Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

10 mei Korenaren uit de volle oogst

En een iegelijk, die liefheeft Degene, die geboren heeft, die heeft ook lief degene, die uit Hem geboren is.
1 Johannes 5:1

Waar liefde is tot Jezus, daar zal ook liefde zijn tot hen die door verlossing, wedergeboorte en persoonlijk bezit de Zijnen zijn. Hoe meer wij zien en weten van de schoonheid en de zaligheid van de Heere van leven en heerlijkheid, des te meer zullen wij Zijn beeld liefhebben, zoals wij het zichtbaar afgedrukt zien in Zijn geliefde volk. En des te meer zullen wij ons aan dat volk hechten, omdat het het dierbare eigendom van Christus is. Het is onze doffe, geringe en onvolkomen kennis van God de Vader in Zijn eeuwige liefde, en van de Heere Jezus Christus in Zijn genade en heerlijkheid, die ons zo vaak koel, ongevoelig en dood laat in onze liefde tot Hem. En wanneer de liefde tot het Hoofd afneemt, raakt ook de liefde tot Zijn leden in verval.

Als er meer zalige openbaringen aan onze ziel waren van de Persoon en het werk, de genade en de heerlijkheid, de schoonheid en de gelukzaligheid van de Heere Jezus Christus, dan zou het onmogelijk zijn dat wij Hem niet meer, warmer en tederder zouden liefhebben. Want Hij is het heerlijkste Voorwerp dat het oog van het geloof kan aanschouwen. Hij vervult de hemelen met de schitterende stralen van Zijn heerlijke Majesteit, en Hij heeft de harten van duizenden van Zijn geslacht op aarde veroverd door de openbaring van Zijn bloedende en stervende liefde. Als wij Hem dus niet liefhebben, komt dat doordat wij Hem niet kennen. En als Hij Zich dierbaar maakt aan wie Hem kennen, dan is het duidelijk dat onze liefde zo groot zal zijn als de mate waarin wij Hem persoonlijk, geestelijk en bij bevinding hebben leren kennen.

Ziet toch hoe goed, hoe lieflijk ’t is dat zonen
van ’t zelfde huis als broeders samenwonen,
daar ’t liefdevuur niet wordt gedoofd.
’t Is als de zalf op ’s Hogepriesters hoofd,
de zalf, waarmee hij is aan God gewijd,
die door haar reuk het hart verblijdt.

Ps. 133:1

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat u klaagt over uw koude liefde, tot de Heere en tot Zijn volk. Is uw hart zo vaak ongevoelig, en vindt u weinig warmte in u voor hen die toch Christus toebehoren? Laat mij de oorzaak eerlijk aanwijzen: het is onze doffe, geringe kennis van Hem. Wie Hem weinig kent, heeft Hem weinig lief, en wanneer de liefde tot het Hoofd afneemt, verkoelt ook de liefde tot Zijn leden.

Zoek de genezing dan niet in uzelf, alsof u uw liefde zelf zou kunnen opwekken. Vraag liever of Hij Zich aan uw ziel wil openbaren in Zijn Persoon en werk, in Zijn bloedende en stervende liefde. Hij is het heerlijkste Voorwerp dat het oog van het geloof kan aanschouwen. Laat Hij Zich maar één ogenblik dierbaar maken, en u zult Zijn beeld ook in Zijn arme volk weer liefhebben.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

10 mei 365 dagen met Philpot

Die overwint

Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is.
Openbaring 2:17

De schapen van de Heere zullen eerst hevige honger moeten ervaren om het manna te leren waarderen, want „een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem” (Spr. 27:7). Sterker nog, over het algemeen is er een pijnlijke ervaring nodig om die eetlust op te wekken. Kijk eens naar de arbeider. Wat heeft hij een eetlust! Wat geniet hij van zijn eten, hoe eenvoudig het ook is! Waar komt die eetlust vandaan? Welnu, van zijn harde werken. Zo is het ook met de geestelijke arbeiders, want die zijn er in het koninkrijk van God. „Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt”; „Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven” (Joh. 6:27); „In alle smartelijke arbeid is overschot” (Spr. 14:23).

Wie werkt onder een zondelast, tegenover krachtige verzoekingen, een lichaam van zonde en dood en een hele horde begeerten en verdorvenheden, gaat smachten naar een betere gerechtigheid dan zijn eigen gerechtigheid. We roepen zelden om het levende brood voordat we bijna verhongerd zijn. Dan, wanneer niets anders dan Jezus genoeg is, treedt God naar voren met dit woord: „Ik zal u spijzen.” Soms is het een belofte, soms een glimp van Jezus, soms een zoete verzekering van een deel in Zijn bloed en gerechtigheid, soms een glimlach, soms een teug van Zijn barmhartigheid, goedheid en liefde. Wanneer een evangeliewaarheid aan het hart wordt toegepast, wanneer het geloof haar omhelst, de hoop zich erin verankert en de liefde ernaar uitgaat, wordt de ziel op goddelijke wijze gespijzigd.

De honger wordt merkbaar gestild: het Woord van God smaakt zoet, Jezus wordt in het hart ontvangen, en zoals het schaap ligt te herkauwen, zo overdenkt en overpeinst de ziel de waarheid van God en geniet er telkens opnieuw van. Wees nooit tevreden met alleen de letter van de waarheid. Zoek in uw persoonlijke en zalige ervaring te beleven dat het woord van Jezus vervuld wordt: „De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven” (Joh. 6:63).

Lezen: Amos 8

Aan de lezer…

Hongert uw ziel? Werkt u onder een zondelast, tegenover verzoekingen en verdorvenheden waarvan u moe en mat wordt? Het voelt misschien als een straf, maar het is juist de weg waarlangs de Heere de eetlust naar het levende Brood opwekt. Een verzadigde ziel vertreedt het honingzeem; de arbeider daarentegen geniet van het eenvoudigste maal. Zo zult ook u het manna leren waarderen.

Want wanneer niets anders dan Jezus genoeg is, treedt God naar voren met Zijn woord: „Ik zal u spijzen.” Soms is het een belofte, soms een glimp van Hem, soms een stille glimlach. Wees dan niet tevreden met alleen de letter, hoe zuiver ook. Zoek dat Zijn woorden voor u geest en leven worden. Wie hongert, zal niet ledig weggezonden worden; juist de vermoeiden en belasten roept Hij toe: „Komt herwaarts tot Mij.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

10 mei Door Baca’s vallei

En nu, wat verwacht ik, o Heere? mijn hoop, die is op U.
Psalm 39:8

De godsdienst is een heel eenvoudige zaak. Eenvoud is gedrukt op alle werken van God, en in het bijzonder op het werk van de genade. Hoe oprechter onze godsdienst daarom is, hoe ongekunstelder hij zal zijn. Eenvoudig zijn is kinderlijk zijn; en kinderlijk zijn is een geest en gemoed bezitten zonder welke niemand het Koninkrijk der hemelen zal binnengaan. Kunnen we dan met die kinderlijke eenvoud stap voor stap met David meegaan en hem hierin helemaal volgen? Kunnen we ons zegel op deze dingen zetten en zeggen: „Heere, wat verwacht ik?”

Is uw godsdienst langs deze weg geleid? „Mijn ziel wacht op de Heere; van Hem is mijn heil.” „Mijn ziel wacht op de Heere en mijn verwachting is van Hem.” Zo’n gestalte is werkelijk van God, want wie heeft zichzelf ooit in deze gestalte van het hart gebracht, of kan dat? En als we in dit deel van deze hemelse oefeningen kunnen ingaan, zullen we ook in staat gesteld worden het volgende te kennen: „Mijn hoop is op U.” Wanneer we het gewicht en de last van de zonden voelen, zullen we gedrongen worden uit te roepen: „Verlos mij van al mijn overtredingen.” En wanneer we onze eigen zwakheid en de boosheid van ons hart voelen, zullen we eraan toevoegen: „En stel mij niet tot een smaad der dwazen.”

Als we deze smekingen nu in waarheid voor God kunnen neerleggen, mogen we dan niet vragen wie deze verzuchtingen in ons hart vormde? Wie werkte dit besef in de ziel? Uit Wiens handen kwamen ze voort? Zeker en gewis moet dezelfde God Die David onderwezen heeft, ook ons onderwezen hebben. Dezelfde kracht die in hem werkte, moet ook in ons gewerkt hebben, voordat we door zoete ervaring deze taal van het hart konden verstaan en ons toe-eigenen. We zien hier daarom iets van wat de ware godsdienst is. Hier ontmoeten we de oprechte uitingen van een kinderlijke geest, en zien we wat de bevinding is van een man van God. En het zal ons geluk zijn als we in zijn bevinding een zoete overeenkomst met de onze vinden.

Aan de lezer…

Misschien kunt u met David zeggen: „En nu, wat verwacht ik, o Heere? mijn hoop, die is op U.” Het zijn eenvoudige woorden, zonder kunst of opsmuk, maar juist zo spreekt een kinderlijke geest. Misschien vindt u uw eigen godsdienst zo arm en zo gering, dat u nauwelijks durft te zeggen dat er iets van God in is. Toch heeft wie op de Heere wacht en geen andere verwachting meer heeft, iets ontvangen wat niemand zichzelf geven kan.

Vraag u dan eens eerlijk af: wie vormde die verzuchtingen in uw hart? Wie deed u roepen: „Verlos mij van al mijn overtredingen”, en: „Stel mij niet tot een smaad der dwazen”? Dat werkte geen vlees en bloed. Dezelfde God Die David onderwees, moet ook u onderwezen hebben. Laat u dan niet ontmoedigen door de eenvoud van uw bevinding, maar blijf zo, met lege handen, op Hem wachten. Van Hem is het heil.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina