14 augustus
Want Gij hebt vanwege Uw ganse Naam Uw Woord groot gemaakt.
Psalm 138:2
Dit is een van die uitdrukkingen in de Schrift die zo begrijpelijk en toch zo wonderlijk schijnen. Naar mijn gedachten is het een van de opmerkelijkste uitdrukkingen in het Woord van God: „Gij hebt vanwege Uw ganse Naam Uw Woord groot gemaakt.”
De Naam van God sluit al Zijn volmaaktheden in. Alles wat God is en wat van Hem als Bezittende is geopenbaard: Zijn rechtvaardigheid, majesteit, heiligheid, grootheid en heerlijkheid, en wat Hij in Zichzelf is, dat is Gods Naam. En toch heeft Hij iets boven al Zijn Namen verheven: Zijn Woord, Zijn waarheid. Dit kan ons leiden tot het vleesgeworden Woord, de Zoon Gods, Die het Woord genaamd wordt. „Drie zijn er Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Eén” (1 Joh. 5:7). „In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God” (Joh. 1:1).
Gij kunt de woorden nemen óf bedoelende dat God Zijn Woord, Zijn eeuwige Zoon, boven al Zijn grote Namen heeft verhoogd, dat is, dat Hij Jezus heeft verhoogd boven al de andere volmaaktheden van Zijn majesteit; óf neem het als bedoelende Zijn geschreven Woord, hetwelk vervat is in de Heilige Schrift. Hij heeft Zijn Woord groot gemaakt boven al Zijn Namen, in de vervulling daarvan. Gods getrouwheid was Hem zo dierbaar, dat Hij deze boven al Zijn andere volmaaktheden heeft groot gemaakt. Hij zou ze liever alle tot niet hebben zien worden, dan in Zijn getrouwheid te falen. Hij heeft Zijn getrouwheid zó zeer verhoogd, dat Zijn liefde, Zijn barmhartigheid, Zijn genade eerder feilen zouden dan Zijn getrouwheid: het Woord Zijns monds en hetgeen Hij heeft geopenbaard in de Schriften.
Wat hebben wij dan een gewisse en zekere zaligheid, welke rust op Zijn Woord, als God dat Woord vanwege of boven al Zijn Namen heeft groot gemaakt! Wat een nadrukkelijke verklaring is dit! Welk een schat van zegen en waarheid ligt daarin besloten! Zodat, indien God Zijn waarheid aan uw ziel heeft geopenbaard en u geloof geschonken heeft om op dat Woord der belofte uw anker uit te werpen, Hij liever al Zijn volmaaktheden zou verliezen dan dat dit zou falen, want Hij heeft vanwege Zijn ganse Naam Zijn Woord groot gemaakt.
Aan de lezer…
Hier wordt u gevraagd waarop uw hoop rust. Op uw gevoel, dat de ene dag warm en de andere dag koud is? Op uw voornemens, die zo vaak bezweken zijn? Dan is het geen wonder dat u zo heen en weer geslingerd wordt. Maar zie eens naar deze wonderlijke uitdrukking: de Heere heeft vanwege Zijn ganse Naam Zijn Woord groot gemaakt. Zijn getrouwheid is Hem zo dierbaar, dat Hij eerder al het andere zou zien feilen dan dat Zijn Woord zou falen.
Heeft Hij u dan ooit een woord der belofte op het hart gebonden, en mocht u daar, al was het met bevende hand, uw anker uitwerpen? Dan rust uw zaligheid niet op uw vasthouden, maar op Zijn getrouwheid. Zijn Woord, Zijn eeuwige Zoon, staat boven al Zijn Namen verheven. Daar ligt een schat van zegen en waarheid voor de zwakste gelovige. Het anker houdt, omdat Hij het houdt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want Gij hebt vanwege Uw ganse Naam Uw Woord groot gemaakt.
Psalm 138:2
Dit is een van die uitdrukkingen in de Schrift die zo begrijpelijk en toch zo wonderlijk lijken. Naar mijn gedachten is het een van de meest opmerkelijke uitdrukkingen in het Woord van God: „Gij hebt vanwege Uw ganse Naam Uw Woord groot gemaakt.”
De Naam van God omvat al Zijn volmaaktheden. Alles wat God is en wat van Hem als de Bezitter daarvan is geopenbaard – Zijn rechtvaardigheid, majesteit, heiligheid, grootheid en heerlijkheid, en wat Hij in Zichzelf is – dat is Gods Naam. En toch heeft Hij iets boven al Zijn Namen verheven: Zijn Woord, Zijn waarheid. Dit kan ons leiden naar het vleesgeworden Woord, de Zoon van God, Die het Woord genoemd wordt. „Drie zijn er Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Eén” (1 Joh. 5:7). „In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God” (Joh. 1:1).
U kunt de woorden zo opvatten dat God Zijn Woord, Zijn eeuwige Zoon, boven al Zijn grote Namen heeft verhoogd, dat wil zeggen: dat Hij Jezus heeft verhoogd boven al de andere volmaaktheden van Zijn majesteit. Of u kunt het opvatten als Zijn geschreven Woord, dat vervat is in de Heilige Schrift. Hij heeft Zijn Woord groot gemaakt boven al Zijn Namen, in de vervulling ervan. Gods getrouwheid was Hem zo dierbaar, dat Hij die boven al Zijn andere volmaaktheden groot heeft gemaakt. Hij zou ze liever allemaal teniet zien gaan dan in Zijn getrouwheid tekort te schieten. Hij heeft Zijn getrouwheid zo hoog verheven, dat Zijn liefde, Zijn barmhartigheid en Zijn genade eerder zouden falen dan Zijn getrouwheid: het Woord van Zijn mond en wat Hij in de Schriften heeft geopenbaard.
Wat hebben wij dan een vaste en zekere zaligheid, die rust op Zijn Woord, als God dat Woord vanwege of boven al Zijn Namen groot heeft gemaakt! Wat een nadrukkelijke verklaring is dit! Wat een schat van zegen en waarheid ligt daarin besloten! Als God Zijn waarheid aan uw ziel heeft geopenbaard en u geloof heeft geschonken om op dat Woord van de belofte uw anker uit te werpen, dan zou Hij dus liever al Zijn volmaaktheden verliezen dan dat dit zou falen, want Hij heeft vanwege Zijn ganse Naam Zijn Woord groot gemaakt.
Aan de lezer…
Hier wordt u gevraagd waarop uw hoop rust. Op uw gevoel, dat de ene dag warm en de andere dag koud is? Op uw voornemens, die zo vaak bezweken zijn? Dan is het geen wonder dat u zo heen en weer geslingerd wordt. Maar zie eens naar deze wonderlijke uitdrukking: de Heere heeft vanwege Zijn ganse Naam Zijn Woord groot gemaakt. Zijn getrouwheid is Hem zo dierbaar, dat Hij eerder al het andere zou zien falen dan dat Zijn Woord zou falen.
Heeft Hij u dan ooit een woord van belofte op het hart gebonden, en mocht u daar, al was het met bevende hand, uw anker uitwerpen? Dan rust uw zaligheid niet op uw vasthouden, maar op Zijn getrouwheid. Zijn Woord, Zijn eeuwige Zoon, staat boven al Zijn Namen verheven. Daar ligt een schat van zegen en waarheid voor de zwakste gelovige. Het anker houdt, omdat Hij het houdt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“For thou hast magnified thy word above all thy name.”
Psalm 138:2
This is one of those expressions in Scripture that seem so comprehensive, and yet so amazing. To my mind it is one of the most remarkable expressions in the whole book of God. “You have magnified Your Word above all Your Name.” The Name of God includes all the perfections of God; everything that God is, and that God is revealed as possessing. His justice, majesty, holiness, greatness, and glory, and whatever He is in Himself; that is God’s Name. And yet He has magnified something above all His Name; His Word, His truth.
This may refer to the Incarnate Word, the Son of God, Who is called the Word. “There are three that bear record in heaven, the Father, the Word, and the Holy Spirit, and these three are one” (1 John 5:7). “In the beginning was the Word, and the Word was with God” (John 1:1). You may take the words either as meaning that God has magnified His Word—His eternal Son—above all His great Name, that is, He has set Jesus on high above all the other perfections of His majesty, or take it as meaning His written Word, which is contained in the sacred Scriptures.
He has magnified it above all His Name in the fulfillment of it; God’s faithfulness being so dear to Him, that He has exalted it above all His other perfections. He would sooner allow them all to come to nothing, than for His faithfulness to fail. He has so magnified His faithfulness, that His love, His mercy, His grace would all sooner fail, than His faithfulness; the word of His mouth, and what He has revealed in the Scriptures.
What a firm salvation, then, is ours, which rests upon His Word, when God has magnified that Word above all His Name! What a comprehensive declaration is this! What volumes of blessedness and truth are contained therein! So that, if God has revealed His truth to your soul, and given you faith to anchor in the word of promise, sooner than that should fail, He would suffer the loss of all—for He has magnified His Word above all His Name.
To the reader…
Here you are asked what your hope rests upon. On your feelings, which are warm one day and cold the next? On your resolutions, which have so often given way? Then it is no wonder that you are tossed to and fro so much. But look at this wonderful expression: the Lord has magnified His Word above all His Name. His faithfulness is so dear to Him that He would sooner see everything else fail than His Word.
Has He ever, then, bound a word of promise upon your heart, and were you enabled, even with a trembling hand, to cast your anchor there? Then your salvation does not rest on your holding fast, but on His faithfulness. His Word, His eternal Son, is exalted above all His Names. There lies a treasure of blessedness and truth for the weakest believer. The anchor holds, because He holds it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque has hecho magnífico Tu nombre, y Tu dicho sobre todas las cosas.
Salmo 138:2
Esta es una de aquellas expresiones de la Escritura que parecen tan abarcadoras y, a la vez, tan asombrosas. A mi juicio es una de las expresiones más notables de todo el libro de Dios: “Has engrandecido Tu Palabra sobre todo Tu Nombre.” El Nombre de Dios incluye todas las perfecciones de Dios; todo lo que Dios es, y todo lo que se revela que Dios posee. Su justicia, majestad, santidad, grandeza y gloria, y cuanto Él es en Sí mismo: eso es el Nombre de Dios. Y, sin embargo, Él ha engrandecido algo sobre todo Su Nombre: Su Palabra, Su verdad.
Esto puede referirse a la Palabra encarnada, el Hijo de Dios, que es llamado el Verbo. “Porque tres son los que dan testimonio en el cielo, el Padre, el Verbo, y el Espíritu Santo: y estos tres son uno” (1 Juan 5:7). “En el principio era el Verbo, y el Verbo era con Dios” (Juan 1:1). Puede usted tomar las palabras en el sentido de que Dios ha engrandecido a Su Verbo, Su Hijo eterno, sobre todo Su gran Nombre, es decir, que ha puesto en lo alto a Jesús por encima de todas las demás perfecciones de Su majestad; o bien en el sentido de Su Palabra escrita, contenida en las sagradas Escrituras.
Él la ha engrandecido sobre todo Su Nombre en su cumplimiento, pues la fidelidad de Dios le es tan querida que la ha exaltado sobre todas Sus otras perfecciones. Antes permitiría que todas ellas se redujeran a nada que dejar que Su fidelidad fallara. De tal manera ha engrandecido Su fidelidad, que Su amor, Su misericordia, Su gracia fallarían todos antes que Su fidelidad: la palabra de Su boca, y lo que Él ha revelado en las Escrituras.
¡Qué firme salvación es, pues, la nuestra, que descansa sobre Su Palabra, cuando Dios ha engrandecido esa Palabra sobre todo Su Nombre! ¡Qué declaración tan abarcadora es esta! ¡Qué tomos de bienaventuranza y verdad contiene! De modo que, si Dios ha revelado Su verdad a su alma y le ha dado fe para anclar en la palabra de promesa, antes que eso fallara, Él sufriría la pérdida de todo, porque ha engrandecido Su Palabra sobre todo Su Nombre.
Al lector…
Aquí se le pregunta sobre qué descansa su esperanza. ¿Sobre sus sentimientos, que un día son cálidos y al siguiente fríos? ¿Sobre sus propósitos, que tantas veces han cedido? Entonces no es de extrañar que sea usted tan zarandeado de un lado a otro. Pero mire esta maravillosa expresión: el Señor ha engrandecido Su Palabra sobre todo Su Nombre. Su fidelidad le es tan querida que antes vería fallar todo lo demás que Su Palabra.
¿Ha atado Él alguna vez una palabra de promesa a su corazón, y fue usted capacitado, aunque fuera con mano temblorosa, para echar allí su ancla? Entonces su salvación no descansa en que usted se aferre, sino en Su fidelidad. Su Palabra, Su Hijo eterno, está exaltado sobre todos Sus Nombres. Ahí hay un tesoro de bienaventuranza y verdad para el creyente más débil. El ancla resiste, porque Él la sostiene.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl