Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

19 mei

Christus’ hemelvaart

Vandaag

3 min. lezen

En Hij leidde hen tot aan Bethanië, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen. En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in de hemel.
Lukas 24:50-51

Vlak voordat de Heere naar de hemel opvoer, „sprak” Hij tot Zijn elf leerlingen, „bij hen komende, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde” (Matt. 28:18). Vóór Zijn opstanding verkeerde Hij in een staat van vernedering en lijden, want „Hij was een weinig minder dan de engelen geworden” (Hebr. 2:9); Hij „heeft Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood” (Fil. 2:8); Hij was „een Man van smarten, en verzocht in krankheid” (Jes. 53:3); ja, „een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk” (Ps. 22:6). Maar toen Hij opstond uit de doden, was Zijn vernedering voorbij en begon Zijn heerlijkheid, zoals Petrus zegt: „Die door Hem gelooft in God, Welke Hem opgewekt heeft uit de doden, en Hem heerlijkheid gegeven heeft” (1 Petr. 1:21).

Zo was Zijn opstanding het begin van Zijn middelaarsheerschappij, en Zijn hemelvaart was de inbezitneming ervan. Hij zei dat Zelf tegen de twee discipelen, toen Hij met hen naar Emmaüs reisde: „Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?” (Luk. 24:26). Toen Hij dus de heerlijkheid binnenging, nam Hij ook de troon van David in bezit, overeenkomstig de belofte die over Hem aan de maagd Maria was gedaan: „Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn” (Luk. 1:32, 33).

Hij werd toen „de Zoon des Allerhoogsten genaamd”, dat wil zeggen: bij en door Zijn opstanding werd Hij openlijk als de Zoon van God verkondigd: „Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar de Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden” (Rom. 1:4). En toen Hij ten hemel voer en gezet werd „tot Zijn rechterhand in de hemel” (Ps. 47:4; 68:18; Ef. 1:20), „ontving” Hij „een koninkrijk”, zoals Hij bekendmaakte in de gelijkenis van de edelman en zijn tien dienaren: „Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een vergelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren” (Luk. 19:12). Het „vergelegen land” is de hemel; het „koninkrijk” dat Hij ontvangt, is Zijn tegenwoordige middelaarsheerschappij; en Zijn terugkeer is de wederkomst van de Heere. Hij ontving het koninkrijk niet alleen als een koninkrijk van genade en heerlijkheid, maar ook als een koninkrijk van gezag en macht. Alles werd toen onder Zijn voeten gelegd, en alle macht in hemel en op aarde werd Hem gegeven.

Lezen: Lukas 24:36-53

Aan de lezer…

Bedenkt u wel dat het laatste wat de discipelen van hun Heere op aarde zagen, opgeheven handen waren die zegenden? Hij nam geen afscheid van hen met een verwijt, maar met een zegen. Kent u iets van die Man van smarten, Die Zichzelf vernederde tot de dood en Die nu met heerlijkheid gekroond is? Dan mag u weten dat dezelfde handen die eens doorboord werden, nu de scepter dragen.

Want Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Dat is geen koude leer voor het hoofd, maar een rijke troost voor een bestreden hart. Niets wat u drukt, staat buiten Zijn gezag; er is geen vijand die u benauwt, of hij is onder Zijn voeten gelegd. En Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn. Zie dan, als het donker wordt, op naar de troon waarop Hij nu zit, en wacht op Hem, want Hij zal wederkomen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl