October 9
Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus.
Hebreeën 12:2
Niemand kan de loopbaan die voor hem ligt ten einde lopen zonder op Jezus te zien. Hij staat aan het begin van de loopbaan; Hij staat aan de eindpaal, met de kroon der overwinning in Zijn hand, die Hij plaatst op het hoofd van de overwinnaar. En wij kunnen allen voortlopen, als wij het oog des geloofs gevestigd hebben op de Heere Jezus aan de rechterhand des Vaders, Die Zijn gezegende armen uitgestrekt houdt om ons aan het einde der baan aan Zijn boezem te ontvangen.
Ook kan niemand in waarheid op Hem zien dan door de bijzondere gave en de genade Gods. Hij moet door de macht van God aan de ziel geopenbaard worden; wij moeten Zijn verheerlijkte Godheid en Zijn lijdende mensheid zien door het oog des geloofs, en wij moeten Hem zien als de mensgeworden God, de enige Middelaar tussen God en de mens. Wij moeten de kracht zien van Zijn zoenbloed om een schuldig geweten te reinigen; de gelukzaligheid Zijner gehoorzaamheid om een hulpbehoevende, naakte ziel te rechtvaardigen; de lieflijkheid Zijner stervende liefde als een inwendige balsem en een versterking tegen de duizenden kwalen en rampen des levens.
Wij moeten Zijn heerlijkheid zien, een heerlijkheid „als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid”; Zijn geschiktheid voor alle nood en ellende; Zijn oneindig medelijden met de snoodste en slechtste der zondaren; Zijn wonderlijke en geduldige verdraagzaamheid met onze zonden en afwijkingen; Zijn onveranderlijke liefde, sterker dan de dood zelf; Zijn bereidwilligheid om te horen; Zijn gewilligheid om te zegenen; en Zijn macht om „volkomen zalig te maken degenen, die door Hem tot God gaan”.
Zo ziet de hemelse wedloper niet op de lengte van de weg, noch op de oneffenheid van de grond, noch op zijn eigen herhaalde inspanning, noch op zijn eigen kracht, hetzij veel of weinig; noch op toejuichende vrienden of veroordelende vijanden, maar enkel en alleen op de vleesgeworden Zoon van God. De Heere Jezus trekt hem voort met Zijn onoverwinnelijke genade. Elke blik van Zijn schoon gelaat vernieuwt de vlam van heilige liefde; elke blik op Zijn bloed en Zijn gerechtigheid ontvlamt het verlangen om meer van hun kracht en godzaligheid te ondervinden, en elke aanraking van Zijn heilige vinger doet het hart smelten, totdat het gelijkvormig wordt aan Zijn lijdend beeld. Dat is het leven van een christen op de baan naar de eeuwigheid. Dag aan dag loopt hij die loopbaan; en terwijl hij naar het hemelse doel voortsnelt, toont hij zijn oprechtheid en ernst doordat hij gedurig de verlangens zijner ziel naar de Goddelijke zaken uitademt, en meer en meer voortdringt naar de Heere Jezus Christus, Die hem een hemelse kroon zal geven wanneer hij zijn loop met blijdschap volbracht heeft.
Uw heerschappij verduurt zelfs d’ eeuwigheid,
uw koninkrijk is eind’loos uitgebreid.
Gij ondersteunt hem, die voor ’t onheil zwicht:
wie nederstort, wordt door U opgericht.
’t Ziet al op U, ’t blijft alles op U wachten.
Ps. 145:5
Aan de lezer…
Hoe dikwijls ziet u op de lengte van de weg die nog voor u ligt, of op de oneffenheid van de grond! Telt u uw eigen inspanningen en meet u uw eigen kracht, en wordt u moedeloos omdat u zo weinig vordert? Zo zal niemand de loopbaan ten einde lopen. Er is maar één blik die kracht geeft: de blik op Jezus, de overste Leidsman en Voleinder des geloofs.
Hij staat aan het begin en aan de eindpaal, met de kroon in Zijn hand en Zijn armen uitgestrekt. Kunt u zelf niet op Hem zien, vraag dan dat Hij Zich aan uw ziel openbaart; want dat is een gave Zijner genade. Zie op de kracht van Zijn zoenbloed voor uw schuldig geweten, en op Zijn gerechtigheid voor uw naakte ziel. Elke blik op Hem vernieuwt de vlam der liefde, en Hij Zelf trekt u voort tot het einde der baan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus.
Hebreeën 12:2
Niemand kan de loopbaan die voor hem ligt tot het einde lopen zonder op Jezus te zien. Hij staat aan het begin van de loopbaan; Hij staat bij de eindpaal, met de kroon van de overwinning in Zijn hand, die Hij op het hoofd van de overwinnaar zet. En wij kunnen allen verder lopen als wij het oog van het geloof gericht houden op de Heere Jezus aan de rechterhand van de Vader. Hij houdt Zijn gezegende armen uitgestrekt om ons aan het einde van de baan aan Zijn boezem te ontvangen.
Ook kan niemand werkelijk op Hem zien dan door de bijzondere gave en de genade van God. Hij moet door de kracht van God aan de ziel geopenbaard worden. Wij moeten Zijn verheerlijkte Godheid en Zijn lijdende mensheid zien met het oog van het geloof, en wij moeten Hem zien als de mensgeworden God, de enige Middelaar tussen God en de mens. Wij moeten de kracht zien van Zijn zoenbloed om een schuldig geweten te reinigen, de zaligheid van Zijn gehoorzaamheid om een hulpbehoevende, naakte ziel te rechtvaardigen, en de lieflijkheid van Zijn stervende liefde als een inwendige balsem en een versterking tegen de duizenden kwalen en rampen van het leven.
Wij moeten Zijn heerlijkheid zien, een heerlijkheid „als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid”. Wij moeten zien hoe Hij past bij elke nood en elke ellende; hoe oneindig Zijn medelijden is met de ergste en slechtste zondaars; hoe wonderlijk geduldig Hij onze zonden en afdwalingen verdraagt; hoe onveranderlijk Zijn liefde is, sterker dan de dood zelf; hoe bereid Hij is om te horen en hoe gewillig om te zegenen; en hoe machtig Hij is om „volkomen zalig te maken degenen, die door Hem tot God gaan”.
Zo ziet de hemelse hardloper niet op de lengte van de weg, niet op de oneffenheid van de grond, niet op zijn eigen herhaalde inspanning en niet op zijn eigen kracht, of die nu groot is of klein, en niet op vrienden die hem toejuichen of vijanden die hem veroordelen, maar enkel en alleen op de vleesgeworden Zoon van God. De Heere Jezus trekt hem voort met Zijn onoverwinnelijke genade. Elke blik op Zijn schoon gelaat vernieuwt de vlam van heilige liefde. Elke blik op Zijn bloed en Zijn gerechtigheid doet het verlangen ontbranden om meer van hun kracht en zaligheid te ervaren, en elke aanraking van Zijn heilige vinger doet het hart smelten, totdat het gelijkvormig wordt aan Zijn lijdend beeld. Dat is het leven van een christen op de baan naar de eeuwigheid. Dag aan dag loopt hij die loopbaan. Terwijl hij naar het hemelse doel voortsnelt, toont hij zijn oprechtheid en ernst doordat hij voortdurend de verlangens van zijn ziel naar de Goddelijke werkelijkheden uitademt, en doordat hij steeds verder voortdringt naar de Heere Jezus Christus, Die hem een hemelse kroon zal geven wanneer hij zijn loop met blijdschap volbracht heeft.
Uw heerschappij verduurt zelfs d’ eeuwigheid,
uw koninkrijk is eind’loos uitgebreid.
Gij ondersteunt hem, die voor ’t onheil zwicht:
wie nederstort, wordt door U opgericht.
’t Ziet al op U, ’t blijft alles op U wachten.
Ps. 145:5
Aan de lezer…
Hoe vaak ziet u op de lengte van de weg die nog voor u ligt, of op de oneffenheid van de grond! Telt u uw eigen inspanningen en meet u uw eigen kracht, en wordt u moedeloos omdat u zo weinig vordert? Zo zal niemand de loopbaan tot het einde lopen. Er is maar één blik die kracht geeft: de blik op Jezus, de overste Leidsman en Voleinder des geloofs.
Hij staat aan het begin en bij de eindpaal, met de kroon in Zijn hand en Zijn armen uitgestrekt. Kunt u zelf niet op Hem zien, vraag Hem dan of Hij Zich aan uw ziel wil openbaren, want dat is een gave van Zijn genade. Zie op de kracht van Zijn zoenbloed voor uw schuldig geweten, en op Zijn gerechtigheid voor uw naakte ziel. Elke blik op Hem vernieuwt de vlam van de liefde, en Hij Zelf trekt u voort tot het einde van de baan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Looking unto Jesus the Author and Finisher of our faith.
Hebrews 12:2
No one can ever run the race set before him, except by looking unto Jesus. He is at the head of the race; He stands at the goal; holding the crown of victory in His hand, which He puts upon the head of the successful runner. And we can only run on as we view Jesus by the eye of faith at the right hand of the Father opening His blessed arms to receive us into His own bosom at the end of the race.
Nor indeed can any one really look to Him but by the special gift and grace of God. He must be revealed to the soul by the power of God; we must behold His glorious Godhead and His suffering manhood by the eye of faith; and we must view Him as the incarnate God; the only Mediator between God and man. We must see the efficacy of His atoning blood to purge a guilty conscience; the blessedness of His obedience to justify a needy, naked soul; the sweetness of His dying love as an inward balm and cordial against all the thousand ills and sorrows of life.
We must see His glory, as the only begotten of the Father, full of grace and truth; His suitability to every need and woe; His infinite compassion to the vilest and worst of sinners; His wondrous patient forbearance of our sins and backslidings; His unchanging love, stronger than death itself; His readiness to hear; His willingness to bless; and His ability to save to the uttermost all who come unto God by Him.
Thus the heavenly runner looks not to the course however long, nor to the ground however rough, not to his own exertions however multiplied, nor to his own strength whether much or little; nor to applauding friends nor condemning foes; but wholly and solely to the incarnate Son of God. Jesus draws him onward with His invincible grace. Every glance of His beauteous Person renews the flame of holy love; every sight of His blood and righteousness kindles desires to experience more of their efficacy and blessedness; and every touch of His sacred finger melts the heart into conformity to His suffering image.
This is the life of a Christian—day by day, to be running a race for eternity; and as speeding onward to a heavenly goal, to manifest his sincerity and earnestness by continually breathing forth the yearnings of his soul after divine realities, and to be pressing forward more and more toward the Lord Jesus Christ, as giving him a heavenly crown when he has finished his course with joy.
To the reader…
How often you look at the length of the course still before you, or at the roughness of the ground! Do you count your own exertions and measure your own strength, and lose heart because you make so little progress? In that way no one will run the race to the end. There is only one look that gives strength: the look unto Jesus, the Author and Finisher of our faith.
He stands at the start and at the goal, with the crown in His hand and His arms outstretched. If you cannot look to Him yourself, ask Him to reveal Himself to your soul, for that is a gift of His grace. Look to the power of His atoning blood for your guilty conscience, and to His righteousness for your naked soul. Every glance at Him renews the flame of love, and He Himself draws you onward to the end of the course.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Puestos los ojos en el autor y consumador de la fe, en Jesús.
Hebreos 12:2
Nadie puede jamás correr la carrera que le es propuesta sino poniendo los ojos en Jesús. Él está a la cabeza de la carrera; está en la meta, sosteniendo en Su mano la corona de la victoria, que pone sobre la cabeza del corredor que la alcanza. Y solo podemos seguir corriendo cuando contemplamos a Jesús con el ojo de la fe a la diestra del Padre, abriendo Sus benditos brazos para recibirnos en Su propio seno al final de la carrera.
Ni puede nadie, en verdad, mirarle de veras sino por el don y la gracia especiales de Dios. Él tiene que ser revelado al alma por el poder de Dios; tenemos que contemplar con el ojo de la fe Su gloriosa Deidad y Su humanidad sufriente; y tenemos que verle como el Dios encarnado, el único Mediador entre Dios y los hombres. Tenemos que ver la eficacia de Su sangre expiatoria para purificar una conciencia culpable; la bienaventuranza de Su obediencia para justificar un alma necesitada y desnuda; la dulzura de Su amor que murió como bálsamo y cordial interior contra todos los mil males y tristezas de la vida.
Tenemos que ver Su gloria, como del unigénito del Padre, lleno de gracia y de verdad; Su idoneidad para toda necesidad y aflicción; Su compasión infinita hacia los más viles y peores de los pecadores; Su admirable y paciente tolerancia de nuestros pecados y rebeliones; Su amor inmutable, más fuerte que la muerte misma; Su prontitud para oír; Su buena voluntad para bendecir; y Su poder para salvar eternamente a todos los que por Él se allegan a Dios.
Así el corredor celestial no mira a la carrera, por larga que sea, ni al terreno, por áspero que sea, ni a sus propios esfuerzos, por multiplicados que sean, ni a su propia fuerza, sea mucha o poca; ni a los amigos que aplauden ni a los enemigos que condenan; sino total y únicamente al Hijo de Dios encarnado. Jesús le atrae hacia adelante con Su gracia invencible. Cada mirada a Su hermosa Persona renueva la llama del santo amor; cada visión de Su sangre y justicia enciende deseos de experimentar más de su eficacia y bienaventuranza; y cada toque de Su sagrado dedo derrite el corazón para conformarlo a Su imagen sufriente.
Esta es la vida de un cristiano: correr día tras día una carrera para la eternidad; y, apresurándose hacia una meta celestial, manifestar su sinceridad y su fervor exhalando continuamente los anhelos de su alma por las realidades divinas, y avanzar más y más hacia el Señor Jesucristo, como Aquel que le dará una corona celestial cuando haya acabado su carrera con gozo.
Al lector…
¡Cuántas veces mira usted lo larga que es la carrera que aún tiene por delante, o lo áspero que es el terreno! ¿Cuenta sus propios esfuerzos y mide su propia fuerza, y se desanima porque avanza tan poco? Así nadie correrá la carrera hasta el fin. Solo hay una mirada que da fuerza: la mirada puesta en Jesús, el autor y consumador de la fe.
Él está en la salida y en la meta, con la corona en Su mano y Sus brazos extendidos. Si usted no puede mirarle por sí mismo, pídale que se revele a su alma, porque eso es un don de Su gracia. Mire el poder de Su sangre expiatoria para su conciencia culpable, y Su justicia para su alma desnuda. Cada mirada a Él renueva la llama del amor, y Él mismo le atrae hacia adelante hasta el final de la carrera.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl