vandaag verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
7 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
12 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn.
Jesaja 43:2
Hoe velen van de dierbare heiligen Gods hebben, wanneer zij in wegen van moeite en smart waren geleid, de vervulling dezer genadige belofte ondervonden! En is niet één dier wateren, door welke allen gaan moeten, die diepe en snelvlietende Jordaan, door welke ieder heen moet? Hoe donker en huiveringwekkend schenen deze wateren niet immer toe aan de ogen van menig kind van God, in wie steeds de ervaring der woorden vervuld werd: „Die door de vreze des doods hun ganse leven der dienstbaarheid onderworpen waren.” Maar hoe dikwijls waren deze wateren slechts schrikwekkend in het vooruitzicht! Hoe verschillend is de werkelijkheid gebleken te zijn!
Wanneer hij aan de oever dier rivier komt en zijn voeten raken slechts even de wateren aan, en het schijnt alsof zij al hoger en hoger zullen rijzen, dan verschijnt eensklaps de Heere in Zijn macht en tegenwoordigheid, en de wateren vallen. Hij spreekt een woord van vrede tot zijn ziel op een sterfbed, openbaart Christus in Zijn genade, Zijn liefde en Zijn bloed, neemt al die twijfel, die vrees en die verontrustende gedachten weg die hem sedert jaren verontrustten, en stort in zijn hart een heilige kalmte, een zoete vrede, hem verzekerende dat alles wél met hem is, zo voor de tijd als voor de eeuwigheid. En heeft hij dan niet de vervulling der belofte: „Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn”?
Gods rechterhand is hoog verheven,
des Heeren sterke rechterhand
doet door haar daân de wereld beven,
houdt door haar kracht Gods volk in stand.
Ik zal door ’s vijands zwaard niet sterven,
maar leven en des Heeren daân,
waardoor wij zoveel heil verwerven,
elk tot Zijn eer doen gadeslaan.
Ps. 118:8
Aan de lezer…
Wanneer u met huivering ziet naar de Jordaan die u eens zult moeten doorgaan, en u uw leven lang onder de vreze des doods gezucht hebt, schijnen die wateren u donker en diep. U bent niet de enige. Menig kind van God heeft zo voor de oever gestaan, en gemeend dat de wateren al hoger en hoger zouden rijzen.
Maar hoe dikwijls zijn ze slechts schrikwekkend in het vooruitzicht! De Heere kan eensklaps verschijnen in Zijn macht en tegenwoordigheid, een woord van vrede spreken, Christus openbaren in Zijn genade, liefde en bloed, en twijfel en vrees van jaren in één ogenblik wegnemen. Houd u dan aan Zijn belofte vast, ook nu de oever nog ver lijkt: „Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn.
Jesaja 43:2
Hoeveel dierbare heiligen van God hebben de vervulling van deze genadige belofte ervaren, wanneer zij langs wegen van moeite en smart werden geleid! En is niet één van de wateren waar allen doorheen moeten, die diepe en snelstromende Jordaan, waar ieder doorheen moet? Hoe donker en huiveringwekkend leken deze wateren altijd in de ogen van menig kind van God, in wie steeds de ervaring van deze woorden werd vervuld: „Die door de vreze des doods hun ganse leven der dienstbaarheid onderworpen waren.” Maar hoe vaak waren deze wateren alleen schrikwekkend zolang ze nog in het verschiet lagen! Hoe anders is de werkelijkheid gebleken!
Wanneer hij aan de oever van die rivier komt en zijn voeten de wateren nog maar even raken, en het lijkt alsof zij hoger en hoger zullen stijgen, dan verschijnt plotseling de Heere in Zijn macht en tegenwoordigheid, en de wateren zakken. Hij spreekt op een sterfbed een woord van vrede tot zijn ziel en openbaart Christus in Zijn genade, Zijn liefde en Zijn bloed. Hij neemt alle twijfel, alle vrees en alle verontrustende gedachten weg die hem al jaren verontrustten. Hij stort in zijn hart een heilige kalmte, een zoete vrede, en verzekert hem dat alles goed met hem is, zowel voor de tijd als voor de eeuwigheid. En heeft hij dan niet de vervulling van de belofte: „Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn”?
Gods rechterhand is hoog verheven,
des Heeren sterke rechterhand
doet door haar daân de wereld beven,
houdt door haar kracht Gods volk in stand.
Ik zal door ’s vijands zwaard niet sterven,
maar leven en des Heeren daân,
waardoor wij zoveel heil verwerven,
elk tot Zijn eer doen gadeslaan.
Ps. 118:8
Aan de lezer…
Wanneer u met huivering kijkt naar de Jordaan waar u eens doorheen zult moeten, en u uw leven lang onder de vrees voor de dood gezucht hebt, lijken die wateren u donker en diep. U bent niet de enige. Menig kind van God heeft zo aan de oever gestaan en gemeend dat de wateren hoger en hoger zouden stijgen.
Maar hoe vaak zijn ze alleen schrikwekkend zolang ze nog in het verschiet liggen! De Heere kan plotseling verschijnen in Zijn macht en tegenwoordigheid, een woord van vrede spreken, Christus openbaren in Zijn genade, liefde en bloed, en twijfel en vrees van jaren in één ogenblik wegnemen. Houd u dan aan Zijn belofte vast, ook nu de oever nog ver lijkt: „Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
When thou passest through the waters, I will be with thee.
Isaiah 43:2
How many of the dear saints of God, when they have been brought into tribulation and sorrow, have found the fulfillment of this most gracious promise! And is there not one of these waters through which all must go—that deep and rapid Jordan (death) which every one must pass through? How dark and gloomy those waters have appeared to the eyes of many a child of God, in whom is continually fulfilled the experience of the words, “Who through fear of death were all their lifetime subject to bondage.”
But how often have these waters only been terrible in prospect, in anticipation. How different has been the reality. When he comes down to the river’s bank and his feet dip in these waters, and it appears as though they would rise higher and higher, the Lord suddenly appears in His power and presence, and then the water sinks. He speaks a word of peace to his soul upon a dying bed—reveals Christ in His love and grace and blood—removes those doubts, fears, and disturbing thoughts which have perplexed him for years, and brings into his heart a holy calm, a sweet peace, assuring him that all is well with him, both for time and eternity. Has he not then the fulfillment of the promise, “When you go through deep waters, I will be with you”?
To the reader…
When you look with dread at the Jordan you will one day have to pass through, and you have sighed all your life under the fear of death, those waters seem dark and deep to you. You are not the only one. Many a child of God has stood on the bank like that and thought that the waters would rise higher and higher.
But how often they are only terrible while they still lie ahead! The Lord can suddenly appear in His power and presence, speak a word of peace, reveal Christ in His grace, love and blood, and take away the doubts and fears of years in one moment. Hold fast, then, to His promise, even now while the bank still seems far away: “When thou passest through the waters, I will be with thee.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Cuando pasares por las aguas, Yo seré contigo.
Isaías 43:2
¡Cuántos de los amados santos de Dios, cuando han sido llevados a la tribulación y al dolor, han hallado el cumplimiento de esta graciosísima promesa! ¿Y no hay una de estas aguas por la que todos han de pasar, ese Jordán hondo y rápido (la muerte) que cada uno tiene que cruzar? ¡Cuán oscuras y sombrías han parecido esas aguas a los ojos de muchos hijos de Dios, en quienes se cumple continuamente la experiencia de las palabras: “los que por el temor de la muerte estaban por toda la vida sujetos a servidumbre”!
Pero ¡cuán a menudo estas aguas solo han sido terribles en perspectiva, en anticipación! ¡Cuán distinta ha sido la realidad! Cuando él baja a la orilla del río y sus pies se mojan en estas aguas, y parece como si fueran a subir más y más, el Señor aparece de repente en Su poder y presencia, y entonces el agua baja. Habla una palabra de paz a su alma en el lecho de muerte, revela a Cristo en Su amor, Su gracia y Su sangre, quita esas dudas, temores y pensamientos inquietantes que le han dejado perplejo durante años, y trae a su corazón una calma santa, una dulce paz, asegurándole que todo está bien con él, tanto para el tiempo como para la eternidad. ¿No tiene entonces el cumplimiento de la promesa: “Cuando pasares por las aguas, Yo seré contigo”?
Al lector…
Cuando mira usted con temor el Jordán que un día tendrá que cruzar, y ha suspirado toda su vida bajo el temor de la muerte, esas aguas le parecen oscuras y hondas. No es usted el único. Muchos hijos de Dios han estado así en la orilla, pensando que las aguas subirían más y más.
Pero ¡cuán a menudo solo son terribles mientras todavía están por delante! El Señor puede aparecer de repente en Su poder y presencia, hablar una palabra de paz, revelar a Cristo en Su gracia, Su amor y Su sangre, y quitar en un momento las dudas y temores de años. Aférrese, pues, a Su promesa, aun ahora que la orilla todavía parece lejana: “Cuando pasares por las aguas, Yo seré contigo”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Wendt u naar Mij toe
Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! Want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22
Als we uit pijnlijke ervaring weten wat het is om aan „de einden der aarde” te zijn, zegt de Heere niet: „Genees uzelf, maak uzelf beter.” Hij geeft ons geen lange lijst met taken die we moeten uitvoeren, of met voorschriften die we moeten naleven, om pas Zich naar ons toe te wenden als we het ene hebben gedaan en het andere uitgevoerd, en het getal en gewicht der tichelstenen volledig hebben geleverd (Ex. 5:18). Maar de Heere spreekt tot ons in onze droevige toestand: „Hier, arme, schuldige, armzalige afvalligen; u die niets dan zonden en schuld hebt; u die uzelf niet kunt zegenen, redden of troosten: wendt u naar Mij toe.”
Hij zegt niet: „Doe dit, en dan zal Ik verschijnen; help uzelf een beetje, en dan kom Ik tot u om u te helpen”, maar Hij zegt tegen ons, terwijl we in ons vuil, onze schuld en schaamte zitten: „Wendt u naar Mij toe”, en terwijl Hij spreekt, geeft Hij de kracht. En zodra we zien, worden we gered door die blik, gezegend door die blik, genezen door die blik. Zodat het enige wat we hoeven te doen, is ons naar Hem toe te wenden terwijl Hij spreekt. Het is beslist waar dat Hij Zelf de kracht geeft om het te doen, want „zonder Hem kunnen wij niets doen”.
Zijn roemrijke Persoon, verzoenend bloed, rechtvaardigende rechtvaardigheid en stervende liefde aanschouwen met het oog van het geloof, zal ons meer goed doen en meer echte vrede in ons hart brengen dan we elders in duizend jaar kunnen krijgen. Welnu, deze verborgenheden te kennen door middel van goddelijk onderwijs, is te weten wat wezenlijke godvruchtigheid is. Iets hiervan te weten, is iets te weten van wat ware vroomheid is; en iets hiervan te weten, maakt iemand uiterlijk en innerlijk heiliger dan alle goede werken of vrome voornemens ter wereld.
Lezen: Psalm 22:24-32
Aan de lezer…
Soms meent u dat u eerst beter moet worden voordat u tot de Heere mag komen. Legt u uzelf een lange lijst van taken en voornemens op, en telt u uw tichelstenen in de hoop dat Hij Zich dan naar u toe zal wenden? Zo spreekt Hij niet. Hij roept u juist in uw droevige toestand, in uw vuil, uw schuld en uw schaamte: „Wendt u naar Mij toe.”
En terwijl Hij spreekt, geeft Hij ook de kracht. U kunt uzelf niet zegenen, redden of troosten, maar één blik op Hem doet wat duizend jaren eigen werk niet vermogen. Zie dan op Zijn roemrijke Persoon, Zijn verzoenend bloed en Zijn stervende liefde. Dat brengt meer echte vrede in uw hart dan u elders kunt vinden, en het maakt u ook heiliger dan alle vrome voornemens ter wereld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! Want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22
Als we uit pijnlijke ervaring weten wat het is om aan „de einden der aarde” te zijn, zegt de Heere niet: „Genees uzelf, maak uzelf beter.” Hij geeft ons geen lange lijst met taken die we moeten uitvoeren of voorschriften die we moeten naleven, om Zich pas naar ons toe te wenden als we het ene hebben gedaan en het andere uitgevoerd, en het getal en gewicht van de tichelstenen volledig hebben geleverd (Ex. 5:18). Nee, de Heere spreekt tot ons in onze droevige toestand: „Hier, arme, schuldige, armzalige afvalligen; u die niets dan zonden en schuld hebt; u die uzelf niet kunt zegenen, redden of troosten: wendt u naar Mij toe.”
Hij zegt niet: „Doe dit, en dan zal Ik verschijnen; help uzelf een beetje, en dan kom Ik tot u om u te helpen.” Nee, terwijl we in ons vuil, onze schuld en onze schaamte zitten, zegt Hij tegen ons: „Wendt u naar Mij toe”, en terwijl Hij spreekt, geeft Hij de kracht. Zodra we zien, worden we gered door die blik, gezegend door die blik, genezen door die blik. Het enige wat we hoeven te doen, is dus ons naar Hem toe te wenden terwijl Hij spreekt. En het is beslist waar dat Hij Zelf de kracht geeft om het te doen, want „zonder Hem kunnen wij niets doen”.
Zijn roemrijke Persoon, Zijn verzoenend bloed, Zijn rechtvaardigende gerechtigheid en Zijn stervende liefde aanschouwen met het oog van het geloof, zal ons meer goed doen en meer echte vrede in ons hart brengen dan we elders in duizend jaar kunnen krijgen. Deze verborgenheden kennen door goddelijk onderwijs, dat is weten wat wezenlijke godvruchtigheid is. Wie hier iets van weet, weet iets van wat ware vroomheid is. En wie hier iets van weet, wordt daardoor uiterlijk en innerlijk heiliger dan door alle goede werken of vrome voornemens ter wereld.
Lezen: Psalm 22:24-32
Aan de lezer…
Soms denkt u dat u eerst beter moet worden voordat u tot de Heere mag komen. Legt u uzelf een lange lijst van taken en voornemens op, en telt u uw tichelstenen in de hoop dat Hij Zich dan naar u toe zal wenden? Zo spreekt Hij niet. Hij roept u juist in uw droevige toestand, in uw vuil, uw schuld en uw schaamte: „Wendt u naar Mij toe.”
En terwijl Hij spreekt, geeft Hij ook de kracht. U kunt uzelf niet zegenen, redden of troosten, maar één blik op Hem doet wat duizend jaar eigen werk niet kan. Zie dan op Zijn roemrijke Persoon, Zijn verzoenend bloed en Zijn stervende liefde. Dat brengt meer echte vrede in uw hart dan u ergens anders kunt vinden, en het maakt u ook heiliger dan alle vrome voornemens ter wereld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Look unto Me, and be ye saved, all the ends of the earth: for I am God, and there is none else.
Isaiah 45:22
When we know from painful experience what it is to be at “the ends of the earth,” the Lord does not say, “Heal yourself, make yourself better.” He does not give us a long list of tasks to perform or precepts to observe, only turning to us when we have done the one and performed the other, and have delivered the full tale and weight of bricks (Exod. 5:18). No, the Lord speaks to us in our sad condition: “Here, poor, guilty, wretched backsliders; you who have nothing but sins and guilt; you who cannot bless, save or comfort yourselves: look unto Me.”
He does not say, “Do this, and then I will appear; help yourself a little, and then I will come to you to help you.” No, while we sit in our filth, our guilt and our shame, He says to us, “Look unto Me,” and as He speaks He gives the power. As soon as we look, we are saved by that look, blessed by that look, healed by that look. All we have to do, then, is to look unto Him as He speaks. And it is most certainly true that He Himself gives the power to do it, for “without Him we can do nothing.”
To behold His glorious Person, His atoning blood, His justifying righteousness and His dying love with the eye of faith will do us more good and bring more real peace into our hearts than we could get elsewhere in a thousand years. To know these mysteries by Divine teaching, that is to know what vital godliness is. Whoever knows something of this knows something of what true religion is. And whoever knows something of this is made by it more holy outwardly and inwardly than by all the good works or pious resolutions in the world.
Reading: Psalm 22:23-31
To the reader…
Sometimes you think that you must first become better before you may come to the Lord. Do you lay upon yourself a long list of tasks and resolutions, and count your bricks in the hope that He will then turn to you? That is not how He speaks. He calls you in your very sad condition, in your filth, your guilt and your shame: “Look unto Me.”
And as He speaks, He also gives the power. You cannot bless, save or comfort yourself, but one look to Him does what a thousand years of your own work cannot do. Look, then, to His glorious Person, His atoning blood and His dying love. That brings more real peace into your heart than you can find anywhere else, and it makes you more holy, too, than all the pious resolutions in the world.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mirad a Mí, y sed salvos, todos los términos de la tierra: porque Yo soy Dios, y no hay más.
Isaías 45:22
Cuando sabemos por dolorosa experiencia lo que es estar en “los términos de la tierra”, el Señor no dice: “Sánate a ti mismo, hazte mejor”. No nos da una larga lista de tareas que cumplir o preceptos que observar, para volverse a nosotros solo cuando hayamos hecho lo uno y cumplido lo otro, y hayamos entregado la tarea completa del ladrillo (Éxodo 5:18). No, el Señor nos habla en nuestra triste condición: “Aquí, pobres, culpables y miserables rebeldes; vosotros que no tenéis sino pecados y culpa; vosotros que no podéis bendeciros, salvaros ni consolaros a vosotros mismos: mirad a Mí”.
No dice: “Haced esto, y entonces apareceré; ayudaos un poco a vosotros mismos, y entonces vendré a vosotros para ayudaros”. No, mientras estamos sentados en nuestra inmundicia, nuestra culpa y nuestra vergüenza, nos dice: “Mirad a Mí”, y mientras habla da el poder. Tan pronto como miramos, somos salvos por esa mirada, bendecidos por esa mirada, sanados por esa mirada. Todo lo que tenemos que hacer, pues, es mirar a Él mientras habla. Y es ciertísimo que Él mismo da el poder para hacerlo, porque “sin Él nada podemos hacer”.
Contemplar con el ojo de la fe Su gloriosa Persona, Su sangre expiatoria, Su justicia justificadora y Su amor moribundo nos hará más bien y traerá más paz verdadera a nuestros corazones de la que podríamos obtener en otra parte en mil años. Conocer estos misterios por enseñanza divina, eso es saber lo que es la piedad vital. Quien sabe algo de esto sabe algo de lo que es la verdadera religión. Y quien sabe algo de esto es hecho por ello más santo, exterior e interiormente, que por todas las buenas obras o propósitos piadosos del mundo.
Lectura: Salmo 22:23-31
Al lector…
A veces piensa usted que primero tiene que hacerse mejor antes de poder venir al Señor. ¿Se impone una larga lista de tareas y propósitos, y cuenta sus ladrillos con la esperanza de que Él entonces se vuelva a usted? No es así como Él habla. Él le llama en su misma triste condición, en su inmundicia, su culpa y su vergüenza: “Mirad a Mí”.
Y mientras habla, da también el poder. Usted no puede bendecirse, salvarse ni consolarse a sí mismo, pero una sola mirada a Él hace lo que mil años de su propio trabajo no pueden hacer. Mire, pues, a Su gloriosa Persona, Su sangre expiatoria y Su amor moribundo. Eso trae más paz verdadera a su corazón de la que puede hallar en ninguna otra parte, y le hace también más santo que todos los propósitos piadosos del mundo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En dat het stof wederom tot de aarde keert, als het geweest is, en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft.
Prediker 12:7
De natuur deinst terug voor de dood. Zelfs afgezien van hetgeen er na de dood volgt, is de dood een koning der verschrikking. Zelfs waar genade haar heerschappij heeft opgericht en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel, zal menige ongelovige gedachte bij tijden het gemoed doorkruisen en het oordeel in verwarring brengen ten opzichte van de scheiding van ziel en lichaam en de overstap van de geest in de ongeziene, onbekende wereld. Het is waar, het geloof kan deze schokkende overleggingen onderwerpen, maar het geloof behoeft een hechte grond waarop het bouwen en rusten kan.
Indien dan de ziel beweldadigd wordt met een goede hoop of een zoete overreding van haar aandeel in het bloed en de gehoorzaamheid van de Heere Jezus Christus, zodat de schuldige vrees wordt weggenomen, hoe wordt dan het geloof bekrachtigd door een gezicht op Zijn dood! Niet slechts zoals Hij de enige offerande voor de zonde is, maar als het voorbeeld, om zo te spreken, van onze eigen dood. Wij zullen allen moeten sterven, en daarom kan een geloofsblik op de dood van Jezus een kostelijk onderwerp ter overdenking zijn, als een ondersteuning tegen de verbijsterende gedachten waarop wij gezinspeeld hebben.
In ’s Vaders handen beval de stervende Heiland Zijn geest. De Vader nam hem aan, want de Vader hoort Hem altijd (Joh. 11:42), en zo keerde Zijn geest weder tot Hem, Die hem gegeven had. Zo werden door de dood ziel en lichaam voor een tijd gescheiden, geheel en daadwerkelijk gescheiden, zoals dit ook werkelijk bij ons zal plaatshebben bij de dood. Maar volgen wij door het geloof de ziel van Jezus toen zij uitging, dan zien wij haar dadelijk en onmiddellijk ingaan in het Paradijs, in de gezegende tegenwoordigheid Gods.
Welk een voedsel is hier voor het geloof! Hoe bekrachtigend en bemoedigend is het voor een gelovig hart, dat dikwijls is terneergeslagen geweest door zulke gedachten als wij genoemd hebben, om de ziel van Jezus dadelijk te zien ingaan in het Paradijs! En mogen wij door het geloof niet alzo de ziel van de gelovige moordenaar beschouwen, toen de tijd van haar bevrijding gekomen was en zij haar vleugelen uitsloeg en opvoer naar het Paradijs, waarheen de ziel van Jezus haar was voorgegaan?
Indien wij iets kennen van de smartelijke aanvallen van het ongeloof en de vurige pijlen van de satan, en hoe deze alle zijn uitgeblust op het schild des geloofs, dan hebben wij bevonden dat het geloof, om sterk te staan, het Woord der waarheid, een „aldus spreekt de Heere”, hebben moet om op te rusten. Laat ons dan nu zien hoe dit in verband staat met de dood van Christus. Versterkt door Zijn heilig voorbeeld en gezegend met het geloof in Zijn Persoon, bloed en gerechtigheid, mag de gelovige zijn geest bevelen in de handen van Christus, evengelijk de martelaar Stefanus deed, en dit in hetzelfde vertrouwen als de Heere Jezus, bevelende Zijn geest in de handen van Zijn hemelse Vader.
Aan de lezer…
U die ook terugdeinst voor de dood, merkt misschien dat ongelovige gedachten soms uw gemoed doorkruisen, als u denkt aan de scheiding van ziel en lichaam en de overstap naar die ongeziene, onbekende wereld. Schaam u daar niet voor; de natuur beeft voor de koning der verschrikking, zelfs waar de genade heerst. Maar het geloof heeft een hechte grond nodig, en die is er.
Zie op de stervende Heiland, Die Zijn geest in ’s Vaders handen beval. Zie Zijn ziel dadelijk ingaan in het Paradijs, en zie de gelovige moordenaar haar daar volgen. Hier is voedsel voor uw geloof. Wie zich mag verlaten op Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn gerechtigheid, mag ook zijn geest in Zijn handen bevelen, met hetzelfde vertrouwen. Het stof keert tot de aarde, maar de geest keert weder tot God, Die hem gegeven heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En dat het stof wederom tot de aarde keert, als het geweest is, en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft.
Prediker 12:7
De natuur deinst terug voor de dood. Zelfs los van wat er na de dood volgt, is de dood een koning van verschrikking. Zelfs waar de genade haar heerschappij heeft opgericht en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel, zal er soms menige ongelovige gedachte door het gemoed gaan en het oordeel in verwarring brengen over de scheiding van ziel en lichaam en de overgang van de geest naar de ongeziene, onbekende wereld. Het is waar, het geloof kan deze schokkende overleggingen onderwerpen, maar het geloof heeft een hechte grond nodig waarop het kan bouwen en rusten.
Als de ziel dan begenadigd wordt met een goede hoop of een zoete overtuiging van haar deel aan het bloed en de gehoorzaamheid van de Heere Jezus Christus, zodat de schuldige vrees wordt weggenomen, hoe wordt het geloof dan versterkt door een gezicht op Zijn dood! Niet alleen omdat Hij het enige offer voor de zonde is, maar ook als het voorbeeld, om zo te zeggen, van onze eigen dood. Wij zullen allen moeten sterven, en daarom kan een blik van het geloof op de dood van Jezus een kostbaar onderwerp van overdenking zijn, als steun tegen de verbijsterende gedachten waarop wij doelden.
In de handen van de Vader beval de stervende Heiland Zijn geest. De Vader nam hem aan, want de Vader hoort Hem altijd (Joh. 11:42), en zo keerde Zijn geest terug tot Hem Die hem gegeven had. Zo werden ziel en lichaam door de dood voor een tijd gescheiden, volledig en daadwerkelijk gescheiden, zoals dat ook bij ons werkelijk zal gebeuren bij de dood. Maar als wij de ziel van Jezus door het geloof volgen toen zij uitging, dan zien wij haar terstond en onmiddellijk het Paradijs binnengaan, in de gezegende tegenwoordigheid van God.
Wat een voedsel is hier voor het geloof! Hoe versterkend en bemoedigend is het voor een gelovig hart, dat vaak terneergeslagen is geweest door zulke gedachten als wij noemden, de ziel van Jezus terstond het Paradijs te zien binnengaan! En mogen wij door het geloof niet ook zo de ziel van de gelovige moordenaar beschouwen, toen de tijd van haar bevrijding gekomen was en zij haar vleugels uitsloeg en opvloog naar het Paradijs, waarheen de ziel van Jezus haar was voorgegaan?
Als wij iets kennen van de pijnlijke aanvallen van het ongeloof en van de vurige pijlen van de satan, en van de manier waarop die allemaal zijn uitgeblust op het schild van het geloof, dan hebben wij ervaren dat het geloof, om sterk te staan, het Woord van de waarheid nodig heeft, een „aldus spreekt de Heere”, om op te rusten. Laten wij nu dan zien hoe dit samenhangt met de dood van Christus. Versterkt door Zijn heilig voorbeeld en gezegend met het geloof in Zijn Persoon, bloed en gerechtigheid, mag de gelovige zijn geest in de handen van Christus bevelen, net zoals de martelaar Stefanus deed. En dat mag hij doen met hetzelfde vertrouwen waarmee de Heere Jezus Zijn geest in de handen van Zijn hemelse Vader beval.
Aan de lezer…
U die ook terugdeinst voor de dood, merkt misschien dat er soms ongelovige gedachten door uw gemoed gaan, als u denkt aan de scheiding van ziel en lichaam en de overgang naar die ongeziene, onbekende wereld. Schaam u daar niet voor; de natuur beeft voor de koning van verschrikking, zelfs waar de genade heerst. Maar het geloof heeft een hechte grond nodig, en die is er.
Zie op de stervende Heiland, Die Zijn geest in de handen van de Vader beval. Zie Zijn ziel terstond het Paradijs binnengaan, en zie de gelovige moordenaar haar daar volgen. Hier is voedsel voor uw geloof. Wie zich mag verlaten op Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn gerechtigheid, mag ook zijn geest in Zijn handen bevelen, met hetzelfde vertrouwen. Het stof keert terug tot de aarde, maar de geest keert weder tot God, Die hem gegeven heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Then shall the dust return to the earth as it was: and the spirit shall return unto God who gave it.”
Ecclesiastes 12:7
Nature shrinks from death, even apart from that which following after death, makes it to so many a king of terrors. Even where grace has set up its throne, and mercy rejoices over judgment, many unbelieving, infidel thoughts at times will cross the mind and perplex the judgment about the separation of body and soul, and the launching of the spirit into an unseen, unknown world. Faith, it is true, can subdue these perplexing thoughts, better hinted at than described, but faith needs some solid ground on which to build and rest. If, then, the soul is blessed with any assured hope or sweet persuasion of saving interest in the blood and obedience of the Lord Jesus Christ, so as to remove guilty fears, how strengthening to faith is a view of His death, not merely as the only sacrifice for sin, but as the exemplar, so to speak, of our own.
We shall all have to die, and therefore to look by faith at the death of Jesus may be a profitable subject of meditation as a relief against the perplexing thoughts to which we have before alluded. Into His Father’s hands the dying Lord commended His spirit. The Father received it, for Him the Father hears always (John 11:42); and thus His spirit returned unto Him Who gave it. Thus, by the act of dying, the soul and body of the blessed Redeemer were, for a time, fully and actually separated—as fully and actually as ours will also be at death.
But follow by faith that soul of Jesus when He breathed it forth, and view it at once and immediately entering paradise, into the blissful presence of God. What food for faith is here! How strengthening, how encouraging to a believing heart which has often been perplexed by such thoughts as we have named, to view the soul of Jesus thus passing at once into paradise.
And may we not, by faith, view the soul also of the believing malefactor, when the time of release was come, winging its flight into the same paradise where the soul of Jesus had preceded it? If we know anything painfully and experimentally of the assaults of unbelief, the arrows of infidelity, and the fiery darts of the wicked one, and how they are all quenched by the shield of faith, we have found that faith, in order to stand firm, must have the word of truth, a “Thus says the Lord,” upon which to rest. Let us now, then, see how this stands as connected with the death of the blessed Lord. Fortified by His holy example, if blessed with faith in His Person, blood, and righteousness, the dying believer may commend his spirit into the hands of Christ as did martyred Stephen, in the same confidence that the Lord Jesus commended His spirit into the hands of His heavenly Father.
To the reader…
You who also shrink back from death may notice that unbelieving thoughts sometimes pass through your mind, when you think of the separation of soul and body and the passage into that unseen, unknown world. Do not be ashamed of that; nature trembles before the king of terrors, even where grace reigns. But faith needs solid ground, and that ground is there.
Look to the dying Savior, Who commended His spirit into the hands of the Father. See His soul enter paradise at once, and see the believing thief follow it there. Here is food for your faith. Whoever may rely on His Person, His blood and His righteousness may also commend his spirit into His hands, with the same confidence. The dust returns to the earth, but the spirit returns unto God Who gave it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Y el polvo se torne a la tierra, como era, y el espíritu se vuelva a Dios que lo dio.”
Eclesiastés 12:7
La naturaleza retrocede ante la muerte, aun aparte de aquello que, siguiendo a la muerte, la convierte para tantos en un rey de los espantos. Aun donde la gracia ha establecido su trono y la misericordia se gloría contra el juicio, muchos pensamientos incrédulos e infieles cruzan a veces la mente y confunden el juicio acerca de la separación del cuerpo y el alma, y del lanzamiento del espíritu a un mundo invisible y desconocido. Es verdad que la fe puede sujetar estos pensamientos que confunden, mejor insinuados que descritos; pero la fe necesita algún terreno sólido sobre el cual edificar y descansar. Si, pues, el alma es bendecida con alguna esperanza segura o dulce persuasión de tener parte salvadora en la sangre y la obediencia del Señor Jesucristo, de modo que se quiten los temores culpables, ¡cuánto fortalece la fe una vista de Su muerte, no solo como el único sacrificio por el pecado, sino como el modelo, por así decirlo, de la nuestra!
Todos tendremos que morir, y por tanto mirar por fe la muerte de Jesús puede ser un provechoso tema de meditación, como alivio contra los pensamientos que confunden a los que antes hemos aludido. En las manos de Su Padre encomendó el Señor moribundo Su espíritu. El Padre lo recibió, porque al Hijo el Padre siempre le oye (Juan 11:42); y así Su espíritu volvió a Aquel que lo dio. Así, por el acto de morir, el alma y el cuerpo del bendito Redentor fueron, por un tiempo, plena y realmente separados, tan plena y realmente como lo serán también los nuestros en la muerte.
Pero siga por fe aquella alma de Jesús cuando Él la entregó, y véala entrar en seguida e inmediatamente en el paraíso, en la bienaventurada presencia de Dios. ¡Qué alimento para la fe hay aquí! ¡Cuán fortalecedor, cuán alentador es para un corazón creyente, que a menudo ha sido confundido por pensamientos como los que hemos nombrado, ver así el alma de Jesús pasar en seguida al paraíso!
¿Y no podemos ver por fe también el alma del malhechor creyente, cuando llegó el tiempo de su liberación, levantando su vuelo hacia el mismo paraíso donde le había precedido el alma de Jesús? Si conocemos algo, dolorosa y experimentalmente, de los asaltos de la incredulidad, de las flechas de la infidelidad y de los dardos de fuego del maligno, y de cómo todos ellos son apagados por el escudo de la fe, habremos hallado que la fe, para mantenerse firme, tiene que tener la palabra de verdad, un “Así dice el Señor”, sobre el cual descansar. Veamos, pues, ahora cómo se halla esto en relación con la muerte del bendito Señor. Fortalecido por Su santo ejemplo, si es bendecido con fe en Su Persona, Su sangre y Su justicia, el creyente moribundo puede encomendar su espíritu en las manos de Cristo como lo hizo Esteban el mártir, con la misma confianza con que el Señor Jesús encomendó Su espíritu en las manos de Su Padre celestial.
Al lector…
Usted que también retrocede ante la muerte quizá advierta que a veces pasan por su mente pensamientos incrédulos, cuando piensa en la separación del alma y el cuerpo y en el paso a aquel mundo invisible y desconocido. No se avergüence de ello; la naturaleza tiembla ante el rey de los espantos, aun donde reina la gracia. Pero la fe necesita terreno sólido, y ese terreno existe.
Mire al Salvador moribundo, que encomendó Su espíritu en las manos del Padre. Vea Su alma entrar en seguida en el paraíso, y vea al ladrón creyente seguirla allí. Aquí hay alimento para su fe. Quien puede confiar en Su Persona, Su sangre y Su justicia puede también encomendar su espíritu en Sus manos, con la misma confianza. El polvo se torna a la tierra, pero el espíritu se vuelve a Dios que lo dio.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl