11 de marzo
Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.
1 Johannes 5:20
Wat een gelukzaligheid om het eeuwige leven te hebben. Een eeuwig leven dat door de eeuwigheid zelf niet kan worden uitgeput! Er is in mijn ziel iets zo bijzonder gelukzaligs in de uitdrukking „eeuwig leven”, dat ik niet kan ophouden erbij stil te staan. Wat verruimt de gedachte eraan, het gevoelen ervan de borst! Hoe armzalig, hoe gering en nietig is ons tijdelijk leven met al zijn zorgen — in vergelijking met de kleine handbreedte die God ons hier beneden heeft toegestaan?
En merk op hoe door Johannes ons oog gevestigd wordt op de ware God, Die Zelf het eeuwige Leven is. Hij is niet alleen de Gever, de Bron, het Onderwerp, het Voorwerp ervan; Hijzelf is het alles. O, als Hij onze ziel door Zijn Geest en Zijn genade levend heeft gemaakt, dragen wij nu al het eeuwige leven in onze boezem! Want dat eeuwige leven is de kostelijke vrucht op aarde van dat eeuwige leven in de hemel, dat bij de Vader was en ons is geopenbaard (1 Joh. 1:2).
„Maar,” zult u vragen, „hoe kunnen wij weten dat wij het eeuwige leven hebben?” Door het inwendige bewustzijn dat wij leven; door de pols die slaat; de longen die ademen; het oog dat ziet; het oor dat hoort; de tong die spreekt; de handen die tasten; door de warme bloedstroom in onze aderen; door de gedachten die nu en dan in onze geest opkomen. Op dezelfde wijze kennen wij het geestelijk leven door het inwendig bewustzijn ervan en door zijn inwendige werking. En waar geestelijk leven is, daar is het eeuwige leven.
Wanneer wij de roerselen, het ontspringen, het opwellen en andere verschillende bewegingen van dit geestelijke leven in ons hart voelen, hebben wij een getuigenis dat wij ook eeuwig leven hebben. Dan mogen wij weten dat dit eeuwige leven in de Zoon van God is en door de Zoon van God in ons is ingeblazen en aan onze ziel is meegedeeld.
Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan;
al wat Gij ooit beloofd hebt, zal bestaan.
De heiligheid is voor Uw huis, o Heer,
eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer!
Psalm 93:4
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u er zelden bij stilstaat wat het betekent eeuwig leven te hebben. Ons tijdelijk leven is maar een kleine handbreedte, vol zorgen en spoedig voorbij. Maar hier wordt ons oog gericht op de waarachtige God, Die Zelf het eeuwige leven is. Ik kan er niet over ophouden, en wie het iets mag smaken, verstaat waarom: wie door Zijn Geest levend gemaakt is, draagt nu al iets van dat eeuwige leven in zich.
„Maar hoe weet ik of ik dat leven heb?” vraagt u misschien bevend. Zoals een mens weet dat hij leeft omdat zijn hart klopt en zijn longen ademen, zo wordt het geestelijk leven gekend aan zijn werking. Voelt u soms een opwellen naar God, een zucht, een verlangen, een droefheid over de zonde? Veracht die roerselen niet. Waar geestelijk leven is, daar is het eeuwige leven, en dat leven is in de Zoon van God en door Hem aan uw ziel meegedeeld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.
1 Johannes 5:20
Wat een gelukzaligheid om het eeuwige leven te hebben: een eeuwig leven dat zelfs door de eeuwigheid niet kan worden uitgeput! De uitdrukking „eeuwig leven” heeft voor mijn ziel iets zo bijzonder gelukzaligs, dat ik niet kan ophouden erbij stil te staan. Hoe verruimt de gedachte eraan, het besef ervan, het hart! Hoe armzalig, hoe gering en nietig is daarbij vergeleken ons tijdelijk leven met al zijn zorgen, die kleine handbreedte die God ons hier beneden heeft toegestaan!
En let erop hoe Johannes ons oog richt op de waarachtige God, Die Zelf het eeuwige Leven is. Hij is niet alleen de Gever, de Bron, de Inhoud en het Voorwerp ervan; Hij Zelf is het alles. O, als Hij onze ziel door Zijn Geest en Zijn genade levend heeft gemaakt, dan dragen wij nu al het eeuwige leven in ons binnenste! Want dat eeuwige leven is op aarde de kostbare vrucht van dat eeuwige leven in de hemel, dat bij de Vader was en ons is geopenbaard (1 Joh. 1:2).
„Maar,” zult u vragen, „hoe kunnen wij weten dat wij het eeuwige leven hebben?” Door het inwendige besef dat wij leven: door de pols die slaat, de longen die ademen, het oog dat ziet, het oor dat hoort, de tong die spreekt en de handen die tasten; door de warme bloedstroom in onze aderen en door de gedachten die telkens in onze geest opkomen. Op dezelfde wijze kennen wij het geestelijk leven door het inwendige besef ervan en door zijn inwendige werking. En waar geestelijk leven is, daar is het eeuwige leven.
Wanneer wij de roerselen, het ontspringen, het opwellen en de andere bewegingen van dit geestelijk leven in ons hart voelen, hebben wij een getuigenis dat wij ook het eeuwige leven hebben. Dan mogen wij weten dat dit eeuwige leven in de Zoon van God is, en door de Zoon van God in ons is ingeblazen en aan onze ziel is meegedeeld.
Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan;
al wat Gij ooit beloofd hebt, zal bestaan.
De heiligheid is voor Uw huis, o Heer,
eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer!
Psalm 93:4
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u er zelden bij stilstaat wat het betekent het eeuwige leven te hebben. Ons tijdelijk leven is maar een kleine handbreedte, vol zorgen en snel voorbij. Maar hier wordt ons oog gericht op de waarachtige God, Die Zelf het eeuwige leven is. Ik kan er niet over ophouden, en wie er iets van mag smaken, begrijpt waarom: wie door Zijn Geest levend gemaakt is, draagt nu al iets van dat eeuwige leven in zich.
„Maar hoe weet ik of ik dat leven heb?” vraagt u misschien bevend. Zoals een mens weet dat hij leeft omdat zijn hart klopt en zijn longen ademen, zo wordt het geestelijk leven gekend aan zijn werking. Voelt u soms een opwellen naar God, een zucht, een verlangen, een droefheid over de zonde? Veracht die roerselen niet. Waar geestelijk leven is, daar is het eeuwige leven, en dat leven is in de Zoon van God en door Hem aan uw ziel meegedeeld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
This is the true God, and eternal life.
1 John 5:20
O the blessedness, which eternity itself can never exhaust, of possessing eternal life! There is something to my mind so singularly blessed in the expression “eternal life,” that I cannot help dwelling upon it. How the thought, the feeling of it expands the breast! Compared with it, how poor, base, and low is our temporal life and all its concerns—the short span which God has allotted to us here below!
And do observe how our eye is directed by holy John to the true God as being Himself eternal life. He is not only the Giver, the Spring, the Subject, the Object of it—He Himself is it all. O if He has but quickened our souls by His Spirit and grace, we carry now, even now, eternal life in our breast! for this eternal life is the precious fruit on earth of that eternal life in heaven which was with the Father and was manifested unto us (1 John 1:2).
But how shall we know that we have eternal life, you may ask? How do we know that we have natural life? By an inward consciousness that we are alive; by the pulse which beats, the lungs which breathe, the eye which sees, the ear which hears, the tongue which speaks, the hands which feel, by the warm flow of blood through our veins, by the thoughts which pass to and fro through our mind.
Similarly we know the possession of spiritual life by an inward consciousness of it and by its inward actings. And as where there is spiritual there is eternal life, as we feel the bubblings, springings, risings, and varied movements of this spiritual life in our bosom, we have a testimony that we have also eternal life; that this eternal life is in the Son of God, and from the Son of God has been breathed into and communicated unto our souls.
To the reader…
It may be that you seldom pause to consider what it means to have eternal life. Our temporal life is only a short span, full of cares and quickly gone. But here our eye is directed to the true God, Who is Himself eternal life. I cannot stop speaking of it, and whoever may taste something of it understands why: whoever has been quickened by His Spirit already carries something of that eternal life within.
“But how do I know whether I have that life?” you may ask with trembling. Just as a person knows he is alive because his heart beats and his lungs breathe, so spiritual life is known by its workings. Do you sometimes feel a rising up towards God, a sigh, a longing, a grief over sin? Do not despise those stirrings. Where there is spiritual life, there is eternal life, and that life is in the Son of God and has been communicated to your soul by Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Este es el verdadero Dios, y la vida eterna.
1 Juan 5:20
¡Oh la bienaventuranza, que la eternidad misma nunca podrá agotar, de poseer la vida eterna! Hay algo para mi mente tan singularmente bendito en la expresión “vida eterna”, que no puedo dejar de detenerme en ella. ¡Cómo ensancha el pecho el pensamiento y el sentimiento de ella! En comparación, ¡cuán pobre, vil y baja es nuestra vida temporal con todos sus asuntos, el breve lapso que Dios nos ha asignado aquí abajo!
Y observe usted cómo el santo Juan dirige nuestra mirada al Dios verdadero como siendo Él mismo la vida eterna. Él no es solamente el Dador, la Fuente, el Sujeto y el Objeto de ella: Él mismo lo es todo. ¡Oh, si Él tan solo ha vivificado nuestras almas por Su Espíritu y Su gracia, llevamos ahora, aun ahora, la vida eterna en nuestro pecho! Porque esta vida eterna es el precioso fruto en la tierra de aquella vida eterna en el cielo, la cual estaba con el Padre y nos ha aparecido (1 Juan 1:2).
Pero, ¿cómo sabremos que tenemos vida eterna?, preguntará usted quizá. ¿Cómo sabemos que tenemos vida natural? Por una conciencia interior de que estamos vivos; por el pulso que late, los pulmones que respiran, el ojo que ve, el oído que oye, la lengua que habla, las manos que palpan, por el cálido fluir de la sangre por nuestras venas, por los pensamientos que van y vienen por nuestra mente.
De la misma manera conocemos la posesión de la vida espiritual por una conciencia interior de ella y por sus operaciones internas. Y como donde hay vida espiritual hay vida eterna, al sentir los borbotones, los brotes, las elevaciones y los diversos movimientos de esta vida espiritual en nuestro pecho, tenemos un testimonio de que tenemos también vida eterna; de que esta vida eterna está en el Hijo de Dios, y que desde el Hijo de Dios ha sido soplada y comunicada a nuestras almas.
Al lector…
Puede ser que rara vez se detenga usted a considerar lo que significa tener vida eterna. Nuestra vida temporal es solo un breve lapso, lleno de afanes y pronto pasado. Pero aquí se dirige nuestra mirada al Dios verdadero, que es Él mismo la vida eterna. No puedo dejar de hablar de ello, y quien llegue a gustar algo de ello entiende por qué: quien ha sido vivificado por Su Espíritu lleva ya dentro algo de esa vida eterna.
“Pero, ¿cómo sé si tengo esa vida?”, preguntará usted quizá con temor. Así como una persona sabe que está viva porque su corazón late y sus pulmones respiran, así se conoce la vida espiritual por sus operaciones. ¿Siente usted a veces un elevarse hacia Dios, un suspiro, un anhelo, una tristeza por el pecado? No desprecie esos movimientos. Donde hay vida espiritual hay vida eterna, y esa vida está en el Hijo de Dios y ha sido comunicada por Él a su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl