Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

15 december Korenaren uit de volle oogst

Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte.
Jesaja 45:24

Dezelfde Geest Die als met een straal van licht en leven in het geweten schijnt, om het de schuld van de zonde, de vloek van de wet en zijn ellendige toestand als overtreder te laten voelen, dezelfde Geest, zeg ik, leert het in het verborgene ook dat het geen sterkte heeft. Hebt u nooit ervaren dat u volkomen machteloos was? Dat u wilde geloven, maar het niet kon; dat u wilde hopen, maar het niet kon; dat u wilde liefhebben, maar het niet kon; dat u Gods Woord wilde houden, maar het niet kon; dat u Zijn geboden wilde gehoorzamen, maar daartoe niet in staat was? Heeft het besef van uw eigen ellendige onmacht en volslagen hulpeloosheid u niet vaak bijna tot wanhoop gebracht?

U wist zeker dat er in de waarheid van God een geloof, een hoop, een liefde, een zegen en een zaligheid was; een vergeving, een vreze, een hemelse blijdschap; een zekerheid van behoud; een vereniging en gemeenschap met de Heere Jezus. U zag het, maar u kon het niet bereiken. U voelde dat alles goed zou zijn als u kon geloven, maar u kon niet geloven. Zo leerde u dat u geen kracht had. Wanneer wij op deze manier onze zwakheid leren kennen, beginnen wij ook te leren in Wie onze sterkte is. En wanneer wij door een levend geloof toegang krijgen tot Christus, ontvangen wij uit Hem zoveel sterkte als wij voor onze geestelijke noden nodig hebben.

Wanneer wij aan alle kracht in onszelf wanhopen, zien wij op naar de Heere Jezus Christus aan de rechterhand van de Vader, om ons de Zijne te geven. Wij zenden onze gebeden en smekingen op naar de grote Hogepriester over het huis van God, opdat Hij ons in onze ziel met sterkte versterkt. En als het Hem behaagt om als antwoord op ons gebed Zijn Geest en genade neer te zenden, dan zijn wij „versterkt met alle macht, naar Zijn heerlijke macht, om met blijdschap alles met geduld en lijdzaamheid te dragen”. Dat is „sterk zijn in de Heere en in de sterkte Zijner macht”, en „versterkt zijn met kracht door Zijn Geest in de inwendige mens”.

De Heer is recht in al zijn weg en werk,
zijn goedheid kent in ’t gans heelal geen perk.

Psalm 145:6

Aan de lezer…

Hier staat een woord voor wie zou willen geloven, maar het niet kan. Zou u willen hopen en liefhebben, en vindt u in uzelf niets dan onmacht, zodat u bijna wanhoopt? Ziet u de zegen en de vrede in Christus wel liggen, maar kunt u er niet bij? Denk dan niet dat de Heere u daarmee verlaten heeft. Het is dezelfde Geest Die u uw schuld liet voelen, Die u nu ook leert dat u geen sterkte hebt.

En wie zo zijn zwakheid leert kennen, begint ook te leren in Wie zijn sterkte is. Wanhoop daarom aan uzelf, maar niet aan Hem. Zie op naar de grote Hogepriester aan de rechterhand van de Vader, en zend uw smekingen naar Hem op. Als het Hem behaagt Zijn Geest en genade neer te zenden, zult u ervaren wat het is sterk te zijn in de Heere en in de sterkte Zijner macht.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

15 december 365 dagen met Philpot

Gerechtigheden en sterkte

Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24

Misschien zijn er onder u die niet kunnen geloven dat ze in de Heere gerechtvaardigd zijn. Ze kennen niet het vertrouwen van het geloof dat hun zonden vergeven zijn en dat ze door het geloof volledig in Christus staan; en ze kunnen zich ook niet in Hem beroemen. Er kan een arme ziel zijn die deze verkwikkende boodschappen van Christus, die de ziel ertoe brengen zich in Zijn Naam te beroemen, niet heeft gezien of genoten. Hebben we dan niet in dit ene kenmerk een schriftuurlijk bewijs: dat zulke zielen tot Hem komen?

Zegt de Heere niet dat niemand tot Hem komt dan wie door de Vader getrokken wordt? Dit is het werk van de Geest in het geweten van een zondaar. Niemand is ooit gekomen of zal ooit komen, tenzij hij door God getrokken wordt en gewillig gemaakt in de tijd van Zijn kracht. En zegt de Heere Jezus Christus niet: „Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen” (Joh. 6:37)? Zegt Hij niet: „Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven” (Matt. 11:28)?

Wat zijn deze beloften en uitnodigingen toch bemoedigend voor alle met zonden belaste schepsels! Zij merken dat ze bemoedigd, uitgenodigd en soms in staat gesteld worden om tot Hem te komen, zich aan Zijn voeten neer te leggen, met Hem te worstelen, Zijn Majesteit te smeken en hun hart voor Hem uit te storten. Met tranen, zuchten, heftig gekreun en hartverscheurend gesnik vertellen ze Hem dat niets anders dan Zijn liefde hen kan rechtvaardigen, en niets anders dan Zijn bloed hun geweten kan zuiveren. Zijn liefde brengt de hemel in hun ziel.

Lezen: Lukas 6:39-49

Aan de lezer…

Hoe zwaar is het als u nog niet kunt geloven dat uw zonden vergeven zijn! Kunt u zich niet in Christus beroemen, en denkt u daarom dat u erbuiten staat? Kijk dan eens naar dit ene kenmerk: komt u tot Hem? Niemand komt tot Hem dan wie door de Vader getrokken wordt. Uw komen, hoe zwak en bevend ook, is het werk van de Geest in uw geweten.

En Hij Die u trekt, zegt Zelf: „Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Blijf dan komen: leg u aan Zijn voeten neer, worstel en smeek, en stort uw hart voor Hem uit, ook al is het met tranen en gesnik. Zeg Hem dat niets anders dan Zijn liefde u kan rechtvaardigen en niets anders dan Zijn bloed uw geweten kan zuiveren. Hij Die u zo leert komen, zal u niet afwijzen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

15 december Door Baca’s vallei

Want onze zeer lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een zeer uitnemend, eeuwig gewicht der heerlijkheid.
2 Korinthe 4:17

Het Hebreeuwse woord voor „heerlijkheid” betekent letterlijk „gewicht”, en de apostel lijkt daarop te doelen door de twee woorden, zoals hij doet, met elkaar te verbinden of samen te voegen. Er is inderdaad een natuurlijk verband tussen wat gewichtig of zwaar is en wat hecht en duurzaam is. Hij wilde de toekomstige heerlijkheid dus voorstellen als hecht en duurzaam, en als volstrekt verschillend van de lichte, ijdele nietigheden van de tijd, en zelfs van de voorbijgaande verdrukkingen die dagelijks voorkomen.

Maar hij lijkt vooral te doelen op de buitengewone grootheid van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden, vergeleken met onze huidige vermogens van lichaam en geest en ons huidige begrip daarvan. Het is alsof hij wil zeggen: „In onze tegenwoordige, onvolmaakte staat, met onze bekrompen vermogens van geest en onze zwakke, broze tabernakel, kunnen wij het gewicht van die onsterfelijke heerlijkheid niet dragen, die bereid is voor de heiligen in het Koninkrijk der heerlijkheid.” Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en in het hart van de mens is nooit opgekomen wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben.

Als de hemel zijn zaligheid ontsloot, zou die ons tegenwoordige lichaam en onze ziel in één ogenblik tot stof verbrijzelen. „Geen mens,” zegt God tegen Mozes, „zal Mij zien en leven.” Toen Johannes op Patmos een gezicht ontving van de opgestane Heere, viel hij als dood aan Zijn voeten, hoewel hij bij het laatste avondmaal aan Zijn borst had gelegen. Daarom moeten wij gereinigd worden van alle besmetting van de zonde, moeten onze zielen verruimd worden tot de uiterste grens van onze sterfelijke vermogens, en moet ons lichaam verheerlijkt en gelijkvormig gemaakt worden aan het heerlijke lichaam van de Heere Jezus Christus. Zo zullen ziel en lichaam in staat zijn het gewicht te dragen van de eeuwige heerlijkheid waarmee zij bekleed zullen worden. Zoals de apostel zegt: „Niet dat wij zouden ontkleed, maar overkleed worden, opdat het sterfelijke van het leven verslonden worde.”

Maar er is iets in het woord „heerlijkheid” dat ik niet mag overslaan. In het aangrijpende hoofdstuk Johannes 17 bidt de Heere zo, of liever, drukt Hij Zijn hemelse wil zo uit: „Vader, Ik wil, dat daar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt.” Dit is het gewicht van de heerlijkheid waarover de apostel spreekt: niet alleen bevrijding van zonde en smart, niet alleen Christus zien zoals Hij is, maar ook de onuitsprekelijke heerlijkheid aanschouwen en genieten die de Vader Hem gegeven heeft, dat wil zeggen: heel de heerlijkheid van de Godheid, zoals die geopenbaard is in Zijn menselijke natuur en daardoor heen schijnt.

De volheid en volmaaktheid van deze heerlijkheid is voor de heiligen van God weggelegd om te genieten, wanneer zij Hem zullen zien zoals Hij is en kennen zoals zij gekend zijn. Wij zien er een glimp van wanneer Christus aan de ziel geopenbaard wordt, wanneer de hemel voor het geloof ontsloten wordt, wanneer Zijn schoonheid en dierbaarheid door de kracht van God aan het hart worden geopenbaard. Maar het „uitnemende gewicht der heerlijkheid” kan in dit tegenwoordige leven nooit volledig begrepen worden.

Aan de lezer…

Kent u dat? De verdrukking drukt zwaar op u, zo zwaar dat u haar niet licht kunt noemen. Leg haar dan eens op de weegschaal naast het eeuwige gewicht van de heerlijkheid. Wat u nu terneerdrukt, gaat zeer snel voorbij; wat bereid is voor hen die Hem liefhebben, is hecht en duurzaam, en geen oog heeft het gezien.

Bent u nog besmet met zonde en zwak van lichaam en geest? Ook dat weet de Heere. Hij moet Zijn volk reinigen en voorbereiden, zodat zij die heerlijkheid eens kunnen dragen. Hebt u soms een glimp gezien van Zijn schoonheid en dierbaarheid, wanneer Christus aan uw ziel werd geopenbaard? Dat was nog maar een voorsmaak. Hij heeft gezegd: „Vader, Ik wil, dat daar Ik ben, ook die bij Mij zijn.” Houd dat vast, totdat u Hem zult zien zoals Hij is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina