6 november
Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtredingen van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid, want Hij heeft lust aan goedertierenheid.
Micha 7:18
God heeft lust aan goedertierenheid. Zij wordt Hem niet afgedwongen; zij wordt Hem niet afgeperst door onbeschaamdheid; zij wordt niet aan Zijn hart onttrokken door het geroep Zijner kinderen; maar Hij heeft er lust in, omdat het Zijn liefste eigenschap is, daar het Gods welbehagen is goedertieren te zijn over de ellendige. Hoe moeilijk is het voor ons dit te geloven, vóórdat de genade in de ziel komt en haar liefelijkheid in het geweten gevoeld wordt. Hoe stellen wij ons God voor in Zijn gramschap, in Zijn rechtvaardigheid, in Zijn vreselijk misnoegen tegen de zonde en de zondaars; hoe zijn wij buiten staat te geloven, dat er goedertierenheid voor ons is en dat Hij er een welbehagen in heeft Zijn goedertierenheid aan arme, ellendige, boetvaardige zondaren te betonen.
Wie zou aan goedertierenheid hebben kunnen denken, zo zij niet eerst in de boezem van God geweest was? Wie zou zulk een gedachte gewaagd of gekoesterd hebben, dat er vergiffenis is bij God; dat Hij de ongerechtigheid en overtreding en zonde kan vergeven; dat Hij al zijn zonden achter Zich kan werpen, en ze uitwissen als een wolk, ja, als een dikke wolk? Dit heeft God van Zichzelf in Zijn Woord geopenbaard, maar het is slechts als de goedertierenheid de ontroerde ziel bezoekt en God Zijn goedheid en liefde tentoonspreidt in de openbaring van Zijn lieve Zoon, dat wij kunnen opstaan in het zoete vermoeden van hetgeen Zijn goedertierenheid werkelijk is, en er ons niet alleen in verheugen als geschikt, maar ook als zaligend voor ons.
De Heer is recht in al Zijn weg en werk,
Zijn goedheid kent in ’t gans heelal geen perk.
Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht,
Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht,
dat ongeveinsd in ’t midden der ellenden
zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden.
Hij geeft de wens van allen, die Hem vrezen:
Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen.
Ps. 145:6
Aan de lezer…
Misschien stelt u zich God vooral voor in Zijn gramschap en in Zijn vreselijk misnoegen tegen de zonde. Dat is geen wonder, want van nature kunnen wij niet geloven dat er goedertierenheid is voor zulken als wij. Maar hoor wat de Heere van Zichzelf zegt: Hij heeft lust aan goedertierenheid. Zij wordt Hem niet afgeperst, niet door veel aandringen aan Zijn hart onttrokken; zij is Hem lief, en het is Zijn welbehagen goedertieren te zijn over de ellendige.
Bent u een arme, boetvaardige zondaar, die met ongerechtigheid en overtreding beladen is, wanhoop dan niet. Wie is een God gelijk Hij, Die de ongerechtigheid vergeeft en de zonden achter Zich werpt als een dikke wolk? Zie het in Zijn lieve Zoon, in Wie Hij Zijn goedheid en liefde tentoonspreidt. Moge die goedertierenheid uw ontroerde ziel bezoeken, opdat u er u niet alleen in verheugt als geschikt, maar haar ook ervaart als zaligend voor u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtredingen van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid, want Hij heeft lust aan goedertierenheid.
Micha 7:18
God heeft lust aan goedertierenheid. Zij wordt Hem niet afgedwongen, niet door onbeschaamdheid afgeperst, en niet aan Zijn hart onttrokken door het geroep van Zijn kinderen. Nee, Hij heeft er lust in, omdat het Zijn liefste eigenschap is: het is Gods welbehagen goedertieren te zijn over de ellendige. Hoe moeilijk is het voor ons dit te geloven, voordat de genade in de ziel komt en haar lieflijkheid in het geweten gevoeld wordt! Hoe stellen wij ons God voor in Zijn gramschap, in Zijn rechtvaardigheid, in Zijn vreselijk misnoegen tegen de zonde en de zondaars. Hoe onmogelijk is het ons dan te geloven dat er goedertierenheid voor ons is, en dat Hij er welbehagen in heeft Zijn goedertierenheid te bewijzen aan arme, ellendige, boetvaardige zondaars.
Wie zou aan goedertierenheid hebben kunnen denken als zij niet eerst in de boezem van God was geweest? Wie zou het gewaagd hebben zo’n gedachte te koesteren: dat er vergeving is bij God; dat Hij de ongerechtigheid, de overtreding en de zonde kan vergeven; dat Hij al iemands zonden achter Zich kan werpen en ze kan uitwissen als een wolk, ja, als een dikke wolk? Dit heeft God in Zijn Woord van Zichzelf geopenbaard. Maar pas wanneer de goedertierenheid de ontroerde ziel bezoekt, en God Zijn goedheid en liefde tentoonspreidt in de openbaring van Zijn lieve Zoon, kunnen wij opstaan in het zoete vermoeden van wat Zijn goedertierenheid werkelijk is. Dan verheugen wij ons erin, niet alleen omdat zij geschikt is voor ons, maar ook omdat zij zaligend is voor ons.
De Heer is recht in al Zijn weg en werk,
Zijn goedheid kent in ’t gans heelal geen perk.
Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht,
Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht,
dat ongeveinsd in ’t midden der ellenden
zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden.
Hij geeft de wens van allen, die Hem vrezen:
Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen.
Ps. 145:6
Aan de lezer…
Misschien stelt u zich God vooral voor in Zijn gramschap en in Zijn vreselijk misnoegen tegen de zonde. Dat is geen wonder, want van nature kunnen wij niet geloven dat er goedertierenheid is voor mensen zoals wij. Maar hoor wat de Heere van Zichzelf zegt: Hij heeft lust aan goedertierenheid. Zij wordt Hem niet afgeperst en niet door veel aandringen aan Zijn hart onttrokken; zij is Hem lief, en het is Zijn welbehagen goedertieren te zijn over de ellendige.
Bent u een arme, boetvaardige zondaar, beladen met ongerechtigheid en overtreding, wanhoop dan niet. Wie is een God zoals Hij, Die de ongerechtigheid vergeeft en de zonden achter Zich werpt als een dikke wolk? Zie het in Zijn lieve Zoon, in Wie Hij Zijn goedheid en liefde tentoonspreidt. Moge die goedertierenheid uw ontroerde ziel bezoeken, zodat u zich er niet alleen in verheugt omdat zij geschikt is voor u, maar haar ook ervaart als zaligend voor u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Who is a God like unto Thee, that pardoneth iniquity, and passeth by the transgression of the remnant of His heritage? He retaineth not His anger for ever, because He delighteth in mercy.
Micah 7:18
God delights in mercy. It is not drawn from Him unwillingly; it is not forced out of Him even by importunity; it is not dragged out of His heart by the cries of His people; but He delights in it as being His darling attribute, the very pleasure of God being in showing mercy to the miserable. How hard it is for us to believe this, until mercy visits the soul and a sweet sense of it is felt in the conscience. How we represent to ourselves God in His anger, in His justice, in His terrible displeasure against sin and sinners; how unable to believe that there is mercy for us, and that He delights in manifesting mercy to poor miserable, penitent sinners.
Whoever would have thought of mercy unless it had first been in the bosom of God? Who could have ventured to entertain or suggest such a thought, that “there is forgiveness with God;” that He can “pardon iniquity, and transgression, and sin;” that He can cast all our sins behind His back, and blot them out as a cloud, yes, as a thick cloud? This is what God has revealed of Himself in His Word, but it is only as mercy visits the troubled breast, and God displays His goodness and love in the revelation of His dear Son, that we can rise up into any sweet apprehension of what His mercy really is, and rejoice in it not only as suitable, but as saving.
To the reader…
Perhaps you picture God above all in His anger and in His terrible displeasure against sin. That is no wonder, for by nature we cannot believe that there is mercy for people such as we are. But hear what the Lord says of Himself: He delights in mercy. It is not forced out of Him, nor drawn from His heart by much pleading; it is dear to Him, and it is His good pleasure to show mercy to the miserable.
If you are a poor, penitent sinner, laden with iniquity and transgression, do not despair. Who is a God like Him, Who pardons iniquity and casts our sins behind His back, blotting them out as a thick cloud? See it in His dear Son, in Whom He displays His goodness and love. May that mercy visit your troubled soul, so that you not only rejoice in it as suitable for you, but also know it as saving for you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿Qué Dios como Tú, que perdona la maldad, y olvida el pecado del resto de Su heredad? No retuvo para siempre Su enojo, porque es amador de misericordia.
Miqueas 7:18
Dios se deleita en la misericordia. No se Le saca de mala gana; no se Le arranca ni siquiera a fuerza de importunidad; no se extrae de Su corazón por los clamores de Su pueblo; sino que Él se deleita en ella como en Su atributo predilecto, pues el mismo placer de Dios está en mostrar misericordia a los miserables. ¡Cuán difícil nos es creer esto, hasta que la misericordia visita el alma y se siente en la conciencia un dulce sentido de ella! ¡Cómo nos representamos a Dios en Su ira, en Su justicia, en Su terrible desagrado contra el pecado y los pecadores; cuán incapaces somos de creer que hay misericordia para nosotros, y que Él se deleita en manifestar misericordia a pobres pecadores miserables y arrepentidos!
¿Quién habría pensado jamás en la misericordia si no hubiera estado primero en el seno de Dios? ¿Quién se habría atrevido a albergar o sugerir un pensamiento tal, que “hay perdón cerca de Él”; que Él puede “perdonar la iniquidad, la rebelión y el pecado”; que puede echar todos nuestros pecados tras Sus espaldas, y deshacerlos como a nube, sí, como a densa nube? Esto es lo que Dios ha revelado de Sí mismo en Su Palabra; pero solo cuando la misericordia visita el pecho atribulado, y Dios despliega Su bondad y Su amor en la revelación de Su amado Hijo, podemos elevarnos a alguna dulce comprensión de lo que realmente es Su misericordia, y regocijarnos en ella no solo como adecuada, sino como salvadora.
Al lector…
Quizá usted se representa a Dios sobre todo en Su ira y en Su terrible desagrado contra el pecado. No es de extrañar, porque por naturaleza no podemos creer que haya misericordia para personas como nosotros. Pero escuche lo que el Señor dice de Sí mismo: Él se deleita en la misericordia. No se Le arranca a la fuerza, ni se extrae de Su corazón a fuerza de mucho rogar; Le es querida, y es Su buena voluntad mostrar misericordia a los miserables.
Si usted es un pobre pecador arrepentido, cargado de iniquidad y rebelión, no desespere. ¿Qué Dios como Él, que perdona la maldad y echa nuestros pecados tras Sus espaldas, deshaciéndolos como a densa nube? Véalo en Su amado Hijo, en Quien Él despliega Su bondad y Su amor. Que esa misericordia visite su alma atribulada, para que usted no solo se regocije en ella como adecuada para usted, sino que también la conozca como salvadora para usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl