7 december
Die overwint, zal alles beërven.
Openbaring 21:7
Hij zal alles beërven. Wanneer? In de eeuwigheid? Ja, maar niet alleen in de eeuwigheid. O neen! Ook in de tijd! Er is een tweevoudige erfenis, ofschoon zij één en dezelfde is: één in de tijd en een andere in de eeuwigheid; de ene als eersteling, de andere als de volle oogst. Er is een erfenis hier beneden en een erfenis boven; en hij die nooit een deeltje van zijn erfenis hier beneden ontvangt, zal nooit in de erfenis boven delen. Nu, juist in verhouding als wij overwinnen, zullen wij in het bezit gesteld worden van deze erfenis.
Wat zullen wij dan erven? Rijkdommen, roem, eer, macht, lof? Dit zijn wereldse dingen. Laat de wereld zich daarin verblijden. In de beërving van alle dingen zullen wij beërven hetgeen van God is: de gunst van God, de liefde van God, de genade van God, de heerlijkheid van God; al hetgeen een Verbondsgod geeft in het geven van Zichzelf: vrede hier, heerlijkheid hierna; vergeving beneden, zaligheid boven; een aanvankelijke rust op aarde, een volkomen rust in de hemel.
Nu, terwijl wij overwonnen worden, worden wij niet in het bezit van deze eeuwige erfenis gezet. Overwint de zonde ons? Erven wij vergeving als wij overwonnen worden? Neen, dan erven wij schaamte, verwarring, schuld, vrees en toorn. Maar overwinnen gij en ik ooit de zonde door de vreze Gods in onze ziel, gelijk Jozef deed? Overwin ik ooit de zonde door te zien op de Heere des levens en der heerlijkheid, dat Hij Zijn bloed sprenge op mijn consciëntie? Overwin ik ooit de zonde door de leidingen en onderwijzingen des Geestes in mijn hart? Niet zodra overwin ik dus door het bloed des Lams en het Woord Zijner getuigenis, of ik treed in de erfenis, zodat er een verband, een schoon, een proefondervindelijk verband is tussen de overwinning hier beneden en het beërven hier beneden.
Maar om deze erfenis te betrekken, moeten wij er wel acht op geven dat wij geen kracht in onszelf hebben. En zo worden onze struikelingen, onze afwijkingen, onze misstappen, die wij niet willen rechtvaardigen, genadig overheerst onder die dingen die medewerken ten goede. Zij leren ons onze zwakheden kennen, en door deze onderwijzing worden wij opgeleid tot de kracht van Christus; en doordat wij daarheen geleid worden, komen wij tot de beërving van alle dingen, want in het beërven van Hem beërven wij al wat Hij is voor het volk van God.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u meent met uw erfenis te moeten wachten tot u de eeuwigheid binnengaat. Er is ook een eersteling hier beneden: vergeving, een aanvankelijke rust, iets van de gunst en de liefde Gods in de ziel. Maar die wordt niet geërfd terwijl de zonde ons overwint; dan erven wij schaamte, verwarring, schuld en vrees. Kent u dat bittere deel? Dan weet u ook hoe hard het is in eigen kracht te strijden.
Laat uw struikelingen en misstappen u daarom niet tot wanhoop drijven, maar tot de kracht van Christus. Zij leren u uw zwakheid kennen, opdat u uw kracht niet in uzelf zoekt. Ziet u op Hem, en sprengt Hij Zijn bloed op uw consciëntie, dan overwint u door het bloed des Lams, en treedt u reeds hier in de erfenis. Want wie Hem beërft, beërft alles wat Hij is voor Zijn volk: vrede hier en heerlijkheid hierna.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die overwint, zal alles beërven.
Openbaring 21:7
Hij zal alles beërven. Wanneer? In de eeuwigheid? Ja, maar niet alleen in de eeuwigheid. O nee! Ook in de tijd! Er is een tweevoudige erfenis, al is zij één en dezelfde: de ene in de tijd en de andere in de eeuwigheid; de ene als eersteling, de andere als de volle oogst. Er is een erfenis hier beneden en een erfenis boven; en wie nooit een deeltje van zijn erfenis hier beneden ontvangt, zal nooit delen in de erfenis boven. Juist naar de mate waarin wij overwinnen, zullen wij in het bezit van deze erfenis gesteld worden.
Wat zullen wij dan erven? Rijkdom, roem, eer, macht, lof? Dat zijn wereldse dingen. Laat de wereld zich daarin verblijden. Wanneer wij alle dingen beërven, zullen wij beërven wat van God is: de gunst van God, de liefde van God, de genade van God, de heerlijkheid van God; alles wat een Verbondsgod geeft wanneer Hij Zichzelf geeft: vrede hier, heerlijkheid hierna; vergeving beneden, zaligheid boven; een beginnende rust op aarde, een volkomen rust in de hemel.
Zolang wij overwonnen worden, worden wij niet in het bezit van deze eeuwige erfenis gesteld. Overwint de zonde ons? Erven wij vergeving wanneer wij overwonnen worden? Nee, dan erven wij schaamte, verwarring, schuld, vrees en toorn. Maar overwinnen u en ik ooit de zonde door de vreze Gods in onze ziel, zoals Jozef deed? Overwin ik ooit de zonde door op te zien naar de Heere van het leven en de heerlijkheid, dat Hij Zijn bloed op mijn geweten sprenkelt? Overwin ik ooit de zonde door de leiding en het onderwijs van de Geest in mijn hart?
Zodra ik zo overwin door het bloed van het Lam en het woord van Zijn getuigenis, treed ik in de erfenis. Zo is er een verband, een mooi verband dat men bij ervaring kent, tussen de overwinning hier beneden en het beërven hier beneden.
Maar om deze erfenis in bezit te nemen, moeten wij goed beseffen dat wij geen kracht in onszelf hebben. Zo worden onze struikelingen, onze afdwalingen en onze misstappen, die wij niet willen goedpraten, in genade bestuurd en gerekend onder de dingen die medewerken ten goede. Zij leren ons onze zwakheden kennen, en door dat onderwijs worden wij heengeleid naar de kracht van Christus. En doordat wij daarheen geleid worden, komen wij tot het beërven van alle dingen, want wanneer wij Hem beërven, beërven wij alles wat Hij is voor het volk van God.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u meent met uw erfenis te moeten wachten tot u de eeuwigheid binnengaat. Maar er is ook een eersteling hier beneden: vergeving, een beginnende rust, iets van de gunst en de liefde van God in de ziel. Die wordt echter niet geërfd zolang de zonde ons overwint; dan erven wij schaamte, verwarring, schuld en vrees. Kent u dat bittere deel? Dan weet u ook hoe zwaar het is in eigen kracht te strijden.
Laat uw struikelingen en misstappen u daarom niet tot wanhoop drijven, maar naar de kracht van Christus. Zij leren u uw zwakheid kennen, zodat u uw kracht niet in uzelf zoekt. Ziet u op Hem, en sprenkelt Hij Zijn bloed op uw geweten, dan overwint u door het bloed van het Lam en treedt u al hier in de erfenis. Want wie Hem beërft, beërft alles wat Hij is voor Zijn volk: vrede hier en heerlijkheid hierna.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“He that overcometh shall inherit all things.”
Revelation 21:7
“He shall inherit all things.” When? In eternity? Yes. But only in eternity? O no! In time also. There is a twofold inheritance, though one and the same; one in time, another in eternity; one the firstfruits, the other the harvest; one the pledge, the other the full sum. There is an inheriting here below, and an inheriting above; and he that never receives any portion of his inheritance below will never receive an inheritance above. Now, just in proportion as we overcome, are we put in possession of this inheritance.
What are we to inherit? Riches, glory, honor, power, praise? These are worldly things; let the world enjoy them. In inheriting “all things,” we are to inherit the things of God; the favor of God, the love of God, the mercy of God, the glory of God; all that a covenant God gives in giving Himself; peace here, glory hereafter; pardon below, salvation above; the beginning of rest on earth, the fullness of rest in heaven.
Now, while we are overcome, there is no being put into possession of this eternal inheritance. Does sin overcome us? Do we inherit pardon in being overcome? No; we inherit shame and confusion, guilt, fear and wrath. But do you, do I, ever overcome sin by the fear of God in our soul, as Joseph did? Do I ever overcome sin by looking to the Lord of life and glory to sprinkle His blood upon my conscience? Do I ever overcome sin by the leadings and teachings of the Spirit in my heart? No sooner do I thus overcome by the blood of the Lamb, and the word of His testimony, than I enter into the inheritance. So that there is a connection, a beautiful, an experimental connection, between overcoming here below, and inheriting here below.
But in order to enter into this inheritance, we must be perpetually reminded that we have no strength of our own. And thus our slips, our falls, our backslidings, our frailties, (though we would not, dare not justify them,) are mercifully overruled among the “all things” that work together for our good. They teach us our weakness, and by teaching us our weakness, lead us up to Christ’s strength; and by leading us up to Christ’s strength, to “inherit all things;” for in inheriting Him, we inherit all that He is to God’s people.
To the reader…
There are times when you think you must wait for your inheritance until you enter eternity. But there is also a firstfruits here below: pardon, a beginning of rest, something of the favor and love of God in the soul. Yet that is not inherited while sin overcomes us; then we inherit shame, confusion, guilt and fear. Do you know that bitter portion? Then you also know how hard it is to fight in your own strength.
So do not let your slips and missteps drive you to despair, but to the strength of Christ. They teach you your weakness, so that you do not look for your strength in yourself. If you look to Him, and He sprinkles His blood on your conscience, then you overcome by the blood of the Lamb and enter into the inheritance even here. For whoever inherits Him inherits all that He is to His people: peace here and glory hereafter.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“El que venciere, poseerá todas las cosas.”
Apocalipsis 21:7
“Poseerá todas las cosas.” ¿Cuándo? ¿En la eternidad? Sí. ¿Pero solo en la eternidad? ¡Oh, no! También en el tiempo. Hay una herencia doble, aunque es una y la misma; una en el tiempo, otra en la eternidad; una las primicias, la otra la cosecha; una la prenda, la otra la suma completa. Hay un heredar aquí abajo y un heredar allá arriba; y el que nunca recibe porción alguna de su herencia aquí abajo, nunca recibirá una herencia allá arriba. Ahora bien, en la misma proporción en que vencemos, somos puestos en posesión de esta herencia.
¿Qué hemos de heredar? ¿Riquezas, gloria, honra, poder, alabanza? Estas son cosas mundanas; que el mundo las disfrute. Al heredar “todas las cosas”, hemos de heredar las cosas de Dios: el favor de Dios, el amor de Dios, la misericordia de Dios, la gloria de Dios; todo lo que un Dios del pacto da al darse a Sí mismo; paz aquí, gloria en el más allá; perdón abajo, salvación arriba; el comienzo del descanso en la tierra, la plenitud del descanso en el cielo.
Ahora bien, mientras somos vencidos, no hay entrada en posesión de esta herencia eterna. ¿Nos vence el pecado? ¿Heredamos perdón al ser vencidos? No; heredamos vergüenza y confusión, culpa, temor e ira. ¿Pero vencemos alguna vez usted y yo el pecado por el temor de Dios en nuestra alma, como lo hizo José? ¿Venzo alguna vez el pecado mirando al Señor de vida y de gloria para que rocíe Su sangre sobre mi conciencia? ¿Venzo alguna vez el pecado por las guías y enseñanzas del Espíritu en mi corazón? Tan pronto como venzo así por la sangre del Cordero y por la palabra de Su testimonio, entro en la herencia. De modo que hay una relación, una relación hermosa y experimental, entre vencer aquí abajo y heredar aquí abajo.
Pero para entrar en esta herencia, tenemos que ser recordados continuamente de que no tenemos fuerza propia. Y así nuestros resbalones, nuestras caídas, nuestras rebeliones, nuestras flaquezas (aunque no quisiéramos ni nos atreveríamos a justificarlos) son dirigidos misericordiosamente entre las “todas las cosas” que nos ayudan a bien. Nos enseñan nuestra debilidad, y al enseñarnos nuestra debilidad, nos llevan a la fuerza de Cristo; y al llevarnos a la fuerza de Cristo, a “poseer todas las cosas”; porque al heredarle a Él, heredamos todo lo que Él es para el pueblo de Dios.
Al lector…
Hay tiempos en que usted piensa que tiene que esperar su herencia hasta entrar en la eternidad. Pero hay también unas primicias aquí abajo: perdón, un comienzo de descanso, algo del favor y del amor de Dios en el alma. Sin embargo, eso no se hereda mientras el pecado nos vence; entonces heredamos vergüenza, confusión, culpa y temor. ¿Conoce usted esa porción amarga? Entonces sabe también cuán difícil es luchar con sus propias fuerzas.
No deje, pues, que sus resbalones y tropiezos le lleven a la desesperación, sino a la fuerza de Cristo. Le enseñan su debilidad, para que no busque su fuerza en sí mismo. Si mira a Él, y Él rocía Su sangre sobre su conciencia, entonces vence usted por la sangre del Cordero y entra en la herencia ya aquí. Porque quien le hereda a Él hereda todo lo que Él es para Su pueblo: paz aquí y gloria en el más allá.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl