Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

15 augustus Korenaren uit de volle oogst

O, of ik wist, dat ik Hem vinden zoude! ik zoude tot Zijn stoel komen; ik zoude het recht voor Zijn aangezicht ordelijk voorstellen; en mijn mond zoude ik met verdedigingen vervullen.
Job 23:3, 4

Was Job niet in dezelfde toestand als waarin wij vaak verkeren? Als die oude aartsvader niet had geweten wat het was om bekommerd, beklemd en bedroefd van geest te zijn, en bijna te bezwijken onder de aanvallen van de boze, dan zou hij niet gezegd hebben: „O, of ik wist, dat ik Hem vinden zoude! Ik zoude tot Zijn stoel komen; ik zoude het recht voor Zijn aangezicht ordelijk voorstellen, en mijn mond zoude ik met verdedigingen vervullen.” Is dat nu het oprechte gevoel en de wezenlijke bevinding van uw ziel, of is het dat ooit geweest? Kijk in uw hart, u die de Heere vreest. Kijk een ogenblik, als u er vroeger nooit naar gekeken hebt, naar het werk van de genade, en ga na of u iets van deze dingen kent.

Hebt u ooit, toen u duisternis, slavernij en droefheid in uw ziel voelde, uitgeroepen: „O, dat ik wist waar ik de Heere kon vinden! Heere! ik heb er behoefte aan U te vinden; mijn ziel smacht naar U; laat mij smaken van Uw gezegende tegenwoordigheid; ik wil U omvatten met de armen mijns geloofs; ik heb behoefte aan de liefelijke getuigenis van Uw genadige lippen. O, of ik wist, dat ik U vinden zou! Ik zou mij niet bekommeren door welke wegen ook.” Is het zo met u, dan tonen juist deze dingen dat u de vreze Gods in uw ziel en het onderwijs van de Geest in uw hart hebt. U bent waar Job was.

En als u iets kent van wat Job hier zegt: „O, of ik wist, dat ik Hem vinden zou! ik zoude tot Zijn stoel komen!” — als dat het verlangen van uw ziel is, dan hebt u de godsvrucht van Job, de bevinding van Job en de droefheid van Job in deze zaak. En dan zult u ook de verlossing van Job, de vrede van Job en de redding van Job ontvangen.

Mijn ogen treuren om mijn leed,
om al mijn angst, om al mijn lijden.
O Heer, wil mij van straf bevrijden,
ach, toon U tot mijn hulp gereed!
’k Smeek dag aan dag om uw ontferming,
leen mij de hand tot mijn bescherming!

Ps. 88:6

Aan de lezer…

Hoe vaak zoekt u de Heere zonder Hem te kunnen vinden! Is het donker in uw ziel, voelt u slavernij en droefheid, en roept u: „O, dat ik wist waar ik de Heere kon vinden!”? Dan staat u waar Job stond, die oude aartsvader, bekommerd, beklemd en bijna bezwijkend onder de aanvallen van de boze. U staat daar niet alleen, en u staat daar niet buiten Gods hand.

Want dat smachten naar Zijn gezegende tegenwoordigheid, dat verlangen naar een woord van Zijn genadige lippen, komt niet voort uit een dood hart. Het is de vreze Gods in uw ziel en het onderwijs van de Geest in uw hart. Wie in deze zaak de droefheid van Job deelt, zal ook de verlossing van Job, de vrede van Job en de redding van Job ontvangen. Blijf dan zoeken en roepen, want zo’n verlangen heeft Hij Zelf in uw ziel gewerkt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

15 augustus 365 dagen met Philpot

Genees mij

Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14

Als het de Heere in enige mate behaagt Zijn oor te neigen om ons gebed te horen, als het Hem behaagt Zijn Woord zoet en krachtig tot ons te richten, ons iets te laten zien en voelen van ons recht op het kostbare bloed van het Lam en onze ziel uit de hand van de vijand te bevrijden — dan kunnen we zien, voelen en weten hoe groot de verlossing is die de Heere Jezus Christus tot stand heeft gebracht. Dan gaan we inzien dat niets anders dan zo’n verlossing als Hij heeft bewerkt, en geen andere Verlosser dan de Heere Jezus Christus, werkelijk geschikt kan zijn om onze ziel te behouden.

Het fundament van alle ware godsdienst — het fundament van iedere zucht, iedere uitroep, elk gekreun, elke wens, elk verlangen en elke ware ademtocht van gebed — is dus een bevindelijke kennis van de ziekte in al haar verschillende vormen. Het is kennis, innerlijke kennis, van de diepte van de zondeval, zoals die zichtbaar wordt in ons armzalige hart.

Als het de Heere dus behaagt Zijn hand uit te steken en krachtig aan onze verlossing te werken, als de Heere onze ziel zegent en tot ons komt om Zijn goedheid en liefde te openbaren, en als we wat we zijn en wat we geweest zijn vergelijken met de rijkdom van Zijn barmhartigheid en genade — hoe hoog verheft dat dan in onze ogen Zijn verlossing en offer, en de liefde, het bloed en de genade van de Heere Jezus Christus!

Lezen: 1 Petrus 1:14-25

Aan de lezer…

Misschien ontdekt u steeds meer van de ziekte in uw eigen hart, en lijkt het alsof het daar alleen maar donkerder wordt. Weet dan dat deze bevindelijke kennis van de diepte van de zondeval geen teken is dat de Heere u verlaten heeft. Zij is juist het fundament van iedere zucht, van elk gekreun en van elke ware ademtocht van gebed. Wie de kwaal niet kent, zoekt geen Geneesheer.

En wanneer het de Heere behaagt Zijn oor tot u te neigen, Zijn Woord zoet en krachtig tot u te richten en u iets te laten voelen van het kostbare bloed van het Lam, dan zult u zien hoe groot Zijn verlossing is. Hoe dieper u uzelf hebt leren kennen, hoe hoger Zijn liefde, Zijn bloed en Zijn genade in uw ogen verheven worden. Er is geen andere Verlosser, maar er is ook geen andere nodig: Hij is genoeg om uw ziel te behouden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

15 augustus Door Baca’s vallei

En hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods.
Galaten 2:20

Er is geen andere weg dan deze – gedoopt te zijn in de dood en het leven van Christus – waarop wij ooit de overwinning kunnen behalen over de zonden die ons zo licht omringen. Als wij aan de ene kant een gezicht hebben op een lijdende Christus, en zo gedoopt worden in Zijn lijden en dood, zal het besef daarvan, zolang het duurt, de kracht van de zonde bedwingen. Of als wij aan de andere kant een geloofsgezicht krijgen op een opgestane Christus en uit Zijn volheid van genade bediend worden, dan zal dit ons boven haar heerschappij verheffen.

Als de zonde krachtig in ons woelt, hebben wij een van deze twee dingen nodig om haar te onderwerpen. Óf wij moeten van boven ondersteund worden, zodat wij in onze strijd tegen haar de overwinning krijgen, óf wij moeten iets hebben dat ons uit de zonde in een zuiverder en betere sfeer brengt. Wanneer er een gezicht is op het lijden, de smarten, de doodsstrijd en de dood van de Zoon van God, dan wordt er in de strijd tegen de zonde kracht aan de ziel geschonken: een kracht die weerstand biedt en onderwerpt. Zo ook, wanneer de genade en liefde van Christus de ziel binnenstromen, heft dat haar op boven de liefde tot en de kracht van de zonde, in een zuiverder en heiliger gesteldheid.

De zonde kan op geen andere manier onderworpen worden. U moet óf gedoopt zijn in het lijden en de dood van Christus, óf u moet gedoopt zijn – zoals het een op het ander volgt – in de opstanding en het leven van Christus. Een gezicht op Hem als een lijdende God, of een gezicht op Hem als een opgestane Jezus, gaat samen met iedere vruchtbare poging om de overwinning te behalen over de zonde, dood, hel en graf. U kunt worstelen, beloven en berouw hebben, maar wat draagt dat alles bij? U zinkt nog dieper in de zonde weg dan tevoren. De hoogmoed, de lust en de begeerlijkheid komen binnen als een vloed, en u bent al bijna verdronken voordat u het merkt.

Maar wanneer u een gezicht krijgt op een lijdende Christus of op een opgestane Christus, wanneer u iets proeft van Zijn stervende liefde, een druppel van Zijn verzoenend bloed ontvangt of een openbaring van Zijn schoonheid en rijkdom, dan is de vrucht van deze geestelijke doop in Zijn dood of in Zijn leven een onderwerpende kracht om de verzoekingen en de zonde te overwinnen, die niets anders kan of zal geven. Toch geloof ik dat wij vaak jaren nodig hebben om deze Goddelijke verborgenheid te leren verstaan. Wij moeten worstelen om tot bekering en verbetering te komen, en kunnen het niet, totdat wij ten slotte door Goddelijk onderwijs een weinig leren verstaan van wat de apostel bedoelde toen hij zei: „En hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods.”

En wanneer wij in dit leven van het geloof mogen komen, dit verborgen leven, dan richten onze genegenheden zich op de dingen die boven zijn. Voor sommigen heeft het geen nut om de zonde door wettische pogingen te onderwerpen; zij zakken des te dieper in het slijk. U moet Christus in uw ziel hebben door de kracht van God, en dan zal Hij door Zijn glimlachen, Zijn bloed, Zijn liefde en Zijn tegenwoordigheid iedere inwendige vijand onderwerpen.

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat u, nadat u zo vaak geworsteld, beloofd en berouw gehad hebt, toch weer dieper in het slijk gezonken bent. Kwam de hoogmoed of de begeerlijkheid weer binnen als een vloed, voordat u het merkte? Wanhoop dan niet, maar leer de les die vaak jaren kost: met wettische pogingen wordt de zonde niet onderworpen. Het is geen gebrek aan ernst dat u doet vallen, maar het zoeken van kracht op de verkeerde plaats.

Zie dan op naar Hem. Een gezicht op een lijdende Christus, een druppel van Zijn verzoenend bloed, iets proeven van Zijn stervende liefde, doet meer dan al uw voornemens bij elkaar. En een blik op de opgestane Christus verheft de ziel boven de heerschappij van de zonde. Bid dan niet in de eerste plaats om meer kracht in uzelf, maar om Christus in uw ziel; want Hij zal door Zijn liefde en tegenwoordigheid iedere inwendige vijand onderwerpen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina