Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

9 oktober Korenaren uit de volle oogst

Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus.
Hebreeën 12:2

Niemand kan de loopbaan die voor hem ligt tot het einde lopen zonder op Jezus te zien. Hij staat aan het begin van de loopbaan; Hij staat bij de eindpaal, met de kroon van de overwinning in Zijn hand, die Hij op het hoofd van de overwinnaar zet. En wij kunnen allen verder lopen als wij het oog van het geloof gericht houden op de Heere Jezus aan de rechterhand van de Vader. Hij houdt Zijn gezegende armen uitgestrekt om ons aan het einde van de baan aan Zijn boezem te ontvangen.

Ook kan niemand werkelijk op Hem zien dan door de bijzondere gave en de genade van God. Hij moet door de kracht van God aan de ziel geopenbaard worden. Wij moeten Zijn verheerlijkte Godheid en Zijn lijdende mensheid zien met het oog van het geloof, en wij moeten Hem zien als de mensgeworden God, de enige Middelaar tussen God en de mens. Wij moeten de kracht zien van Zijn zoenbloed om een schuldig geweten te reinigen, de zaligheid van Zijn gehoorzaamheid om een hulpbehoevende, naakte ziel te rechtvaardigen, en de lieflijkheid van Zijn stervende liefde als een inwendige balsem en een versterking tegen de duizenden kwalen en rampen van het leven.

Wij moeten Zijn heerlijkheid zien, een heerlijkheid „als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid”. Wij moeten zien hoe Hij past bij elke nood en elke ellende; hoe oneindig Zijn medelijden is met de ergste en slechtste zondaars; hoe wonderlijk geduldig Hij onze zonden en afdwalingen verdraagt; hoe onveranderlijk Zijn liefde is, sterker dan de dood zelf; hoe bereid Hij is om te horen en hoe gewillig om te zegenen; en hoe machtig Hij is om „volkomen zalig te maken degenen, die door Hem tot God gaan”.

Zo ziet de hemelse hardloper niet op de lengte van de weg, niet op de oneffenheid van de grond, niet op zijn eigen herhaalde inspanning en niet op zijn eigen kracht, of die nu groot is of klein, en niet op vrienden die hem toejuichen of vijanden die hem veroordelen, maar enkel en alleen op de vleesgeworden Zoon van God. De Heere Jezus trekt hem voort met Zijn onoverwinnelijke genade. Elke blik op Zijn schoon gelaat vernieuwt de vlam van heilige liefde. Elke blik op Zijn bloed en Zijn gerechtigheid doet het verlangen ontbranden om meer van hun kracht en zaligheid te ervaren, en elke aanraking van Zijn heilige vinger doet het hart smelten, totdat het gelijkvormig wordt aan Zijn lijdend beeld. Dat is het leven van een christen op de baan naar de eeuwigheid. Dag aan dag loopt hij die loopbaan. Terwijl hij naar het hemelse doel voortsnelt, toont hij zijn oprechtheid en ernst doordat hij voortdurend de verlangens van zijn ziel naar de Goddelijke werkelijkheden uitademt, en doordat hij steeds verder voortdringt naar de Heere Jezus Christus, Die hem een hemelse kroon zal geven wanneer hij zijn loop met blijdschap volbracht heeft.

Uw heerschappij verduurt zelfs d’ eeuwigheid,
uw koninkrijk is eind’loos uitgebreid.
Gij ondersteunt hem, die voor ’t onheil zwicht:
wie nederstort, wordt door U opgericht.
’t Ziet al op U, ’t blijft alles op U wachten.

Ps. 145:5

Aan de lezer…

Hoe vaak ziet u op de lengte van de weg die nog voor u ligt, of op de oneffenheid van de grond! Telt u uw eigen inspanningen en meet u uw eigen kracht, en wordt u moedeloos omdat u zo weinig vordert? Zo zal niemand de loopbaan tot het einde lopen. Er is maar één blik die kracht geeft: de blik op Jezus, de overste Leidsman en Voleinder des geloofs.

Hij staat aan het begin en bij de eindpaal, met de kroon in Zijn hand en Zijn armen uitgestrekt. Kunt u zelf niet op Hem zien, vraag Hem dan of Hij Zich aan uw ziel wil openbaren, want dat is een gave van Zijn genade. Zie op de kracht van Zijn zoenbloed voor uw schuldig geweten, en op Zijn gerechtigheid voor uw naakte ziel. Elke blik op Hem vernieuwt de vlam van de liefde, en Hij Zelf trekt u voort tot het einde van de baan.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

9 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

Ik zal de weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.
Psalm 119:32

David was geen wetsverheerlijker en geen arminiaans perfectionist. Hij putte niet uit de kracht en de wijsheid van het schepsel, maar wendde zich tot de Heere om een bepaald werk aan zijn ziel te verrichten. Pas toen dat werk in hem tot stand was gebracht, en niet eerder, wilde of kon hij het voorschrift uitvoeren. Hoe vaak hebt u niet gezien dat het voorschrift zo behandeld wordt als de Heere het zegt van de Farizeeërs en schriftgeleerden van vroeger! „Want zij binden lasten, die zwaar zijn en kwalijk om te dragen, en leggen ze op de schouderen der mensen; maar zij willen die met hun vinger niet verroeren” (Matth. 23:4).

Niets is gemakkelijker dan een bundel voorschriften mee de kansel op te nemen en ze als een ijzeren kraag om de hals van Gods kinderen te binden. Maar hoeveel ervan brengt de predikant zelf in praktijk? Elk kind en elke dienaar van God die door de Geest onderwezen is, weet dat hij geen enkel voorschrift in praktijk kan brengen, tenzij de Heere zijn hart verruimt. Dit diepe besef van onze hulpeloosheid kweekt geen luiheid en leidt niet tot wellustigheid. Want wij voelen dat schuld en verdoemenis voortkomen uit het niet-uitvoeren van de bevelen. En als wij bij ons volle verstand zijn, verlangen en bidden wij dat de Heere ons hart verruimt, omdat wij ernaar verlangen de weg van Zijn geboden te lopen.

Lezen: Psalm 119:17-32

Aan de lezer…

Misschien hebt u de voorschriften weleens als een ijzeren kraag om uw hals gevoeld. Hebt u geprobeerd ze uit eigen kracht en wijsheid te volbrengen, en gemerkt dat u er geen enkel van in praktijk kunt brengen? Wanhoop daar dan niet over. Dat diepe besef van uw hulpeloosheid is geen vrijbrief voor luiheid, maar juist de plaats waar de Heere Zijn werk aan de ziel begint.

Doe dan zoals David: put niet uit de kracht van het schepsel, maar wend u tot de Heere en vraag Hem uw hart te verwijden. Want wanneer Hij het hart verruimt, wordt de weg van Zijn geboden geen last meer, maar een pad dat u met verlangen gaat. Bid daarom met de psalmdichter: „Ik zal de weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

9 oktober Door Baca’s vallei

Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja dodelijk is het, wie zal het kennen?
Jeremia 17:9

De zonde van onze gevallen natuur is iets zeer verborgens. Wij lezen zowel van de verborgenheid der ongerechtigheid als van de verborgenheid der godzaligheid. De ene heeft net zo goed haar lengte, breedte en hoogte als de andere: diepten die niemand met een peillood kan peilen, en lengten die met geen menselijke maatstok ooit te bepalen zijn. Wij moeten door bittere ervaring leren hoe de zonde soms lijkt te slapen en hoe zij op andere tijden met vernieuwde kracht ontwaakt. Wij moeten haar werkzame, prikkelende, ongeduldige, rusteloze natuur leren kennen: de vele vormen en gedaanten die zij aanneemt, de vuile holen en poelen waarin zij kruipt, de bedrieglijkheid, de huichelarij, haar kunstgrepen en schijnbare vriendelijkheid, haar eigenliefde en zorgeloosheid, haar wanhopige dwaasheid, haar onverzadigbare gulzigheid. Dit alles samen zijn verborgenheden, smartelijke verborgenheden, die wij door pijnlijke ervaring moeten leren kennen.

In de geestelijke kennis van deze twee verborgenheden, de verborgenheid van de zonde en de verborgenheid der godzaligheid, bestaat de ware godsdienst. Wij worden in de school van de bevinding gehouden en leren deze twee lessen, en vergeten ze al snel weer. Uiteindelijk komen wij nooit zo ver dat wij ze verstaan, en toch zijn wij niet tevreden tenzij wij ze kennen. Wij jagen ernaar te kennen, maar merken dat die kennis steeds verder van ons af gaat naarmate wij haar najagen. Zo ervaren wij in onze eigen ziel deze hemelse tegenstrijdigheden, deze Goddelijke verborgenheden: hoe wijzer wij worden, hoe dwazer wij zijn in eigen oog (1 Cor. 3:18); hoe sterker wij groeien, hoe zwakker wij zijn (2 Cor. 12:9, 10); hoe meer wij bezitten, hoe minder wij hebben (2 Cor. 6:10); hoe groter ons bankroet wordt, hoe meer ons vergeven wordt (Lukas 7:42); hoe volkomener verloren, hoe groter de redding wordt; en hoe meer wij de gestalte van een kind hebben, hoe groter wij zijn in het Koninkrijk der hemelen (Matth. 18:4).

Aan de lezer…

Er zijn dagen dat u verbaasd staat over de diepten van uw eigen hart. Meende u dat de zonde in u sliep, en bent u geschrokken toen zij met vernieuwde kracht ontwaakte? Het hart is arglistig, meer dan enig ding, en wie zal het kennen? U bent niet de enige die dat door bittere ervaring moet leren; zo worden al Gods kinderen in de school van de bevinding gehouden.

Maar laat deze smartelijke les u niet tot wanhoop brengen. Want naast de verborgenheid der ongerechtigheid staat de verborgenheid der godzaligheid. Hoe dwazer u wordt in eigen oog, hoe zwakker, hoe armer, hoe meer bankroet, des te groter worden de vergeving en de redding. Wie zich met de gestalte van een kind aan de Heere overgeeft, is groot in het Koninkrijk der hemelen. Vlucht dan met uw arglistig hart naar Hem Die het kent en het wil vergeven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina