Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

9 januari Korenaren uit de volle oogst

Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; en zult de Waarheid verstaan, en de Waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:31-32

De Waarheid wordt niet meteen gekend in al haar lieflijkheid, haar vrijheid en haar kracht. Wij moeten in het Woord blijven. Soms gaat dat door zeer grote duisternis, droefheid, inspanning en verzoeking heen. En toch is de macht van het Woord op ons hart zo groot geweest, dat het ons niet kan en niet wil loslaten. Wij zien en voelen hoe ellendig het is om van het Woord af te wijken, en hoe rampzalig het is om naar de wereld terug te keren en verstrikt te raken in haar strikken. Wat moet het gevolg zijn als wij afwijken van de dingen die wij belijden te kennen en te geloven, ons aan de dwaling hechten en in de armen van de zonde vallen?

Daarom moeten wij in het Woord blijven, ook al gaat dat, zoals ik al zei, vaak door veel duisternis, inspanning, beproevingen en verzoekingen heen. Toch worden wij zover gebracht dat wij nooit afwijken van het Woord dat geest en leven voor de ziel is geworden. Soms verbergt de Heere Zijn aangezicht. Dan lijken wij zeer arme, dwaze discipelen, en worden wij veroordeeld om onze onvruchtbaarheid, omdat wij zo weinig van de Geest van de Meester begrijpen en zo weinig in Zijn zalige wegen wandelen. Toch is er dan een zien op Hem, een verlangen naar Hem, een zich vastklemmen aan Hem; en dat maakt het ware discipelschap openbaar.

Wanneer wij ons zo blijven vastklemmen, blijven vertrouwen en blijven hopen, beginnen wij de Waarheid te kennen. Zij gaat open voor de ziel en past precies bij onze toestand en ons lot. En de wonderbare manier waarop zij zich tot ons richt en aansluit bij onze verschillende en dringende noden en behoeften, wordt ons steeds duidelijker.

Mijn ziel is immers stil tot God:
van Hem wacht ik een heilrijk lot.
Want Hij zal toch mijn rotssteen wezen,
Mijn heil, mijn hulp in mijn gebrek;
Mijn toevlucht en mijn hoog vertrek.
Ik zal geen grote wank’ling vrezen.

Ps. 62:1

Aan de lezer…

Hoe vaak gaat een kind van God door een tijd van duisternis, waarin het Woord weinig zegt en de Heere Zijn aangezicht lijkt te verbergen! Is dat nu ook uw tijd? Voelt u zich een arme, dwaze discipel, die zo weinig van de Geest van de Meester begrijpt en zo weinig in Zijn wegen wandelt? Vraag u dan eens af: kunt u het Woord loslaten? Of is het u ondanks alles geest en leven geworden, zodat u niet terug wilt naar de wereld, ook niet wanneer de weg zwaar is?

Dat vastklemmen aan Hem, dat zien op Hem en dat verlangen naar Hem, ook in de donkerste uren, is het kenmerk van ware discipelen. „Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen.” De Waarheid wordt niet in één keer gekend, maar zij gaat open voor wie blijft. Blijf dan, ook al ziet u nu weinig. Gaandeweg zult u ontdekken hoe goed zij past bij uw nood, en hoe de Waarheid de ziel waarlijk vrijmaakt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

9 januari 365 dagen met Philpot

Leer mij Uw paden

U verwacht ik de ganse dag.
Psalm 25:5

Dit zijn grote woorden. In wat voor hoge geestelijke gesteldheid moet David hebben verkeerd om te kunnen zeggen dat hij de hele dag op God kon wachten en dat ook deed! Toch heeft ieder kind van God tot op zekere hoogte iets van deze geest in zich. Weliswaar wacht hij misschien niet altijd op God in gebed, smeking en overdenking; dat zou zelfs onmogelijk zijn. Hoe zou er aandacht kunnen worden gegeven aan alle tijdelijke en zichtbare zaken, en hoe zouden alle dagelijkse taken worden gedaan, als iemand de hele dag op zijn knieën lag of de Bijbel las? Maar ook als men dat niet doet, kan men toch op God wachten: op Zijn hand letten, Zijn afwezigheid beseffen, Zijn aanwezigheid wensen, naar Hem opzien en het hart in godsvrucht naar Hem laten uitgaan.

Dit alles kan zich namelijk in de ziel afspelen, of we nu op onze knieën vallen, de Heilige Schrift lezen of godzalige handelingen verrichten. In deze beperkte zin geldt: hoe geestelijker iemand gezind is, hoe meer hij de hele dag op de Heere zal wachten. Zonder op de hand van de Heere te letten en Zijn aangezicht te zoeken, worden geestelijke zegeningen gewoonlijk niet verkregen.

Heel waarschijnlijk ging Davids ziel toen echter door bepaalde beproevingen en verzoekingen, die hem op zijn wachttoren brachten. Omdat die moeilijkheden op hem drukten, zag hij voortdurend uit of de Heere zou verschijnen. Dit is eigenlijk het voornaamste voordeel van beproevingen: dat ze de ziel doen wachten op de Heere, haar vlijt prikkelen, haar verlangens opwekken en haar ernstiger doen verlangen naar goddelijke openbaringen. Dit was dus de ervaring van David, en het zal voor ons een genade zijn als we er ook iets van in ons hart vinden.

Lezen: Psalm 123

Aan de lezer…

Misschien durft u nauwelijks met David te zeggen: „U verwacht ik de ganse dag.” U schrikt ervoor terug, omdat uw dagen vol zijn van werk en zorgen en u weinig tijd hebt voor gebed of het lezen van de Schrift. Maar op de Heere wachten betekent niet dat u de hele dag op uw knieën ligt. Het is op Zijn hand letten, Zijn afwezigheid voelen, Zijn tegenwoordigheid begeren en het hart naar Hem laten opzien, midden in uw dagelijkse taken.

En drukken er beproevingen op u, die u als op een wachttoren zetten, vanwaar u uitziet of de Heere verschijnt? Dan is dat geen verloren tijd. Juist daartoe dienen beproevingen: zij doen de ziel wachten op de Heere, wekken haar verlangens op en maken haar ernstiger in het zoeken naar Zijn aangezicht. Het zal genade zijn als u daar iets van in uw eigen hart vindt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

9 januari Door Baca’s vallei

Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.
2 Petr. 1:20-21

De Bijbel is ons in handen gegeven als een openbaring van God. Als zodanig hebben wij hem van onze vaderen ontvangen. Daarom, en alléén daarom, maakt hij aanspraak op onze aandacht en gehoorzaamheid. Is hij niet het Woord van God — wij zeggen het met eerbied — dan is hij bedrog. Als wij nu maar de noodzaak van een openbaring van God degelijk kunnen aantonen, dan hebben wij een sterk fundament gelegd voor het geloof dat de Bijbel die openbaring is; want een andere openbaring is het geen ogenblik waard om onderzocht te worden.

Dit argument van de noodzaak is dus heel sterk, sterker misschien dan het op het eerste gezicht lijkt, en even breed in zijn toepassing als vast in zijn grond. Om de kracht van dit argument te voelen, moet u uw ogen eens even over de schepping laten gaan en zien welke voorzorg haar alwijze en almachtige Schepper overal getroffen heeft, omdat het nodig was. Van de mens, aan het hoofd van de schepping, tot het laagste schepsel toe is er geen nood waarin niet voorzien is, en dat in de juiste verhouding tot de behoefte. U kwam zelf in deze wereld als een arm, naakt, hulpeloos kind, vol behoeften, en u zou vanaf de moederschoot hebben moeten omkomen als er geen voorzienige zorg over u gegaan was. Wie vulde de borsten van uw moeder met melk en het hart van uw moeder met liefde?

Maar u hebt een ziel, zowel als een lichaam, en zij is niet minder naakt en niet minder behoeftig. Zal dan het lichaam behoeften hebben waarin voorzien is, en zou voor de ziel, die ook haar behoeften heeft, geen voorzorg getroffen zijn? Is er geen melk voor de ziel zowel als voor het lichaam? Geen onvervalste melk van het Woord, zodat zij daardoor mag opwassen? Het hunkeren naar God in iedere wedergeboren ziel, de vurige begeerte waarmee zij direct uitgaat om troost en onderwijs uit het Woord te zoeken, de heilige vreugde waarmee zij elke straal van hemels licht begroet die over haar donker pad valt: dat alles laat duidelijk zien hoe diep de noodzaak van een Goddelijke openbaring ligt in de verhouding tussen de mens en zijn Maker.

Aan de lezer…

Er zijn dagen waarop het goed is te bedenken hoe u in deze wereld kwam: als een arm, naakt, hulpeloos kind, en er was melk voor u, en een moederhart vol liefde. Zou dan uw ziel, die niet minder naakt en behoeftig is, zonder voorziening gebleven zijn? Nee, de Heere heeft gesproken. Heilige mensen van God hebben, door de Heilige Geest gedreven, Zijn Woord opgeschreven, zodat een hongerige ziel niet zou omkomen.

Voelt u in u dat hunkeren naar God, die begeerte naar troost en onderwijs, die vreugde als er een straal van licht op uw donkere pad valt? Dat is geen inbeelding; het is de honger van een ziel naar de melk die God Zelf heeft gegeven. Neem dan de Bijbel ter hand, niet als een gewoon boek, maar als een openbaring van God, en vraag Hem of u daardoor mag opwassen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina