Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

16 maart Korenaren uit de volle oogst

Wentelt uw weg op de Heere, en vertrouwt op Hem, Hij zal het maken.
Psalm 37:5

Wat zal God maken? Datgene wat het diepst in het hart ligt: „uw weg”. Ligt uw weg niet het diepst in uw ziel, het pad dat God gelegd heeft, het pad waarlangs God u nu leidt? Uw ziel mag ontroerd zijn, twijfel en angst mogen in uw ziel wonen, u mag in uw gevoel neergeslagen worden. U kunt wegzinken tot in de diepste diepten waarin een kind van God kan zinken. Maar die weg, waarop u zo diep gezonken bent, zal de Heere doen uitkomen boven wat uw hart begeert, wanneer Hij u in staat stelt hem zo nu en dan op Hem te werpen en aan Hem toe te vertrouwen.

Let op de bewegingen van uw hart tegenover God. Let op uw zorgen, verzoekingen en inspanningen. Let op wat er in uw binnenste voortdurend heen en weer gaat, wat er op de golven van uw angstige hart heen en weer geslingerd wordt. Let op wat u het meest nabij, het dierbaarst en het meest waardevol is. Laat uw geweten in oprechtheid spreken.

Wat het ook is: de Heere zegt het u, en soms stelt Hij u in staat om dat alles op Hem te wentelen en Hem toe te vertrouwen. Wat het ook mag zijn dat zo op Hem gewenteld en Hem toevertrouwd wordt, de Heere heeft in Zijn onveranderlijk Woord der waarheid verklaard: „Hij zal het maken.” Hij zal het op Zijn tijd vervullen. Bent u in duisternis gehuld? Staan bergen van zwarigheden de vervulling van Zijn beloften in de weg? Geenszins: God zal het toch maken, ondanks dit alles, over bergen en door moeilijkheden heen, ondanks en te midden van alle hinderpalen die u omringen. Hij „zal het maken”. Geef dan wat het diepst in uw hart ligt en het dichtst bij uw genegenheid, voor zover u dat door een levend geloof kunt, over in de handen van de almachtige Heere.

Wanneer ik zei: „Mijn voeten glijden,”
toen hebt Gij mij gesterkt in ’t lijden.
Wanneer mij ’t afgepeinsde hart
door al mijn denken werd verward,
en ik in druk schier was gestikt,
toen heeft Uw troost mijn ziel verkwikt.

Psalm 94:10

Aan de lezer…

Wat ligt u vandaag het diepst op het hart? Ga dan eerlijk na wat er in uw binnenste heen en weer geslingerd wordt: uw zorgen, uw verzoekingen, wat u het dierbaarst is. Misschien bent u diep gezonken, wonen twijfel en angst in uw ziel en staan er bergen van zwarigheden tussen u en de vervulling van Gods beloften. Het lijkt dan alsof uw weg nergens meer heen leidt.

Juist die weg mag u op de Heere wentelen. U kunt het niet altijd; soms stelt Hij u er alleen nu en dan toe in staat. Maar van wat zo op Hem gewenteld wordt, heeft Hij in Zijn onveranderlijk Woord gezegd: „Hij zal het maken.” Niet uw kracht beslist, maar Zijn trouw. Over bergen en door moeilijkheden heen, te midden van alle hinderpalen, zal Hij het op Zijn tijd vervullen. Geef dan wat het dichtst bij uw hart ligt over in de handen van de almachtige Heere.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

16 maart 365 dagen met Philpot

Het gebed van Salomo

Alle gebed, alle smeking, die van enig mens, of van al Uw volk Israël geschieden zal, als zij erkennen, een ieder zijn plaag en zijn smart, en een ieder zijn handen naar dit huis uitbreiden zal, hoor Gij dan uit de hemel.
2 Kronieken 6:29

Over de zaken in dit hoofdstuk heeft Salomo gesproken als type van de Middelaar. Dat betekent dat ze passend zijn, heel passend. Maar voor wie? Niet voor iedereen, maar voor hen die ze ervaren, die in hun ziel geoefend worden; die weten, zoals Salomo het zo teder zegt, dat „een ieder zijn plaag en zijn smart” heeft. Voelt u dat? Is dit wat uw ziel ervaart? Zijn deze oefeningen en smarten van ons hart op God gericht?

Wat een genade is het dan dat er zo’n Middelaar als Jezus is; dat er een tempel is waarin de volheid van God woont; dat Gods ogen van jaar tot jaar op deze tempel gericht zijn, en dat Hij alle gebeden verhoort die in de Naam van Jezus worden opgezonden, wanneer oog en hart op Hem gericht zijn! Hoe diep en hoe treurig uw zaak ook is, er is toch ruimte voor bemoediging; er is nog steeds reden tot hoop zolang Jezus leeft en het leven van God in het hart is. De Heere verscheen, zo lezen we, ’s nachts aan Salomo en zei tegen hem: „Ik heb uw gebed verhoord. Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkende op het gebed dezer plaats. Want Ik heb nu dit huis verkoren en geheiligd, opdat Mijn Naam daar zij tot in eeuwigheid en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen dage zijn” (v. 12, 15, 16). Het is omwille van Jezus dat elk gebed verhoord wordt; Hij is de grond van elk genadig antwoord.

De smeekbeden die Salomo opzendt, zijn voor levende zielen, voor hen die godvruchtige gevoelens in hun hart hebben. Hoe diep dat gevoel moet zijn, zal ik niet bepalen; maar er moet enig leven, enig gevoel in de ziel zijn om deel te hebben aan dit veelomvattende gebed. Moge God ons in Zijn barmhartigheid geven dat wij de zaligheid, schoonheid en geschiktheid ervan mogen aannemen. Moge Hij geven dat wij ons, omdat we een Middelaar aan Gods rechterhand hebben, zo’n grote Hogepriester over het huis van God, in elke zaak, in elke toestand en in elke situatie aangemoedigd voelen om onze noden en smeekbeden aan God bekend te maken. En u kunt er zeker van zijn dat de ziel die dat doet, gehoord zal worden en vroeg of laat antwoord zal krijgen, omwille van Christus.

Lezen: 2 Kronieken 7:1-16

Aan de lezer…

Kent u uw eigen plaag en uw eigen smart? Misschien is het iets wat niemand anders ziet, een last die u alleen draagt en waarvoor u geen woorden hebt. Salomo spreekt er teder over: „een ieder zijn plaag en zijn smart.” En hij bidt dat de Heere zal horen, wanneer zo iemand zijn handen uitbreidt naar het huis van God.

Hoe diep en hoe treurig uw zaak ook is, er blijft reden tot hoop zolang Jezus leeft. Hij is de ware Tempel, waarin de volheid van God woont, en op Hem zijn de ogen en het hart van de Vader te allen dage gericht. Breid dan uw handen naar Hem uit, met uw smart zoals zij is. U hoeft haar niet eerst kleiner te maken of mooier te zeggen. Wie zijn nood in Jezus’ Naam voor God brengt, zal gehoord worden en vroeg of laat antwoord krijgen, omwille van Christus.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

16 maart Door Baca’s vallei

Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods.
Efeze 2:19

Als genade uw hart heeft aangeraakt en de liefde van God in uw ziel gekomen is, dan bent u geplaatst onder de heiligen van de Almachtige, en dan is elk voorrecht dat God ooit aan Zijn volk geschonken heeft, ook uw deel geworden. En wat zijn hun voorrechten? Gewassen te worden in het verzoenend bloed van de lijdende Zoon van God; gekleed te worden in de rechtvaardigende gerechtigheid van Zijn volmaakte en verdienstelijke gehoorzaamheid; geheiligd te worden door de inwoning van de Heilige Geest, de Trooster. Verder: de liefde van God te hebben als een eeuwigdurend deel; vrede in het geloof; overvloedige genade wanneer die nodig is; ondersteuning en kracht wanneer zij door dit tranendal gaan; overvloedige vertroostingen tegenover grote verdrukkingen; eeuwige armen die hen opvangen bij de dood; een huis van eeuwige zaligheid voor de ziel wanneer het lichaam in het graf daalt; en een heerlijke opstanding van het lichaam bij de verschijning van Christus in heerlijkheid.

Al wat de liefde van God kan geven, al wat het bloed van Christus als kanaal heeft verworven, en al wat de Geest van God aan enig hart kan openbaren of ooit met kracht in de ziel van enige heilige heeft toegepast: al deze dingen worden van ons, wanneer wij medeburgers der heiligen gemaakt worden. Niet altijd of vaak in werkelijke blijdschap of genieting, hoewel wij voorsmaakjes, druppeltjes en kruimels mogen ontvangen. Maar zoals aan Abraham het bezit van Kanaän was gegeven toen hij er nog geen voet in gezet had, en het toch door de belofte evengoed het zijne was als toen het werkelijk door zijn kinderen in bezit genomen werd.

Verklaart de apostel dit niet in de duidelijkste taal, waar hij zegt: „En alles is uwe; hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe”? En waarom is het allemaal van u? „Want gij zijt van Christus; en Christus is Gods.”

Aan de lezer…

Misschien voelt u zich vaak een vreemdeling, zo arm en nietig dat u nauwelijks durft te denken dat u onder Gods volk gerekend wordt. Heeft genade uw hart aangeraakt en is de liefde van God in uw ziel gekomen, dan bent u geen vreemdeling en bijwoner meer, maar een medeburger der heiligen en een huisgenoot van God. Al wat God ooit aan Zijn volk geschonken heeft, is dan ook uw deel: het verzoenend bloed, de rechtvaardigende gerechtigheid, de inwoning van de Trooster, en eeuwige armen bij de dood.

Misschien proeft u er nu weinig van: alleen voorsmaakjes, druppeltjes en kruimels. Laat dat u niet ontmoedigen. Aan Abraham was het land Kanaän gegeven toen hij er nog geen voet in gezet had, en toch was het door de belofte evengoed het zijne. Zo is het ook met u. Niet uw genieting maakt het zeker, maar dit: „Gij zijt van Christus; en Christus is Gods.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina