Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

6 oktober Korenaren uit de volle oogst

Want alzo zegt de Hoge en de Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens naam heilig is: Ik woon in de hoogte, en in het heilige; en bij dien die eens verbrijzelden en nederigen geestes is, opdat Ik levend make de geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden.
Jesaja 57:15

O, wat een geheim, dat God twee woonplaatsen zou hebben! De „hemel der hemelen”, die „Hem niet kan bevatten”, en het nederige, gebroken en verbrijzelde hart! Maar om de Heere van de hemel een plaats te geven waarin Hij kan leven en verblijven, geeft God aan Zijn volk gaven en genadegaven. Want Hij kan niet wonen in het vleselijk gemoed, in onze weerspannige natuur, in een hart vol vijandschap en goddeloosheid. Daarom bereidt Hij Zich daar een woning, een paviljoen, waarin de Koning der heerlijkheid woont, met gordijnen als de gordijnen van Salomo. Zijn woning is die heilige, Goddelijke natuur die bij de wedergeboorte wordt meegedeeld: „de nieuwe mens, die naar God is geschapen in gerechtigheid en ware heiligheid.”

Zo woont Christus door het geloof in het hart en is Hij „in Zijn volk de hoop der heerlijkheid.” Dat deed Paulus zeggen: „Ik ben met Christus gekruist; nochtans leef ik; maar niet ik, maar Christus leeft in mij; en het leven, dat ik nu leef in het vlees, leef ik door het geloof van de Zone Gods, Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij gegeven heeft.” Dit is het doel van Gods wegen: dat de Heere God in Zijn volk zou wonen, en dat er een vereniging zou zijn tussen de gemeente en haar Verbondshoofd: „Ik in hen, en Gij in Mij, opdat Wij volmaakt zijn in één.”

Dit is de oplossing van het grote raadsel, de ontsluiting van de ondoorgrondelijke verborgenheid: „God geopenbaard in het vlees”, zodat de Heere God in Zijn volk zou wonen: „Ik wil in hen wonen en in hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mijn volk zijn.” Zo verheerlijkt Hij Zichzelf door hun harten met Zijn genade en heerlijkheid te vervullen. Zo werd vroeger ook de tempel van Salomo vervuld. En Hij doet dit opdat zij Hem zouden genieten en bij Hem zouden zijn wanneer de tijd niet meer zal zijn. Dit is de grote sleutel tot al de handelingen van de Heere met de ziel en tot al Zijn verborgen leidingen in de voorzienigheid: dat de Heere God hier in de harten van Zijn volk zou wonen, en eeuwig in hen verheerlijkt zou worden in een heerlijker en betere wereld.

Ontzondig mij met hysop en mijn ziel,
nu gans melaats, zal rein zijn en genezen.
Was mij geheel, zo zal ik witter wezen
dan sneeuw, die vers op ’t aardrijk nederviel.

Ps. 51:4

Aan de lezer…

Wanneer u het overdenkt, kunt u het dan bevatten? De Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont en Wiens Naam heilig is, wil ook wonen bij wie verbrijzeld en nederig van geest is. Hebt u een gebroken hart, en voelt u in uzelf niets dan een weerspannige natuur, vol vijandschap en goddeloosheid? Wanhoop dan niet. Juist in zo’n hart wil de Heere Zich een woning bereiden, om het levend te maken.

O, wat een geheim, dat Christus door het geloof in het hart van een arme zondaar woont en daar de hoop der heerlijkheid is! Hij heeft liefgehad en Zich gegeven; Hij is het Verbondshoofd van Zijn gemeente. Bid dan met de psalmdichter om ontzondigd en gewassen te worden. Hij, Die het hart verbrijzelt, zal het ook levend maken en met Zijn genade vervullen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

6 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren.
Psalm 119:5

Nu wil ik beschrijven hoe we vaak gaan inzien hoe noodzakelijk en hoe gezegend het is de voorschriften van het evangelie te volgen, en ook de waarheden van het evangelie te geloven en de zegeningen van het evangelie te ervaren. Laten we daarom beginnen bij het begin van het leven voor God, en eens zien in hoeverre de voorschriften van het evangelie in die dagen en onder dat werk in acht genomen en opgevolgd werden. Omdat deze voorschriften voorschriften van het evangelie zijn en geen wettische verordeningen, ligt het voor de hand dat ze niet begrepen kunnen worden voordat we de waarheid en de kracht van het evangelie kennen. Zolang we onder de wet staan en die op eigen kracht en vanuit een wettische geest proberen te gehoorzamen, zitten we nog verstrikt in wettische dienstbaarheid. Daarom zijn de voorschriften van het evangelie dan eerder bezwarend dan heilzaam. In het licht van de wet gezien, worden ze eerder gevoeld als een last op het geweten dan als een richtsnoer voor het leven of als een wezenlijk deel van het heerlijke evangelie van de Zoon van God.

Maar er komt een tijd dat de wettische schellen van de ogen vallen. Door het onderwijs en het getuigenis van de gezegende Geest wordt ons verstand verlicht en krijgt het helder zicht op de grote en heerlijke leer van de zaligheid door genade, en wordt ons hart geopend om haar te ontvangen en te geloven. Als we dan uit de duisternis en dienstbaarheid van de vrije wil en de wettische dienst tevoorschijn komen, en, zoals vaak gebeurt, geleidelijk liefde krijgen voor de waarheid van het evangelie, raken we zo vervuld van de leer van het evangelie en zien we zoveel zaligheid in de waarheden die daarin als met een lichtstraal worden ontdekt, dat het voorschrijvende deel van Gods Woord niet meer zo zwaar en krachtig op onze geest lijkt te drukken. Wanneer we de weg van Gods geboden lopen met een verwijd hart, bereid zijn elk offer voor Christus te brengen en de kracht van de goddelijke waarheid genieten, worden we eerder geleid door de geest van het voorschrift dan door de letter ervan. Maar zolang men nog niet op wegen van veel beproeving of verzoeking geleid is, en de ziel nog niet veel geoefend is, worden de voorschriften door ons niet zozeer verwaarloosd, en zeker niet veracht, als wel over het hoofd gezien.

Lezen: Psalm 119:1-16

Aan de lezer…

U die de voorschriften van het evangelie weleens als een last op het geweten gevoeld hebt, omdat u ze las in het licht van de wet en merkte dat u ze op eigen kracht niet kunt houden: u staat daarin niet alleen. Zo is het met ons allen zolang wij in wettische dienstbaarheid verstrikt zitten. Maar weet dat er een tijd komt dat de schellen van de ogen vallen, en de gezegende Geest het verstand verlicht en het hart opent om de leer van de zaligheid door genade te ontvangen en te geloven.

Dan wordt de weg van Gods geboden geen zware tocht meer, maar een weg die men loopt met een verwijd hart. Hebt u daar nog weinig van gekend, laat de bede uit de psalm dan de uwe zijn: „Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren.” Hij Die het hart verwijdt, kan ook uw voeten leren gaan, niet uit vrees voor de letter, maar uit liefde tot Christus, voor Wie geen offer te groot is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

6 oktober Door Baca’s vallei

Vervolgd, doch niet daarin verlaten.
2 Corinthe 4:9

Welk onrecht vervolgers een christen ook aandoen of van plan zijn hem aan te doen, zij kunnen hem zijn God niet ontnemen. Zij kunnen zijn lichaam verderven, maar zijn ziel kunnen zij niet verderven. Zij kunnen zijn aanzien wegnemen, maar zijn geweten kunnen zij niet kwetsen. Zij kunnen hem al zijn aardse bezittingen ontroven, maar hun onheilige handen kunnen zij niet leggen op de schat die God in zijn hart gelegd heeft. Ja, zij kunnen hem allemaal verlaten, zoals zijn Goddelijke Meester door allen verlaten werd, maar de Heere heeft gezegd: „Ik zal u noch begeven, noch verlaten.”

Waarom zouden wij dan vervolging om der gerechtigheid wil vrezen? Als de Heere aan onze kant staat, wie zouden wij dan vrezen? En wie kan ons kwaad doen als wij navolgers zijn van het goede?

Maar houd in gedachten dat het vervolging om der gerechtigheid wil moet zijn. Noem het geen vervolging als u geslagen wordt om uw kwaaddoen. Beschouw uzelf niet als vervolgd als u door uw onstandvastigheid het verwijt van mensen over u afroept, of de terechte terugtrekking van hen die God vrezen. Maar als u vervolging overkomt terwijl u van harte de wil van God doet, dan zult u Gods goedkeuring in uw geweten ervaren. U zult zelfs merken dat uw vervolgingen u een gezegender besef geven van de goedkeuring van uw grote Hogepriester in de ziel, zodat uw vertroostingen zullen toenemen naarmate uw verdrukkingen groter worden.

Het zou voor de kerk van God inderdaad droevig zijn als de Heere haar te midden van de vervolgingen in haar moeiten het licht van Zijn vriendelijk aangezicht en de vertroostingen van Zijn voelbare tegenwoordigheid zou onthouden. Maar zij leunt nooit méér op Zijn Goddelijke arm dan wanneer Hij haar uit deze beker te drinken geeft en haar zo aan Zijn lijdend beeld gelijkvormig maakt.

Aan de lezer…

Wordt u om der gerechtigheid wil verdrukt en voelt u zich door mensen verlaten? Zij kunnen u veel ontnemen: uw goede naam, uw bezittingen, ja, zelfs de nabijheid van hen die u lief waren. Maar de schat die God in uw hart gelegd heeft, kunnen zij niet aanraken. Uw Goddelijke Meester werd ook door allen verlaten, en juist Hij zegt tot u: „Ik zal u noch begeven, noch verlaten.”

Onderzoek echter eerlijk uw hart of het lijden werkelijk om der gerechtigheid wil is, en niet om eigen kwaaddoen of onstandvastigheid. Is het om de wil van God, wees dan niet bevreesd. Hoe meer verdrukkingen er komen, hoe meer de vertroostingen zullen toenemen. Leun dan bij deze bittere beker op Zijn arm; nooit is de ziel Hem zo nabij als wanneer zij aan Zijn lijdend beeld gelijkvormig wordt gemaakt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina