Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

9 juni Korenaren uit de volle oogst

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.
1 Johannes 1:9

Heeft de Heere uw zonde voor u tot een last gemaakt? Heeft Hij u ooit laten voelen dat u schuldig voor Hem stond? Heeft Hij ooit uw geweten neergedrukt toen u uw ongerechtigheden, zonden en afwijkingen zag en voelde? En brengt de Heere van tijd tot tijd een eerlijke, oprechte, onverbloemde belijdenis van die zonden over uw lippen?

Wat zegt de Heilige Geest dan tegen u? Wat heeft die gezegende Geest voor uw onderwijs en uw troost opgeschreven? „Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons onze zonden te vergeven.” Niet alleen op grond van genade, en nog minder omdat u ze beleden hebt. Het is niet uw belijdenis van zonden, maar het zit zo: uw belijdenis van zonden is een bewijs van goddelijk licht. Uw belijdenis van zonden komt voort uit een werk van genade in uw hart.

Als u dus het goddelijke leven in u hebt, als u genade in uw ziel hebt, bent u een kind van God. Jezus gehoorzaamde voor u, Jezus leed voor u, Jezus stierf voor u, Jezus heeft uw zonden weggedaan. En daarom, omdat u een kind van God bent en omdat Jezus dat alles voor u gedaan heeft, is God nu „getrouw” aan Zijn belofte dat Hij een zondaar die belijdt wil aannemen, en „rechtvaardig” aan Zijn eigen onveranderlijke en waarachtige karakter. Daarom kan en wil Hij vergeven, zowel uit gerechtigheid als uit genade, zowel uit trouw als uit medelijden. Hij vergeeft ook werkelijk, en wist genadig alle ongerechtigheid en elke overtreding uit van een boeteling die belijdt.

Mijn ziel, hoe treurt ge dus verslagen,
wat zijt g’ onrustig in uw lot?
Berust in ’s Heeren welbehagen:
Hij doet welhaast uw heilzon dagen.
Uw hoop herleev’ naar zijn gebod:
mijn redder is mijn God.

Ps. 42:5

Aan de lezer…

Wie de zonde als een last heeft leren voelen, weet waarover dit woord spreekt; is dat bij u ook zo? Ligt u soms met een neergedrukt geweten voor de Heere, en komt er een eerlijke, onverbloemde belijdenis over uw lippen? Denk dan niet dat uw belijdenis de grond is waarop God vergeeft. Zij is iets anders en iets beters: een bewijs van goddelijk licht, een vrucht van het werk van de genade in uw hart.

En waar dat werk is, daar heeft Jezus gehoorzaamd, geleden en Zijn leven gegeven, en de zonden weggedaan. Daarom is God „getrouw” aan Zijn belofte en „rechtvaardig” aan Zijn eigen waarachtige karakter, wanneer Hij een zondaar die belijdt vergeeft. Dit is geen wankele troost: gerechtigheid en genade, trouw en medelijden spreken hier samen voor u. Breng dan uw zonden, hoe zwaar ook, eerlijk bij Hem; Hij kan en wil vergeven, en Hij reinigt van alle ongerechtigheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

9 juni 365 dagen met Philpot

Een grote Hogepriester

Dewijl wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.
Hebreeën 4:14

Het is niet nodig dat ik uitvoerig aantoon hoe de hogepriester onder de wet was gevormd naar het beeld en voorbeeld van de Heere Jezus Christus. Toch zijn er bepaalde punten van overeenkomst en bepaalde punten van verschil die het goed is te bespreken, om de bedoeling en de betekenis van de Heilige Geest in de woorden die ons worden voorgelegd toe te lichten en te beschrijven. Er zijn drie punten van overeenkomst (er waren er meer, maar ik beperk me tot drie) tussen de hogepriester onder de wet en de „Hogepriester over het huis Gods”. Het eerste is dat de hogepriester offerde. Het tweede is dat hij op de grote verzoendag bad voor de zonden van het volk, door fijngestoten welriekende specerijen te nemen, die op vurige kolen van het altaar te leggen en ze binnen het voorhangsel te dragen (zie Lev. 16:12, 13). Het derde is dat hij het volk zegende (zie Num. 6:23).

Welnu, in deze drie punten leek de hogepriester onder de wet prachtig op de „Hogepriester over het huis Gods”. Maar o, hoe zwak is de overeenkomst! Hoe vaag het beeld! Hoe schimmig het voorbeeld! De hogepriester onder de wet kon slechts het bloed van stieren en bokken offeren, dat nooit de zonde wegneemt. De „Hogepriester over het huis Gods” offerde Zichzelf — Zijn eigen lichaam en Zijn eigen ziel — dat kostbare, kostbare bloed, dat „ons reinigt van alle zonde”. De hogepriester onder de wet kon alleen reukwerk offeren op de kolen van het altaar; de „Hogepriester over het huis Gods” brengt dagelijks de kracht van Zijn offer voor God door „voor ons te bidden”.

De hogepriester onder de wet kon de zegen alleen in bepaalde woorden uitspreken; hij kon die zegen niet geven of in de ziel overbrengen. De „Hogepriester over het huis Gods” zegent de ziel met de zoete blijken van Zijn liefdevolle goedheid en tedere genade.

Lezen: Leviticus 16:1-19

Aan de lezer…

Vergelijk eens de hogepriester onder de wet met de Hogepriester over het huis Gods. Hoe zwak was het beeld en hoe schimmig het voorbeeld! De hogepriester van toen kon slechts het bloed van dieren offeren, dat nooit de zonde wegnam. Hij kon reukwerk leggen op de kolen en een zegen in woorden uitspreken, maar die zegen niet in de ziel overbrengen.

De Heere Jezus offerde Zichzelf, Zijn eigen lichaam en ziel, en Zijn kostbaar bloed reinigt van alle zonde. Hij bidt dagelijks voor de Zijnen in de kracht van dat offer. En Hij zegent niet met woorden alleen, maar met de zoete blijken van Zijn liefdevolle goedheid en tedere genade. Zoekt u een zegen die u werkelijk raakt? Ga dan niet naar het schaduwbeeld, maar naar Hem, Die geeft wat Hij belooft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

9 juni Door Baca’s vallei

Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust.
Hebreeën 4:3

Rusten is op iets leunen, nietwaar? Zo is het ook op geestelijk gebied. Wij hebben iets nodig om op te leunen. De Heere Zelf heeft ons dit beeld gegeven: „Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste?” Ook het beeld van de rots waarop de kerk gebouwd is, het fundament dat God in Sion gelegd heeft, wijst daarop; het spreekt van leunen, dat wil zeggen van afhankelijkheid. Wanneer de ziel nu op Jezus gaat leunen en geheel en alleen van Hem afhangt, komt zij in de lieflijkheid van de uitnodiging die Hij tot haar richt.

Hebben wij niet op duizend andere dingen geleund? En wat bleken die te zijn? Gebroken rietstaven, die onze handen doorboren. Onze eigen kracht en onze eigen voornemens, de wereld en de kerk, zondaars en heiligen, vrienden en vijanden: zijn zij niet allemaal in meerdere of mindere mate gebroken rietstaven gebleken? Hoe meer wij erop leunden, hoe meer onze ziel erdoor doorstoken werd, zoals een man die op zijn zwaard leunt. De Heere Zelf moet ons spenen van de wereld, van vrienden, van vijanden, van onszelf, zodat wij op Hem zouden leunen. Elke steun zal Hij vroeg of laat wegnemen, zodat wij geheel en alleen zouden leunen op Zijn Persoon, op Zijn liefde, bloed en gerechtigheid.

Maar er is nog een andere betekenis van rust, namelijk „einde”. Wanneer wij wandelen, lopen of van de ene plaats naar de andere gaan, gaan wij steeds verder; wij hebben het einde van onze reis nog niet bereikt. Maar zijn wij eenmaal aan het einde gekomen, dan rusten wij. Zo is het ook op geestelijk gebied. Zolang wij bezig zijn onze eigen gerechtigheid op te richten, zolang wij onder de wet arbeiden, komt er geen einde aan onze arbeid. Maar komen wij tot de heerlijke Persoon van de Zoon van God, verlaten wij ons op Zijn verzoenend bloed, Zijn stervende liefde en heerlijke gerechtigheid, en ervaren wij die als zoet, dierbaar en passend, dan genieten wij daar de rust.

„Wij, die geloofd hebben, gaan in de rust,” zegt de apostel. Aan al zijn wettische werken is een einde gekomen. Zijn hoop en verwachting richten zich op Jezus als het middelpunt; zij eindigen in Hem, zoals een rivier uitmondt in de onbegrensde oceaan.

Aan de lezer…

Waarop leunt u, vermoeide lezer? Hebt u ook geleund op duizend dingen die gebroken rietstaven bleken: uw eigen kracht, uw goede voornemens, vrienden, ja zelfs de kerk? En hebben zij uw handen doorboord, zodat u nu met lege handen staat? Wees dan niet al te bedroefd dat de Heere uw steunpunten wegneemt. Hij doet het niet uit hardheid, maar zodat u geheel en alleen op Hem zou leunen, op Zijn Persoon, Zijn liefde, bloed en gerechtigheid.

En misschien bent u moe van het arbeiden, van een eigen gerechtigheid die nooit af komt. Daar komt geen einde aan zolang u onder de wet zwoegt. Maar het einde ligt in Hem. Wie zich verlaat op Zijn verzoenend bloed, komt tot rust, zoals een rivier uitmondt in de oceaan. Leun dan maar op Hem, zwak als u bent. „Wij, die geloofd hebben, gaan in de rust.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina