores, las tentaciones y los ejercicios que asedien el camino, “el que creyere, será salvo”. Aquel a quien ha sido dado un solo grano de fe espiritual en la gloriosa Persona de Cristo, que ha tenido una sola vista de Su sangre expiatoria, un solo sorbo del amor divino derramado en su corazón, irá con toda seguridad a la gloria; es salvo con salvación eterna en su Cabeza del pacto. El Señor que ha encendido en su alma estos fuertes deseos de Él, ciertamente los cumplirá.
Así vemos que lo hizo en el caso de la esposa; después de un poco de tiempo le dijo: “Levántate, oh amiga mía, hermosa mía, y vente. Porque he aquí ha pasado el invierno, se ha mudado, la lluvia se fue; se han mostrado las flores en la tierra, el tiempo de la canción es venido, y en nuestro país se ha oído la voz de la tórtola. Levántate, oh amiga mía, hermosa mía, y vente”.
Al lector…
¿Conoce usted esto? Teme acercarse al Dios santo, cuyos ojos son como llama de fuego. ¿No se atreve a venir a Él con palabras que su corazón no siente? Ese temor no es mala señal. Pero ¿se ha encendido, con todo, un anhelo en su alma, por débil que sea, y ha salido de sus labios un suspiro: “Llévame en pos de Ti, correremos”? Entonces no vino de usted mismo; es obra del Espíritu Santo, que le ha mostrado algo de la hermosura del Señor Jesús.
Que las dudas, los temores y las tentaciones cierren el camino; un solo grano de fe espiritual, una sola vista de Su sangre expiatoria, y usted es salvo. El Señor, que encendió este anhelo, también lo cumplirá. Espere en Él; viene el día en que también a usted le dirá: “¡Levántate, oh amiga mía, hermosa mía, y vente!”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Gods leiding met Israël in de woestijn
Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste, huilende wildernis; Hij voerde hem rondom.
Deuteronomium 32:10
In de omgang van de Heere met Zijn geestelijke Israël „voert Hij hem rondom”. Hij leidt hem tot de kennis van zijn eigen verdorvenheden, en staat de duivel toe hem te kwellen met sterke verzoekingen. Dit is „hem rondom voeren”. Hij is als een vreemdeling in een grote stad. Hij is volkomen verdwaald, staat om zich heen te kijken en kijkt op alle hoeken omhoog naar de straatnamen, maar weet niet wat noord, zuid, oost of west is.
En als hij de kaart in zijn hand heeft, heeft hij er weinig tot niets aan, tot hij zo verbijsterd en verward is dat hij uiteindelijk stokstijf blijft staan en zegt: „Waar ben ik? Ik ben helemaal verdwaald; ik weet niet hoe ik hier gekomen ben of waar ik naartoe ga; ik kan alleen maar stil blijven staan en wachten tot er een gids komt.” In deze toestand zal hij mensen de weg gaan vragen. De een zegt: „Ga rechtsaf”; een ander: „Ga linksaf.” De een zegt: „Ga deze straat in”; een ander: „Ga die straat in”, tot hij uiteindelijk nog verwarder is dan eerst.
Zo wordt de ziel „rondom gevoerd”, tot het op het laatst lijkt alsof zij nooit iets goed heeft geweten of gevoeld, en al haar vroomheid, net als die van de arme Job, in elkaar gestort lijkt tot één grote chaos. Maar toch is het de Heere Die hem de hele tijd leidt; en hoewel Hij hem over zulke vreemde wegen in het rond leidt, over zulke omwegen en naar zulke vreemde plaatsen, zal men aan het eind van de reis merken dat Hij door Zijn weldadigheid „dit volk heeft geleid, dat Hij verlost heeft; en hen zachtkens door Zijn sterkte tot de liefelijke woning Zijner heiligheid heeft gevoerd” (Ex. 15:13).
Lezen: Jesaja 63
Aan de lezer…
Hoe goed kent u misschien het gevoel van die vreemdeling in de grote stad! U kijkt om u heen en weet niet meer wat noord of zuid is; de kaart in uw hand zegt u weinig, en iedere raadgever wijst u een andere kant op. U hebt uw eigen verdorvenheden leren kennen, de verzoekingen kwellen u, en het lijkt soms alsof al uw vroomheid in elkaar gestort is en u nooit iets goed hebt geweten.
Wanhoop toch niet om die verwarring. Ook dit is de weg waarlangs de Heere Zijn Israël rondom voert. De omwegen zijn van Hem, en Hij is de Gids op Wie u moet wachten. Blijf dan stil staan en roep tot Hem. Aan het eind van de reis zult u merken dat Hij u door Zijn weldadigheid geleid en zachtkens door Zijn sterkte tot de liefelijke woning Zijner heiligheid gevoerd heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste, huilende wildernis; Hij voerde hem rondom.
Deuteronomium 32:10
In Zijn handelen met Zijn geestelijk Israël „voert de Heere hem rondom”. Hij leidt hem tot de kennis van zijn eigen verdorvenheden, en laat toe dat de duivel hem kwelt met zware verzoekingen. Dat is „hem rondom voeren”. Hij is als een vreemdeling in een grote stad. Hij is volkomen verdwaald, staat om zich heen te kijken en kijkt op elke hoek omhoog naar de straatnaambordjes, maar weet niet wat noord, zuid, oost of west is.
En al heeft hij de plattegrond in zijn hand, hij heeft er weinig of niets aan, totdat hij zo verbijsterd en verward is dat hij ten slotte stokstijf blijft staan en zegt: „Waar ben ik? Ik ben helemaal verdwaald; ik weet niet hoe ik hier gekomen ben of waar ik naartoe ga; ik kan alleen maar stil blijven staan en wachten tot er een gids komt.” In deze toestand gaat hij mensen de weg vragen. De een zegt: „Ga rechtsaf”; een ander: „Ga linksaf.” De een zegt: „Ga deze straat in”; een ander: „Ga die straat in”, totdat hij ten slotte nog meer in de war is dan eerst.
Zo wordt de ziel „rondom gevoerd”, totdat het op het laatst lijkt alsof zij nooit iets goed geweten of gevoeld heeft, en al haar godsdienst, net als die van de arme Job, in elkaar gestort lijkt tot één grote chaos. Maar toch is het de Heere Die hem de hele tijd leidt. En hoewel Hij hem langs zulke vreemde wegen rondleidt, langs zulke omwegen en naar zulke vreemde plaatsen, zal men aan het eind van de reis merken dat Hij door Zijn weldadigheid „dit volk heeft geleid, dat Hij verlost heeft; en hen zachtkens door Zijn sterkte tot de liefelijke woning Zijner heiligheid heeft gevoerd” (Ex. 15:13).
Lezen: Jesaja 63
Aan de lezer…
Hoe goed kent u misschien het gevoel van die vreemdeling in de grote stad! U kijkt om u heen en weet niet meer wat noord of zuid is; de plattegrond in uw hand zegt u weinig, en iedere raadgever wijst u een andere kant op. U hebt uw eigen verdorvenheden leren kennen, de verzoekingen kwellen u, en het lijkt soms alsof al uw godsdienst in elkaar gestort is en u nooit iets goed hebt geweten.
Wanhoop toch niet om die verwarring. Ook dit is de weg waarlangs de Heere Zijn Israël rondom voert. De omwegen zijn van Hem, en Hij is de Gids op Wie u moet wachten. Blijf dan stilstaan en roep tot Hem. Aan het eind van de reis zult u merken dat Hij u door Zijn weldadigheid geleid heeft en u zachtkens door Zijn sterkte tot de liefelijke woning Zijner heiligheid gevoerd heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
He found him in a desert land, and in the waste howling wilderness; He led him about.
Deuteronomy 32:10
In His dealings with His spiritual Israel, the Lord “leads him about.” He leads him into a knowledge of his own corruptions, and suffers the devil to harass him with sore temptations. This is “leading him about.” He is like a stranger in a large city. He is altogether lost, stands looking about him, and at every corner looks up at the names of the streets, but knows not which is north, south, east or west.
And though he has the map in his hand, he gets little or no help from it, until he is so bewildered and confused that at last he stands stock-still and says, “Where am I? I am altogether lost; I know not how I came here or where I am going; I can only stand still and wait till a guide comes.” In this state he goes and asks people the way. One says, “Turn to the right”; another, “Turn to the left.” One says, “Go down this street”; another, “Go down that street,” until at last he is more confused than before.
So the soul is “led about,” until at last it seems as though it had never rightly known or felt anything, and all its religion, like that of poor Job, seems to have fallen into one great heap of confusion. But still it is the Lord Who is leading him all the time. And though He leads him about by such strange ways, by such roundabout paths and into such strange places, it will be found at the end of the journey that He has “in His mercy led forth the people which He hath redeemed,” and “guided them in His strength unto His holy habitation” (Exodus 15:13).
Reading: Isaiah 63
To the reader…
How well you may know the feeling of that stranger in the great city! You look about you and no longer know which is north or south; the map in your hand tells you little, and every adviser points you a different way. You have come to know your own corruptions, temptations harass you, and it sometimes seems as though all your religion has fallen to pieces and you have never rightly known anything.
Yet do not despair because of that confusion. This too is the way by which the Lord leads His Israel about. The winding ways are His, and He is the Guide for Whom you must wait. Stand still, then, and cry to Him. At the end of the journey you will find that He has led you forth in His mercy and guided you in His strength to His holy habitation.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Hallólo en tierra de desierto, y en desierto horrible y yermo; trájolo alrededor.
Deuteronomio 32:10
En Sus tratos con Su Israel espiritual, el Señor “lo trae alrededor”. Lo lleva al conocimiento de sus propias corrupciones, y permite que el diablo lo acose con duras tentaciones. Esto es “traerlo alrededor”. Es como un forastero en una gran ciudad. Está completamente perdido, se queda mirando a su alrededor, y en cada esquina levanta la vista a los nombres de las calles, pero no sabe dónde está el norte, el sur, el este o el oeste.
Y aunque tiene el plano en la mano, saca de él poca o ninguna ayuda, hasta que está tan desconcertado y confundido que al fin se queda inmóvil y dice: “¿Dónde estoy? Estoy del todo perdido; no sé cómo vine aquí ni adónde voy; solo puedo quedarme quieto y esperar a que venga un guía”. En este estado va y pregunta el camino a la gente. Uno dice: “Doble a la derecha”; otro: “Doble a la izquierda”. Uno dice: “Baje por esta calle”; otro: “Baje por aquella calle”, hasta que al fin está más confundido que antes.
Así el alma es “traída alrededor”, hasta que al fin parece como si nunca hubiera conocido ni sentido nada debidamente, y toda su religión, como la del pobre Job, parece haberse derrumbado en un gran montón de confusión. Pero aun así es el Señor quien le guía todo el tiempo. Y aunque le trae alrededor por caminos tan extraños, por senderos tan tortuosos y a lugares tan extraños, se hallará al final del viaje que Él “condujo en Su misericordia a este pueblo, al cual salvó”, y “lo llevó en Su fortaleza a la habitación de Su santuario” (Éxodo 15:13).
Lectura: Isaías 63
Al lector…
¡Cuán bien puede usted conocer el sentir de aquel forastero en la gran ciudad! Mira a su alrededor y ya no sabe dónde está el norte o el sur; el plano en su mano le dice poco, y cada consejero le señala un camino distinto. Ha llegado a conocer sus propias corrupciones, las tentaciones le acosan, y a veces parece como si toda su religión se hubiera hecho pedazos y nunca hubiera conocido nada debidamente.
Sin embargo, no desespere por esa confusión. También este es el camino por el cual el Señor trae alrededor a Su Israel. Los caminos sinuosos son Suyos, y Él es el Guía a quien debe usted esperar. Quédese, pues, quieto y clame a Él. Al final del viaje hallará que Él le ha conducido en Su misericordia y le ha llevado en Su fortaleza a la habitación de Su santuario.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Overmits de Joden een teken begeren en de Grieken wijsheid zoeken; doch wij prediken Christus, de Gekruisigde; de Joden wel een ergernis en de Grieken een dwaasheid.
1 Corinthe 1:22, 23
De verborgenheid van het kruis kan alleen door het geloof worden aangenomen. Het was voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid, maar voor degenen die geroepen worden, beide Joden en Grieken, is het een kracht Gods en de wijsheid Gods. Wanneer wij dan mogen geloven dat de Zoon van God, uit liefde en medelijden voor onze zielen, ons vlees en bloed heeft aangenomen; dat er geen andere weg was die de hemel zelf kon uitdenken, geen ander middel dat de Wijsheid bedenken kon, waardoor zondaren konden verlost en behouden worden, dan alleen door de dood des kruises, dan ontsluit zich die verborgenheid in een onuitsprekelijke luister en heerlijkheid.
De schande en het onterende, hetgeen de apostel de zwakheid en dwaasheid van het kruis noemt, verdwijnt en wordt opgelost in een vloed van alles overtreffende genade, en het geloof beschouwt het als een doorluchtig plan van Gods eigen vinding en van de goedkeuring en tenuitvoerlegging van de Zoon van God. Hoe heerlijk ontsluit zich dit voornemen Gods, beschouwd in dit licht, dat door lijden in onze natuur al de straffen onzer zonden zouden worden weggenomen, daar Jezus ons zou verlossen van de diepten der hel en zou opvoeren tot de hoogste hemelen! Hoe vol van onuitsprekelijke wijsheid was dit plan, waarin Hij God en mens verenigde en Hijzelf de Godmens werd, en waarbij Hij arme aardwormen zou verwaardigen om boven lucht en wolken voor eeuwig te verkeren in de tegenwoordigheid van Hem, Die een verterend vuur is!
Hoe heerlijk is dit plan, waardoor vreemdelingen en vijanden met Zijn Vader verzoend kunnen worden! Wanneer de dood hun levensdraad afsnijdt, roept Hij hen op tot de eeuwige zaligheid, om daar van aangezicht tot aangezicht die grote en heerlijke „Ik ben” te aanschouwen en voor eeuwig omhuld te zijn in de liefdevlammen der Godheid en omsloten in de armen van een drie-enig God. Het is dit zalige einde, het loon van des Verlossers lijden, bloedstorting en dood, dat ons gezicht verheft boven de diepten van de val en de ellende der zonde, zoals wij die beleven in deze ellendige wereld.
Het is dit geloofsgezicht van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden, dat ons in staat stelt te zien welk een wijsheid en barmhartigheid er in Gods boezem waren toen Hij toeliet dat Adam viel. Het is alsof wij konden zien hoe de heerlijkheid Gods zich daarin openbaarde in al de luister van het verzoenend bloed en de stervende liefde, daarbij de schuldige mens verzekerende van de genieting der zaligheid, om Gode eeuwige lof en prijs op te offeren.
Aan de lezer…
Wat is het kruis voor u, lezer? Voor het natuurlijke hart blijft het een ergernis en een dwaasheid; het verstand stuit op de schande en de zwakheid ervan. Maar is er in uw ziel een ogenblik geweest waarop u mocht geloven dat de Zoon van God uit liefde en medelijden ons vlees en bloed aannam, omdat er geen andere weg was waardoor zondaren konden behouden worden? Dan weet u iets van die verborgenheid die zich ontsluit in onuitsprekelijke luister.
Bent u een vreemdeling en vijand geweest, zie dan naar dat plan van Gods eigen vinding, waardoor zulken met de Vader verzoend worden. Het gezicht op Christus, de Gekruisigde, verheft uw oog boven de diepte van de val en de ellende der zonde. Het is een arme aardworm die daar mag schuilen, maar het einde ervan is heerlijk: van aangezicht tot aangezicht, voor eeuwig, tot lof en prijs van Hem Die dit alles gewrocht heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Overmits de Joden een teken begeren en de Grieken wijsheid zoeken; doch wij prediken Christus, de Gekruisigde; de Joden wel een ergernis en de Grieken een dwaasheid.
1 Corinthe 1:22, 23
De verborgenheid van het kruis kan alleen door het geloof worden aangenomen. Het was voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid, maar voor hen die geroepen worden, zowel Joden als Grieken, is het een kracht Gods en de wijsheid Gods. Wanneer wij dan mogen geloven dat de Zoon van God uit liefde en medelijden met onze ziel ons vlees en bloed heeft aangenomen; dat er geen andere weg was die de hemel zelf kon uitdenken, geen ander middel dat de Wijsheid kon bedenken, waardoor zondaars verlost en behouden konden worden, dan alleen door de dood aan het kruis, dan ontsluit die verborgenheid zich in onuitsprekelijke luister en heerlijkheid.
De schande en de vernedering, wat de apostel de zwakheid en dwaasheid van het kruis noemt, verdwijnen en lossen op in een vloed van alles overtreffende genade. Het geloof ziet het als een doorluchtig plan dat God Zelf bedacht heeft, en dat de Zoon van God goedkeurde en uitvoerde. Hoe heerlijk ontsluit zich dit voornemen van God, wanneer wij het in dit licht zien: dat door lijden in onze natuur alle straffen van onze zonden zouden worden weggenomen, en dat Jezus ons zou verlossen uit de diepten van de hel en ons zou opvoeren tot de hoogste hemelen! Hoe vol onuitsprekelijke wijsheid was dit plan, waarin Hij God en mens verenigde en Zelf de Godmens werd, en waarin Hij arme aardwormen zou verwaardigen om boven lucht en wolken voor eeuwig te verkeren in de tegenwoordigheid van Hem Die een verterend vuur is!
Hoe heerlijk is dit plan, waardoor vreemdelingen en vijanden met Zijn Vader verzoend kunnen worden! Wanneer de dood hun levensdraad afsnijdt, roept Hij hen tot de eeuwige zaligheid, om daar van aangezicht tot aangezicht die grote en heerlijke „Ik ben” te aanschouwen, voor eeuwig omhuld door de liefdesvlammen van de Godheid en omsloten door de armen van een drie-enig God. Het is dit zalige einde, het loon van het lijden, de bloedstorting en de dood van de Verlosser, dat onze blik verheft boven de diepten van de val en de ellende van de zonde, zoals wij die in deze ellendige wereld ervaren.
Het is dit geloofsgezicht op de heerlijkheid die geopenbaard zal worden, dat ons in staat stelt te zien welke wijsheid en barmhartigheid er in Gods boezem waren toen Hij toeliet dat Adam viel. Het is alsof wij konden zien hoe de heerlijkheid van God zich daarin openbaarde in alle luister van het verzoenend bloed en de stervende liefde, en zo de schuldige mens het genieten van de zaligheid verzekerde, om God eeuwig lof en prijs te brengen.
Aan de lezer…
Wat is het kruis voor u? Voor het natuurlijke hart blijft het een ergernis en een dwaasheid; het verstand stuit op de schande en de zwakheid ervan. Maar is er in uw ziel een ogenblik geweest waarop u mocht geloven dat de Zoon van God uit liefde en medelijden ons vlees en bloed aannam, omdat er geen andere weg was waardoor zondaars behouden konden worden? Dan weet u iets van die verborgenheid die zich ontsluit in onuitsprekelijke luister.
Bent u een vreemdeling en vijand geweest, zie dan naar dat plan dat God Zelf bedacht heeft, waardoor zulke mensen met de Vader verzoend worden. Het gezicht op Christus, de Gekruisigde, verheft uw blik boven de diepte van de val en de ellende van de zonde. Het is een arme aardworm die daar mag schuilen, maar het einde ervan is heerlijk: van aangezicht tot aangezicht, voor eeuwig, tot lof en prijs van Hem Die dit alles gewerkt heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“For the Jews require a sign, and the Greeks seek after wisdom: but we preach Christ crucified, unto the Jews a stumblingblock, and unto the Greeks foolishness.”
1 Corinthians 1:22, 23
The mystery of the cross can be received only by faith. To the Jews it was a stumbling block, and to the Greeks foolishness, but to those who are called, both Jews and Greeks, it is the power of God and the wisdom of God. When, then, we can believe that the Son of God took part of our flesh and blood out of love and compassion for our souls; that there being no other way which even heaven itself could devise, no other means that the wisdom of God could contrive whereby sinners could be saved, but by the death of the cross, then the mystery shines forth with unspeakable luster and glory. The shame, the ignominy, what the Apostle calls the “weakness” and “foolishness” of the cross disappear, swallowed up in a flood of surpassing grace; and faith views it as a glorious scheme of God’s own devising, and of the Son of God’s approving and accomplishing.
Viewed in this light how glorious it appears, that by suffering in our nature all the penalties of our sin, Jesus should redeem us from the lowest hell and raise us up to the highest heaven. How full of unspeakable wisdom was that plan whereby He united God and man by Himself becoming God-man; empowering poor worms of earth to soar above the skies and live forever in the presence of Him Who is a consuming fire. How glorious is that scheme whereby reconciling aliens and enemies unto His heavenly Father, He summons them, when death cuts their mortal thread, to mount up into an eternity of bliss, there to view face to face the great and glorious I AM; to be forever enwrapped in the blaze of Deity, and ever folded in the arms of a Triune God.
It is this blessed end, this reward of the Redeemer’s sufferings, blood shedding and death, which lifts our view beyond the depths of the fall and the misery of sin, as we see and feel it in this miserable world. It is this view by faith of the glory which shall be revealed which enables us to see what wisdom and mercy were in the heart of God when He permitted the Adam fall to take place. It is as if we could see the glory of God breaking forth through it in all the splendor of atoning blood and dying love, securing to guilty man the joys of salvation, and bringing to God an eternal revenue of praise.
To the reader…
What is the cross to you? To the natural heart it remains an offence and foolishness; reason stumbles at its shame and weakness. But has there been a moment in your soul when you were enabled to believe that the Son of God, out of love and compassion, took on our flesh and blood, because there was no other way by which sinners could be saved? Then you know something of that mystery which opens itself in unspeakable splendor.
If you have been a stranger and an enemy, then look to that plan which God Himself devised, by which such as you are reconciled to the Father. The sight of Christ crucified lifts your eyes above the depths of the fall and the misery of sin. It is a poor worm of the earth that may hide there, but the end of it is glorious: face to face, forever, to the praise and glory of Him Who has wrought all this.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Porque los judíos piden señales, y los griegos buscan sabiduría: mas nosotros predicamos a Cristo crucificado, a los judíos ciertamente tropezadero, y a los gentiles locura.”
1 Corintios 1:22, 23
El misterio de la cruz solo puede recibirse por la fe. Para los judíos era tropezadero, y para los griegos locura, pero para los llamados, así judíos como griegos, es poder de Dios y sabiduría de Dios. Cuando, pues, podemos creer que el Hijo de Dios participó de nuestra carne y sangre por amor y compasión hacia nuestras almas; que no habiendo otro camino que aun el cielo mismo pudiera idear, ni otro medio que la sabiduría de Dios pudiera trazar por el cual los pecadores pudieran ser salvos, sino por la muerte de cruz, entonces el misterio resplandece con un brillo y una gloria indecibles. La vergüenza, la ignominia, lo que el apóstol llama la “flaqueza” y la “locura” de la cruz desaparecen, absorbidas en un torrente de gracia que todo lo sobrepasa; y la fe la contempla como un plan glorioso ideado por Dios mismo, aprobado y llevado a cabo por el Hijo de Dios.
Visto a esta luz, ¡qué glorioso aparece que, padeciendo en nuestra naturaleza todas las penas de nuestro pecado, Jesús nos redimiera del infierno más profundo y nos levantara al cielo más alto! ¡Qué lleno de sabiduría indecible era aquel plan por el cual unió a Dios y al hombre haciéndose Él mismo Dios-hombre, capacitando a pobres gusanos de la tierra para remontarse por encima de los cielos y vivir para siempre en la presencia de Aquel que es fuego consumidor! ¡Qué glorioso es aquel plan por el cual, reconciliando a extraños y enemigos con Su Padre celestial, los llama, cuando la muerte corta su hilo mortal, a subir a una eternidad de dicha, para contemplar allí cara a cara al grande y glorioso YO SOY; para estar para siempre envueltos en el resplandor de la Deidad, y siempre abrazados en los brazos de un Dios Trino!
Es este bendito fin, esta recompensa de los sufrimientos, del derramamiento de sangre y de la muerte del Redentor, lo que eleva nuestra mirada más allá de las profundidades de la caída y de la miseria del pecado, tal como la vemos y sentimos en este mundo miserable. Es esta vista por la fe de la gloria que ha de ser revelada la que nos capacita para ver qué sabiduría y misericordia había en el corazón de Dios cuando permitió que tuviera lugar la caída de Adán. Es como si pudiéramos ver la gloria de Dios irrumpiendo a través de ella con todo el esplendor de la sangre expiatoria y del amor agonizante, asegurando al hombre culpable los gozos de la salvación y trayendo a Dios un tributo eterno de alabanza.
Al lector…
¿Qué es la cruz para usted? Para el corazón natural sigue siendo escándalo y locura; la razón tropieza en su vergüenza y su flaqueza. Pero ¿ha habido un momento en su alma en que fue capacitado para creer que el Hijo de Dios, por amor y compasión, tomó nuestra carne y sangre, porque no había otro camino por el cual los pecadores pudieran ser salvos? Entonces conoce algo de ese misterio que se abre con un esplendor indecible.
Si usted ha sido un extraño y un enemigo, mire entonces a ese plan que Dios mismo ideó, por el cual los que son como usted son reconciliados con el Padre. La vista de Cristo crucificado eleva sus ojos por encima de las profundidades de la caída y de la miseria del pecado. Es un pobre gusano de la tierra el que puede refugiarse allí, pero su fin es glorioso: cara a cara, para siempre, para alabanza y gloria de Aquel que ha obrado todo esto.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl