6 oktober
Vervolgd, doch niet daarin verlaten.
2 Corinthe 4:9
Welk onrecht de vervolgers ook een christen mogen aandoen, of voornemens zijn hem aan te doen, zij kunnen hem van zijn God niet beroven. Zij mogen zijn lichaam verderven, maar zij kunnen niet zijn ziel verderven. Zij mogen zijn achting wegnemen, maar zij kunnen zijn consciëntie niet kwetsen. Zij mogen hem al zijn aardse bezittingen ontroven, doch zij kunnen hun onheilige handen niet leggen op de schat die God in zijn hart gelegd heeft. Ja, zij mogen hem allen verlaten, gelijk zijn Goddelijke Meester van allen verlaten werd, maar de Heere heeft gezegd: „Ik zal u noch begeven, noch verlaten.”
Waarom zouden wij dan de vervolging vrezen om der gerechtigheid wil? Indien de Heere aan onze zijde is, wie zouden wij dan vrezen? En wie kan ons kwaad doen als wij navolgers zijn van het goede?
Maar houdt in gedachten dat het een vervolging moet zijn om der gerechtigheid wil. Noemt het geen vervolging als gij geslagen wordt om uw kwaaddoen. Acht u niet vervolgd als gij door uw onbestendigheid het verwijt van de mensen u op de hals haalt, of de rechtvaardige onttrekking van degenen die God vrezen. Doch indien u vervolgingen overkomen in het van harte betrachten van de wil van God, dan zult gij de goedkeuring Gods in uw consciëntie ontwaren. Zelfs zult gij bevinden dat uw vervolgingen een gezegender gevoel van de goedkeuring van uw grote Hogepriester in de ziel doen waarnemen, zodat, hoe uw verdrukkingen meerder worden, ook uw vertroostingen zullen aanwassen.
Het zou inderdaad voor de kerk van God droevig zijn indien te midden van de vervolgingen de Heere bij haar moeiten het licht van Zijn vriendelijk aangezicht en de vertroostingen van Zijn tastbare tegenwoordigheid zou komen te onttrekken. Maar zij leunt nooit méér op Zijn Goddelijke arm dan wanneer Hij haar uit deze beker te drinken geeft en haar alzo aan Zijn lijdend beeld gelijkvormig doet zijn.
Aan de lezer…
Wordt u om der gerechtigheid wil verdrukt, waarde lezer, en voelt u zich door mensen verlaten? Zij mogen u veel ontnemen: uw goede naam, uw bezittingen, ja, zelfs de nabijheid van hen die u lief waren. Maar de schat die God in uw hart gelegd heeft, kunnen zij niet aanraken. Uw Goddelijke Meester werd ook van allen verlaten, en juist Hij zegt tot u: „Ik zal u noch begeven, noch verlaten.”
Onderzoek echter eerlijk uw hart, of het lijden wel om der gerechtigheid wil is, en niet om eigen kwaaddoen of onbestendigheid. Is het om de wil van God, wees dan niet bevreesd. Hoe meer de verdrukkingen worden, hoe meer de vertroostingen zullen aanwassen. Leun dan in deze bittere beker op Zijn arm; nooit is de ziel Hem zo nabij als wanneer zij Zijn lijdend beeld gelijkvormig wordt gemaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Vervolgd, doch niet daarin verlaten.
2 Corinthe 4:9
Welk onrecht vervolgers een christen ook aandoen of van plan zijn hem aan te doen, zij kunnen hem zijn God niet ontnemen. Zij kunnen zijn lichaam verderven, maar zijn ziel kunnen zij niet verderven. Zij kunnen zijn aanzien wegnemen, maar zijn geweten kunnen zij niet kwetsen. Zij kunnen hem al zijn aardse bezittingen ontroven, maar hun onheilige handen kunnen zij niet leggen op de schat die God in zijn hart gelegd heeft. Ja, zij kunnen hem allemaal verlaten, zoals zijn Goddelijke Meester door allen verlaten werd, maar de Heere heeft gezegd: „Ik zal u noch begeven, noch verlaten.”
Waarom zouden wij dan vervolging om der gerechtigheid wil vrezen? Als de Heere aan onze kant staat, wie zouden wij dan vrezen? En wie kan ons kwaad doen als wij navolgers zijn van het goede?
Maar houd in gedachten dat het vervolging om der gerechtigheid wil moet zijn. Noem het geen vervolging als u geslagen wordt om uw kwaaddoen. Beschouw uzelf niet als vervolgd als u door uw onstandvastigheid het verwijt van mensen over u afroept, of de terechte terugtrekking van hen die God vrezen. Maar als u vervolging overkomt terwijl u van harte de wil van God doet, dan zult u Gods goedkeuring in uw geweten ervaren. U zult zelfs merken dat uw vervolgingen u een gezegender besef geven van de goedkeuring van uw grote Hogepriester in de ziel, zodat uw vertroostingen zullen toenemen naarmate uw verdrukkingen groter worden.
Het zou voor de kerk van God inderdaad droevig zijn als de Heere haar te midden van de vervolgingen in haar moeiten het licht van Zijn vriendelijk aangezicht en de vertroostingen van Zijn voelbare tegenwoordigheid zou onthouden. Maar zij leunt nooit méér op Zijn Goddelijke arm dan wanneer Hij haar uit deze beker te drinken geeft en haar zo aan Zijn lijdend beeld gelijkvormig maakt.
Aan de lezer…
Wordt u om der gerechtigheid wil verdrukt en voelt u zich door mensen verlaten? Zij kunnen u veel ontnemen: uw goede naam, uw bezittingen, ja, zelfs de nabijheid van hen die u lief waren. Maar de schat die God in uw hart gelegd heeft, kunnen zij niet aanraken. Uw Goddelijke Meester werd ook door allen verlaten, en juist Hij zegt tot u: „Ik zal u noch begeven, noch verlaten.”
Onderzoek echter eerlijk uw hart of het lijden werkelijk om der gerechtigheid wil is, en niet om eigen kwaaddoen of onstandvastigheid. Is het om de wil van God, wees dan niet bevreesd. Hoe meer verdrukkingen er komen, hoe meer de vertroostingen zullen toenemen. Leun dan bij deze bittere beker op Zijn arm; nooit is de ziel Hem zo nabij als wanneer zij aan Zijn lijdend beeld gelijkvormig wordt gemaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Persecuted, but not forsaken.
2 Corinthians 4:9
Whatever injury persecutors may do or attempt to do to a Christian, they cannot rob him of his God. They may destroy his body; they cannot destroy his soul. They may wound his reputation; but they cannot wound his conscience. They may strip him of all his earthly goods; but they cannot lay their unhallowed hands upon the treasure which God has lodged in his breast. Yes, all may forsake him as they forsook his divine Master; but God has said, “I will never leave you, nor forsake you.”
Why, then, need we dread persecution for righteousness’ sake? If the Lord be on our side, whom need we fear? And who can harm us if we be followers of that which is good?
But bear in mind that it must be persecution for righteousness’ sake. Do not call it persecution if you are buffeted for your faults. Do not think yourselves persecuted if by your inconsistencies you have brought upon yourselves the reproach of men, or the just censure of those who fear God. But if your persecutions are brought upon you from doing the will of God from the heart, you will find the approbation of God in your conscience; no, you will find that your very persecutions will draw down more into your soul a blessed sense of the sympathy of your great High Priest, so that as your afflictions abound, so will your consolation.
Sad indeed it would be for the Church of God, if, amid her persecutions, the Lord added to the weight of her trouble by withdrawing from her the light of His countenance and the consolations of His sensible presence. But she never more sensibly reclines on His bosom than when He gives her to drink of His cup, and thus conforms her to His suffering image.
To the reader…
Are you oppressed for righteousness’ sake, and do you feel forsaken by men? They can take much from you: your good name, your possessions, yes, even the nearness of those who were dear to you. But the treasure God has laid in your heart they cannot touch. Your divine Master was also forsaken by all, and it is He Who says to you, “I will never leave thee, nor forsake thee.”
Search your heart honestly, however, whether the suffering is truly for righteousness’ sake, and not for your own wrongdoing or inconsistency. If it is for the will of God, then do not be afraid. The more afflictions come, the more the consolations will abound. Lean, then, on His arm as you drink this bitter cup; the soul is never so near to Him as when it is being conformed to His suffering image.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Perseguidos, mas no desamparados.
2 Corintios 4:9
Cualquiera que sea el daño que los perseguidores hagan o intenten hacer a un cristiano, no pueden robarle a su Dios. Pueden destruir su cuerpo; no pueden destruir su alma. Pueden herir su reputación; pero no pueden herir su conciencia. Pueden despojarle de todos sus bienes terrenales; pero no pueden poner sus manos profanas sobre el tesoro que Dios ha depositado en su pecho. Sí, todos pueden desampararle como desampararon a su divino Maestro; pero Dios ha dicho: “No te desampararé, ni te dejaré.”
¿Por qué, pues, hemos de temer la persecución por causa de la justicia? Si el Señor está de nuestra parte, ¿a quién hemos de temer? ¿Y quién es aquel que nos podrá dañar, si seguimos el bien?
Pero tenga presente que ha de ser persecución por causa de la justicia. No llame persecución a que le abofeteen por sus faltas. No se tenga por perseguido si por sus inconsecuencias ha traído sobre sí el oprobio de los hombres o la justa censura de los que temen a Dios. Pero si sus persecuciones le sobrevienen por hacer de corazón la voluntad de Dios, hallará la aprobación de Dios en su conciencia; sí, hallará que sus mismas persecuciones atraerán más a su alma un bendito sentir de la compasión de su gran Sumo Sacerdote, de modo que, así como abundan sus aflicciones, abundará también su consolación.
Triste sería en verdad para la Iglesia de Dios si, en medio de sus persecuciones, el Señor añadiera al peso de su angustia retirándole la luz de Su rostro y las consolaciones de Su presencia sensible. Pero ella nunca se recuesta más sensiblemente sobre Su seno que cuando Él le da a beber de Su copa, y así la conforma a Su imagen sufriente.
Al lector…
¿Es usted oprimido por causa de la justicia, y se siente desamparado por los hombres? Pueden quitarle mucho: su buen nombre, sus bienes, sí, incluso la cercanía de quienes le eran queridos. Pero el tesoro que Dios ha puesto en su corazón no lo pueden tocar. También su divino Maestro fue desamparado por todos, y es Él Quien le dice: “No te desampararé, ni te dejaré.”
Examine, sin embargo, su corazón con sinceridad, si el sufrimiento es de veras por causa de la justicia, y no por su propia culpa o inconsecuencia. Si es por la voluntad de Dios, entonces no tema. Cuantas más aflicciones vengan, más abundarán las consolaciones. Apóyese, pues, en Su brazo mientras bebe esta copa amarga; el alma nunca está tan cerca de Él como cuando es conformada a Su imagen sufriente.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl