Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

11 maart Korenaren uit de volle oogst

Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.
1 Johannes 5:20

Wat een gelukzaligheid om het eeuwige leven te hebben: een eeuwig leven dat zelfs door de eeuwigheid niet kan worden uitgeput! De uitdrukking „eeuwig leven” heeft voor mijn ziel iets zo bijzonder gelukzaligs, dat ik niet kan ophouden erbij stil te staan. Hoe verruimt de gedachte eraan, het besef ervan, het hart! Hoe armzalig, hoe gering en nietig is daarbij vergeleken ons tijdelijk leven met al zijn zorgen, die kleine handbreedte die God ons hier beneden heeft toegestaan!

En let erop hoe Johannes ons oog richt op de waarachtige God, Die Zelf het eeuwige Leven is. Hij is niet alleen de Gever, de Bron, de Inhoud en het Voorwerp ervan; Hij Zelf is het alles. O, als Hij onze ziel door Zijn Geest en Zijn genade levend heeft gemaakt, dan dragen wij nu al het eeuwige leven in ons binnenste! Want dat eeuwige leven is op aarde de kostbare vrucht van dat eeuwige leven in de hemel, dat bij de Vader was en ons is geopenbaard (1 Joh. 1:2).

„Maar,” zult u vragen, „hoe kunnen wij weten dat wij het eeuwige leven hebben?” Door het inwendige besef dat wij leven: door de pols die slaat, de longen die ademen, het oog dat ziet, het oor dat hoort, de tong die spreekt en de handen die tasten; door de warme bloedstroom in onze aderen en door de gedachten die telkens in onze geest opkomen. Op dezelfde wijze kennen wij het geestelijk leven door het inwendige besef ervan en door zijn inwendige werking. En waar geestelijk leven is, daar is het eeuwige leven.

Wanneer wij de roerselen, het ontspringen, het opwellen en de andere bewegingen van dit geestelijk leven in ons hart voelen, hebben wij een getuigenis dat wij ook het eeuwige leven hebben. Dan mogen wij weten dat dit eeuwige leven in de Zoon van God is, en door de Zoon van God in ons is ingeblazen en aan onze ziel is meegedeeld.

Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan;
al wat Gij ooit beloofd hebt, zal bestaan.
De heiligheid is voor Uw huis, o Heer,
eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer!

Psalm 93:4

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u er zelden bij stilstaat wat het betekent het eeuwige leven te hebben. Ons tijdelijk leven is maar een kleine handbreedte, vol zorgen en snel voorbij. Maar hier wordt ons oog gericht op de waarachtige God, Die Zelf het eeuwige leven is. Ik kan er niet over ophouden, en wie er iets van mag smaken, begrijpt waarom: wie door Zijn Geest levend gemaakt is, draagt nu al iets van dat eeuwige leven in zich.

„Maar hoe weet ik of ik dat leven heb?” vraagt u misschien bevend. Zoals een mens weet dat hij leeft omdat zijn hart klopt en zijn longen ademen, zo wordt het geestelijk leven gekend aan zijn werking. Voelt u soms een opwellen naar God, een zucht, een verlangen, een droefheid over de zonde? Veracht die roerselen niet. Waar geestelijk leven is, daar is het eeuwige leven, en dat leven is in de Zoon van God en door Hem aan uw ziel meegedeeld.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

11 maart 365 dagen met Philpot

Het gebed van Salomo

Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben; en zij in deze plaats bidden, en Uw Naam belijden, en van hun zonden zich bekeren zullen, als Gij hen geplaagd zult hebben, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden Uwer knechten en van Uw volk Israël.
2 Kronieken 6:26-27

We zondigen altijd: we denken, verlangen, zeggen of doen altijd iets wat verkeerd is. „Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben” (v. 35). De zonde is nog steeds de oorzaak. Elke bezoeking moet tot de zonde worden teruggevoerd. Dat is de reden waarom de hemel gesloten is en er geen regen valt, letterlijk of geestelijk.

Als we kijken naar de toestand waarin de Kerk gewoonlijk verkeert, moeten we dan niet vrezen, ernstig vrezen, dat dit op dit moment al te zeer het geval is? Het is een tijd van droogte. De hemel is vaak gesloten; er valt weinig dauw en weinig regen; de bediening van het Woord wordt maar heel weinig gezegend. In deze donkere en sombere tijd, deze tijd van Sions zwakke staat, vallen er weinig regenbuien op de zielen van Gods kinderen.

Maar de hemel is ook vaak gesloten voor afzonderlijke personen. Zij klagen vaak dat ze roepen maar niet gehoord worden; dat ze tot God komen en geen toegang vinden; dat Hij Zich met een wolk bedekt, zodat hun gebed er niet doorheen kan. Wanneer de hemel zo gesloten is, wanneer er geen doorgang is voor het gebed, geen toegang tot God, geen ingaan binnen het voorhangsel, geen zoet besef van vereniging en gemeenschap, dan zijn dat maar al te vaak de vruchten van hun eigen ongehoorzaamheid en dwaasheid. Als we tegen God in wandelen, zal Hij tegen ons in wandelen. Wij sluiten zelf de hemel voor ons af.

Maar dezelfde hemel die de toegang van beneden afsluit, houdt ook de regen en de dauw van boven tegen. Welke vruchtbaarheid kan er dan nog in de ziel zijn? Wat is de aarde zonder regen? Als er een lange periode van droogte is, wat hebben de planten en bomen dan te lijden! Hoe verslappen en verdorren boom, plant en bloem, vooral in een heel warm klimaat!

Hoeveel te meer de ziel! Als er geen geestelijke regen zou zijn, als Gods tegenwoordigheid en barmhartigheid niet zouden neerdalen, als er geen verkwikkende regenbuien van Zijn tegenwoordigheid en genade zouden zijn, hoe zou het hart dan verharden! Hoe zou elke genade in de ziel verslappen en verdorren! De tedere knop van de hoop, de opengaande bloem van de liefde, de rijpende vruchten van de beoefening en het groene blad van de belijdenis verslappen en hangen als het ware nog maar aan de stengel, als er regen noch dauw is.

De zonde, de zonde is nog steeds de oorzaak. Als de Heere de hemel sluit, als Hij de regen weigert en de dauw achterhoudt, ligt de schuld bij ons. Wij moeten de Heere vrijspreken en Hem niet laten delen in onze zonde. Deze droogte van de ziel, in kerken of bij personen, veroorzaken we grotendeels zelf door onze eigen vleselijkheid en dwaasheid.

Lezen: Jeremia 14

Aan de lezer…

Wie het meemaakt dat de hemel gesloten is, weet hoe dat voelt. Misschien is de hemel nu ook voor u gesloten. Roept u en wordt u niet gehoord, komt u tot God en vindt u geen toegang, alsof Hij Zich met een wolk heeft bedekt? Dan kent u iets van die droogte. De tedere knop van de hoop hangt slap, de bloem van de liefde verdort, en het hart wordt hard. Hoe smartelijk is zo’n tijd voor een ziel die eens de regen heeft gekend!

Wees dan eerlijk voor Gods aangezicht. Zoek de oorzaak niet bij de Heere, maar spreek Hem vrij, en erken dat wij het zelf zijn die door onze dwaasheid de hemel voor onszelf afsluiten. Dat is geen woord om u te verpletteren, maar om u op de juiste plaats te brengen. Want in deze plaats bidden, Zijn Naam belijden en zich van de zonde bekeren, dat is juist de weg waarop Salomo vraagt: „Hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

11 maart Door Baca’s vallei

En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o Heere. Uw heil naar Uw toezegging; opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden; want ik vertrouw op Uw Woord.
Psalm 119:41, 42

Een levende ziel wil graag een antwoord geven aan hem die haar smaadt. Maar dat kan zij uit zichzelf niet, want zij heeft geen enkel woord om zich te verdedigen. Dat is volkomen uitgesloten, en daarom heeft zij iets nodig wat haar een antwoord geeft tegenover haar smaders. En wat alleen kan haar dat geven? De goedertierenheden van God in het hart. „En dat Uw goedertierenheden mij overkomen, o Heere! Uw heil naar Uw toezegging. Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden.”

Wanneer de goedertierenheden in de ziel binnenkomen en het heil aan het hart geopenbaard wordt, geeft dat een antwoord aan hem die ons smaadt. Als u let op het woord „goedertierenheden”, dan ziet u dat het in het meervoud staat, want er zijn vele goedertierenheden; maar „heil” staat in het enkelvoud, want er is maar één heil. Op welke manier had de psalmist dan goedertierenheden nodig? Alleen zoals de letter van het woord ze vermeldt? Of zoals ze opgetekend staan in het geïnspireerde Woord der waarheid?

Als dingen om naar te kijken, zoals men kijkt naar iets wat aan de muur hangt, bijvoorbeeld een schilderij, alleen opdat ons oog zich eraan zou verlustigen? Nee, hij had ze nodig in zijn hart; daar moesten ze binnengaan, over hem komen of hem bezoeken. Ze moesten hem ingeblazen worden en één geheel met hem worden, zoals het hartenbloed dat door zijn aderen stroomt, zodat ze als het Koninkrijk van God in zijn ziel opgericht zouden zijn.

En waarom had hij inwendige goedertierenheden nodig? Omdat hij inwendige smaders had. Waarom had hij goedertierenheden in zijn ziel nodig? Omdat hij in zijn ziel veroordeeld was. Daar was het doodvonnis geschreven; daar moest ook het vonnis van vrijspraak vermeld worden. Daar werd de smaad gevoeld, maar daar moest ook het antwoord aan de smader gegeven worden.

Als het slechts een uitwendige smaad was, zou een uitwendig antwoord kunnen volstaan. Maar omdat de beschuldiging van binnen was voortgebracht, namelijk in het hart, in het geweten, in het gevoel, moest het antwoord ook op diezelfde plaats gegeven worden. Het moest op dezelfde plaats geschreven worden, in dezelfde tafelen gegraveerd en voortgebracht met dezelfde of nog veel grotere kracht, zodat het een voldoende antwoord was op de beschuldigingen van hem die hem beschuldigde.

Aan de lezer…

Bestreden ziel, hoort u ook die stem van binnen die u beschuldigt en smaadt, en weet u er niets tegenover te stellen? U zoekt naar een woord om uzelf te verdedigen, maar vindt er niet één. Wees daarover niet verslagen, want zo verging het ook de psalmist. De beschuldiging was in zijn hart, in zijn geweten voortgebracht, en daarom moest ook daar het antwoord gegeven worden. Waar het doodvonnis geschreven stond, moest ook de vrijspraak komen.

Vraag dan niet alleen om de goedertierenheden van de Heere te kennen zoals men naar een schilderij kijkt, maar bid dat zij over u komen, uw hart binnengaan en één met u worden. Er zijn vele goedertierenheden, maar er is maar één heil, en dat heil is naar Zijn toezegging. Wanneer Hij dat in uw ziel openbaart, hebt u uw smader wat te antwoorden, niet uit uzelf, maar uit Hem. Vertrouw daarom op Zijn Woord.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina