13 de marzo
En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.
Mattheüs 11:6
Wat voelt u in uw hart voor Jezus? Wat is de ernstige begeerte van uw ziel? Dat Hij mocht komen en woning maken in uw hart? Dat Hij uw ziel mocht bezoeken met het licht van Zijn aangezicht? Dat Hij uw geweten mocht besprengen met Zijn bloed? Dat Hij Zich in uw nabijheid stelde, Zich dierbaar en kostelijk voor u maakte? Acht u één woord van Zijn lippen dierbaarder dan duizend werelden? Een lach van Zijn gelaat dierbaarder dan duizenden aan goud en zilver? Dan bent u gezegend.
U ergert u niet aan de donkere bergen van dwaling. U ergert u niet aan de volmaaktheden van de Zoon Gods. U ergert u niet aan een vrij Evangelie, een onvoorwaardelijke behoudenis. Nee, de Heere heeft in Zijn genade uw vooroordelen gedood, uw vijandschap vernietigd, en u ertoe gebracht het Evangelie aan te nemen als een kind.
Goed, maar sommigen kunnen zeggen: „Ik geloof dit alles, maar dan twijfel ik of de Heere Zijn werk in mij begonnen is, of ik een van de Zijnen ben. Ik kan de kracht der Waarheid niet genieten zoals ik wel wenste.” Maar zegt de Heere niet: „Zalig is hij, die aan Mij niet geërgerd wordt”? U ergert u niet aan Jezus. En hij die niet aan Hem geërgerd wordt, maar die Hem kan ontvangen als de Christus Gods, in Hem kan geloven en Hem bij tijden dierbaar vinden — hij komt onder de zegen die rijk maakt, onvoorwaardelijk rijk.
Des Heeren vrees is rein.
Zij opent een fontein
van heil dat nooit vergaat.
Zijn dierb’re leer verspreidt
een straal van billijkheid,
daar z’ all’ onwaarheid haat.
Z’is ’t mensdom meerder waard,
dan ’t fijnste goud op aard’;
niets kan haar glans verdoven.
Zij streeft in heilzaam zoet,
tot streling van ’t gemoed,
de honing ver te boven.
Psalm 19:5
Aan de lezer…
Wat voelt u in uw hart voor Jezus? Verlangt u dat Hij woning maakt in uw hart, uw geweten besprengt met Zijn bloed en Zich kostelijk voor u maakt? Is één woord van Zijn lippen u dierbaarder dan duizend werelden? Misschien zegt u: „Dat verlangen is er wel, maar ik twijfel of de Heere Zijn werk in mij begonnen is; ik geniet de kracht der waarheid niet zoals ik zou wensen.” Ik neem die twijfel ernstig, maar laat er niet het laatste woord aan.
Want de Heere Zelf zegt: „Zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.” Ergert u zich niet aan Zijn volmaaktheden, niet aan een vrij Evangelie, niet aan een onvoorwaardelijke behoudenis? Kunt u Hem ontvangen als de Christus Gods en Hem bij tijden dierbaar vinden? Dan staat u onder die zegen. Uw vooroordelen en vijandschap zijn niet vanzelf verdwenen; dat heeft Zijn genade gedaan. Neem het Evangelie dan aan als een kind.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.
Mattheüs 11:6
Wat voelt u in uw hart voor Jezus? Wat is de ernstige begeerte van uw ziel? Dat Hij mag komen en woning maken in uw hart? Dat Hij uw ziel mag bezoeken met het licht van Zijn aangezicht? Dat Hij uw geweten mag besprengen met Zijn bloed? Dat Hij Zich dicht bij u openbaart en Zich dierbaar en kostbaar voor u maakt? Is één woord van Zijn lippen u dierbaarder dan duizend werelden, één glimlach van Zijn aangezicht dierbaarder dan duizenden aan goud en zilver? Dan bent u gezegend.
U ergert u niet aan de donkere bergen van dwaling. U ergert u niet aan de volmaaktheden van de Zoon van God. U ergert u niet aan een vrij Evangelie, aan een onvoorwaardelijke behoudenis. Nee, de Heere heeft in Zijn genade uw vooroordelen gedood en uw vijandschap vernietigd, en Hij heeft u ertoe gebracht het Evangelie aan te nemen als een kind.
Goed, maar sommigen zeggen misschien: „Ik geloof dit alles, maar dan twijfel ik of de Heere Zijn werk in mij begonnen is, of ik een van de Zijnen ben. Ik kan de kracht der Waarheid niet genieten zoals ik wel wenste.” Maar zegt de Heere niet: „Zalig is hij, die aan Mij niet geërgerd wordt”? U ergert u niet aan Jezus. En wie zich niet aan Hem ergert, maar Hem kan ontvangen als de Christus van God, in Hem kan geloven en Hem bij tijden dierbaar vindt, die valt onder de zegen die rijk maakt, onvoorwaardelijk rijk.
Des Heeren vrees is rein.
Zij opent een fontein
van heil dat nooit vergaat.
Zijn dierb’re leer verspreidt
een straal van billijkheid,
daar z’ all’ onwaarheid haat.
Z’is ’t mensdom meerder waard,
dan ’t fijnste goud op aard’;
niets kan haar glans verdoven.
Zij streeft in heilzaam zoet,
tot streling van ’t gemoed,
de honing ver te boven.
Psalm 19:5
Aan de lezer…
Wat voelt u in uw hart voor Jezus? Verlangt u dat Hij woning maakt in uw hart, uw geweten besprengt met Zijn bloed en Zich kostbaar voor u maakt? Is één woord van Zijn lippen u dierbaarder dan duizend werelden? Misschien zegt u: „Dat verlangen is er wel, maar ik twijfel of de Heere Zijn werk in mij begonnen is; ik geniet de kracht van de waarheid niet zoals ik zou willen.” Ik neem die twijfel ernstig, maar geef er niet het laatste woord aan.
Want de Heere Zelf zegt: „Zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.” Ergert u zich niet aan Zijn volmaaktheden, niet aan een vrij Evangelie, niet aan een onvoorwaardelijke behoudenis? Kunt u Hem ontvangen als de Christus van God en Hem bij tijden dierbaar vinden? Dan staat u onder die zegen. Uw vooroordelen en vijandschap zijn niet vanzelf verdwenen; dat heeft Zijn genade gedaan. Neem het Evangelie dan aan als een kind.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And blessed is he, whosoever shall not be offended in Me.
Matthew 11:6
What is the feeling of your heart toward Jesus? What is the solemn desire of your soul? that He would come and make your heart His abode? that He would visit your soul with the light of His countenance? that He would sprinkle His blood upon your conscience? that He would make Himself very near, very dear, and very precious? Do you count one word from His lips worth a thousand worlds? a smile of His countenance worth thousands of gold and silver? Then you are blessed.
You are not stumbling upon the dark mountains of error. You are not stumbling at the perfections of the Son of God. You are not offended at a free gospel, an unconditional salvation. No; the Lord in mercy has slaughtered your prejudices, subdued your enmity, and brought you to receive the gospel as a little child.
“Well,” but some may say, “I believe all this; but, then, I have doubts and fears whether the Lord has begun His work in me, whether I am one of His family. I cannot enjoy the power of truth as I could wish.” But does not the Lord say, “Blessed is the man who does not fall away on account of Me.” You are not offended and stumbled at Jesus. And he that does not fall away on account of Him, but is enabled to receive Him as the Christ of God, to look to Him, to believe in Him, and at times to feel Him precious—he comes under the blessing which makes rich, and adds no sorrow with it.
To the reader…
What do you feel in your heart towards Jesus? Do you long for Him to make His dwelling in your heart, to sprinkle your conscience with His blood and make Himself precious to you? Is one word from His lips dearer to you than a thousand worlds? Perhaps you say, “That longing is there, but I doubt whether the Lord has begun His work in me; I do not enjoy the power of the truth as I would wish.” I take that doubt seriously, but I do not give it the last word.
For the Lord Himself says, “Blessed is he, whosoever shall not be offended in Me.” Are you not offended at His perfections, not at a free gospel, not at an unconditional salvation? Can you receive Him as the Christ of God and at times find Him precious? Then you stand under that blessing. Your prejudices and enmity did not disappear of themselves; His grace did that. Receive the gospel, then, as a little child.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y bienaventurado es el que no fuere escandalizado en Mí.
Mateo 11:6
¿Cuál es el sentir de su corazón hacia Jesús? ¿Cuál es el deseo solemne de su alma? ¿Que Él venga y haga de su corazón Su morada? ¿Que visite su alma con la luz de Su rostro? ¿Que rocíe Su sangre sobre su conciencia? ¿Que se haga muy cercano, muy querido y muy precioso? ¿Estima usted una sola palabra de Sus labios más que mil mundos, una sonrisa de Su rostro más que millares de oro y plata? Entonces es usted bienaventurado.
Usted no está tropezando en los montes oscuros del error. No está tropezando en las perfecciones del Hijo de Dios. No se escandaliza de un evangelio gratuito, de una salvación incondicional. No; el Señor, en Su misericordia, ha dado muerte a sus prejuicios, ha sojuzgado su enemistad y le ha llevado a recibir el evangelio como un niño.
“Bien”, dirán algunos, “creo todo esto; pero tengo dudas y temores de si el Señor ha comenzado Su obra en mí, de si soy uno de Su familia. No puedo gozar del poder de la verdad como quisiera”. Pero, ¿no dice el Señor: “Bienaventurado es el que no fuere escandalizado en Mí”? Usted no se escandaliza ni tropieza en Jesús. Y el que no se aparta a causa de Él, sino que es capacitado para recibirle como el Cristo de Dios, para mirarle, para creer en Él y a veces para sentirle precioso, ese está bajo la bendición que enriquece y no añade tristeza con ella.
Al lector…
¿Qué siente usted en su corazón hacia Jesús? ¿Anhela que Él haga Su morada en su corazón, que rocíe su conciencia con Su sangre y se le haga precioso? ¿Le es más querida una sola palabra de Sus labios que mil mundos? Quizá diga usted: “Ese anhelo está ahí, pero dudo de si el Señor ha comenzado Su obra en mí; no gozo del poder de la verdad como quisiera”. Tomo en serio esa duda, pero no le doy la última palabra.
Porque el Señor mismo dice: “Bienaventurado es el que no fuere escandalizado en Mí”. ¿No se escandaliza usted de Sus perfecciones, ni de un evangelio gratuito, ni de una salvación incondicional? ¿Puede recibirle como el Cristo de Dios y hallarle a veces precioso? Entonces está bajo esa bendición. Sus prejuicios y su enemistad no desaparecieron por sí solos; eso lo hizo Su gracia. Reciba, pues, el evangelio como un niño.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl