Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

13 maart Korenaren uit de volle oogst

En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.
Mattheüs 11:6

Wat voelt u in uw hart voor Jezus? Wat is de ernstige begeerte van uw ziel? Dat Hij mag komen en woning maken in uw hart? Dat Hij uw ziel mag bezoeken met het licht van Zijn aangezicht? Dat Hij uw geweten mag besprengen met Zijn bloed? Dat Hij Zich dicht bij u openbaart en Zich dierbaar en kostbaar voor u maakt? Is één woord van Zijn lippen u dierbaarder dan duizend werelden, één glimlach van Zijn aangezicht dierbaarder dan duizenden aan goud en zilver? Dan bent u gezegend.

U ergert u niet aan de donkere bergen van dwaling. U ergert u niet aan de volmaaktheden van de Zoon van God. U ergert u niet aan een vrij Evangelie, aan een onvoorwaardelijke behoudenis. Nee, de Heere heeft in Zijn genade uw vooroordelen gedood en uw vijandschap vernietigd, en Hij heeft u ertoe gebracht het Evangelie aan te nemen als een kind.

Goed, maar sommigen zeggen misschien: „Ik geloof dit alles, maar dan twijfel ik of de Heere Zijn werk in mij begonnen is, of ik een van de Zijnen ben. Ik kan de kracht der Waarheid niet genieten zoals ik wel wenste.” Maar zegt de Heere niet: „Zalig is hij, die aan Mij niet geërgerd wordt”? U ergert u niet aan Jezus. En wie zich niet aan Hem ergert, maar Hem kan ontvangen als de Christus van God, in Hem kan geloven en Hem bij tijden dierbaar vindt, die valt onder de zegen die rijk maakt, onvoorwaardelijk rijk.

Des Heeren vrees is rein.
Zij opent een fontein
van heil dat nooit vergaat.
Zijn dierb’re leer verspreidt
een straal van billijkheid,
daar z’ all’ onwaarheid haat.
Z’is ’t mensdom meerder waard,
dan ’t fijnste goud op aard’;
niets kan haar glans verdoven.
Zij streeft in heilzaam zoet,
tot streling van ’t gemoed,
de honing ver te boven.

Psalm 19:5

Aan de lezer…

Wat voelt u in uw hart voor Jezus? Verlangt u dat Hij woning maakt in uw hart, uw geweten besprengt met Zijn bloed en Zich kostbaar voor u maakt? Is één woord van Zijn lippen u dierbaarder dan duizend werelden? Misschien zegt u: „Dat verlangen is er wel, maar ik twijfel of de Heere Zijn werk in mij begonnen is; ik geniet de kracht van de waarheid niet zoals ik zou willen.” Ik neem die twijfel ernstig, maar geef er niet het laatste woord aan.

Want de Heere Zelf zegt: „Zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.” Ergert u zich niet aan Zijn volmaaktheden, niet aan een vrij Evangelie, niet aan een onvoorwaardelijke behoudenis? Kunt u Hem ontvangen als de Christus van God en Hem bij tijden dierbaar vinden? Dan staat u onder die zegen. Uw vooroordelen en vijandschap zijn niet vanzelf verdwenen; dat heeft Zijn genade gedaan. Neem het Evangelie dan aan als een kind.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

13 maart 365 dagen met Philpot

Het gebed van Salomo

Zelfs ook aangaande de vreemde, die van Uw volk Israël niet zijn zal, maar uit verren lande, om Uws groten Naams, en Uwer sterke hand, en Uws uitgestrekten arms wil, komen zal, als zij komen, en bidden zullen in dit huis, hoor Gij dan uit de hemel.
2 Kron. 6:32-33

Er zijn mensen die niet veel kunnen zeggen over Gods omgang met hun ziel, maar die toch niet kunnen zeggen dat ze geen verlangen naar God kennen, dat ze geen gevoel, geen geweten, geen gebed, geen smeekbede, geen honger en geen dorst naar de zegeningen van God ervaren. Dat durven ze niet te ontkennen, maar veel meer kunnen ze niet zeggen. Welnu, dit zijn „vreemden uit verren lande”, die komen „om Uws groten Naams en Uwer sterke hand, en Uws uitgestrekten arms” wil. Ze komen om de barmhartigheid te ontvangen die in het Evangelie verkondigd wordt, en om, als het God behaagt, gezegend te worden met een openbaring van Zijn liefde.

Zij „komen en bidden in dit huis”, dat wil zeggen: in de Naam van de Heere Jezus en alleen ziende op Hem. Hun hart is vol gebed. De Heere heeft hun geleerd Zijn grote Naam te vrezen, en Hij heeft een roepen en zuchten om barmhartigheid in hun hart gelegd. Zal de Heere weigeren naar hun roepen te luisteren? „Dan,” bidt de koning van Israël, „hoor Gij uit de hemel, uit de vaste plaats Uwer woning, en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal.”

De „vreemde” roept tot God om barmhartigheid, om iets van vergeving en om de kennis dat hij persoonlijk deel heeft aan de Heere Jezus Christus; dat zijn geweten besprenkeld wordt met het bloed van het Lam, en dat hij zonder vrees of twijfel kan zeggen: „De Heere is mijn God.” Hij komt niet uitdagend en aanmatigend, maar nederig en diepbedroefd, als een „vreemde”. Hij stelt geen eisen, hij toont geen misplaatste trots, hij stelt geen vertrouwen op het vlees. Hij komt zoals hij werkelijk is, als een „vreemde”, en vraagt de Heere hem een bepaalde barmhartigheid te bewijzen en een bepaalde zegen te geven, enkel vanwege Zijn overvloedige en soevereine genade.

Salomo, als type van de Middelaar, bidt de Heere dat Hij doet „naar alles, waarom die vreemde tot Hem roepen zal”. En dat zal Hij zeker doen; Hij moet het wel doen omwille van Zijn eigen Naam. Want elk gebed dat gedaan wordt in de Naam van de Heere Jezus Christus, door de onderwijzingen

Lezen: 2 Kronieken 6:29-42

Aan de lezer…

Wanneer u zich een vreemde uit een ver land voelt, kunt u misschien niet veel zeggen over Gods omgang met uw ziel, maar durft u evenmin te ontkennen dat er een honger, een dorst, een zucht om barmhartigheid in u leeft. Dan bent u niet vergeten in deze bede van Salomo. Juist voor zulke mensen bidt hij: „Hoor Gij dan uit de hemel, en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal.”

Kom dan zoals u bent: niet eisend, niet aanmatigend, zonder vertrouwen op het vlees, maar nederig, als een vreemde die niets heeft dan zijn nood. Kom in de Naam van de Heere Jezus, en vraag om vergeving, om besprenkeling met het bloed van het Lam, om het woord: „De Heere is mijn God.” Wie de Heere de vreze van Zijn grote Naam heeft geleerd en bij wie Hij een zucht in het hart heeft gelegd, zal Hij om Zijn eigen Naam niet afwijzen. Zijn genade is groter dan uw vreemdheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

13 maart Door Baca’s vallei

Doch Hij kent de weg, die bij mij is; Hij beproeve mij; als goud zal ik uitkomen.
Job 23:10

Wat heeft het doormaken van beproeving een zuiverende uitwerking! Wat een scheiding van de slakken en het erts! Als iemand maar een greintje geloof in zijn ziel heeft, zal de beproeving dat ontdekken; als hij maar een greintje hoop heeft, zal de beproeving dat aan het licht brengen; en als hij een greintje liefde bezit, zal de beproeving het laten kennen. Heeft hij enige lijdzaamheid, enige verootmoediging, enige vreze Gods, enige begeerte om oprecht te zijn en enige vrees om kwaad te doen, enige eerlijkheid en oprechtheid, kortom: heeft hij enig leven in zijn ziel, iets van de genade van God in zijn hart, dan zal de beproeving het openbaar maken. Zo beproeft de hete vlam van de oven het goud in de smeltkroes, doordat zij de verbinding met de slakken verbreekt.

U kunt nauwelijks weten of u een gelovige of een ongelovige bent, totdat u door de beproeving gaat. U kent de aard van het geloof als een goddelijke gave en geestelijke genade niet, tenzij u door deze vurige beproeving bent heengegaan. U kent de waardeloosheid van de vleselijke godsdienst niet, de leegheid van alles, tenzij u in de oven van de beproeving bent geweest.

Wij worden soms verzocht om te twijfelen aan de waarheid van de Schrift, aan de Godheid van Christus, aan de kracht van de verzoening en aan veel andere dingen die ik maar zal overslaan, om niet ongewild het zaad van het ongeloof in uw hart te strooien. Wanneer wij zo geoefend worden, verbrandt de verzoeking als een vuur alles wat gegrond is op de wijsheid en kracht van het schepsel. En zij brengt ons tot de slotsom dat niets dan wat van God in de ziel is, in het vuur kan leven.

Als wij dan in ons hart merken wat in het vuur blijft leven: dat er een geloof is dat de verzoeking niet kan verteren, een hoop die niet vernietigd kan worden, een vreze Gods die door de verzoeking niet overwonnen kan worden, dan zien wij dat er iets in ons hart te vinden is dat als goud is te midden van de slakken. Dan kunnen wij Job in zekere mate navolgen en zeggen: „Hij beproeve mij, als goud zal ik uitkomen.”

Aan de lezer…

Bent u in de oven van de beproeving, en vreest u dat er straks niets dan slakken van u zal overblijven? Lezer, de Heere kent de weg die bij u is. Het vuur dat Hij toelaat, is er niet om u te verteren, maar om aan het licht te brengen wat Hij Zelf in u gelegd heeft. Is er maar een greintje geloof, een greintje hoop, een greintje liefde of vreze Gods, de beproeving zal het openbaar maken.

Misschien wordt u verzocht te twijfelen aan wat u eens zo vast geloofde, en voelt u hoe alles wat op eigen wijsheid en kracht rustte, in het vuur verbrandt. Wees niet bang: alleen wat van het schepsel is, gaat daar teniet. Wat van God in de ziel is, kan in het vuur leven. En merkt u na de hitte dat er toch een geloof gebleven is dat de verzoeking niet kon verteren, dan mag u met Job zeggen: „Hij beproeve mij, als goud zal ik uitkomen.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina