Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

17 april

Christus’ opstanding

Vandaag

3 min. lezen

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Kol. 3:1,2

Van nature hechten we ons aan de aarde en aan aardse dingen. Onze genegenheden liggen begraven in het graf van de dood, en we kunnen ze niet uit onszelf verheffen naar hoge en hemelse dingen. Daarom hebben we de kracht van Christus’ opstanding nodig. Dan ervaren en beseffen we innerlijk dat we, omdat we samen met ons Verbondshoofd zijn opgestaan, niet langer begraven liggen in tijdelijke en zinnelijke zaken, in de ijdele en voorbijgaande dingen hier beneden. Dan kunnen we onze genegenheden richten op de dingen die boven zijn, waar Christus aan de rechterhand Gods zit. Ons Hoofd is opgestaan uit de doden. Waarom zouden wij, leden van Zijn lichaam, dan hier beneden in het stof van de aarde blijven wentelen?

Hij is omhooggegaan. Laten onze genegenheden met Hem opstijgen. Hij is in de hemel. Laat ons hart bij Hem zijn. Welnu, naarmate we de kracht van Christus’ opstanding beseffen, stijgen we in ons hart en onze gedachten op boven deze ellendige aarde, met al haar zorgen en voorbijgaande nietigheden.

Niets lijkt een duidelijker bewijs van de lage, vervallen staat van de Kerk in onze tijd dan het zichtbare gebrek aan deze hemelse genade. Hoe weinigen hebben hun genegenheden gericht op de dingen die boven zijn! Hoe weinigen kunnen werkelijk zeggen: „Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus” (Fil. 3:20). Hoe weinigen laten door hun wandel of hun leven zien dat hun hart in de hemel is, al is het maar een enkele keer! Hoe weinigen hebben tedere gedachten over Jezus, of een verlangen naar Zijn geopenbaarde tegenwoordigheid: „Wanneer zult Gij tot mij komen?” (Ps. 101:2). Hoe weinigen hebben behagen in Hem Die de banier draagt boven tienduizend en Die gans begeerlijk is (Hoogl. 5:10,16), met een hart dat naar Hem uitgaat zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen (Ps. 42:1).

Lezen: Kolossenzen 3:1-17

Aan de lezer…

Er zijn dagen dat het goed is uzelf eerlijk af te vragen: waar is mijn hart vandaag? Van nature hechten wij ons aan de aarde, en onze genegenheden liggen begraven in de zorgen en voorbijgaande zaken van hier beneden. Wij kunnen ze niet uit eigen kracht naar boven verheffen. Hoe weinigen kunnen eerlijk zeggen dat hun wandel in de hemelen is! Wees eerlijk tegenover uzelf: kent u die tedere gedachten over Jezus, dat verlangen: „Wanneer zult Gij tot mij komen?”

Hebt u daar weinig van, vlucht dan niet van Hem weg, maar zoek de kracht van Zijn opstanding. Uw Hoofd is opgestaan uit de doden en is omhooggegaan; Hij zit aan de rechterhand Gods. Waarom zouden de leden in het stof blijven liggen? Bid dat Hij uw hart tot Zich trekt, zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen. Wie Hem leert kennen als Die gans begeerlijk is, zoekt vanzelf de dingen die boven zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl