5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.
Galaten 1:12
Wanneer ik spreek van een openbaring van Christus, strijd ik niet voor iets hersenschimmigs. Dromen, stemmen, verschijningen, gezichten in de lucht en geluiden, kruisen in de hemel en verschijningen aan de slaapstede laat ik aan anderen. Ik geloof dat zij meestal het deel zijn van hersenschimmigen en geestdrijvers, want die zijn er in de zichtbare kerk van God, zowel de Farizeeërs en huichelaars, Arminianen en Antinomianen. Ik wil echter niet ontkennen dat de Heere ze in bijzondere gevallen gewrocht heeft.
Maar wanneer wij Gods volk in het algemeen en de gewone wijze van Goddelijke werking beschouwen, dan is de openbaring van Christus aan de ziel een genadige ontdekking in het binnenste door de kracht des Geestes, Zich openbarende aan het geloof. Niets wordt gezien of gehoord door de zintuigen, en toch is Zijn verheerlijkte Persoon zo dikwijls gezien en Zijn stem zo dikwijls gehoord, alsof het oog en het oor Zijn heerlijkheid aanschouwden en naar Zijn woorden hoorden. Het is alles hemelse en Goddelijke genade, en daarom is er hier geen plaats voor natuur, zinnen of rede. Het is een Goddelijk brengen tot het hart van de macht en de tegenwoordigheid, de genade en heerlijkheid, de liefde en het bloed van Christus, op een wijze die wel gevoeld, maar niet beschreven kan worden.
Onder deze geestelijke werkingen en invloeden — want het is het werk des Geestes de dingen van Christus te nemen en ze aan de ziel te openbaren; het is Zijn verbondsroeping van Jezus te getuigen — onder deze heilige invloeden, Goddelijke zalving en genadige openbaringen wordt Christus aan het hart bekendgemaakt en ziet het op Hem, volgens Zijn eigen woord: „Wendt u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde.”
Maar, blij vooruitzicht dat mij streelt,
ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen,
U in gerechtigheid aanschouwen,
verzadigd met Uw godd’lijk beeld.
Ps. 17:8
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u gemeend hebt dat een openbaring van Christus iets buitengewoons moet zijn: een stem, een gezicht, een verschijning. En omdat u zoiets nooit gekend hebt, denkt u dat Christus Zich aan u nooit heeft geopenbaard. Ik wil die gedachte bij u wegnemen. Het gewone werk van God is een genadige ontdekking in het binnenste, door de kracht des Geestes, aan het geloof. Niets wordt met de zintuigen gezien of gehoord, en toch wordt Hij gekend.
Hebt u ooit gevoeld dat de liefde en het bloed van Christus u zo nabij werden gebracht dat uw hart naar Hem uitging, zonder dat u het goed kon beschrijven? Dat is het werk van de Geest, Die de dingen van Christus neemt en ze aan de ziel openbaart. Het is niet van mensen ontvangen of geleerd, maar van boven. En kent u het nog niet, zie dan op Hem Die roept: „Wendt u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde.” Die roepstem geldt ook u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.
Galaten 1:12
Wanneer ik spreek over een openbaring van Christus, kom ik niet op voor iets wat aan de verbeelding ontsproten is. Dromen, stemmen, verschijningen, gezichten in de lucht en geluiden, kruisen aan de hemel en verschijningen bij het bed laat ik aan anderen over. Ik geloof dat die meestal het deel zijn van fantasten en geestdrijvers, want die zijn er in de zichtbare kerk van God, net zo goed als Farizeeërs en huichelaars, Arminianen en Antinomianen. Toch wil ik niet ontkennen dat de Heere zulke dingen in bijzondere gevallen gewerkt heeft.
Maar wanneer wij naar Gods volk in het algemeen kijken en naar de gewone manier waarop God werkt, dan is de openbaring van Christus aan de ziel een genadige ontdekking in het binnenste door de kracht van de Geest, waarbij Hij Zich aan het geloof openbaart. Niets wordt met de zintuigen gezien of gehoord, en toch wordt Zijn verheerlijkte Persoon zo duidelijk gezien en Zijn stem zo duidelijk gehoord, alsof het oog Zijn heerlijkheid aanschouwde en het oor naar Zijn woorden luisterde. Het is allemaal hemelse en Goddelijke genade, en daarom is hier geen plaats voor natuur, zintuigen of verstand. Het is een Goddelijk overbrengen naar het hart van de kracht en de tegenwoordigheid, de genade en de heerlijkheid, de liefde en het bloed van Christus, op een manier die wel gevoeld, maar niet beschreven kan worden.
Onder deze geestelijke werkingen en invloeden — want het is het werk van de Geest om de dingen van Christus te nemen en ze aan de ziel te openbaren; het is Zijn roeping in het verbond om van Jezus te getuigen — onder deze heilige invloeden, deze Goddelijke zalving en genadige openbaringen, wordt Christus aan het hart bekendgemaakt en ziet het hart op Hem, volgens Zijn eigen woord: „Wendt u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde.”
Maar, blij vooruitzicht dat mij streelt,
ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen,
U in gerechtigheid aanschouwen,
verzadigd met Uw godd’lijk beeld.
Ps. 17:8
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u gemeend hebt dat een openbaring van Christus iets buitengewoons moet zijn: een stem, een gezicht, een verschijning. En omdat u zoiets nooit gekend hebt, denkt u dat Christus Zich nooit aan u heeft geopenbaard. Ik wil die gedachte bij u wegnemen. Het gewone werk van God is een genadige ontdekking in het binnenste, door de kracht van de Geest, aan het geloof. Niets wordt met de zintuigen gezien of gehoord, en toch wordt Hij gekend.
Hebt u ooit gevoeld dat de liefde en het bloed van Christus u zo nabij werden gebracht dat uw hart naar Hem uitging, zonder dat u het goed kon beschrijven? Dat is het werk van de Geest, Die de dingen van Christus neemt en ze aan de ziel openbaart. Het is niet van mensen ontvangen of geleerd, maar van boven gegeven. En kent u het nog niet, zie dan op Hem Die roept: „Wendt u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde.” Die roepstem geldt ook u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For I neither received it of man, neither was I taught it, but by the revelation of Jesus Christ.
Galatians 1:12
When I speak of a revelation of Christ, I am not contending for anything visionary. Dreams, voices, appearances in the air, sights and sounds, crosses in the sky, and apparitions at the bedside, I must leave to others. I believe that for the most part they are the portion of dreamers and enthusiasts, for we have all these in the visible Church of God, as well as Pharisees and hypocrites, Arminians and Antinomians. I will not indeed deny that the Lord may have wrought by them in some peculiar instances, as in the cases of Augustine and Colonel Gardiner.
But taking the generality of God’s people and the ordinary mode of divine operation, the revelation of Christ to the soul is a gracious internal discovery by the power of the Spirit, revealing Him to the eyes of faith. Nothing is seen or heard by the bodily senses; and yet His glorious Person is as much seen, and His voice as much heard, as though eye and ear beheld His glory and listened to His words. It is altogether of grace, wholly heavenly and divine, and therefore nature, sense, and reason have no place here. It is a divine bringing into the heart of the power and presence, grace and glory, love and blood of Christ in a way that may be felt but never described.
Under these spiritual operations and influences—for it is the Spirit’s work to take of the things of Christ and reveal them to the soul; it is His covenant office to testify of Jesus—under these sacred influences, divine anointings, and gracious operations, Christ is made known unto the heart and looked unto, according to His own Word—“Look unto Me, and be ye saved, all the ends of the earth.”
To the reader…
It may be that you have thought a revelation of Christ must be something extraordinary: a voice, a vision, an appearance. And because you have never known anything like that, you think Christ has never revealed Himself to you. I want to take that thought away from you. The ordinary work of God is a gracious inward discovery, by the power of the Spirit, to faith. Nothing is seen or heard with the bodily senses, and yet He is known.
Have you ever felt the love and blood of Christ brought so near to you that your heart went out to Him, without your being able to describe it properly? That is the work of the Spirit, Who takes the things of Christ and reveals them to the soul. It is not received or taught of man, but given from above. And if you do not know it yet, look to Him Who calls: “Look unto Me, and be ye saved, all the ends of the earth.” That call is for you as well.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ni yo lo recibí, ni lo aprendí de hombre, sino por revelación de Jesucristo.
Gálatas 1:12
Cuando hablo de una revelación de Cristo, no abogo por nada visionario. Sueños, voces, apariciones en el aire, visiones y sonidos, cruces en el cielo y apariciones junto a la cama, debo dejarlos a otros. Creo que en su mayor parte son la porción de soñadores y exaltados, porque en la Iglesia visible de Dios tenemos todo esto, así como fariseos e hipócritas, arminianos y antinomianos. No negaré, en verdad, que el Señor haya obrado por medio de ellos en algunos casos particulares, como en los de Agustín y del coronel Gardiner.
Pero tomando a la generalidad del pueblo de Dios y el modo ordinario de la operación divina, la revelación de Cristo al alma es un descubrimiento interior y lleno de gracia por el poder del Espíritu, que Le revela a los ojos de la fe. Nada se ve ni se oye con los sentidos corporales; y sin embargo Su gloriosa Persona es tan vista, y Su voz tan oída, como si el ojo y el oído contemplasen Su gloria y escuchasen Sus palabras. Es enteramente de gracia, del todo celestial y divino, y por eso la naturaleza, los sentidos y la razón no tienen lugar aquí. Es un traer divino al corazón el poder y la presencia, la gracia y la gloria, el amor y la sangre de Cristo, de una manera que puede sentirse pero nunca describirse.
Bajo estas operaciones e influencias espirituales —porque es obra del Espíritu tomar de las cosas de Cristo y revelarlas al alma; es Su oficio en el pacto dar testimonio de Jesús—, bajo estas sagradas influencias, unciones divinas y operaciones de gracia, Cristo es dado a conocer al corazón y es mirado, conforme a Su propia Palabra: “Mirad a Mí, y sed salvos, todos los términos de la tierra”.
Al lector…
Puede ser que usted haya pensado que una revelación de Cristo tiene que ser algo extraordinario: una voz, una visión, una aparición. Y como nunca ha conocido nada semejante, piensa que Cristo nunca se le ha revelado. Quiero quitarle ese pensamiento. La obra ordinaria de Dios es un descubrimiento interior y lleno de gracia, por el poder del Espíritu, a la fe. Nada se ve ni se oye con los sentidos corporales, y sin embargo Él es conocido.
¿Ha sentido alguna vez el amor y la sangre de Cristo traídos tan cerca de usted que su corazón salió hacia Él, sin que pudiera describirlo bien? Esa es la obra del Espíritu, Quien toma de las cosas de Cristo y las revela al alma. No se recibe ni se aprende de hombre, sino que es dado de lo alto. Y si todavía no lo conoce, mire a Aquel que llama: “Mirad a Mí, y sed salvos, todos los términos de la tierra”. Ese llamado es también para usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het gekrookte riet
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3
Wat liggen er hopen afval op het innerlijk leven Gods verspreid! U, wier zielen zijn geoefend, merkt u niet dat gezinszorgen, zakelijke bezigheden, zondige en zinnelijke verlangens, en een hele vuilnisbak aan zinloze, ijdele voorstellingen allemaal de vlam verstikken die zich omhoog probeert te worstelen? En zo worden dagen en weken doorgebracht in een stervend leven, in een levende dood. Het vuur gaat niet uit en brandt ook niet. Soms stijgt de rook dikker op en verder omhoog; soms verzwakt het vuur langzaam, zodat het nog nauwelijks zichtbaar is; en soms wakkert een voorbijgaande windvlaag het tijdelijk even aan. Maar over het algemeen smeult het.
Waar dit in de ziel is, is er leven. Er is een strijd gaande tegen verdorvenheid, als het vuur te midden van het rokende vlas tegen het afval vecht waardoor het is omringd. Maar helaas! Er is een krachtige adem nodig om het vuur helder te laten opgloeien; het vuur heeft de zuidenwind uit de bergen der specerijen nodig om door de erbovenop liggende massa verderf heen te kunnen branden, en op te varen als de vlam waarin de engel des Heeren opvoer terwijl Manoach en zijn huisvrouw toekeken (Richt. 13:21).
Maar er is ook leven waar alleen maar rook is. Waar het slechts smeult, is er toch vuur. Het is niet slechts een hoop dood afval; er bevindt zich een heilig vuur onder, dat het vlas doet roken. Dit lijkt sterk op hoe het tegenwoordig is gesteld. Alles bevindt zich grotendeels op een dieptepunt in Sion.
Neem een willekeurig christen en u zult bijna altijd zien dat hij slechts een „rokende vlaswiek” is. Het vlas rookt, en dat is alles. Er is voldoende vuur om te laten zien dat het leven Gods vanbinnen aanwezig is, maar niet genoeg om helder op te laaien.
Lezen: Jesaja 1:1-9
Aan de lezer…
Herkent u dit, waarde lezer: dagen en weken in een stervend leven, een levende dood? Zorgen voor het gezin, de drukte van het werk, ijdele gedachten en zondige verlangens, ze liggen als hopen afval op het innerlijk leven. Het vuur gaat niet uit, maar het brandt ook niet. Soms stijgt de rook wat hoger; soms is er bijna niets te zien.
Laat u niet wijsmaken dat er dus niets is. Waar het smeult, is toch vuur; het is geen hoop dood afval. Maar wees er ook niet tevreden mee. Er is een krachtige adem nodig, de zuidenwind uit de bergen der specerijen, om door de massa heen te branden. Die wind kunt u niet maken, maar wel om vragen. Vraag dan dat Hij het vuur dat Hij Zelf onder het afval gelegd heeft, eens weer helder doet opvlammen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3
Wat liggen er hopen afval over het innerlijke leven van God verspreid! U van wie de ziel geoefend is, merkt u niet dat zorgen voor het gezin, bezigheden in uw werk, zondige en zinnelijke verlangens en een hele vuilnisbak vol zinloze, ijdele inbeeldingen allemaal de vlam verstikken die omhoog probeert te komen? Zo gaan dagen en weken voorbij in een stervend leven, in een levende dood. Het vuur gaat niet uit, maar het brandt ook niet. Soms stijgt de rook dikker en hoger op; soms wordt het vuur langzaam zwakker, zodat het nauwelijks nog te zien is; en soms wakkert een voorbijgaande windvlaag het even aan. Maar meestal smeult het.
Waar dit in de ziel is, daar is leven. Er is een strijd gaande tegen de verdorvenheid, zoals het vuur in het rokende vlas strijdt tegen het afval dat het omringt. Maar helaas! Er is een krachtige adem nodig om het vuur helder te doen opgloeien. Het vuur heeft de zuidenwind uit de bergen der specerijen nodig om door de massa bederf die erop ligt heen te branden, en op te varen als de vlam waarin de Engel des Heeren opvoer terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken (Richt. 13:21).
Maar er is ook leven waar alleen rook is. Waar het alleen smeult, is toch vuur. Het is niet alleen maar een hoop dood afval; er ligt een heilig vuur onder, dat het vlas doet roken. Dit lijkt sterk op hoe het in onze tijd gesteld is. Alles in Sion bevindt zich grotendeels op een dieptepunt.
Neem een willekeurige christen, en u zult bijna altijd zien dat hij slechts een „rokende vlaswiek” is. Het vlas rookt, en dat is alles. Er is genoeg vuur om te laten zien dat het leven van God vanbinnen aanwezig is, maar niet genoeg om helder op te laaien.
Lezen: Jesaja 1:1-9
Aan de lezer…
Herkent u dit, waarde lezer: dagen en weken in een stervend leven, een levende dood? Zorgen voor het gezin, de drukte van het werk, ijdele gedachten en zondige verlangens liggen als hopen afval op het innerlijke leven. Het vuur gaat niet uit, maar het brandt ook niet. Soms stijgt de rook wat hoger; soms is er bijna niets te zien.
Laat u niet wijsmaken dat er dus niets is. Waar het smeult, is toch vuur; het is geen hoop dood afval. Maar wees er ook niet tevreden mee. Er is een krachtige adem nodig, de zuidenwind uit de bergen der specerijen, om door de massa heen te branden. Die wind kunt u niet maken, maar u kunt er wel om vragen. Vraag dan dat Hij het vuur dat Hij Zelf onder het afval gelegd heeft, weer helder doet opvlammen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
A bruised reed shall He not break, and the smoking flax shall He not quench.
Isaiah 42:3
What heaps of refuse lie scattered over the inner life of God! You whose soul is exercised, do you not find that cares for the family, business in your work, sinful and sensual desires and a whole dustbin of senseless, vain imaginations all choke the flame that is trying to rise? So days and weeks pass in a dying life, in a living death. The fire does not go out, but neither does it burn. Sometimes the smoke rises thicker and higher; sometimes the fire slowly grows weaker, so that it can scarcely be seen; and sometimes a passing gust of wind fans it for a moment. But mostly it smoulders.
Where this is in the soul, there is life. There is a struggle going on against corruption, as the fire in the smoking flax struggles against the refuse that surrounds it. But alas! A powerful breath is needed to make the fire glow brightly. The fire needs the south wind from the mountains of spices to burn through the mass of corruption that lies upon it, and to ascend like the flame in which the Angel of the LORD ascended while Manoah and his wife looked on (Judges 13:21).
But there is life too where there is only smoke. Where it only smoulders, there is fire nonetheless. It is not merely a heap of dead refuse; there is a holy fire beneath, which makes the flax smoke. This is very like the state of things in our day. Everything in Zion is, for the most part, at a low ebb.
Take any Christian you please, and you will almost always see that he is but “smoking flax.” The flax smokes, and that is all. There is enough fire to show that the life of God is present within, but not enough to blaze up brightly.
Reading: Isaiah 1:1-9
To the reader…
Do you recognise this, dear reader: days and weeks in a dying life, a living death? Cares for the family, the bustle of work, vain thoughts and sinful desires lie like heaps of refuse on the inner life. The fire does not go out, but neither does it burn. Sometimes the smoke rises a little higher; sometimes there is almost nothing to be seen.
Do not let yourself be persuaded that there is therefore nothing there. Where it smoulders, there is fire nonetheless; it is no heap of dead refuse. But do not be content with it either. A powerful breath is needed, the south wind from the mountains of spices, to burn through the mass. You cannot make that wind, but you can ask for it. Ask, then, that He would make the fire which He Himself laid beneath the refuse flame up brightly once more.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
No quebrará la caña cascada, ni apagará el pábilo que humeare.
Isaías 42:3
¡Qué montones de desechos yacen esparcidos sobre la vida interior de Dios! Usted cuya alma está ejercitada, ¿no encuentra que los afanes por la familia, los asuntos de su trabajo, los deseos pecaminosos y sensuales y todo un cubo de basura de imaginaciones necias y vanas ahogan la llama que procura elevarse? Así pasan días y semanas en una vida moribunda, en una muerte viviente. El fuego no se apaga, pero tampoco arde. A veces el humo sube más espeso y más alto; a veces el fuego se debilita lentamente, de modo que apenas se ve; y a veces una ráfaga pasajera de viento lo aviva por un momento. Pero la mayor parte del tiempo arde sin llama.
Donde esto se da en el alma, hay vida. Hay una lucha en marcha contra la corrupción, como el fuego del pábilo humeante lucha contra los desechos que lo rodean. ¡Pero ay! Hace falta un soplo poderoso para que el fuego arda con viveza. El fuego necesita el viento del sur desde los montes de los aromas para abrirse paso ardiendo a través de la masa de corrupción que yace sobre él, y para subir como la llama en la cual subió el Ángel de Jehová mientras Manoa y su mujer lo miraban (Jueces 13:21).
Pero hay vida también donde solo hay humo. Donde solo arde sin llama, hay fuego de todos modos. No es un mero montón de desechos muertos; hay un fuego santo debajo, que hace humear el pábilo. Esto se parece mucho al estado de cosas en nuestros días. Todo en Sion está, en su mayor parte, en un nivel muy bajo.
Tome a cualquier cristiano que quiera, y casi siempre verá que no es sino “pábilo que humea”. El pábilo humea, y eso es todo. Hay suficiente fuego para mostrar que la vida de Dios está presente en el interior, pero no lo bastante para levantar una llama clara.
Lectura: Isaías 1:1-9
Al lector…
¿Reconoce usted esto, querido lector: días y semanas en una vida moribunda, una muerte viviente? Los afanes por la familia, el ajetreo del trabajo, los pensamientos vanos y los deseos pecaminosos yacen como montones de desechos sobre la vida interior. El fuego no se apaga, pero tampoco arde. A veces el humo sube un poco más alto; a veces casi no se ve nada.
No se deje persuadir de que por eso no hay nada allí. Donde arde sin llama, hay fuego de todos modos; no es un montón de desechos muertos. Pero tampoco se conforme con ello. Hace falta un soplo poderoso, el viento del sur desde los montes de los aromas, para abrirse paso ardiendo a través de la masa. Usted no puede hacer ese viento, pero sí puede pedirlo. Pida, pues, que Él haga que el fuego que Él mismo puso debajo de los desechos vuelva a levantar una llama clara.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Heere, maak mij Uw wegen bekend; leer mij Uw paden.
Psalm 25:4
Met een gebroken hart en verslagen geest te liggen aan de troon der genade, God vragende om onderwezen te worden, is inderdaad een gezegende plaats. Het is de bevinding van een kinderlijke geest, en in de betoning van zulk een eenvoudigheid, waarheid en oprechtheid vinden wij de ontwijfelbare kenmerken van het ware discipelschap. Waar wij zulk een verloochening van zichzelf zien, met verzaken van eigen wijsheid, kracht en gerechtigheid, met een terzijde stellen van alle godsdienst uit de mens, en een ware geest van vernedering voor God, daar moeten wij dit aanzien als iets dat boven de natuur uitgaat. Niets dan de kracht Gods is in staat een ziel zo geheel uit de dop van eigengerechtigheid te halen en aldus haar geestelijke naaktheid voor God open te leggen.
Er is natuurlijk iets aangenaams in het bemerken van een handelbare en leergierige aard. En aan de andere kant zijn er weinig eigenschappen die zich daar meer tegen kanten dan de hoogmoed der onwetendheid en waan van hen die denken alles te weten, terwijl zij inderdaad niets weten en te hoogmoedig zijn om onderwezen te worden. De enige weg tot het verkrijgen van kennis is een zachtmoedige, leerzame en onderzoekende geest en een gewilligheid om te leren; en deze spruit uit de bewustheid van onze onwetendheid. Deze geest worden wij somtijds gewaar in kinderen. Ook is er geen aangenamer iets voor een vader of onderwijzer dan een leerzaam kind, dat zeer gaarne onderzoekt en blijde is onderricht te ontvangen. En er is geen prettiger onderwijs geven dan wanneer men een grote gewilligheid aantreft om te leren.
Zo is het ook in de genade. Waar een nederige, leerzame geest gevonden wordt, daar trekt men uit des Heeren hart en mond de verborgenheden der hemelse wijsheid, terwijl de Heere dit voor anderen verbergt. Daarvan sprak de Heere Jezus in de dagen Zijns vleses: „Ik dank U, Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt en hebt ze de kinderkens geopenbaard.” De kinderen zijn degenen die leerzaam en kinderlijk zijn en aan wie God de schatten Zijner hemelse wijsheid openbaren wil.
Aan de lezer…
Misschien schaamt u zich, lezer, omdat u zo weinig weet. U ziet anderen die over alles kunnen spreken, en u voelt u als een kind dat nog alles moet leren. Wees daar niet bedroefd over. Met een gebroken hart en een verslagen geest aan de troon der genade te liggen en te bidden: „Heere, maak mij Uw wegen bekend; leer mij Uw paden”, is een gezegende plaats. Zulk een leerzame geest groeit niet uit de natuur; het is de kracht Gods die een ziel zo uit haar eigengerechtigheid haalt.
De Heere Jezus dankte Zijn Vader dat Hij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen heeft en ze de kinderkens geopenbaard heeft. Blijf dan een kind aan Zijn voeten. Hij heeft er behagen in een arme, onwetende ziel te onderwijzen, en Hij zal u uit Zijn eigen mond de verborgenheden der hemelse wijsheid doen kennen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere, maak mij Uw wegen bekend; leer mij Uw paden.
Psalm 25:4
Met een gebroken hart en een verslagen geest aan de troon der genade te liggen en God te vragen om onderwezen te worden, is werkelijk een gezegende plaats. Het is de bevinding van een kinderlijke geest, en waar zo’n eenvoud, waarheid en oprechtheid zich tonen, vinden wij de onmiskenbare kenmerken van het ware discipelschap. Waar wij zo’n zelfverloochening zien, waarbij iemand afstand doet van eigen wijsheid, kracht en gerechtigheid, alle godsdienst die uit de mens voortkomt terzijde stelt en een ware geest van vernedering voor God heeft, daar moeten wij dat zien als iets wat boven de natuur uitgaat. Niets dan de kracht van God is in staat een ziel zo helemaal uit de dop van eigengerechtigheid te halen en zo haar geestelijke naaktheid voor God bloot te leggen.
Natuurlijk is er iets aangenaams in het opmerken van een handelbare en leergierige aard. Aan de andere kant zijn er weinig eigenschappen die daar meer tegenin gaan dan de hoogmoed van de onwetendheid en de waan van hen die denken alles te weten, terwijl zij in werkelijkheid niets weten en te hoogmoedig zijn om onderwezen te worden. De enige weg om kennis te verkrijgen is een zachtmoedige, leerzame en onderzoekende geest en een bereidheid om te leren; en die komt voort uit het besef van onze onwetendheid. Die geest merken wij soms op bij kinderen. Er is ook niets aangenamer voor een vader of leraar dan een leerzaam kind, dat graag onderzoekt en blij is onderwezen te worden. En er is geen prettiger onderwijs geven dan wanneer men een grote bereidheid om te leren aantreft.
Zo is het ook in de genade. Waar een nederige, leerzame geest gevonden wordt, daar haalt men uit het hart en de mond van de Heere de verborgenheden van de hemelse wijsheid, terwijl de Heere die voor anderen verbergt. Daarover sprak de Heere Jezus in de dagen van Zijn vlees: „Ik dank U, Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt en hebt ze de kinderkens geopenbaard.” De kinderkens zijn zij die leerzaam en kinderlijk zijn, en aan wie God de schatten van Zijn hemelse wijsheid wil openbaren.
Aan de lezer…
Misschien schaamt u zich, lezer, omdat u zo weinig weet. U ziet anderen die over alles kunnen spreken, en u voelt u als een kind dat nog alles moet leren. Wees daar niet bedroefd over. Met een gebroken hart en een verslagen geest aan de troon der genade te liggen en te bidden: „Heere, maak mij Uw wegen bekend; leer mij Uw paden”, is een gezegende plaats. Zo’n leerzame geest groeit niet uit de natuur; het is de kracht van God die een ziel zo uit haar eigengerechtigheid haalt.
De Heere Jezus dankte Zijn Vader dat Hij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen had en ze aan de kinderkens geopenbaard had. Blijf dan een kind aan Zijn voeten. Hij heeft er behagen in een arme, onwetende ziel te onderwijzen, en Hij zal u uit Zijn eigen mond de verborgenheden van de hemelse wijsheid doen kennen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Shew me thy ways, O LORD; teach me thy paths.
Psalm 25:4
To lie with a broken heart and contrite spirit at the footstool of mercy beseeching God to teach us, is indeed a blessed spot to be in. It is the evidence of a childlike spirit, and shows such simplicity, reality, and genuineness that it bears stamped upon it the indubitable marks of true discipleship. Wherever we see such a coming out of SELF, with a renunciation of our own wisdom, strength, and righteousness, such a putting aside of all creature religion, and such a real spirit of humility before God, we must receive it as something beyond and above nature. Nothing but the power of God seems able to bring a soul so completely out of the shell and crust of self-righteousness, and so to lay open its spiritual nakedness before Him.
Naturally there is something very sweet in seeing a docile, teachable disposition. And on the other hand, few things are more offensive than the pride of ignorance, the abominable conceit of people who think they know everything when really they know nothing, but are too proud to be taught.
The only road to knowledge is to possess a meek, teachable, inquiring spirit, a willingness to learn springing out of a consciousness of ignorance. This spirit is what we see sometimes in children, nor is there a more pleasant sight for parent or instructor than to see a child docile; earnestly seeking information, and glad to receive instruction. If anything can open the mouth to teach, it is finding such a disposition to learn.
So in grace; where there is a humble, quiet, docile spirit, it seems to draw forth out of the Lord’s heart and mouth these secrets of heavenly wisdom which He hides from others; as He spoke in the days of His flesh, “I thank you, O Father, Lord of heaven and earth, because you have hidden these things from the wise and prudent, and have revealed them unto babes.” The babes are those who are teachable and childlike, and to whom as such God reveals the treasures of His heavenly wisdom.
To the reader…
Perhaps, dear reader, you are ashamed because you know so little. You see others who can speak about everything, and you feel like a child who still has everything to learn. Do not be grieved about that. To lie at the throne of grace with a broken heart and a contrite spirit and to pray, “Shew me Thy ways, O LORD; teach me Thy paths,” is a blessed place to be. Such a teachable spirit does not grow out of nature; it is the power of God that brings a soul out of its self-righteousness like this.
The Lord Jesus thanked His Father that He had hidden these things from the wise and prudent and had revealed them unto babes. Remain, then, a child at His feet. He delights to teach a poor, ignorant soul, and He will make known to you from His own mouth the secrets of heavenly wisdom.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Muéstrame, oh Jehová, Tus caminos; enséñame Tus sendas.
Salmo 25:4
Yacer con el corazón quebrantado y el espíritu contrito ante el estrado de la misericordia, suplicando a Dios que nos enseñe, es en verdad un lugar bienaventurado. Es la evidencia de un espíritu de niño, y muestra tal sencillez, realidad y autenticidad que lleva estampadas las señales indudables del verdadero discipulado. Dondequiera que vemos tal salir del YO, con una renuncia a nuestra propia sabiduría, fuerza y justicia, tal dejar a un lado toda religión de la criatura, y tal espíritu real de humildad delante de Dios, debemos recibirlo como algo que está más allá y por encima de la naturaleza. Nada sino el poder de Dios parece capaz de sacar a un alma tan completamente de la cáscara y la costra de la justicia propia, y de poner así al descubierto su desnudez espiritual delante de Él.
En lo natural hay algo muy dulce en ver una disposición dócil y enseñable. Y, por otra parte, pocas cosas son más ofensivas que el orgullo de la ignorancia, la abominable presunción de personas que creen saberlo todo cuando en realidad no saben nada, pero son demasiado orgullosas para dejarse enseñar.
El único camino al conocimiento es poseer un espíritu manso, enseñable e inquisitivo, una disposición a aprender que brota de la conciencia de la propia ignorancia. Este espíritu es el que vemos a veces en los niños, y no hay vista más agradable para un padre o un maestro que ver a un niño dócil, que busca con empeño saber y se alegra de recibir instrucción. Si algo puede abrir la boca para enseñar, es hallar tal disposición a aprender.
Así sucede en la gracia: donde hay un espíritu humilde, quieto y dócil, parece sacar del corazón y de la boca del Señor aquellos secretos de la sabiduría celestial que Él esconde de otros; como dijo en los días de Su carne: “Te alabo, Padre, Señor del cielo y de la tierra, que hayas escondido estas cosas de los sabios y de los entendidos, y las hayas revelado a los niños.” Los niños son los que son enseñables y como niños, y a quienes, como tales, Dios revela los tesoros de Su sabiduría celestial.
Al lector…
Quizá, querido lector, usted se avergüenza porque sabe tan poco. Ve a otros que pueden hablar de todo, y se siente como un niño que todavía tiene que aprenderlo todo. No se aflija por ello. Yacer ante el trono de la gracia con el corazón quebrantado y el espíritu contrito y orar: “Muéstrame, oh Jehová, Tus caminos; enséñame Tus sendas”, es un lugar bienaventurado. Tal espíritu enseñable no brota de la naturaleza; es el poder de Dios el que saca así a un alma de su justicia propia.
El Señor Jesús dio gracias a Su Padre porque había escondido estas cosas de los sabios y entendidos y las había revelado a los niños. Permanezca, pues, como un niño a Sus pies. Él se deleita en enseñar a un alma pobre e ignorante, y le dará a conocer de Su propia boca los secretos de la sabiduría celestial.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl