2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
9 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
13 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; en zult de Waarheid verstaan, en de Waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:31-32
De Waarheid wordt niet dadelijk gekend in al haar liefelijkheid, haar vrijheid en kracht. Wij moeten in het Woord blijven; somtijds mag het zijn in zeer grote duisternis, droefheid, inspanning, verzoeking; en toch, zodanig is de macht des Woords geweest op het hart, dat het ons niet kan, niet wil loslaten. Wij zien en gevoelen de ellende om van het Woord te wijken, het rampzalige om in de wereld terug te keren en ons te verwarren in haar strikken; en wat moet het gevolg zijn, als wij van die dingen die wij belijden te kennen en te geloven, afwijken, ons aan de dwaling hechten en wij in de armen der zonde vallen?
Daarom moet men in het Woord blijven, het moge — zoals ik zeide — dikwijls zijn in veel duisternis, inspanning, beproevingen, verzoekingen; maar toch worden wij tot dit punt gebracht, nooit van het Woord af te wijken, dat geest en leven voor de ziel is geworden. En ofschoon de Heere somtijds Zijn aangezicht moge verbergen en wij zeer arme, dwaze discipelen schijnen te zijn en veroordeeld wegens onze onvruchtbaarheid, omdat wij zo weinig van de Geest des Meesters verstaan en zo weinig in Zijn zalige wegen wandelen, toch is er een zien op Hem, een verlangen naar Hem, een zich vastklemmen aan Hem; en dit openbaart het ware discipelschap. Zo wij nu blijven vastklemmen, vertrouwen en hopen, beginnen wij de Waarheid te kennen; zij ligt open voor de ziel, zij is juist geschikt voor onze toestand en ons lot; en de wonderbare wijze waarop zij zich tot ons richt en zich schikt naar onze verschillende en dringende noden en behoeften, wordt ons meer en meer openbaar.
Mijn ziel is immers stil tot God:
van Hem wacht ik een heilrijk lot.
Want Hij zal toch mijn rotssteen wezen,
Mijn heil, mijn hulp in mijn gebrek;
Mijn toevlucht en mijn hoog vertrek.
Ik zal geen grote wank’ling vrezen.
Ps. 62:1
Aan de lezer…
Hoe dikwijls gaat een kind van God door een tijd van duisternis, waarin het Woord weinig zegt en de Heere Zijn aangezicht schijnt te verbergen! Is dat ook uw tijd nu? Voelt u zich een arme, dwaze discipel, die zo weinig van de Geest des Meesters verstaat en zo weinig in Zijn wegen wandelt? Vraag u dan eens af: kunt u het Woord loslaten? Of is het u, ondanks alles, geest en leven geworden, zodat u niet terug wilt naar de wereld, ook niet wanneer de weg zwaar is?
Dat zich vastklemmen aan Hem, dat zien op Hem en dat verlangen naar Hem, ook in de donkerste uren, is het kenmerk van ware discipelen. „Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen.” De Waarheid wordt niet in één keer gekend, maar zij gaat open voor wie blijft. Blijf dan, ook al ziet u nu weinig. Gaandeweg zult u ontdekken hoe juist zij past bij uw nood, en hoe de Waarheid de ziel waarlijk vrijmaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; en zult de Waarheid verstaan, en de Waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:31-32
De Waarheid wordt niet meteen gekend in al haar lieflijkheid, haar vrijheid en haar kracht. Wij moeten in het Woord blijven. Soms gaat dat door zeer grote duisternis, droefheid, inspanning en verzoeking heen. En toch is de macht van het Woord op ons hart zo groot geweest, dat het ons niet kan en niet wil loslaten. Wij zien en voelen hoe ellendig het is om van het Woord af te wijken, en hoe rampzalig het is om naar de wereld terug te keren en verstrikt te raken in haar strikken. Wat moet het gevolg zijn als wij afwijken van de dingen die wij belijden te kennen en te geloven, ons aan de dwaling hechten en in de armen van de zonde vallen?
Daarom moeten wij in het Woord blijven, ook al gaat dat, zoals ik al zei, vaak door veel duisternis, inspanning, beproevingen en verzoekingen heen. Toch worden wij zover gebracht dat wij nooit afwijken van het Woord dat geest en leven voor de ziel is geworden. Soms verbergt de Heere Zijn aangezicht. Dan lijken wij zeer arme, dwaze discipelen, en worden wij veroordeeld om onze onvruchtbaarheid, omdat wij zo weinig van de Geest van de Meester begrijpen en zo weinig in Zijn zalige wegen wandelen. Toch is er dan een zien op Hem, een verlangen naar Hem, een zich vastklemmen aan Hem; en dat maakt het ware discipelschap openbaar.
Wanneer wij ons zo blijven vastklemmen, blijven vertrouwen en blijven hopen, beginnen wij de Waarheid te kennen. Zij gaat open voor de ziel en past precies bij onze toestand en ons lot. En de wonderbare manier waarop zij zich tot ons richt en aansluit bij onze verschillende en dringende noden en behoeften, wordt ons steeds duidelijker.
Mijn ziel is immers stil tot God:
van Hem wacht ik een heilrijk lot.
Want Hij zal toch mijn rotssteen wezen,
Mijn heil, mijn hulp in mijn gebrek;
Mijn toevlucht en mijn hoog vertrek.
Ik zal geen grote wank’ling vrezen.
Ps. 62:1
Aan de lezer…
Hoe vaak gaat een kind van God door een tijd van duisternis, waarin het Woord weinig zegt en de Heere Zijn aangezicht lijkt te verbergen! Is dat nu ook uw tijd? Voelt u zich een arme, dwaze discipel, die zo weinig van de Geest van de Meester begrijpt en zo weinig in Zijn wegen wandelt? Vraag u dan eens af: kunt u het Woord loslaten? Of is het u ondanks alles geest en leven geworden, zodat u niet terug wilt naar de wereld, ook niet wanneer de weg zwaar is?
Dat vastklemmen aan Hem, dat zien op Hem en dat verlangen naar Hem, ook in de donkerste uren, is het kenmerk van ware discipelen. „Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen.” De Waarheid wordt niet in één keer gekend, maar zij gaat open voor wie blijft. Blijf dan, ook al ziet u nu weinig. Gaandeweg zult u ontdekken hoe goed zij past bij uw nood, en hoe de Waarheid de ziel waarlijk vrijmaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then said Jesus to those Jews which believed on Him, If ye continue in My word, then are ye My disciples indeed; and ye shall know the truth, and the truth shall make you free.
John 8:31-32
The truth is not known at first in all its sweetness, liberty, and power. We have “to continue in the Word;” it may be at times in very great darkness, distress, exercise, temptation, and trouble; and yet, such has been the power of the Word upon the heart, it cannot, will not let us go. We see and feel the misery of departing from the truth, the wretchedness of getting back into the world, and being entangled in the spirit of it; and what must be the consequence if we leave those things we profess to know and believe, and embrace error or fall into the arms of sin!
There is, therefore, a continuance in the Word, it may be often, as I have said, in much darkness, much exercise, many trials, many temptations—but still we are brought to this point, never to give up the Word which has been made life and spirit to the soul. And though the Lord sometimes may very much hide His face, and we seem to be very poor, dull scholars, and to be much condemned for our unfruitfulness, to know so little of the spirit of the Master, and walk so little in His blessed ways; yet there is a looking unto Him, a longing after Him, a cleaving to Him; and this manifests genuine discipleship.
Now, as we still cling, cleave, hang, trust, and hope, we begin to know the truth; it is opened up to the mind, it is made exactly suitable to our state and case; and the wonderful way in which it addresses and adapts itself to our various and pressing needs and necessities becomes more and more manifest.
To the reader…
How often a child of God passes through a season of darkness, in which the Word says little and the Lord seems to hide His face! Is this your season now? Do you feel yourself a poor, dull disciple, who understands so little of the spirit of the Master and walks so little in His ways? Then ask yourself this: can you let go of the Word? Or has it, in spite of everything, become spirit and life to you, so that you do not want to go back to the world, not even when the way is hard?
That clinging to Him, that looking to Him and longing for Him, even in the darkest hours, is the mark of true disciples. “If ye continue in My word, then are ye My disciples indeed.” The truth is not known all at once, but it opens up to those who continue. Continue, then, even if you see little now. Little by little you will discover how well it suits your need, and how the truth truly makes the soul free.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y decía Jesús a los Judíos que le habían creído: Si vosotros permaneciereis en Mi palabra, seréis verdaderamente Mis discípulos; y conoceréis la verdad, y la verdad os libertará.
Juan 8:31-32
La verdad no se conoce desde el principio en toda su dulzura, libertad y poder. Tenemos que “permanecer en la Palabra”, quizá a veces en muy grande oscuridad, angustia, ejercicio, tentación y aflicción; y sin embargo, tal ha sido el poder de la Palabra sobre el corazón, que no puede ni quiere soltarnos. Vemos y sentimos la miseria de apartarnos de la verdad, la desdicha de volver al mundo y enredarnos en su espíritu; ¡y cuál no sería la consecuencia si abandonáramos las cosas que profesamos conocer y creer, y abrazáramos el error o cayéramos en los brazos del pecado!
Hay, por tanto, una permanencia en la Palabra, muchas veces, como he dicho, en mucha oscuridad, mucho ejercicio, muchas pruebas, muchas tentaciones; pero aun así somos llevados a este punto: nunca abandonar la Palabra que ha sido hecha vida y espíritu para el alma. Y aunque el Señor a veces esconda mucho Su rostro, y parezcamos alumnos muy pobres y torpes, y seamos muy condenados por nuestra falta de fruto, por conocer tan poco del espíritu del Maestro y andar tan poco en Sus benditos caminos, con todo hay un mirar a Él, un anhelar por Él, un aferrarse a Él; y esto manifiesta un discipulado genuino.
Ahora bien, a medida que seguimos asidos, aferrados, colgados de Él, confiando y esperando, comenzamos a conocer la verdad; se abre a la mente, se hace exactamente adecuada a nuestro estado y caso; y la manera maravillosa en que se dirige y se adapta a nuestras diversas y apremiantes necesidades se hace cada vez más manifiesta.
Al lector…
¡Cuántas veces pasa un hijo de Dios por un tiempo de oscuridad, en el que la Palabra dice poco y el Señor parece esconder Su rostro! ¿Es ahora ese su tiempo? ¿Se siente usted un discípulo pobre y torpe, que entiende tan poco del espíritu del Maestro y anda tan poco en Sus caminos? Entonces pregúntese esto: ¿puede soltar la Palabra? ¿O ha llegado a ser para usted, a pesar de todo, espíritu y vida, de modo que no quiere volver al mundo, ni aun cuando el camino es duro?
Ese aferrarse a Él, ese mirarle y anhelarle, aun en las horas más oscuras, es la señal de los verdaderos discípulos. “Si vosotros permaneciereis en Mi palabra, seréis verdaderamente Mis discípulos.” La verdad no se conoce de una vez, pero se abre a quienes permanecen. Permanezca, pues, aunque ahora vea poco. Poco a poco descubrirá cuán bien se ajusta a su necesidad, y cómo la verdad liberta de veras al alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Leer mij Uw paden
U verwacht ik de ganse dag.
Psalm 25:5
Dit zijn geweldige woorden om te gebruiken. Wat moet David in een hoge geestelijke stand hebben verkeerd om te kunnen zeggen dat hij heel de dag lang op God zou kunnen wachten en dit ook deed. Toch heeft ieder kind van God tot op zekere hoogte iets van deze geest in zich. Weliswaar wacht hij wellicht niet altijd op God in gebed, smeekbede en meditatie; dat zou zelfs onmogelijk zijn. Hoe zou er aandacht aan alle tijdelijke en zintuiglijke zaken kunnen worden besteed, hoe zouden alle dagelijkse taken worden uitgevoerd als iemand de hele dag lang op zijn knieën ligt of de Bijbel leest? Als men dit niet doet, kan men toch op God wachten, op Zijn hand letten, Zijn afwezigheid beseffen, Zijn aanwezigheid wensen, naar Hem opkijken, en godsvrucht naar Hem uit laten gaan.
Dit kan zich namelijk allemaal in de ziel afspelen, ongeacht of we op onze knieën vallen, de Heilige Schrift lezen of godzalige handelingen uitvoeren. In deze beperkte zin is het zo, dat hoe geestelijker iemand is ingesteld, des te meer hij de gehele dag op de Heere zal wachten. Zonder op de hand van de Heere te letten en Zijn aangezicht te zoeken, worden geestelijke zegeningen gewoonlijk niet verkregen.
Heel waarschijnlijk echter maakte Davids ziel toen bepaalde beproevingen en verzoekingen door, waardoor hij op zijn wachttoren terechtkwam, en aangezien die moeilijkheden op hem drukten, was hij voortdurend op de uitkijk om de Heere te zien verschijnen. Dit is in feite het voornaamste voordeel van beproevingen: dat ze de ziel doen wachten op de Heere, haar vlijt prikkelen, haar verlangens opwekken, en haar ernstiger doen verlangen naar goddelijke openbaringen. Dit was dus de ervaring van David, en het zal voor ons een genade zijn er ook iets van in ons hart te vinden.
Lezen: Psalm 123
Aan de lezer…
Misschien durft u nauwelijks met David te zeggen: „U verwacht ik de ganse dag.” U schrikt ervoor terug, omdat uw dagen vol zijn van werk en zorgen en u weinig tijd hebt voor gebed of het lezen van de Schrift. Maar op de Heere wachten betekent niet dat u de hele dag op uw knieën ligt. Het is op Zijn hand letten, Zijn afwezigheid voelen, Zijn tegenwoordigheid begeren en het hart naar Hem laten opzien, midden in uw dagelijkse taken.
En drukken er beproevingen op u, die u als op een wachttoren zetten, vanwaar u uitziet of de Heere verschijnt? Dan is dat geen verloren tijd. Juist daartoe dienen beproevingen: zij doen de ziel wachten op de Heere, wekken haar verlangens op en maken haar ernstiger in het zoeken naar Zijn aangezicht. Het zal genade zijn als u daar iets van in uw eigen hart vindt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
U verwacht ik de ganse dag.
Psalm 25:5
Dit zijn grote woorden. In wat voor hoge geestelijke gesteldheid moet David hebben verkeerd om te kunnen zeggen dat hij de hele dag op God kon wachten en dat ook deed! Toch heeft ieder kind van God tot op zekere hoogte iets van deze geest in zich. Weliswaar wacht hij misschien niet altijd op God in gebed, smeking en overdenking; dat zou zelfs onmogelijk zijn. Hoe zou er aandacht kunnen worden gegeven aan alle tijdelijke en zichtbare zaken, en hoe zouden alle dagelijkse taken worden gedaan, als iemand de hele dag op zijn knieën lag of de Bijbel las? Maar ook als men dat niet doet, kan men toch op God wachten: op Zijn hand letten, Zijn afwezigheid beseffen, Zijn aanwezigheid wensen, naar Hem opzien en het hart in godsvrucht naar Hem laten uitgaan.
Dit alles kan zich namelijk in de ziel afspelen, of we nu op onze knieën vallen, de Heilige Schrift lezen of godzalige handelingen verrichten. In deze beperkte zin geldt: hoe geestelijker iemand gezind is, hoe meer hij de hele dag op de Heere zal wachten. Zonder op de hand van de Heere te letten en Zijn aangezicht te zoeken, worden geestelijke zegeningen gewoonlijk niet verkregen.
Heel waarschijnlijk ging Davids ziel toen echter door bepaalde beproevingen en verzoekingen, die hem op zijn wachttoren brachten. Omdat die moeilijkheden op hem drukten, zag hij voortdurend uit of de Heere zou verschijnen. Dit is eigenlijk het voornaamste voordeel van beproevingen: dat ze de ziel doen wachten op de Heere, haar vlijt prikkelen, haar verlangens opwekken en haar ernstiger doen verlangen naar goddelijke openbaringen. Dit was dus de ervaring van David, en het zal voor ons een genade zijn als we er ook iets van in ons hart vinden.
Lezen: Psalm 123
Aan de lezer…
Misschien durft u nauwelijks met David te zeggen: „U verwacht ik de ganse dag.” U schrikt ervoor terug, omdat uw dagen vol zijn van werk en zorgen en u weinig tijd hebt voor gebed of het lezen van de Schrift. Maar op de Heere wachten betekent niet dat u de hele dag op uw knieën ligt. Het is op Zijn hand letten, Zijn afwezigheid voelen, Zijn tegenwoordigheid begeren en het hart naar Hem laten opzien, midden in uw dagelijkse taken.
En drukken er beproevingen op u, die u als op een wachttoren zetten, vanwaar u uitziet of de Heere verschijnt? Dan is dat geen verloren tijd. Juist daartoe dienen beproevingen: zij doen de ziel wachten op de Heere, wekken haar verlangens op en maken haar ernstiger in het zoeken naar Zijn aangezicht. Het zal genade zijn als u daar iets van in uw eigen hart vindt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
On Thee do I wait all the day.
Psalm 25:5
These are great words. In what a high spiritual frame David must have been to be able to say that he could wait upon God all the day, and did so! Yet every child of God has in some measure something of this spirit in him. True, he may not always be waiting upon God in prayer, supplication and meditation; that would indeed be impossible. How could attention be given to all temporal and visible things, and how would all the daily duties be done, if a man lay all day upon his knees or read the Bible? But even when this is not done, one may still wait upon God: watching His hand, feeling His absence, desiring His presence, looking up to Him and letting the heart go out to Him in godly fear.
For all this may be going on in the soul, whether we fall upon our knees, read the Holy Scriptures or perform godly acts. In this limited sense it holds true that the more spiritually minded a man is, the more he will wait upon the Lord all the day. Without watching the hand of the Lord and seeking His face, spiritual blessings are not usually obtained.
Very probably, however, David’s soul was then passing through certain trials and temptations which brought him to his watch-tower. Because those difficulties pressed upon him, he was continually looking out to see whether the Lord would appear. This is indeed the chief benefit of trials: that they make the soul wait upon the Lord, stir up her diligence, awaken her desires and make her long more earnestly for Divine manifestations. This, then, was David’s experience, and it will be a mercy for us if we also find something of it in our hearts.
Reading: Psalm 123
To the reader…
Perhaps you hardly dare say with David, “On Thee do I wait all the day.” You shrink from it, because your days are full of work and cares and you have little time for prayer or reading the Scriptures. But to wait upon the Lord does not mean that you lie all day upon your knees. It is watching His hand, feeling His absence, longing for His presence and letting the heart look up to Him, in the midst of your daily duties.
And do trials press upon you, which set you as it were upon a watch-tower, from which you look out to see whether the Lord will appear? Then that is no time lost. This is just what trials are for: they make the soul wait upon the Lord, awaken her desires and make her more earnest in seeking His face. It will be grace if you find something of this in your own heart.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En Ti he esperado todo el día.
Salmo 25:5
Son palabras grandes. ¡En qué elevado estado espiritual debía de estar David para poder decir que podía esperar en Dios todo el día, y que lo hacía! Sin embargo, todo hijo de Dios tiene en alguna medida algo de este espíritu en sí. Es cierto que no siempre estará esperando en Dios en oración, súplica y meditación; eso sería en verdad imposible. ¿Cómo se atendería a todas las cosas temporales y visibles, y cómo se cumplirían todos los deberes diarios, si un hombre estuviera todo el día de rodillas o leyendo la Biblia? Pero aun cuando esto no se hace, uno puede seguir esperando en Dios: observando Su mano, sintiendo Su ausencia, deseando Su presencia, mirando hacia Él y dejando que el corazón salga hacia Él con temor piadoso.
Porque todo esto puede estar ocurriendo en el alma, ya sea que caigamos de rodillas, leamos las Sagradas Escrituras o realicemos actos piadosos. En este sentido limitado es verdad que cuanto más espiritual sea un hombre, más esperará en el Señor todo el día. Sin observar la mano del Señor y buscar Su rostro, por lo general no se obtienen bendiciones espirituales.
Es muy probable, sin embargo, que el alma de David estuviera pasando entonces por ciertas pruebas y tentaciones que le llevaron a su atalaya. Porque esas dificultades le apremiaban, estaba continuamente mirando a ver si el Señor aparecería. Este es en verdad el principal beneficio de las pruebas: que hacen al alma esperar en el Señor, avivan su diligencia, despiertan sus deseos y la hacen anhelar con más ardor las manifestaciones divinas. Esta fue, pues, la experiencia de David, y será una misericordia para nosotros si también hallamos algo de ella en nuestro corazón.
Lectura: Salmo 123
Al lector…
Quizá apenas se atreve a decir con David: “En Ti he esperado todo el día”. Retrocede ante ello, porque sus días están llenos de trabajo y preocupaciones y tiene poco tiempo para la oración o la lectura de las Escrituras. Pero esperar en el Señor no significa estar todo el día de rodillas. Es observar Su mano, sentir Su ausencia, anhelar Su presencia y dejar que el corazón mire hacia Él, en medio de sus deberes diarios.
¿Y le apremian pruebas que le ponen, por así decirlo, sobre una atalaya, desde la cual mira a ver si el Señor aparecerá? Entonces no es tiempo perdido. Para eso precisamente sirven las pruebas: hacen al alma esperar en el Señor, despiertan sus deseos y la hacen más ferviente en buscar Su rostro. Será gracia si halla algo de esto en su propio corazón.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.
2 Petr. 1:20-21
De Bijbel is in onze handen gegeven als een openbaring van God. Als zodanig hebben wij hem van onze vaderen ontvangen. Daarom en daarom alléén maakt hij aanspraak op onze opmerkzaamheid en gehoorzaamheid. Is hij niet het Woord van God — wij spreken met eerbied — dan is hij bedriegerij. Nu, indien wij maar de noodzakelijkheid van een Godsopenbaring degelijk kunnen bevestigen, dan hebben wij een sterk fundament gelegd voor een geloof dat de Bijbel die openbaring is; want een andere openbaring is het geen ogenblik waard onderzocht te worden.
Dit argument van de noodzakelijkheid dan is zeer sterk, sterker misschien dan het op het eerste ogenblik schijnt, en even uitgebreid in toepassing als in zijn vastigheid. Om de kracht van dit argument te gevoelen, werp dan uw ogen voor enige ogenblikken over de schepping en zie dan welk een voorzorg overal, uit de noodzakelijkheid daarvan, door haar alwijze en almachtige Schepper getroffen is. Vanaf de mens, aan het hoofd der schepping, tot het laagste lichaam toe is er geen noodzakelijkheid waarvoor geen voorziening is getroffen, en dat in de juiste verhouding naar de behoefte ervan. Gijzelf kwaamt in deze wereld als een arm, naakt, hulpeloos wicht, vol behoeften, en gij zoudt van de baarmoeder af hebben moeten omkomen, zo er geen voorzienig bestel over u gegaan was. Wie vulde uwer moeders borsten met melk en uwer moeders hart met liefde?
Maar gij hebt een ziel zowel als een lichaam, niet minder naakt en niet minder behoeftig. Zal dan het lichaam behoeften hebben en is erin voorzien, en de ziel, haar behoeften hebbende, zou daarvoor geen voorzorg gemaakt zijn? Is er geen melk voor de ziel zowel als voor het lichaam? Geen onvervalste melk van het Woord, opdat zij daardoor moge opwassen? Het hunkeren naar God in iedere wedergeboren ziel, de vurige begeerte waarmede zij dadelijk uitgaat om troost en onderwijzing uit het Woord, de heilige vreugde waarmede zij elke straal van hemels licht die zich over haar donker pad verspreidt, begroet, toont klaar hoe diep de noodzakelijkheid van een Goddelijke openbaring is gelegen in de betrekking tussen de mens en zijn Maker.
Aan de lezer…
Er zijn dagen waarop het goed is te bedenken hoe u in deze wereld kwam: als een arm, naakt, hulpeloos wicht, en er was melk voor u, en een moederhart vol liefde. Zou dan uw ziel, die niet minder naakt en behoeftig is, zonder voorziening gebleven zijn? Neen, de Heere heeft gesproken. Heilige mensen Gods hebben, door de Heilige Geest gedreven, Zijn Woord neergeschreven, opdat een hongerige ziel niet zou omkomen.
Voelt u in u dat hunkeren naar God, die begeerte naar troost en onderwijzing, die vreugde als er een straal van licht op uw donkere pad valt? Dat is geen inbeelding; het is de honger van een ziel naar de melk die God Zelf heeft gegeven. Neem dan de Bijbel ter hand, niet als een gewoon boek, maar als een openbaring van God, en vraag Hem of u daardoor mag opwassen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.
2 Petr. 1:20-21
De Bijbel is ons in handen gegeven als een openbaring van God. Als zodanig hebben wij hem van onze vaderen ontvangen. Daarom, en alléén daarom, maakt hij aanspraak op onze aandacht en gehoorzaamheid. Is hij niet het Woord van God — wij zeggen het met eerbied — dan is hij bedrog. Als wij nu maar de noodzaak van een openbaring van God degelijk kunnen aantonen, dan hebben wij een sterk fundament gelegd voor het geloof dat de Bijbel die openbaring is; want een andere openbaring is het geen ogenblik waard om onderzocht te worden.
Dit argument van de noodzaak is dus heel sterk, sterker misschien dan het op het eerste gezicht lijkt, en even breed in zijn toepassing als vast in zijn grond. Om de kracht van dit argument te voelen, moet u uw ogen eens even over de schepping laten gaan en zien welke voorzorg haar alwijze en almachtige Schepper overal getroffen heeft, omdat het nodig was. Van de mens, aan het hoofd van de schepping, tot het laagste schepsel toe is er geen nood waarin niet voorzien is, en dat in de juiste verhouding tot de behoefte. U kwam zelf in deze wereld als een arm, naakt, hulpeloos kind, vol behoeften, en u zou vanaf de moederschoot hebben moeten omkomen als er geen voorzienige zorg over u gegaan was. Wie vulde de borsten van uw moeder met melk en het hart van uw moeder met liefde?
Maar u hebt een ziel, zowel als een lichaam, en zij is niet minder naakt en niet minder behoeftig. Zal dan het lichaam behoeften hebben waarin voorzien is, en zou voor de ziel, die ook haar behoeften heeft, geen voorzorg getroffen zijn? Is er geen melk voor de ziel zowel als voor het lichaam? Geen onvervalste melk van het Woord, zodat zij daardoor mag opwassen? Het hunkeren naar God in iedere wedergeboren ziel, de vurige begeerte waarmee zij direct uitgaat om troost en onderwijs uit het Woord te zoeken, de heilige vreugde waarmee zij elke straal van hemels licht begroet die over haar donker pad valt: dat alles laat duidelijk zien hoe diep de noodzaak van een Goddelijke openbaring ligt in de verhouding tussen de mens en zijn Maker.
Aan de lezer…
Er zijn dagen waarop het goed is te bedenken hoe u in deze wereld kwam: als een arm, naakt, hulpeloos kind, en er was melk voor u, en een moederhart vol liefde. Zou dan uw ziel, die niet minder naakt en behoeftig is, zonder voorziening gebleven zijn? Nee, de Heere heeft gesproken. Heilige mensen van God hebben, door de Heilige Geest gedreven, Zijn Woord opgeschreven, zodat een hongerige ziel niet zou omkomen.
Voelt u in u dat hunkeren naar God, die begeerte naar troost en onderwijs, die vreugde als er een straal van licht op uw donkere pad valt? Dat is geen inbeelding; het is de honger van een ziel naar de melk die God Zelf heeft gegeven. Neem dan de Bijbel ter hand, niet als een gewoon boek, maar als een openbaring van God, en vraag Hem of u daardoor mag opwassen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Knowing this first, that no prophecy of the scripture is of any private interpretation. For the prophecy came not in old time by the will of man: but holy men of God spake as they were moved by the Holy Ghost.
2 Peter 1:20-21
The Bible is put into our hands as a revelation from God. As such we have received it from our fathers. As such, and as such only, does it claim our attention and our obedience. If it is not the Word of God—we speak with reverence—it is an imposture. Now, if we can but firmly establish the necessity of a revelation from God, we have laid a strong foundation for a belief that the Bible is that revelation; for no other is worth a moment’s examination. This argument from necessity, then, is very strong—stronger, perhaps, than it at first appears, and as extensive in application as firm in strength.
To feel the force of this argument, cast your eyes for a few moments over creation, and see what a provision has been made everywhere by its All-wise and All-powerful Creator for necessity. From man, at the head of creation, down to the lowest organized structure, there is not a necessity for which provision has not been made, and that in exact proportion to its needs. You yourself came into this world a poor, naked, helpless infant, full of necessities, and must have perished from the womb unless provision had been made for them. Who filled for you your mother’s breast with milk and your mother’s heart with love?
But you have a soul as well as a body—no less naked, no less necessitous. Shall, then, the body have its necessities, and these be provided for, and shall the soul have its necessities too, and for these there be no provision made? Is there no milk for the soul as well as for the body? no “sincere milk of the Word that it may grow thereby?” The craving after God felt by every new-born soul, the eagerness with which it flies at once to get comfort and instruction from the Word, the holy joy with which it hails every ray of heavenly light that shines on its dark path, evidently show how deep the necessity of a divine revelation is laid in the relationship between man and his Maker.
To the reader…
There are days when it is good to remember how you came into this world: as a poor, naked, helpless child, and there was milk for you, and a mother’s heart full of love. Would your soul, then, which is no less naked and needy, have been left without provision? No, the Lord has spoken. Holy men of God, moved by the Holy Ghost, wrote down His Word, so that a hungry soul would not perish.
Do you feel within you that longing for God, that desire for comfort and instruction, that joy when a ray of light falls on your dark path? That is no imagination; it is the hunger of a soul for the milk that God Himself has given. Take up the Bible, then, not as an ordinary book, but as a revelation from God, and ask Him that you may grow thereby.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Entendiendo primero esto, que ninguna profecía de la Escritura es de particular interpretación; porque la profecía no fue en los tiempos pasados traída por voluntad humana, sino los santos hombres de Dios hablaron siendo inspirados del Espíritu Santo.
2 Pedro 1:20-21
La Biblia es puesta en nuestras manos como una revelación de Dios. Como tal la hemos recibido de nuestros padres. Como tal, y solo como tal, reclama nuestra atención y nuestra obediencia. Si no es la Palabra de Dios —lo decimos con reverencia—, es una impostura. Ahora bien, si tan solo podemos establecer firmemente la necesidad de una revelación de Dios, habremos puesto un fundamento sólido para creer que la Biblia es esa revelación; porque ninguna otra merece un momento de examen. Este argumento de la necesidad, pues, es muy fuerte; más fuerte, quizá, de lo que parece al principio, y tan amplio en su aplicación como firme en su fuerza.
Para sentir la fuerza de este argumento, eche usted la mirada por unos momentos sobre la creación, y vea qué provisión ha hecho en todas partes su Creador, todo sabio y todopoderoso, para la necesidad. Desde el hombre, a la cabeza de la creación, hasta la estructura organizada más baja, no hay una necesidad para la cual no se haya hecho provisión, y ello en proporción exacta a lo que requiere. Usted mismo vino a este mundo como un niño pobre, desnudo e indefenso, lleno de necesidades, y habría perecido desde el vientre si no se hubiera hecho provisión para ellas. ¿Quién llenó para usted el pecho de su madre de leche y el corazón de su madre de amor?
Pero usted tiene un alma además de un cuerpo, no menos desnuda, no menos necesitada. ¿Tendrá, pues, el cuerpo sus necesidades, y se proveerá para ellas, y tendrá también el alma sus necesidades, y para estas no se hará provisión alguna? ¿No hay leche para el alma así como para el cuerpo? ¿No hay “leche espiritual, sin engaño, para que por ella crezcáis”? El anhelo de Dios que siente toda alma recién nacida, el afán con que vuela enseguida a buscar consuelo e instrucción en la Palabra, el santo gozo con que saluda cada rayo de luz celestial que brilla sobre su senda oscura, muestran claramente cuán hondo está puesta la necesidad de una revelación divina en la relación entre el hombre y su Hacedor.
Al lector…
Hay días en que es bueno recordar cómo vino usted a este mundo: como un niño pobre, desnudo e indefenso, y había leche para usted, y un corazón de madre lleno de amor. ¿Habría quedado entonces su alma, que no es menos desnuda ni menos necesitada, sin provisión? No, el Señor ha hablado. Santos hombres de Dios, inspirados del Espíritu Santo, escribieron Su Palabra, para que un alma hambrienta no pereciera.
¿Siente dentro de usted ese anhelo de Dios, ese deseo de consuelo e instrucción, ese gozo cuando un rayo de luz cae sobre su senda oscura? No es imaginación; es el hambre de un alma por la leche que Dios mismo ha dado. Tome, pues, la Biblia, no como un libro cualquiera, sino como una revelación de Dios, y pídale que por ella pueda crecer.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl