Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

6 april Korenaren uit de volle oogst

En Ik zal hem geven een witte keursteen, en op de keursteen een nieuwe naam geschreven, welke niemand kent, dan die hem ontvangt.
Openbaringen 2:17

In de oudheid gebruikte men bij de rechtspraak witte en zwarte stenen. De rechters (want zij waren meer rechters dan gezworenen) spraken over de gevangene niet hardop „schuldig” of „onschuldig” uit, zoals bij ons. Zij wierpen een witte steen in een vaas om uit te drukken dat de gevangene naar hun oordeel onschuldig was, en een zwarte steen als zij hem schuldig wilden verklaren. De Heere heeft dit beeld gebruikt. Hij zegt: „Aan hem, die overwint, zal Ik geven een witte steen”; dat wil zeggen: Ik zal in zijn geweten een vrijbrief voor zijn schuld leggen.

Zoals de witte steen in de vaas werd geworpen, zo worden vrede en vergeving in het hart van de zondaar uitgestort. En zoals de rechter de gevangene onschuldig verklaarde door de witte steen in de vaas te leggen, zo laat de Heere, wanneer Hij van vrede spreekt tot de ziel, een witte steen in het hart vallen. Daarmee verklaart Hij hem ontslagen van de beschuldiging van de Wet en deelgenoot van Zijn liefde en Zijn bloed.

„En op de keursteen een nieuwe naam geschreven.” Wat is die nieuwe naam? Is het niet een nieuw hart, een nieuwe natuur: Christus in de ziel, de hoop van de heerlijkheid? Dit is een nieuwe naam „welke niemand kent, dan wie hem ontvangt.” Nieuwe gedachten over Jezus, nieuwe openbaringen van de Schrift, een nieuw smelten van het hart, een nieuw verzachten van het gemoed, alles nieuw gemaakt door Hem Die ons vernieuwt „in de vernieuwing onzes gemoeds”: niemand kent deze dingen, behalve hij die ze ontvangt.

Het is alles tussen de Heere en de ziel, alles tussen een vergevend God en een vrijgesproken zondaar. Het is alles gunst, alles genade, alles liefde, van het begin tot het einde. Genade was het begin, genade de voortgang, genade de voltooiing. Aan de genade komt alle eer toe, en de genade moet het werk bekronen met eeuwige zegepraal.

Loof Hem, die u vergunt uw zielsverlangen,
en ’t goede tot verzading doet ontvangen;
uw jeugd vernieuwt, gelijk eens arends jeugd.

Ps. 103:3

Aan de lezer…

Hier wordt u gevraagd of u nog als een beschuldigde voor de Rechter staat, met de Wet tegen u en uw geweten als getuige. Dan weet u hoe een schuldige op het oordeel wacht. Hoe groot is dan het wonder wanneer de Heere van vrede spreekt tot de ziel en als het ware een witte steen in het hart laat vallen: vrijgesproken, ontslagen van de beschuldiging van de Wet, deelgenoot van Zijn liefde en Zijn bloed.

Wat er dan in de ziel gebeurt, kan niemand anders ten volle kennen dan wie het ontvangt: een nieuw hart, een smeltend gemoed, nieuwe gedachten over Jezus. Hebt u dat nog niet gekend, zoek het dan bij Hem Die alleen vergeven kan. En hebt u het wel mogen ontvangen, geef Hem dan de eer. Het is alles tussen een vergevend God en een vrijgesproken zondaar: alles gunst, alles genade, alles liefde, van het begin tot het einde.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

6 april 365 dagen met Philpot

Het lijden en sterven van Christus

Dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen.
1 Petrus 2:21

Een punt dat verband houdt met de heilige mensheid van Jezus, Die gehoorzaam was tot de dood, is het voorbeeld dat Hij aan Zijn gelovige kinderen heeft nagelaten, zodat zij Zijn voetstappen zouden navolgen (1 Petr. 2:21). Het zal ons weinig baten als we de helderste voorstellingen hebben van de lijdende mensheid van de Heere, terwijl die geen indruk op ons hart en ons leven achterlaat. Bij het kruis stonden mensen die het lijden en de smaad van de gezegende Verlosser bespotten. Er waren er die hard en onverschillig toekeken. En er waren er die treurden en weenden, geloofden en liefhadden.

Zo zijn er ook nu mensen die het eeuwige Zoonschap en de lijdende mensheid van de gezegende Jezus bespotten. Er zijn er die Zijn lijdende Majesteit aanzien zonder geloof en zonder gevoel, zonder enige droefheid over de zonde en zonder enige dorst naar heiligheid. En er zijn enkele anderen die toekijken en geloven, en die wenen en klagen wanneer ze in de gemeenschap van Zijn lijden worden geleid. Zij begrijpen dat ze Hem en de gemeenschap van Zijn lijden mogen leren kennen en aan Zijn dood gelijkvormig mogen worden (Filip. 3:10). Zij dragen de doding van de Heere Jezus in het lichaam om, zodat ook het leven van Jezus in hun lichaam geopenbaard zou worden (2 Kor. 4:10); zij zijn met Christus gekruisigd (Gal. 2:20) en nemen zich voor „niets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Die gekruisigd” (1 Kor. 2:2). En zij „roemen in het kruis van onze Heere Jezus Christus”, als het enige middel waardoor de wereld hun gekruisigd is, en zij der wereld (Gal. 6:14).

Lezen: 1 Petrus 2:11-25

Aan de lezer…

Hoe goed is het om u eens af te vragen hoe u bij het kruis staat! Toen stonden er die spotten, en er stonden er die hard en onverschillig toekeken. Maar er waren er ook die treurden en weenden, geloofden en liefhadden. Het zal ons weinig baten de helderste gedachten over het lijden van de Heere te hebben, als het geen indruk op ons hart en ons leven achterlaat.

Bent u een van die weinigen die toekijken en geloven, en die soms wenen omdat zij zo weinig van Zijn beeld in zichzelf vinden? Wees niet moedeloos. Hij heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten, zodat u Zijn voetstappen zou navolgen. Dat volgen leert u niet in eigen kracht, maar in de gemeenschap van Zijn lijden. Vraag Hem dan dat u niets meer zou willen weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd, en dat u alleen in Zijn kruis zou roemen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

6 april Door Baca’s vallei

En zal God geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen?
Lucas 18:7

„Zie, hij bidt”, was het woord van de Heere tot Ananias, om hem ervan te overtuigen dat die gevreesde vervolger, Saulus van Tarsen, door de Geest levend was gemaakt. En wat een genade is het voor de levend gemaakte ziel dat de gezegende Geest ook haar zinkende, vrezende gemoed zo ondersteunt en leven en kracht legt in haar roepen en zuchten! Hij houdt haar staande en doet haar kleven aan de troon der genade. Zo doet Hij haar volharden in haar ernstige zuchten om genade, schenkt Hij daarbij geloof in haar bidden, ja, bidt Hij Zelf in haar met onuitsprekelijke zuchtingen. Dit is bidden met de Geest (1 Cor. 14:15) en in de Heilige Geest (Judas 20). Het is het hart voor God uitstorten (Psalm 62:8), de ziel uitstorten voor de Heere (1 Sam. 1:15). En doordat zij vrijuit kwijt kan wat een bijna berstend hart benauwt, krijgt de belaste ziel een merkbare verlichting.

Aan dit bijzondere kenmerk worden de overtuigingen van een levend gemaakte ziel onderscheiden van de angst en wroeging die soms in het natuurlijke geweten worden gevonden. Kaïn zei: „Mijn straf is zwaarder dan ik dragen kan”, maar er was geen berouw en geen gebed in zijn hart, want hij ging weg van het aangezicht van de Heere. En het is juist de tegenwoordigheid van de Heere die de levende ziel zoekt en begeert, en waarheen de Geest haar wil leiden (Efeze 2:18).

Saul was zeer in verlegenheid toen God hem niet meer antwoordde, niet door dromen, niet door de Urim en niet door de profeten. Daarom ging hij naar de waarzegster in Endor, en ten slotte viel hij in zijn eigen zwaard. Judas had berouw over zijn vervloekte verraad, maar hij ging heen en verhing zich. In geen van beider harten was gebed of smeking. Zo wordt er in de profetie gezegd dat zij hun tong kauwen van pijn en de God des hemels lasteren vanwege hun pijnen en vanwege hun zweren, en dat zij zich niet bekeerden van hun werken (Openb. 16:10, 11). Maar de uitverkorenen roepen dag en nacht tot God, en hun gebeden, aangenaam gemaakt door de wierook van hun alles overwinnende Voorspraak aan de rechterhand van de Vader, stijgen voortdurend op in de oren van de Heere Zebaoth.

Aan de lezer…

Kent u dat? Uw bidden is soms niet meer dan een zucht uit een bijna berstend hart. Denkt u dat zo’n gebrekkig roepen voor God niets betekent? Weet dan dat het juist dat roepen is waaraan de Heere Zijn levend gemaakte kinderen kent. Van de vervolger werd gezegd: „Zie, hij bidt.” Anderen hadden angst en wroeging, maar geen gebed; zij gingen weg van het aangezicht van de Heere.

Is er dan in u een hart dat dat aangezicht zoekt en begeert, dat niet kan ophouden met smeken aan de troon der genade, dan is dat het werk van de gezegende Geest, Die Zelf in u bidt met onuitsprekelijke zuchtingen. Stort dan uw hart voor Hem uit, ook als u geen woorden vindt. Uw zuchten gaan niet verloren. Aangenaam gemaakt door de wierook van de Voorspraak aan de rechterhand van de Vader, stijgen zij op in de oren van de Heere Zebaoth. Zou God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen?

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina