6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En Gij hebt Uw goede Geest gegeven om hen te onderwijzen; en Uw Man hebt Gij niet geweerd van hun mond, en water hebt Gij hun gegeven voor hun dorst.
Nehemia 9:20
Wanneer wij geheel ledig zijn in onszelf, wanneer onze kennis blijkt onwetendheid, onze wijsheid dwaasheid, onze gerechtigheid een wegwerpelijk kleed en onze kracht zwakheid te zijn, dan beginnen wij te verlangen naar het onderwijs des Geestes. Wij moeten gezuiverd en toebereid worden voordat wij de schatten der genade kunnen waarderen en ontvangen. Wanneer onze zielen goed toebereid en geoefend zijn, beginnen wij te verlangen naar de onderwijzing des Heiligen Geestes, opdat Hij de liefde in onze zielen mocht uitstorten, ons bezoeken en leiden, ons met Zijn heilige tegenwoordigheid overschaduwen en in onze harten Zijn geheime zalving storten mocht.
Vóórdat wij hier gebracht zijn, kennen wij de persoonlijkheid des Heiligen Geestes niet. Wij hebben geen getuigenis in ons geweten dat Hij God is; wij kunnen Hem niet aanbidden als de derde Persoon in de gezegende Goddelijke natuur. Maar wanneer wij tot zover gebracht zijn dat wij niets weten zonder Zijn lering, niets gevoelen zonder dat Hij het geeft, en niets zijn zonder dat Hij het doet, dan doet dit ons hijgen en zuchten naar Zijn lering en leiding, en wij worden ertoe gebracht in de houding van heilige aanbidding en kalme rust te wachten tot de dauw en de zalving des Geestes op ons geweten nederdaalt.
Doe bij Uw knecht weldadigheid, o Heer,
opdat ik leev’, Uw woorden mag bewaren
en dat uw Geest mij ware wijsheid leer’,
mijn oog verlicht’, de nevels op doe klaren;
dat mijne ziel de wond’ren zie en eer’,
die in Uw wet alom zich openbaren.
Ps. 119:9
Aan de lezer…
Voelt u zich leeg, lezer? Is uw kennis u onwetendheid gebleken, uw wijsheid dwaasheid en uw kracht louter zwakheid? Dan is dat geen reden tot wanhoop, maar misschien juist de weg waarlangs de Heere u leidt. Want zolang wij nog iets in onszelf menen te hebben, vragen wij niet ernstig naar het onderwijs des Geestes. Eerst als wij niets meer weten zonder Zijn lering, gaan wij hijgen en zuchten naar Hem.
Wacht dan, al is het in stilte en zwakheid, op Hem Die Zijn goede Geest gegeven heeft om te onderwijzen. Hij heeft Zijn Man niet geweerd van de mond van een hongerig volk, en water gegeven voor hun dorst. Zo kan Hij ook uw dorre ziel bezoeken met Zijn zalving en Zijn liefde in uw hart uitstorten. Uw ledigheid is de ruimte waarin Zijn volheid kan nederdalen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Gij hebt Uw goede Geest gegeven om hen te onderwijzen; en Uw Man hebt Gij niet geweerd van hun mond, en water hebt Gij hun gegeven voor hun dorst.
Nehemia 9:20
Wanneer wij in onszelf helemaal leeg zijn, wanneer onze kennis onwetendheid blijkt te zijn, onze wijsheid dwaasheid, onze gerechtigheid een wegwerpelijk kleed en onze kracht zwakheid, dan beginnen wij te verlangen naar het onderwijs van de Geest. Wij moeten gezuiverd en toebereid worden voordat wij de schatten van de genade kunnen waarderen en ontvangen. Wanneer onze zielen goed toebereid en geoefend zijn, beginnen wij te verlangen naar het onderwijs van de Heilige Geest. Wij verlangen dan dat Hij de liefde in onze zielen uitstort, ons bezoekt en leidt, ons met Zijn heilige tegenwoordigheid overschaduwt en Zijn verborgen zalving in ons hart uitstort.
Voordat wij zover gebracht zijn, kennen wij de persoonlijkheid van de Heilige Geest niet. Wij hebben in ons geweten geen getuigenis dat Hij God is, en wij kunnen Hem niet aanbidden als de derde Persoon in het gezegende Goddelijke Wezen. Maar wanneer wij zover gebracht zijn dat wij niets weten zonder Zijn onderwijs, niets voelen zonder dat Hij het geeft, en niets zijn zonder dat Hij het werkt, dan doet dat ons hijgen en zuchten naar Zijn onderwijs en leiding. Dan worden wij ertoe gebracht om in een houding van heilige aanbidding en kalme rust te wachten tot de dauw en de zalving van de Geest op ons geweten neerdalen.
Doe bij Uw knecht weldadigheid, o Heer,
opdat ik leev’, Uw woorden mag bewaren
en dat uw Geest mij ware wijsheid leer’,
mijn oog verlicht’, de nevels op doe klaren;
dat mijne ziel de wond’ren zie en eer’,
die in Uw wet alom zich openbaren.
Ps. 119:9
Aan de lezer…
Voelt u zich leeg, lezer? Is uw kennis u onwetendheid gebleken, uw wijsheid dwaasheid en uw kracht louter zwakheid? Dan is dat geen reden tot wanhoop, maar misschien juist de weg waarlangs de Heere u leidt. Want zolang wij nog iets in onszelf menen te hebben, vragen wij niet ernstig naar het onderwijs van de Geest. Pas als wij niets meer weten zonder Zijn onderwijs, gaan wij hijgen en zuchten naar Hem.
Wacht dan, al is het in stilte en zwakheid, op Hem Die Zijn goede Geest gegeven heeft om te onderwijzen. Hij heeft Zijn Man niet geweerd van de mond van een hongerig volk, en water gegeven voor hun dorst. Zo kan Hij ook uw dorre ziel bezoeken met Zijn zalving en Zijn liefde in uw hart uitstorten. Uw leegte is de ruimte waarin Zijn volheid kan neerdalen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thou gavest also thy good spirit to instruct them, and withheldest not thy manna from their mouth, and gavest them water for their thirst.
Nehemiah 9:20
When we are thoroughly emptied of ourselves–when our knowledge is shown to be ignorance, our wisdom folly, our righteousness filthy rags, and our strength weakness–then we begin to long after the teachings of the blessed Spirit. We must be purged and tried before we can value and receive the treasures of grace. When we are well exercised and tried in our souls, then we begin to long after the teachings of the Holy Spirit, that He would shed abroad the love of God in our soul, visit and guide us, overshadow us with His holy presence, and drop into our hearts His secret unction.
Before we are brought here, we do not know the personality of the Holy Spirit. We have no evidence in our conscience that He is God; we cannot worship and adore Him as the Third Person in the blessed Godhead. But when we are brought to this spot–that we know nothing without His teaching, feel nothing without His giving, and are nothing without His making–this makes us pant and sigh after His teachings and leadings; and we are brought to wait in the posture of holy adoration and still quietness for the dew and unction of the Spirit to fall upon our conscience.
To the reader…
Do you feel empty? Has your knowledge proved to be ignorance, your wisdom folly and your strength nothing but weakness? Then that is no reason for despair, but perhaps the very way by which the Lord is leading you. For as long as we still think we have something in ourselves, we do not ask earnestly for the teaching of the Spirit. Only when we know nothing without His teaching do we begin to pant and sigh after Him.
Wait, then, even if it is in silence and weakness, upon Him Who gave His good Spirit to instruct. He did not withhold His manna from the mouth of a hungry people, and He gave them water for their thirst. So He can also visit your barren soul with His unction and shed abroad His love in your heart. Your emptiness is the room into which His fullness can descend.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y diste Tu espíritu bueno para enseñarlos, y no retiraste Tu maná de su boca, y agua les diste en su sed.
Nehemías 9:20
Cuando estamos completamente vaciados de nosotros mismos, cuando nuestro conocimiento se muestra como ignorancia, nuestra sabiduría como necedad, nuestra justicia como trapos de inmundicia y nuestra fuerza como debilidad, entonces comenzamos a anhelar las enseñanzas del bendito Espíritu. Tenemos que ser purgados y probados antes de poder valorar y recibir los tesoros de la gracia. Cuando somos bien ejercitados y probados en nuestras almas, entonces comenzamos a anhelar las enseñanzas del Espíritu Santo: que derrame el amor de Dios en nuestra alma, nos visite y nos guíe, nos cubra con Su santa presencia y deje caer en nuestros corazones Su unción secreta.
Antes de ser llevados hasta aquí, no conocemos la personalidad del Espíritu Santo. No tenemos evidencia en nuestra conciencia de que Él es Dios; no podemos adorarle y reverenciarle como la Tercera Persona de la bendita Deidad. Pero cuando somos llevados a este punto, a saber, que no sabemos nada sin Su enseñanza, no sentimos nada sin que Él lo dé y no somos nada sin que Él nos haga, esto nos hace anhelar y suspirar por Sus enseñanzas y Su dirección; y somos llevados a esperar, en actitud de santa adoración y quieto sosiego, que el rocío y la unción del Espíritu caigan sobre nuestra conciencia.
Al lector…
¿Se siente usted vacío? ¿Ha resultado su conocimiento ignorancia, su sabiduría necedad y su fuerza nada más que debilidad? Entonces eso no es motivo de desesperación, sino quizá el mismo camino por el cual el Señor le está guiando. Porque mientras todavía pensamos que tenemos algo en nosotros mismos, no pedimos con fervor la enseñanza del Espíritu. Solo cuando no sabemos nada sin Su enseñanza comenzamos a anhelarle y suspirar por Él.
Espere, pues, aunque sea en silencio y debilidad, en Aquel que dio Su buen Espíritu para enseñar. Él no retiró Su maná de la boca de un pueblo hambriento, y les dio agua en su sed. Así puede también visitar su alma estéril con Su unción y derramar Su amor en su corazón. Su vacío es el espacio en el que Su plenitud puede descender.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Die overwint
Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is.
Openbaring 2:17
De Heere Jezus Christus Zelf vertelt ons dat Hij „het ware brood is, dat uit de hemel kwam” (Joh. 6:32), en dat het manna Zijn vlees vertegenwoordigde dat Hij gaf voor het leven van de uitverkoren wereld. Welnu, als we dienstbaar zijn aan de zonde, als onze begeerten en hartstochten over ons zegevieren, als er een zwaar schuldgevoel op het geweten drukt, als er weinig meer wordt ondervonden dan duisternis en verwarring — dan kunnen we ons niet voeden met het vlees van Jezus, niet proeven hoe zoet en dierbaar Hij is, Hem niet in de armen van het geloof sluiten, niet genieten van kortstondige blikken op Zijn weergaloze schoonheid. Maar, aan de andere kant, als het de Heere belieft kracht aan de ziel te geven om te overwinnen door „het bloed van het Lam en het Woord van Zijn getuigenis”, dan worden Zijn vlees en bloed zoet voor degene die zo zal zegevieren.
Wanneer hecht ik waarde aan een onthulling in mijn hart van de verlossing door de Heere Jezus Christus? Als ik sterk ben? Als ik wijs ben? Als ik heilig ben? Als ik rechtvaardig ben? Deze zaken houden mij ver bij Jezus vandaan. Maar als ik gebukt ga onder schuld, verscheurd ben door verleidingen, beproefd en verontrust word door vele twijfels en angsten — dan, als het de Heere belieft mij naar Zijn voetbank te trekken; dan, als Hij openbaart wat Hij heeft gedaan en geleden aan het kruis; dan, als Hij het geloof in mijn ziel opwekt om naar Hem op te zien, Zijn Naam te geloven en Hem te ontvangen als de gekruisigde Zoon van God — dan voedt men zich met manna; Zijn vlees wordt spijs en Zijn bloed wordt drank. Maar dit blijft voor alle ogen verborgen behalve voor degenen die door de Geest zijn gezalfd om het te zien, en verborgen voor alle harten behalve degenen die zijn voorbereid om het te ontvangen en zich ermee te voeden.
Lezen: Johannes 6:40-59
Aan de lezer…
Wanneer hebt u Christus het meest nodig gehad? Niet toen u zich sterk, wijs of rechtvaardig voeldet; die dingen hielden u eerder ver van Hem vandaan. Maar wel toen u gebukt gingt onder schuld, verscheurd door verleidingen en verontrust door twijfels en angsten. Misschien is het nu zo’n tijd voor u, waarde lezer, en meent u dat u daardoor van Hem gescheiden bent.
Juist dan echter belieft het de Heere soms de ziel naar Zijn voetbank te trekken en haar te tonen wat Hij aan het kruis gedaan en geleden heeft. Dan wordt Zijn vlees spijs en Zijn bloed drank, en de arme zondaar voedt zich met het ware Brood uit de hemel. Voor de wereld blijft dat verborgen, maar niet voor de hongerige ziel die door Hem bereid is om het te ontvangen. Zie dan op naar Hem, de gekruisigde Zoon van God.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is.
Openbaring 2:17
De Heere Jezus Christus Zelf zegt ons dat Hij „het ware brood is, dat uit de hemel kwam” (Joh. 6:32), en dat het manna een beeld was van Zijn vlees, dat Hij gaf voor het leven van de uitverkoren wereld. Welnu, wanneer we de zonde dienen, wanneer onze begeerten en hartstochten over ons zegevieren, wanneer een zwaar schuldgevoel op het geweten drukt, wanneer we weinig anders ervaren dan duisternis en verwarring, dan kunnen we ons niet voeden met het vlees van Jezus. Dan kunnen we niet proeven hoe zoet en dierbaar Hij is, Hem niet in de armen van het geloof sluiten en niet genieten van korte blikken op Zijn weergaloze schoonheid. Maar aan de andere kant: wanneer het de Heere behaagt de ziel kracht te geven om te overwinnen door „het bloed van het Lam en het Woord van Zijn getuigenis”, dan worden Zijn vlees en bloed zoet voor wie zo zal overwinnen.
Wanneer hecht ik waarde aan een onthulling in mijn hart van de verlossing door de Heere Jezus Christus? Als ik sterk ben? Als ik wijs ben? Als ik heilig ben? Als ik rechtvaardig ben? Die dingen houden mij ver bij Jezus vandaan. Maar wanneer ik gebukt ga onder schuld, verscheurd word door verleidingen, en beproefd en verontrust word door veel twijfels en angsten, en het de Heere dan behaagt mij naar Zijn voetbank te trekken; wanneer Hij dan openbaart wat Hij aan het kruis heeft gedaan en geleden; wanneer Hij dan het geloof in mijn ziel opwekt om naar Hem op te zien, in Zijn Naam te geloven en Hem te ontvangen als de gekruisigde Zoon van God, dan voedt men zich met manna. Dan wordt Zijn vlees spijs en Zijn bloed drank. Maar dit blijft verborgen voor alle ogen, behalve voor hen die door de Geest gezalfd zijn om het te zien, en verborgen voor alle harten, behalve voor hen die voorbereid zijn om het te ontvangen en zich ermee te voeden.
Lezen: Johannes 6:40-59
Aan de lezer…
Wanneer hebt u Christus het meest nodig gehad? Niet toen u zich sterk, wijs of rechtvaardig voelde; die dingen hielden u eerder ver van Hem vandaan. Wel toen u gebukt ging onder schuld, verscheurd door verleidingen en verontrust door twijfels en angsten. Misschien is het nu zo’n tijd voor u, en meent u dat u daardoor van Hem gescheiden bent.
Juist dan behaagt het de Heere soms de ziel naar Zijn voetbank te trekken en haar te tonen wat Hij aan het kruis gedaan en geleden heeft. Dan wordt Zijn vlees spijs en Zijn bloed drank, en de arme zondaar voedt zich met het ware Brood uit de hemel. Voor de wereld blijft dat verborgen, maar niet voor de hongerige ziel die door Hem bereid is om het te ontvangen. Zie dan op naar Hem, de gekruisigde Zoon van God.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
To him that overcometh will I give to eat of the hidden manna.
Revelation 2:17
The Lord Jesus Christ Himself tells us that He is “the true bread from heaven” (John 6:32), and that the manna was a figure of His flesh, which He gave for the life of the elect world. Now when we are serving sin, when our lusts and passions are triumphing over us, when a heavy sense of guilt lies upon the conscience, when we experience little else but darkness and confusion, we cannot feed upon the flesh of Jesus. Then we cannot taste how sweet and precious He is, cannot embrace Him in the arms of faith, and cannot enjoy brief views of His matchless beauty. But on the other hand, when it pleases the Lord to give the soul strength to overcome by “the blood of the Lamb and the Word of His testimony,” then His flesh and blood become sweet to him who shall so overcome.
When do I prize a revelation in my heart of salvation by the Lord Jesus Christ? When I am strong? When I am wise? When I am holy? When I am righteous? Those things keep me far away from Jesus. But when I am bowed down under guilt, torn by temptations, and tried and troubled by many doubts and fears, and it then pleases the Lord to draw me to His footstool; when He then reveals what He did and suffered upon the cross; when He then raises up faith in my soul to look unto Him, to believe in His Name and to receive Him as the crucified Son of God, then one feeds upon manna. Then His flesh becomes meat indeed and His blood drink indeed.
But this remains hidden from all eyes except those anointed by the Spirit to see it, and hidden from all hearts except those prepared to receive it and to feed upon it.
Reading: John 6:40-59
To the reader…
When have you needed Christ the most? Not when you felt strong, wise or righteous; those things rather kept you far from Him. But when you were bowed down under guilt, torn by temptations and troubled by doubts and fears. Perhaps it is such a time for you now, and you think that because of it you are cut off from Him.
It is just then that the Lord is sometimes pleased to draw the soul to His footstool and to show her what He did and suffered on the cross. Then His flesh becomes meat and His blood drink, and the poor sinner feeds upon the true Bread from heaven. To the world that remains hidden, but not to the hungry soul whom He has prepared to receive it. Look up, then, to Him, the crucified Son of God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Al que venciere, daré a comer del maná escondido.
Apocalipsis 2:17
El Señor Jesucristo mismo nos dice que Él es “el verdadero pan del cielo” (Juan 6:32), y que el maná era figura de Su carne, que Él dio por la vida del mundo elegido. Ahora bien, cuando servimos al pecado, cuando nuestras concupiscencias y pasiones triunfan sobre nosotros, cuando un pesado sentimiento de culpa yace sobre la conciencia, cuando apenas experimentamos otra cosa que oscuridad y confusión, no podemos alimentarnos de la carne de Jesús. Entonces no podemos gustar cuán dulce y precioso es Él, no podemos abrazarle en los brazos de la fe, ni gozar de breves visiones de Su hermosura sin igual. Pero, por otra parte, cuando al Señor le place dar al alma fuerza para vencer por “la sangre del Cordero y la Palabra de Su testimonio”, entonces Su carne y Su sangre se vuelven dulces para el que así venciere.
¿Cuándo aprecio yo una revelación en mi corazón de la salvación por el Señor Jesucristo? ¿Cuando soy fuerte? ¿Cuando soy sabio? ¿Cuando soy santo? ¿Cuando soy justo? Esas cosas me mantienen muy lejos de Jesús. Pero cuando estoy encorvado bajo la culpa, desgarrado por tentaciones, y probado y turbado por muchas dudas y temores, y entonces al Señor le place atraerme a Su estrado; cuando entonces revela lo que hizo y padeció en la cruz; cuando entonces despierta la fe en mi alma para mirarle a Él, creer en Su Nombre y recibirle como el Hijo de Dios crucificado, entonces uno se alimenta de maná. Entonces Su carne es verdadera comida y Su sangre verdadera bebida.
Pero esto permanece escondido a todos los ojos, excepto a los ungidos por el Espíritu para verlo, y escondido a todos los corazones, excepto a los preparados para recibirlo y alimentarse de ello.
Lectura: Juan 6:40-59
Al lector…
¿Cuándo ha necesitado usted más a Cristo? No cuando se sentía fuerte, sabio o justo; esas cosas más bien le mantenían lejos de Él. Sino cuando estaba encorvado bajo la culpa, desgarrado por tentaciones y turbado por dudas y temores. Quizá sea ahora para usted un tiempo así, y piensa que por ello está separado de Él.
Precisamente entonces al Señor le place a veces atraer al alma a Su estrado y mostrarle lo que hizo y padeció en la cruz. Entonces Su carne es comida y Su sangre bebida, y el pobre pecador se alimenta del verdadero Pan del cielo. Para el mundo eso permanece escondido, pero no para el alma hambrienta a la que Él ha preparado para recibirlo. Alce, pues, la mirada a Él, el Hijo de Dios crucificado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En gij zult Zijn Naam heten Emmanuel, hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
Mattheüs 1:23
Wij moeten nooit, zelfs niet in onze gedachten, de menselijke natuur van onze aanbiddelijke Verlosser scheiden van Zijn Goddelijke. Zelfs toen Zijn heilig lichaam in het graf lag en dus voor een korte tijd door de dood was gescheiden van Zijn reine en heilige ziel, was er geen scheiding van de twee naturen. Want Zijn menselijke ziel was, nadat Hij eens het vlees en bloed had aangenomen in de baarmoeder der maagd, nooit gescheiden van Zijn Godheid, maar ging het Paradijs in met een onverbrekelijke vereniging daarmede. Het is een fundamenteel artikel van ons allerheiligst geloof dat de menselijke natuur van de Heere Jezus Christus geen bestaan heeft onafhankelijk van Zijn Goddelijke.
In de baarmoeder der maagd, in de lage beestenkribbe, in de eenzame wildernis, op de heilige berg toen Hij van gedaante veranderd werd, in de duistere hof van Gethsémané, in het rechthuis van Pilatus, aan het kruis en in het graf, was en bleef Jezus nog de Emmanuël, God met ons. En zó onuitsprekelijk nauw en innig is de vereniging van de menselijke natuur met de Goddelijke, dat de handelingen van elke natuur, ofschoon deelbaar, niet kunnen en niet moeten van elkander gescheiden worden.
Zo waren het de menselijke handen van Jezus die de zeven broden en de vissen braken; maar het was de Godmens Die ze vermenigvuldigde, zodat er vierduizend mannen, behalve de vrouwen en de kinderen, mede gevoed werden. De menselijke voeten van Jezus wandelden op het meer van Galiléa; maar het was de Zoon van God Die op de golven tot het schip kwam. De menselijke lippen van Jezus spraken de woorden die Geest en leven zijn (Joh. 6:63), maar het was de Zoon des levenden Gods Die tot hen sprak (Joh. 6:69). De menselijke handen en voeten van Jezus werden aan het kruis genageld, maar het bloed daardoor uitgestort was inderdaad Goddelijk, want de kracht en waarde daarvan waren erop afgedrukt (Hand. 20:28).
Aan de lezer…
Hier ligt een rijke troost in die ene naam: Emmanuël, God met ons! In de kribbe, in de wildernis, in Gethsémané, aan het kruis en in het graf bleef Jezus Dezelfde, waarachtig mens en waarachtig God. De handen die de broden braken, waren menselijke handen, maar het was de Godmens Die ze vermenigvuldigde, zodat duizenden verzadigd werden. Zou Hij dan te zwak zijn voor uw nood?
Misschien voelt u zich ver van God, en vraagt u of Hij wel naar u omziet. Zie dan naar Hem Die op het meer wandelde en tot het schip kwam, toen de discipelen in het donker roeiden. Zijn lippen spraken woorden die Geest en leven zijn, en het bloed dat aan het kruis vloeide, had Goddelijke kracht en waarde. Zo nabij is God gekomen in Zijn Zoon. Een arme zondaar behoeft niet tot de hemel op te klimmen; in Emmanuël is God met ons gekomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En gij zult Zijn Naam heten Emmanuel, hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
Mattheüs 1:23
We moeten nooit, zelfs niet in onze gedachten, de menselijke natuur van onze aanbiddelijke Verlosser scheiden van Zijn Goddelijke natuur. Zelfs toen Zijn heilig lichaam in het graf lag en dus voor korte tijd door de dood gescheiden was van Zijn reine en heilige ziel, was er geen scheiding van de twee naturen. Want nadat Hij eenmaal vlees en bloed had aangenomen in de schoot van de maagd, was Zijn menselijke ziel nooit gescheiden van Zijn Godheid, maar ging zij het Paradijs binnen in een onverbrekelijke vereniging daarmee. Het is een fundamenteel artikel van ons allerheiligst geloof dat de menselijke natuur van de Heere Jezus Christus geen bestaan heeft los van Zijn Goddelijke natuur.
In de schoot van de maagd, in de lage kribbe van de dieren, in de eenzame woestijn, op de heilige berg toen Hij van gedaante veranderd werd, in de duistere hof van Gethsémané, in het rechthuis van Pilatus, aan het kruis en in het graf, was en bleef Jezus de Emmanuël, God met ons. En zo onuitsprekelijk nauw en innig is de vereniging van de menselijke natuur met de Goddelijke, dat de handelingen van elke natuur, hoewel te onderscheiden, niet van elkaar gescheiden kunnen en mogen worden.
Zo waren het de menselijke handen van Jezus die de zeven broden en de vissen braken; maar het was de Godmens Die ze vermenigvuldigde, zodat er vierduizend mannen, behalve de vrouwen en de kinderen, mee gevoed werden. De menselijke voeten van Jezus liepen op het meer van Galiléa; maar het was de Zoon van God Die over de golven naar het schip kwam. De menselijke lippen van Jezus spraken de woorden die Geest en leven zijn (Joh. 6:63), maar het was de Zoon van de levende God Die tot hen sprak (Joh. 6:69). De menselijke handen en voeten van Jezus werden aan het kruis genageld, maar het bloed dat daardoor vergoten werd, was waarlijk Goddelijk, want de kracht en waarde daarvan waren erop gedrukt (Hand. 20:28).
Aan de lezer…
Hier ligt een rijke troost in die ene naam: Emmanuël, God met ons! In de kribbe, in de woestijn, in Gethsémané, aan het kruis en in het graf bleef Jezus Dezelfde, waarachtig mens en waarachtig God. De handen die de broden braken, waren menselijke handen, maar het was de Godmens Die ze vermenigvuldigde, zodat duizenden verzadigd werden. Zou Hij dan te zwak zijn voor uw nood?
Misschien voelt u zich ver van God, en vraagt u zich af of Hij wel naar u omziet. Zie dan naar Hem Die op het meer liep en naar het schip kwam, toen de discipelen in het donker roeiden. Zijn lippen spraken woorden die Geest en leven zijn, en het bloed dat aan het kruis vloeide, had Goddelijke kracht en waarde. Zo dichtbij is God gekomen in Zijn Zoon. Een arme zondaar hoeft niet naar de hemel op te klimmen; in Emmanuël is God met ons gekomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And they shall call His Name Emmanuel, which being interpreted is, God with us.
Matthew 1:23
We must never, even in thought, separate the human nature of our adorable Redeemer from His divine. Even when His sacred body lay in the grave, and was thus for a small space of time severed from His pure and holy soul by death and the tomb, there was no separation of the two natures, for His human soul, after He had once become incarnate in the womb of the Virgin, never was parted from His Deity, but went into paradise in indissoluble union with it. It is a fundamental article of our most holy faith that the human nature of the Lord Jesus Christ had no existence independent of His divine.
In the Virgin’s womb, in the lowly manger, in the lonely wilderness, on the holy mount of transfiguration, in the gloomy garden of Gethsemane, in Pilate’s judgment hall, on the cross, and in the tomb, Jesus was still Immanuel, God with us. And so ineffably close and intimate is the conjunction of the human nature with the divine, that the actings of each nature, though separable, cannot and must not be separated from each other.
Thus, the human hands of Jesus broke the seven loaves and the fish; but it was God-man Who multiplied them so as to feed therewith four thousand men, besides women and children. The human feet of Jesus walked on the sea of Galilee; but it was the Son of God Who walked on the waves to the ship. The human lips of Jesus uttered those words which are “spirit and life” (John 6:63), but it was the Son of the living God Who spoke them (John 6:69). The human hands and feet of Jesus were nailed to the cross; but the blood shed by them was indeed divine, for all the virtue and validity of Deity were stamped upon it (Acts 20:28).
To the reader…
There is rich comfort in that one Name: Emmanuel, God with us! In the manger, in the wilderness, in Gethsemane, on the cross and in the grave, Jesus remained the same, truly Man and truly God. The hands that broke the loaves were human hands, but it was the God-man Who multiplied them, so that thousands were filled. Would He then be too weak for your need?
Perhaps you feel far from God, and you wonder whether He cares for you at all. Then look to Him Who walked on the sea and came to the ship while the disciples were rowing in the dark. His lips spoke words that are spirit and life, and the blood that flowed on the cross had divine power and worth. So near has God come in His Son. A poor sinner need not climb up to heaven; in Emmanuel, God has come to be with us.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y llamarás Su nombre Emmanuel, que declarado, es: Con nosotros Dios.
Mateo 1:23
Nunca debemos, ni siquiera en el pensamiento, separar la naturaleza humana de nuestro adorable Redentor de Su naturaleza divina. Aun cuando Su sagrado cuerpo yacía en el sepulcro, y estuvo así por un breve espacio de tiempo separado de Su alma pura y santa por la muerte y la tumba, no hubo separación de las dos naturalezas, porque Su alma humana, una vez que Él se hubo encarnado en el seno de la Virgen, nunca fue apartada de Su Deidad, sino que entró en el paraíso en unión indisoluble con ella. Es un artículo fundamental de nuestra santísima fe que la naturaleza humana del Señor Jesucristo no tuvo existencia independiente de Su naturaleza divina.
En el seno de la Virgen, en el humilde pesebre, en el desierto solitario, en el santo monte de la transfiguración, en el sombrío huerto de Getsemaní, en el pretorio de Pilato, en la cruz y en el sepulcro, Jesús seguía siendo Emmanuel, Dios con nosotros. Y tan inefablemente estrecha e íntima es la unión de la naturaleza humana con la divina, que las acciones de cada naturaleza, aunque distinguibles, no pueden ni deben separarse la una de la otra.
Así, las manos humanas de Jesús partieron los siete panes y los peces; pero fue el Dios-Hombre quien los multiplicó de tal manera que con ellos alimentó a cuatro mil hombres, sin contar las mujeres y los niños. Los pies humanos de Jesús anduvieron sobre el mar de Galilea; pero fue el Hijo de Dios quien anduvo sobre las olas hasta la barca. Los labios humanos de Jesús pronunciaron aquellas palabras que son “espíritu y vida” (Juan 6:63), pero fue el Hijo del Dios viviente quien las habló (Juan 6:69). Las manos y los pies humanos de Jesús fueron clavados en la cruz; pero la sangre que de ellos se derramó era verdaderamente divina, porque toda la virtud y validez de la Deidad estaban impresas en ella (Hechos 20:28).
Al lector…
¡Qué rico consuelo hay en ese solo Nombre: Emmanuel, Dios con nosotros! En el pesebre, en el desierto, en Getsemaní, en la cruz y en el sepulcro, Jesús siguió siendo el mismo, verdadero Hombre y verdadero Dios. Las manos que partieron los panes eran manos humanas, pero fue el Dios-Hombre quien los multiplicó, de modo que miles fueron saciados. ¿Sería Él entonces demasiado débil para su necesidad?
Quizá se sienta usted lejos de Dios y se pregunte si Él se preocupa de usted en absoluto. Mire entonces a Aquel que anduvo sobre el mar y llegó a la barca mientras los discípulos remaban en la oscuridad. Sus labios hablaron palabras que son espíritu y vida, y la sangre que corrió en la cruz tenía poder y valor divinos. Tan cerca ha venido Dios en Su Hijo. Un pobre pecador no necesita subir al cielo; en Emmanuel, Dios ha venido a estar con nosotros.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl