Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

12 december Korenaren uit de volle oogst

En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen gelijk ’t behoort, maar de Geest zelve bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
Romeinen 8:26

In al onze gebeden, in al ons naderen tot de troon, zal dit onze barmhartigheid en wijsheid zijn: dat wij ernaar streven de gezindheid van de Geest te bezitten, en begeren de wil van God te kennen en te doen. Dat wij geloviger en volhardender opzien naar de Heere Jezus, opdat Hij Zelf ons onderwijze en leide. Dat Hij ons door Zijn Geest en genade innerlijk en uiterlijk meer gelijkvormig mag maken aan Zijn lijdend beeld, en ons wil geven Hem beter te kennen en beter te dienen. Dat onze gebeden dag aan dag vuriger, ernstiger en oprechter worden, geestelijker en meer in overeenstemming met de wil van God. En dat zo steeds duidelijker zou blijken dat zij de tussenkomende adem van de Geest van God in onze harten zijn, en ons als zodanig een duidelijker en begrijpelijker antwoord brengen.

Bid om de openbaring van Christus aan uw ziel, om een openbaring van de Persoon, het bloed, de gerechtigheid en de liefde van Jezus. Probeer duidelijker tekenen en getuigenissen van het Goddelijke leven te krijgen; vraag dat uw Eben-Haëzers en tekenen ten goede u helderder mogen beschijnen. Vraag dat uw twijfel en vrees vollediger verdreven worden en dat u een vollere en zoetere verzekerdheid ontvangt dat u deel hebt aan het volbrachte werk van Christus. Vraag ook dat de beloften aan uw hart mogen worden toegepast, dat het Woord van God met Goddelijke kracht in uw geweten mag worden gebracht, en dat er een levend geloof in u wordt opgewekt en opgroeit, dat zich verenigt met de waarheid die u leert of hoort.

Zoek bovenal een innerlijke verzekerdheid dat uw gebeden gehoord en verhoord zijn, en wacht dan op het antwoord. Dat zal u het zekerste en beste van alle getuigenissen geven dat de gezegende Geest Zelf voor u bidt met onuitsprekelijke zuchtingen.

Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft!
Hij spreekt gewis tot elk, die voor Hem leeft,
zijn gunstgenoot, van blijde troost en vree,
mits hij niet weer op ’t spoor der dwaasheid treê.

Psalm 85:3

Aan de lezer…

Wie werkelijk bidt, weet hoe het is om soms niet te weten wat men bidden zal. Komen uw woorden moeizaam, en lijkt het alsof uw gebeden tegen een gesloten hemel stuiten? Wees dan niet moedeloos. Het is juist die zwakheid waar de Geest mee te hulp komt, en de zuchtingen die u niet onder woorden kunt brengen, zijn Hem niet onbekend.

Bid daarom om de openbaring van Christus aan uw ziel, om Zijn Persoon, Zijn bloed, Zijn gerechtigheid en Zijn liefde. Vraag dat de beloften aan uw hart worden toegepast en dat uw twijfel en vrees mogen wijken. En hebt u gebeden, wacht dan op het antwoord. Merkt u dat uw gebeden gehoord en verhoord worden, dan hebt u het zekerste getuigenis dat de gezegende Geest Zelf in u en voor u bidt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

12 december 365 dagen met Philpot

Gerechtigheden en sterkte

Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24

Wie zijn de mensen die tot Hem komen? Zijn het niet de kinderen van het zaad van Israël: herboren mannen en vrouwen, verlosten van de Heere, in wie de Heilige Geest nieuw leven heeft ingeblazen, en die levend gemaakt zijn tot God door Zijn bijzonder onderwijs in het geweten? Deze mensen behoren tot het zaad van Israël, Gods eigen gezegende, verloste, herboren kinderen. Welnu, de Heere verklaart plechtig en beslist: „Tot Hem”, dat wil zeggen tot de Heere Jezus Christus, „zal men komen.” Het ligt niet aan de mens zelf.

Het is Gods plechtig besluit, Zijn eeuwige verklaring, dat het hele zaad van Israël in de Heere gerechtvaardigd zal worden en zich in Hem zal beroemen (Jer. 4:2). Ook verklaart God plechtig en onveranderlijk: „Tot Hem zal men komen.” De mens bepaalt het dus niet; het is helemaal en uitsluitend het soevereine besluit van God Zelf. Hoe brengt Hij dit tot stand? Door een bijzonder genadewerk in het hart. Hoe komen deze mensen? Onder leiding van de gezegende Geest van God, Die hun ziel onderwijst en trekt.

Hoe vindt de gezegende Geest hen? Vindt Hij hen bereid om te komen, bereid om alles los te laten wat mensen van nature liefhebben en waaraan zij gehecht zijn? Nee! Het bijzondere werk van God Zelf in het hart en het geweten moet deze plechtige verklaring waarmaken: „Tot Hem zal men komen.” Hij doet dat door ons duidelijk te laten zien dat we in onszelf verloren zijn. Pas als iemand zich in zichzelf verdwaald en verloren voelt, zal hij ooit tot Jezus komen, want Hij is de Verlosser van de verlorenen. Pas als we ons verloren voelen, is Hij voor ons de Verlosser.

We voelen ons verloren, verward door Gods wet; al onze gerechtigheid is blootgelegd als vuile vodden, en we zien geen weg om te ontkomen aan de meest verschrikkelijke plaats. Als het de Heere dan behaagt om de Heere Jezus Christus voor ons toegankelijk te maken, met Zijn verzoenend bloed, Zijn volmaakte gehoorzaamheid, Zijn rechtvaardigende gerechtigheid en Zijn stervende liefde, en dit alles met enige zoetheid en kracht op de ziel te leggen, dan komen we.

Lezen: Johannes 6:22-40

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat u vreest nooit tot Christus te zullen komen, omdat u in uzelf geen bereidheid vindt en uw hart nog aan zoveel gehecht is. Weet dan dat de Geest niemand bereid vindt. Het komen hangt niet af van de mens, maar van het plechtige en onveranderlijke woord van God Zelf: „Tot Hem zal men komen.”

En voelt u zich verloren, verward door Gods wet, met al uw gerechtigheid als vuile vodden voor uw ogen, zonder weg om te ontkomen? Wanhoop dan niet, want juist zo leert de Heere Zijn volk komen. Hij is de Verlosser van de verlorenen. Smeek Hem dat Hij Zijn bloed, Zijn gehoorzaamheid en Zijn stervende liefde met zoetheid en kracht op uw ziel legt. Dan zult u komen, en van Hem zeggen: „Gewisselijk, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

12 december Door Baca’s vallei

Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts; opdat Ik Mijn liefhebbers doe beërven dat bestendig is, en Ik zal hun schatkameren vervullen.
Spreuken 8:20-21

Hoe komt het dat God Zijn volk laat beërven wat bestendig is? Doordat Hij hen leidt op de weg van de gerechtigheid, midden op de paden van het recht. Wanneer Hij hen allereerst op de weg van de gerechtigheid leidt, door Zijn heilige wet te ontsluiten, dan verdrijft die alle schaduwen. Wij hadden met grote inspanning kaf en hooi en stro en stoppels bijeengebracht, en leken wel op de man over wie in de Schrift gesproken wordt: hij droomde, en zie, hij at, maar toen hij wakker werd, was zijn ziel leeg.

Zo waren ook wij voortdurend bezig met schaduwen: met een naam dat wij leefden, met een vormelijke godsdienst, met een uiterlijk vertoon van godzaligheid, tevreden met enkele inzettingen en preken, en wij dachten dat dit alles ons zou beschutten op de dag van de toorn. Dat waren maar schaduwen, niet méér waard om onze ziel te redden van de toekomende toorn dan de schaduw van een berg bij het opkomen van de zon. Maar toen de Heere ons begon te leiden op de weg van de gerechtigheid, begonnen de schaduwen te wijken. Toen was er iets nodig om de gunst van God te verkrijgen, iets waardoor de ziel kon ontkomen aan de doordringende ogen die door alles heen zagen; en de ziel begon uit te zien naar iets bestendigs, naar werkelijkheden.

Er was behoefte aan een stem van de Heere in ons binnenste, een getuigenis van Zijn eeuwige gunst en een bewijs van Zijn liefde. Er was iets bestendigs nodig. De ziel begon te hongeren en te dorsten naar gerechtigheid, te reikhalzen en te verlangen naar de openbaring van de liefde van Jezus, en was rusteloos, ontevreden en moe van alles wat niet het werk en het getuigenis van de Heilige Geest was. Wanneer de mond gestopt is en de ziel schuldig is geworden voor God, dan heeft zij verzoening, vrede, genade, bloed en liefde nodig. Niets anders kan haar bevredigen, en daarnaar verlangt zij met een onuitsprekelijk verlangen.

Wanneer Jezus Zijn volk nu leidt op de weg van de gerechtigheid, door hun Zijn heerlijke gerechtigheid te laten zien, dan beginnen zij het bestendige te beërven waarnaar zij zo verlangd hebben. Onder de wet is er niets bestendigs; onder de wet wordt de ziel alleen voorbereid om het bestendige te ontvangen. Het is een leegmaken van de ziel, zodat zij vervuld kan worden; het is een ontkleden, zodat zij bekleed kan worden; het is een verwonden, zodat zij geheeld kan worden; het is een vernederen, zodat zij verhoogd kan worden. Maar wanneer Hij leidt op de weg van de gerechtigheid, op die wonderlijke weg waarop de ziel gerechtvaardigd wordt door Zijn toegepaste gerechtigheid, dan laat Hij haar beërven wat bestendig is, al hier op aarde, in de voorsmaken ervan, de beginselen, de eerstelingen, de eerste vruchten.

O, wat is een blote belijdenis van de godsdienst toch iets dromerigs en schaduwachtigs! En wat een verleidend bedrog is al het genoegen dat door de zonde verkregen wordt! Hoe naakt en bloot laat het de ziel achter, verwond, ontkleed en schuldig voor God. Wij hebben ons vaak genoegen beloofd in de zonde, en wat hebben wij gekregen? Alsem en gal. Al het verwachte genoegen verdween als rook, en toen het verdween, bleef er niets voor ons over dan schuld en schaamte.

Maar als de Heere ooit onze zielen koesterde door een zoete gemeenschap met Hem, als Hij ons ooit deed smelten aan Zijn voeten, als Hij ons ooit begunstigde door ons Zijn onderscheidende liefde mee te delen, dan was daarin „hetgeen bestendig is”. Daar was gewicht, daar was kracht, daar waren de voorsmaken en eerstelingen van de nooit eindigende eeuwigheid.

Aan de lezer…

Hoe vaak hebt ook u met grote moeite kaf en stro bijeengebracht, en gemeend dat een naam dat u leefde en een uiterlijk vertoon van godzaligheid u zouden beschutten op de dag van de toorn? Of hebt u genoegen gezocht in de zonde, en bleef er niets over dan alsem en gal, schuld en schaamte? Dan weet u hoe leeg de ziel wakker wordt uit zo’n droom.

Wees niet bang wanneer de Heere u de schaduwen afneemt. Het leegmaken gaat aan het vervullen vooraf, het ontkleden aan het bekleden, het verwonden aan het helen. Hij leidt Zijn volk niet op de weg van de gerechtigheid om hen leeg te laten, maar om hen te laten beërven wat bestendig is. Hongert u naar een stem van de Heere in uw binnenste, naar een getuigenis van Zijn liefde? Zo’n honger is geen schaduw; het is het begin van wat Hij belooft: „Ik zal hun schatkameren vervullen.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina