vandaag verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
7 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
12 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn: opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
Johannes 17:21
De apostel zegt: „Maar die de Heere aanhangt, is één geest met Hem” (1 Kor. 6:17). Indien wij dan de Heere aanhangen, met andere woorden: met Hem verenigd zijn, is dit de innigste aller verenigingen. Een man en een vrouw zijn één vlees; maar Jezus en de heiligen zijn één geest. Zo wij Deze bezitten, zijn wij één geest met Hem; wij verstaan wat Hij zegt; wij hebben de Geest van Christus; wij hebben lief wat Hij liefheeft en haten wat Hij haat.
Maar uit deze geestelijke vereniging vloeien gemeenschap, omgang met Hem en mededelingen van Hem voort, en het ganse Goddelijke werk op het hart, waardoor de twee geesten één worden. De Geest van Christus in Zijn glorierijke Persoon en de Geest van Christus in een gelovig hart ontmoeten elkander, gelijk twee regendruppels die van een glasruit aflopen, of twee oliedroppels die in elkander vloeien en slechts één zijn. Zo gij ooit gezegend zijt met een openbaring van Christus, dan is toen uw hart met het Zijne samengesmolten, en gij hebt die zoete vereniging en gemeenschap met Hem gevoeld, zodat gij als met Zijn ogen zaagt, met Zijn oren hoordet, met Zijn hart gevoeldet en als met Zijn tong spraakt.
Juicht elk om strijd met blijde galmen,
zingt, zingt de Hoogste vreugdepsalmen!
Beroemt u in Zijn heil’ge naam.
Dat die Hem zoeken nu te zaam
hun hart verenen tot Zijn eer,
en zich verblijden in de Heer!
Ps. 105:2
Aan de lezer…
Kent u dat, die zoete vereniging met Christus? Er was misschien een ogenblik dat Hij Zich aan u openbaarde en uw hart met het Zijne samensmolt, zodat u liefhad wat Hij liefheeft en haatte wat Hij haat. Twee druppels die in elkander vloeien en slechts één zijn: zo innig is de band tussen Hem en Zijn heiligen, inniger nog dan die van man en vrouw.
Voelt u nu weinig van die gemeenschap, en schijnt uw hart weer koud en ver? Wanhoop dan niet. Die de Heere aanhangt, is één geest met Hem. Zoek daarom opnieuw Zijn omgang en Zijn mededelingen, opdat u weer als met Zijn ogen mag zien en met Zijn hart mag voelen, en u met al Zijn volk in Hem mag verblijden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn: opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
Johannes 17:21
De apostel zegt: „Maar die de Heere aanhangt, is één geest met Hem” (1 Kor. 6:17). Als wij de Heere aanhangen, met andere woorden: met Hem verenigd zijn, dan is dat de innigste van alle verenigingen. Een man en een vrouw zijn één vlees, maar Jezus en de heiligen zijn één geest. Als wij Hem bezitten, zijn wij één geest met Hem. Wij verstaan wat Hij zegt; wij hebben de Geest van Christus; wij hebben lief wat Hij liefheeft en haten wat Hij haat.
Uit deze geestelijke vereniging vloeien gemeenschap en omgang met Hem voort, en mededelingen van Hem, en heel het Goddelijke werk in het hart waardoor de twee geesten één worden. De Geest van Christus in Zijn glorierijke Persoon en de Geest van Christus in een gelovig hart ontmoeten elkaar, zoals twee regendruppels die langs een glasruit lopen, of twee oliedruppels die in elkaar vloeien en dan nog maar één zijn. Als u ooit gezegend bent met een openbaring van Christus, dan is uw hart toen met het Zijne samengesmolten. Dan hebt u die zoete vereniging en gemeenschap met Hem gevoeld, zodat u als het ware met Zijn ogen zag, met Zijn oren hoorde, met Zijn hart voelde en als met Zijn tong sprak.
Juicht elk om strijd met blijde galmen,
zingt, zingt de Hoogste vreugdepsalmen!
Beroemt u in Zijn heil’ge naam.
Dat die Hem zoeken nu te zaam
hun hart verenen tot Zijn eer,
en zich verblijden in de Heer!
Ps. 105:2
Aan de lezer…
Kent u dat, die zoete vereniging met Christus? Er was misschien een ogenblik dat Hij Zich aan u openbaarde en uw hart met het Zijne samensmolt, zodat u liefhad wat Hij liefheeft en haatte wat Hij haat. Twee druppels die in elkaar vloeien en dan nog maar één zijn: zo innig is de band tussen Hem en Zijn heiligen, nog inniger dan die van man en vrouw.
Voelt u nu weinig van die gemeenschap, en lijkt uw hart weer koud en ver weg? Wanhoop dan niet. Wie de Heere aanhangt, is één geest met Hem. Zoek daarom opnieuw de omgang met Hem en Zijn mededelingen, opdat u weer als met Zijn ogen mag zien en met Zijn hart mag voelen, en u met heel Zijn volk in Hem mag verblijden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That they all may be one; as Thou, Father, art in me, and I in Thee, that they also may be one in us: that the world may believe that Thou hast sent me.
John 17:21
The Apostle declares, “He that is joined unto the Lord is one spirit” (1 Cor. 6:17). If, then, we are joined to the Lord, in other words, have a union with Him, this is the closest of all unions. A man and his wife are one flesh, but Jesus and the saint are one spirit. If possessed of this we are one spirit with Him; we understand what He says; we have the mind of Christ; we love what He loves, and hate what He hates. But out of this spiritual union, flows communion with Him, communications from Him, and the whole of that divine work upon the heart whereby the two spirits become one.
The Spirit of Christ in His glorious Person and the Spirit of Christ in a believing heart meet together, and meeting together as two drops of rain running down a pane of glass, or two drops of oil, kiss into each other, and are no longer two but one. Now if you have been ever blest with a manifestation of Christ, your spirit has melted into His, and you have felt that sweet union and communion with Him that you saw as with His eyes, heard as with His ears, felt as with His heart, and spoke as with His tongue.
To the reader…
Do you know it, that sweet union with Christ? There may have been a moment when He revealed Himself to you and melted your heart into His, so that you loved what He loves and hated what He hates. Two drops that run into each other and then are only one: so close is the bond between Him and His saints, closer even than that of husband and wife.
Do you now feel little of that communion, and does your heart seem cold and far away again? Do not despair. He that is joined unto the Lord is one spirit with Him. Seek therefore once more communion with Him and His communications, that you may again see as with His eyes and feel as with His heart, and rejoice in Him together with all His people.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para que todos sean una cosa; como Tú, oh Padre, en Mí, y Yo en Ti, que también ellos sean en nosotros una cosa: para que el mundo crea que Tú me enviaste.
Juan 17:21
El Apóstol declara: “El que se junta con el Señor, un espíritu es” (1 Cor. 6:17). Si, pues, estamos unidos al Señor, en otras palabras, si tenemos unión con Él, esta es la más estrecha de todas las uniones. El hombre y su mujer son una sola carne, pero Jesús y el santo son un solo espíritu. Si poseemos esto, somos un solo espíritu con Él; entendemos lo que Él dice; tenemos la mente de Cristo; amamos lo que Él ama y aborrecemos lo que Él aborrece. Pero de esta unión espiritual fluye la comunión con Él, las comunicaciones de Él, y toda esa obra divina en el corazón por la cual los dos espíritus llegan a ser uno.
El Espíritu de Cristo en Su gloriosa Persona y el Espíritu de Cristo en un corazón creyente se encuentran, y al encontrarse, como dos gotas de lluvia que corren por un cristal, o dos gotas de aceite, se besan y se funden la una en la otra, y ya no son dos sino una. Ahora bien, si usted ha sido alguna vez bendecido con una manifestación de Cristo, su espíritu se ha fundido en el Suyo, y ha sentido esa dulce unión y comunión con Él, de modo que veía como con Sus ojos, oía como con Sus oídos, sentía como con Su corazón y hablaba como con Su lengua.
Al lector…
¿Conoce usted esa dulce unión con Cristo? Quizá hubo un momento en que Él se le reveló y fundió su corazón en el Suyo, de modo que amaba lo que Él ama y aborrecía lo que Él aborrece. Dos gotas que corren la una en la otra y ya son una sola: tan estrecho es el lazo entre Él y Sus santos, más estrecho aún que el del marido y la mujer.
¿Siente ahora poco de esa comunión, y le parece que su corazón está otra vez frío y lejano? No desespere. El que se junta con el Señor es un solo espíritu con Él. Busque, pues, de nuevo la comunión con Él y Sus comunicaciones, para que otra vez vea como con Sus ojos y sienta como con Su corazón, y se goce en Él junto con todo Su pueblo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Wendt u naar Mij toe
Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! Want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22
Wellicht zijn er lezers die behoren tot die arme ellendigen aan „de einden der aarde”, die twijfelen, vrezen en soms bijna wanhopen of de genade hun ziel ooit kan bereiken. Zoekt u niet in het geheim iets goeds of heiligs in uzelf? Koestert u geen vage hoop en verwachting straks beter en heiliger te worden? Al dit verborgen zuurdesem van eigendunk moet worden uitgezuiverd, en het kan zijn dat u hierbij dieper moet zinken, steeds dieper in het moeras en het vuil van uw verachtelijke natuur.
Er bestaat echter deze troost voor degenen die denken dat ze niets kunnen doen: het enige dat moet worden gedaan, is wat de Heere in ons doet; het enige dat moet worden gevoeld, is wat Hij door middel van Zijn Geest in ons bewerkstelligt. Dit is de aard en het wezen van alle verlossing en alle heiligheid: „Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, door wat Ik heb gedaan en geleden.” Op geen andere manier kunnen gezondheid, vergiffenis, vrede en verlossing in onze ziel komen, want Hij is God en niemand meer. Er is geen andere verlossing, geen andere Verlosser, geen andere manier om te ontkomen aan de toekomende toorn, dan door op Hem te zien wanneer Hij ons daartoe in staat stelt, in Hem te geloven terwijl Hij ons krachtig maakt, en op Hem te steunen terwijl Hij in ons datgene tot stand brengt wat Hem vreugde brengt.
Ofschoon u wellicht van uzelf denkt dat u aan „de einden der aarde” bent, ziet de Heere u daar, en Hij zegt dan: „Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde. U bent niet buiten het bereik van Mijn arm, noch uit het zicht van Mijn oog, want Ik ben God en niemand meer.” En dus worden vroeg of laat alle uitverkorenen ontwijfelbaar gered, en ervaren ze het heerlijke getuigenis en de geheiligde openbaring daarvan in het hart en het geweten.
Lezen: Mattheüs 11:20-30
Aan de lezer…
Deze woorden van uitnodiging zijn ook voor u, als u twijfelt of de genade ooit uw ziel zal bereiken. Zinkt u steeds dieper in het moeras van uw eigen natuur, en schijnt alle hoop op beterschap u te ontvallen? Het kan zijn dat de Heere zo het verborgen zuurdesem van eigendunk uit u wegzuivert. Zolang u in het geheim nog iets goeds in uzelf zoekt, kunt u niet alleen op Hem zien.
Hier ligt uw troost: het enige dat gedaan moet worden, is wat Hij in u doet. U denkt misschien dat u te ver weg bent, maar de Heere ziet u daar, aan de einden der aarde. U bent niet buiten het bereik van Zijn arm, noch uit het zicht van Zijn oog. Er is geen andere Verlosser en geen andere weg; maar deze ene weg staat open voor de armste zondaar: „Wendt u naar Mij toe, wordt behouden.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! Want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22
Misschien zijn er lezers die behoren tot die arme ellendigen aan „de einden der aarde”: zij twijfelen, vrezen en wanhopen soms bijna of de genade hun ziel ooit kan bereiken. Zoekt u niet in het geheim iets goeds of heiligs in uzelf? Koestert u niet een vage hoop en verwachting dat u straks beter en heiliger zult worden? Al dit verborgen zuurdesem van eigendunk moet worden uitgezuiverd. Het kan zijn dat u daarbij dieper moet zinken, steeds dieper in het moeras en het vuil van uw verachtelijke natuur.
Er is echter deze troost voor wie denkt niets te kunnen doen: het enige dat gedaan moet worden, is wat de Heere in ons doet; het enige dat gevoeld moet worden, is wat Hij door Zijn Geest in ons bewerkt. Dit is de aard en het wezen van alle verlossing en alle heiligheid: „Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, door wat Ik heb gedaan en geleden.” Op geen andere manier kunnen gezondheid, vergeving, vrede en verlossing in onze ziel komen, want Hij is God en niemand meer. Er is geen andere verlossing, geen andere Verlosser, geen andere manier om te ontkomen aan de toekomende toorn, dan door op Hem te zien wanneer Hij ons daartoe in staat stelt, in Hem te geloven terwijl Hij ons kracht geeft, en op Hem te steunen terwijl Hij in ons tot stand brengt wat Hem vreugde geeft.
Misschien denkt u van uzelf dat u aan „de einden der aarde” bent. Maar de Heere ziet u daar, en Hij zegt: „Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde. U bent niet buiten het bereik van Mijn arm, noch uit het zicht van Mijn oog, want Ik ben God en niemand meer.” Zo worden vroeg of laat alle uitverkorenen zonder twijfel gered. En zij ervaren het heerlijke getuigenis en de geheiligde openbaring daarvan in hun hart en geweten.
Lezen: Mattheüs 11:20-30
Aan de lezer…
Deze woorden van uitnodiging zijn ook voor u, als u twijfelt of de genade ooit uw ziel zal bereiken. Zinkt u steeds dieper in het moeras van uw eigen natuur, en lijkt alle hoop op beterschap u te ontglippen? Het kan zijn dat de Heere zo het verborgen zuurdesem van eigendunk uit u wegzuivert. Zolang u in het geheim nog iets goeds in uzelf zoekt, kunt u niet alleen op Hem zien.
Hier ligt uw troost: het enige dat gedaan moet worden, is wat Hij in u doet. U denkt misschien dat u te ver weg bent, maar de Heere ziet u daar, aan de einden der aarde. U bent niet buiten het bereik van Zijn arm, en niet uit het zicht van Zijn oog. Er is geen andere Verlosser en geen andere weg, maar deze ene weg staat open voor de armste zondaar: „Wendt u naar Mij toe, wordt behouden.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Look unto Me, and be ye saved, all the ends of the earth: for I am God, and there is none else.
Isaiah 45:22
Perhaps there are readers who belong to those poor wretches at “the ends of the earth”: they doubt, fear and sometimes almost despair whether grace can ever reach their souls. Are you not secretly looking for something good or holy in yourself? Do you not cherish a vague hope and expectation that by and by you will become better and holier? All this hidden leaven of self-conceit must be purged out. It may be that you will have to sink deeper for it, ever deeper into the mire and filth of your vile nature.
There is, however, this comfort for the one who thinks he can do nothing: the only thing that has to be done is what the Lord does in us; the only thing that has to be felt is what He works in us by His Spirit. This is the nature and essence of all salvation and all holiness: “Look unto Me, and be ye saved, by what I have done and suffered.” In no other way can health, pardon, peace and salvation come into our souls, for He is God, and there is none else. There is no other salvation, no other Saviour, no other way of escape from the wrath to come, than by looking to Him when He enables us to do so, believing in Him as He gives us strength, and leaning upon Him as He works in us that which is well-pleasing in His sight.
Perhaps you think of yourself that you are at “the ends of the earth.” But the Lord sees you there, and He says, “Look unto Me, and be ye saved, all the ends of the earth. You are not beyond the reach of My arm, nor out of the sight of My eye, for I am God, and there is none else.” Thus sooner or later all the elect are without doubt saved. And they feel the blessed witness and sanctified manifestation of it in their hearts and consciences.
Reading: Matthew 11:20-30
To the reader…
These words of invitation are for you too, if you doubt whether grace will ever reach your soul. Are you sinking ever deeper into the mire of your own nature, and does all hope of improvement seem to slip away from you? It may be that this is how the Lord is purging the hidden leaven of self-conceit out of you. As long as you secretly still look for something good in yourself, you cannot look to Him alone.
Here lies your comfort: the only thing that has to be done is what He does in you. You may think you are too far away, but the Lord sees you there, at the ends of the earth. You are not beyond the reach of His arm, nor out of the sight of His eye. There is no other Saviour and no other way, but this one way stands open to the poorest sinner: “Look unto Me, and be ye saved.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mirad a Mí, y sed salvos, todos los términos de la tierra: porque Yo soy Dios, y no hay más.
Isaías 45:22
Quizás haya lectores que pertenecen a esos pobres miserables en “los términos de la tierra”: dudan, temen y a veces casi desesperan de si la gracia podrá alcanzar alguna vez sus almas. ¿No busca usted secretamente algo bueno o santo en sí mismo? ¿No abriga una vaga esperanza y expectativa de que con el tiempo llegará a ser mejor y más santo? Toda esta levadura oculta de presunción ha de ser purgada. Puede ser que para ello tenga que hundirse más, cada vez más hondo en el cieno y la inmundicia de su naturaleza vil.
Hay, sin embargo, este consuelo para el que piensa que no puede hacer nada: lo único que tiene que hacerse es lo que el Señor hace en nosotros; lo único que tiene que sentirse es lo que Él obra en nosotros por Su Espíritu. Esta es la naturaleza y la esencia de toda salvación y de toda santidad: “Mirad a Mí, y sed salvos, por lo que Yo he hecho y padecido”. De ninguna otra manera pueden venir salud, perdón, paz y salvación a nuestras almas, porque Él es Dios, y no hay más. No hay otra salvación, ni otro Salvador, ni otro modo de escapar de la ira venidera, que mirar a Él cuando nos capacita para hacerlo, creer en Él según nos da fuerza, y apoyarnos en Él mientras obra en nosotros lo que es agradable delante de Él.
Quizás piense de sí mismo que está en “los términos de la tierra”. Pero el Señor le ve allí, y dice: “Mirad a Mí, y sed salvos, todos los términos de la tierra. No estáis fuera del alcance de Mi brazo, ni fuera de la vista de Mi ojo, porque Yo soy Dios, y no hay más”. Así, tarde o temprano, todos los elegidos son sin duda salvos. Y sienten el bendito testimonio y la manifestación santificada de ello en sus corazones y conciencias.
Lectura: Mateo 11:20-30
Al lector…
Estas palabras de invitación son también para usted, si duda de que la gracia alcance alguna vez su alma. ¿Se hunde cada vez más hondo en el cieno de su propia naturaleza, y parece escapársele toda esperanza de mejora? Puede ser que así esté el Señor purgando de usted la levadura oculta de la presunción. Mientras usted siga buscando secretamente algo bueno en sí mismo, no puede mirar solo a Él.
Aquí está su consuelo: lo único que tiene que hacerse es lo que Él hace en usted. Quizás piense que está demasiado lejos, pero el Señor le ve allí, en los términos de la tierra. No está fuera del alcance de Su brazo, ni fuera de la vista de Su ojo. No hay otro Salvador ni otro camino, pero este único camino está abierto para el pecador más pobre: “Mirad a Mí, y sed salvos”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God.
Psalm 42:2
Heeft uw hart ooit gedorst naar de Heere Jezus, gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen? Laagt gij ooit in het stof, rouwklagende over uw zonden tegen zulk een bloedende, stervende liefde? Vraagde gij ooit aan God dat Hij in uw ziel ontsteken mocht een innige begeerte om Jezus te mogen hebben als uw Christus, dat Hij uw vermaak hier en uw deel voor eeuwig zijn mocht? Gewis, er is datgene in Hem hetgeen op aarde nergens te vinden is; en wat hier niet kan gevonden worden, zal ook hiernamaals niet te vinden zijn.
Indien gij geen liefde of genegenheid tot Hem hebt, dan is het daardoor dat Hij Zich aan uw ziel niet als dierbaar verklaard heeft. Doch zo Hij Zichzelf aan u geopenbaard heeft, dan hebt gij genoeg van Zijn dierbaarheid ontwaard om u te overtuigen dat er geen ware vrede of waar geluk buiten Hem is. Het is waar dat gij vele beproevingen en verzoekingen moet doormaken, en vele zwarigheden en smarten mogen op uw pad verspreid liggen; maar heb goede moed, want de liefde van Christus, indien gij ooit hebt ontwaard dat deze in uw hart was uitgestort, zal u als meer dan overwinnaar doen uitkomen.
De Heere make en houde ons getrouw aan de waarheid, zoals zij in onze consciëntie is geopenbaard, en moge de gunst en barmhartigheid Gods in onze harten schijnen en stralen van licht en blijdschap doen vallen in onze donkerste ogenblikken en onder onze hevigste beproevingen. En o, wat zal het zijn in Hem gevonden te worden in die grote dag, als leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn benen! Des Heeren eigendom bevonden te zullen worden te dien dage, die Hij maken zal! En waar zullen dan degenen zijn die niet in de Heere Jezus bevonden zullen worden? Zij zullen roepen tot de bergen en tot de heuvelen: „Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht Desgenen, Die op de troon zit, en voor de toorn des Lams!”
Aan de lezer…
Wat een dorst is dat, zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen! Kent u die? Hebt u ooit in het stof gelegen, rouwklagende over uw zonden tegen zulk een bloedende, stervende liefde? Of moet u bekennen dat uw hart koud is, en dat u weinig liefde tot Hem gevoelt? Vraag dan aan God dat Hij in uw ziel een innige begeerte naar Jezus ontsteke, want wat hier niet in Hem gevonden wordt, zal ook hiernamaals niet te vinden zijn.
En hebt u iets van Zijn dierbaarheid geproefd, maar ligt uw pad nu vol beproevingen en smarten? Heb goede moed. De liefde van Christus, eens in uw hart uitgestort, zal u als meer dan overwinnaar doen uitkomen. Moge de gunst van God stralen van licht doen vallen in uw donkerste ogenblikken, totdat u in die grote dag in Hem gevonden wordt als des Heeren eigendom.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God.
Psalm 42:2
Heeft uw hart ooit gedorst naar de Heere Jezus, zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen? Hebt u ooit in het stof gelegen, rouwklagend over uw zonden tegen zo’n bloedende, stervende liefde? Hebt u God ooit gevraagd of Hij in uw ziel een innige begeerte wilde ontsteken om Jezus als uw Christus te mogen hebben, zodat Hij hier uw vreugde en voor eeuwig uw deel mocht zijn? Zeker, er is in Hem iets wat op aarde nergens te vinden is; en wat hier niet gevonden kan worden, zal ook hierna niet te vinden zijn.
Als u geen liefde of genegenheid voor Hem hebt, dan komt dat doordat Hij Zich niet als dierbaar aan uw ziel heeft bekendgemaakt. Maar als Hij Zichzelf aan u geopenbaard heeft, dan hebt u genoeg van Zijn dierbaarheid ervaren om ervan overtuigd te zijn dat er buiten Hem geen ware vrede of waar geluk is. Het is waar dat u veel beproevingen en verzoekingen moet doormaken, en er kunnen veel moeiten en smarten op uw pad liggen. Maar heb goede moed, want de liefde van Christus, als u ooit hebt ervaren dat die in uw hart was uitgestort, zal u als meer dan overwinnaar doen uitkomen.
Moge de Heere ons trouw maken en houden aan de waarheid, zoals die in ons geweten is geopenbaard, en moge de gunst en barmhartigheid van God in onze harten schijnen en stralen van licht en blijdschap laten vallen in onze donkerste ogenblikken en onder onze zwaarste beproevingen. En o, wat zal het zijn om op die grote dag in Hem gevonden te worden, als leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn benen! Om op die dag die Hij maken zal, als eigendom van de Heere bevonden te worden! En waar zullen dan zij zijn die niet in de Heere Jezus gevonden worden? Zij zullen roepen tot de bergen en tot de heuvels: „Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht Desgenen, Die op de troon zit, en voor de toorn des Lams!”
Aan de lezer…
Wat een dorst is dat, zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen! Kent u die? Hebt u ooit in het stof gelegen, rouwklagend over uw zonden tegen zo’n bloedende, stervende liefde? Of moet u bekennen dat uw hart koud is, en dat u weinig liefde voor Hem voelt? Vraag God dan of Hij in uw ziel een innige begeerte naar Jezus wil ontsteken, want wat hier niet in Hem gevonden wordt, zal ook hierna niet te vinden zijn.
En hebt u iets van Zijn dierbaarheid geproefd, maar ligt uw pad nu vol beproevingen en smarten? Heb goede moed. De liefde van Christus, eenmaal in uw hart uitgestort, zal u als meer dan overwinnaar doen uitkomen. Moge de gunst van God stralen van licht laten vallen in uw donkerste ogenblikken, totdat u op die grote dag in Hem gevonden wordt als eigendom van de Heere.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“My soul thirsteth for God, for the living God.”
Psalm 42:2
Has your heart ever panted after the Lord Jesus as the deer pants after the water brooks? Do you ever lie in the dust mourning over your sins against the bleeding, dying love of Jesus? Do you ever ask God to kindle in your soul an intense desire to have Jesus as your Christ, that He may be your delight here and your portion forever? Surely there is that in Him which is not in anything below the skies, and which if not found here will not be found hereafter. If you have no love or affection for Him, why is it but because He has not endeared Himself to your soul? But if He has manifested Himself to you, you have seen and felt enough of His blessedness to convince you that there is no real peace or happiness out of Him.
It is true that you may have many trials and temptations to encounter; many perplexities and sorrows may be spread in your path; but be not dismayed, for the love of Christ, if you have ever felt that love shed abroad in your heart, will bear you more than conqueror through them all. The Lord make and keep us faithful to the truth as it has been made known to our consciences; and may the goodness and mercy of God shine into our hearts and shed abroad its rays of light and joy in our darkest moments and under our severest trials.
And O to be found in Him at the great day, as members of His body, of His flesh, and of His bones, to be found the Lord’s “peculiar treasure” in that day when He makes up His jewels! And O then, where will be those who are not found in the Lord Jesus? They will call upon the mountains and the rocks to “fall on them and hide them from the face of Him that sits on the throne, and from the wrath of the Lamb.”
To the reader…
What a thirst that is, as a deer pants after the water brooks! Do you know it? Have you ever lain in the dust, mourning over your sins against such bleeding, dying love? Or must you confess that your heart is cold, and that you feel little love for Him? Then ask God to kindle in your soul a deep desire for Jesus, for what is not found in Him here will not be found hereafter either.
And have you tasted something of His preciousness, but is your path now full of trials and sorrows? Take good courage. The love of Christ, once shed abroad in your heart, will bring you through as more than a conqueror. May the favor of God let rays of light fall into your darkest moments, until on that great day you are found in Him as the Lord’s own possession.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Mi alma tiene sed de Dios, del Dios vivo.”
Salmo 42:2
¿Ha suspirado alguna vez su corazón por el Señor Jesús como el ciervo brama por las corrientes de las aguas? ¿Yace usted alguna vez en el polvo, lamentando sus pecados contra el amor sangrante y agonizante de Jesús? ¿Pide alguna vez a Dios que encienda en su alma un intenso deseo de tener a Jesús como su Cristo, para que Él sea su delicia aquí y su porción para siempre? Ciertamente hay en Él aquello que no hay en nada debajo de los cielos, y que, si no se halla aquí, no se hallará en el más allá. Si usted no tiene amor ni afecto por Él, ¿por qué es sino porque Él no se ha hecho querido a su alma? Pero si Él se le ha manifestado, usted ha visto y sentido lo bastante de Su bienaventuranza para convencerse de que no hay verdadera paz ni felicidad fuera de Él.
Es verdad que puede tener que afrontar muchas pruebas y tentaciones; muchas perplejidades y pesares pueden estar esparcidos en su senda; pero no se desanime, porque el amor de Cristo, si alguna vez ha sentido ese amor derramado en su corazón, le llevará más que vencedor a través de todo ello. El Señor nos haga fieles a la verdad, tal como ha sido dada a conocer a nuestras conciencias, y nos guarde en ella; y que la bondad y la misericordia de Dios brillen en nuestros corazones y derramen sus rayos de luz y de gozo en nuestros momentos más oscuros y bajo nuestras pruebas más duras.
¡Y oh, ser hallados en Él en el gran día, como miembros de Su cuerpo, de Su carne y de Sus huesos; ser hallados “especial tesoro” del Señor en aquel día en que Él junte Sus joyas! ¡Y oh, dónde estarán entonces los que no sean hallados en el Señor Jesús! Clamarán a los montes y a las peñas: “Caed sobre nosotros, y escondednos de la cara de Aquel que está sentado sobre el trono, y de la ira del Cordero.”
Al lector…
¡Qué sed es esa, como el ciervo brama por las corrientes de las aguas! ¿La conoce usted? ¿Ha yacido alguna vez en el polvo, lamentando sus pecados contra un amor tan sangrante y agonizante? ¿O tiene que confesar que su corazón está frío y que siente poco amor por Él? Entonces pida a Dios que encienda en su alma un profundo deseo de Jesús, porque lo que no se halla en Él aquí tampoco se hallará en el más allá.
¿Y ha gustado algo de Su preciosidad, pero su senda está ahora llena de pruebas y pesares? Cobre buen ánimo. El amor de Cristo, una vez derramado en su corazón, le llevará a través de todo como más que vencedor. Que el favor de Dios haga caer rayos de luz en sus momentos más oscuros, hasta que en aquel gran día sea usted hallado en Él como especial tesoro del Señor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl