Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

17 augustus Korenaren uit de volle oogst

En indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettiglijk heeft gestreden.
2 Timotheüs 2:5

Met andere woorden: het is niet zomaar een strijd, maar een strijd volgens bepaalde regels. Het zijn echter geestelijke regels, die als zodanig alles uitsluiten wat zinnelijk is, wat uit de rede en uit de natuur voortkomt. Wie niet wedergeboren is, of hij nu in een staat van goddeloosheid of in een staat van belijdenis verkeert, heeft geen geestelijk inzicht in de manier waarop hij moet overwinnen. Hij mag strijden tegen zijn lusten; hij mag proberen de dingen te overwinnen waartegen zijn geweten getuigt; maar hij wordt niet gekroond, omdat hij niet wettig strijdt. Hij strijdt in zijn eigen kracht, worstelt in zijn eigen wijsheid en vertrouwt op zijn eigen gerechtigheid.

Zulke strijders en overwinnaars (als zij al overwinnaars zijn) worden niet gekroond, omdat zij niet strijden volgens de regels die in Gods Woord zijn neergelegd. Dat Woord sluit meteen alle eigengerechtigheid, menselijke wijsheid en natuurlijke kracht uit. Het neemt de kroon volledig van het hoofd van het schepsel en zet haar op het hoofd van de Verlosser. Er zijn dus bepaalde regels in de Schrift gegeven, volgens welke wij moeten strijden en overwinnen.

Zo wordt de Heere van het leven en van de heerlijkheid ons in het Woord als ons voorbeeld voorgesteld: „Hij heeft ons een exempel nagelaten, opdat wij Zijn voetstappen zouden drukken.” Hij streed voor ons en behaalde de overwinning, niet alleen voor Zichzelf, maar voor Zijn volk. En Hij heeft ons hier beneden achtergelaten om in Zijn voetstappen te wandelen en op dezelfde wijze te overwinnen als Hij. Wij lezen: „Hem die overwint, zal Ik geven met Mij te zitten in Mijn troon; gelijk ook Ik overwonnen heb en zit met Mijn Vader in Zijn troon.” Al het strijden en overwinnen dat niet in de voetstappen van Christus gebeurt, en niet (in zekere mate) op precies dezelfde wijze als waarop Hij streed en overwon, is niet de overwinning die met Gods goedkeuring gekroond wordt.

Waar’ ik door ongerechtigheden
en haar aanlokselen bekoord,
dan had de Heer naar mijn gebeden
en jammerklachten niet gehoord.

Ps. 66:9

Aan de lezer…

Strijdt u, en wordt u moe van het strijden? Hebt u in uw eigen kracht tegen uw lusten geworsteld, en bent u telkens weer gevallen? Verwonder u daar dan niet over. Er is een strijd die niet gekroond wordt, omdat hij gestreden wordt met eigen wijsheid en in eigen kracht. Zo’n strijd laat het schepsel de kroon op het eigen hoofd zetten, en dat kan God niet goedkeuren.

Maar de Heere van het leven en van de heerlijkheid heeft voor Zijn volk gestreden en de overwinning behaald. Het is Zijn weg, het zijn Zijn voetstappen, waarin u mag wandelen. Hebt u niets in uzelf, des te beter: dan zal de kroon helemaal op het hoofd van de Verlosser staan. Zie op Hem, en zoek uw kracht niet in uzelf, maar in Hem Die overwonnen heeft. Tot zulke mensen spreekt Hij: „Hem die overwint, zal Ik geven met Mij te zitten in Mijn troon.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

17 augustus 365 dagen met Philpot

Genees mij

Genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14

Ik kan een beroep doen op uw geweten, u die er een hebt. (Want er zijn maar heel weinigen die een geweten hebben, maar heel weinigen die werkelijk geoefend zijn in goddelijke dingen, maar heel weinigen die de Heere werkelijk onderwijst door Zijn heiligende Geest, Die hen tot een diep inzicht in goddelijke zaken leidt.) Ik zeg: u die een geweten hebt, u wiens ziel in leven wordt gehouden door dagelijkse oefeningen, u die het kwaad in uw hart kent dat voortdurend opwelt en opspringt, u die zich niet laat misleiden door de naam te hebben dat u leeft of door een nietszeggende godsdienstige belijdenis — ik zeg: u wiens ziel zo geoefend wordt, weet dat „u in al deze dingen leeft, en dat in al deze dingen het leven van uw geest is”.

Neem al uw oefeningen weg, uw bezoekingen, uw verdriet, uw verwarringen en het werk van God door middel van die dingen: waar blijft dan uw godsdienst? Die heeft zichzelf vleugels gegeven en is weggevlogen. Maar laat uw geest goed geoefend worden in de dingen van God. Laat er bezoeking komen, laat de banden van deze wereld doorgesneden worden, laat verzoekingen met overweldigend gewicht komen, laat de verdorvenheden van uw gevallen natuur opborrelen, laat uw ziel wegzakken in moeilijkheden, laat de eeuwigheid voor uw ogen opengaan, laat de dood in zicht komen, en laat uw ziel sterk geoefend worden in goddelijke werkelijkheden.

Dan kan ik u beloven: u wilt dan datgene wat alleen God u kan geven. In de stille nachtelijke uren zult u tot God roepen of Hij op u wil neerzien, u wil bezoeken en zegenen, woorden van barmhartigheid tot u wil spreken, Zijn liefde in uw hart wil uitstorten, en uw verwarde ziel wil troosten en geruststellen.

Lezen: Jesaja 38:9-22

Aan de lezer…

Bange ziel, schrikt u soms van wat er in uw hart opwelt en opspringt? Zakt uw ziel weg in moeilijkheden, en ziet u de eeuwigheid en de dood als het ware voor uw ogen opengaan? Denk dan niet dat dit een teken is dat de Heere u verlaten heeft. Neem al die oefeningen weg, en wat blijft er over? Een godsdienst die vleugels krijgt en wegvliegt. Maar in deze dingen is het leven van uw geest.

Want juist zo leert de Heere u verlangen naar wat alleen Hij kan geven. Kent u die stille nachtelijke uren, waarin u tot Hem roept of Hij op u wil neerzien en u wil bezoeken? Blijf dan roepen: „Genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden.” Hij Die u zo leert roepen, kan woorden van barmhartigheid spreken, Zijn liefde in uw hart uitstorten en uw verwarde ziel troosten en geruststellen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

17 augustus Door Baca’s vallei

Doch nu, HEERE, Gij zijt onze Vader; wij zijn leem, en Gij zijt onze Pottenbakker; en wij allen zijn Uwer handen werk.
Jesaja 64:8

Tenzij de vrije wil, de eigengerechtigheid, het pogen van het schepsel en de verdiensten van de mens zijn opgedroogd en verwelkt, tenzij die allemaal de geest hebben gegeven, kunnen wij nooit op de plaats komen waar wij het leem zijn en God de Pottenbakker is. Kan het leem zich een vat maken? Kan het zichzelf vormen? Kan het uit zijn bedding opstaan en zich opwerken tot een vat voor gebruik of ter versiering? Evenmin kunnen wij onszelf geschikt maken voor de heerlijkheid of onszelf vormen tot vaten ter ere.

Als de Heere ons dit maar laat verstaan, dan is ons hoogste voorrecht en onze hoogste blijdschap: leem te zijn. De vrije wil, de eigengerechtigheid, de wijsheid en sterkte van het schepsel: die laten wij allemaal aan de Farizeeën; laten zij zien hoe ver zij daarmee komen. Maar wanneer de Heere onze ziel enige toegang tot Hem schenkt, en ons in alle ootmoed en verbrokenheid van hart voor Zijn troon doet neerbuigen, dan voelen wij dat wij niets zijn dan wat Hij ons maakt, niets hebben dan wat Hij ons geeft, niets ervaren dan wat Hij in ons werkt, en niets doen dan wat Hij in en voor ons doet. In deze gesteldheid te verkeren en neer te liggen, is als leem te zijn voor Hem.

En wanneer wij merken dat de Heere in ons heilige verlangens werkt, vurige gebeden, daden van geloof, hoop en liefde, en wij zo de overtuiging hebben dat dit alles vrije gaven zijn, uit genade aan ons geschonken en op Goddelijke wijze in ons gewerkt, en weten dat de Heere dit voor en in ons werkt, dan zien wij pas goed dat Hij de Pottenbakker is. En het is voor ons de zoetste, de laagste, de gelukkigste plaats die wij kunnen innemen.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u lang geprobeerd hebt uzelf te vormen en uzelf geschikt wilde maken voor de hemel, met voornemens, met pogingen, met een stukje eigen gerechtigheid. En is het u ontvallen, verwelkt en opgedroogd? Treur daar niet te diep over. Kan het leem zich een vat maken? Zolang het schepsel nog meent iets te zijn, kan het nooit komen op de plaats waar God de Pottenbakker is.

Maar als u daar mag neerliggen, verbroken voor Zijn troon, met niets dan wat Hij u geeft, dan bent u op de zoetste plaats die er is. Elk heilig verlangen, elk vurig gebed, elke daad van geloof die u in uzelf opmerkt, is een vrije gave, uit genade geschonken. Zeg dan met de profeet: „Gij zijt onze Vader; wij zijn leem.” Dat is geen schande, maar uw hoogste voorrecht en uw hoogste blijdschap: leem te zijn in Zijn hand.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina