6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Weet gij niet, dat wie gij uzelven stelt tot dienstknechten der gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt; of der zonde tot de dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
Rom. 6:16
Er is een zaligheid in het gehoorzamen. Niet dat het ons deel geeft aan het volbrachte werk van de Zoon van God, maar het openbaart het ons. Er is niets in de hoogste daden van geloof en gehoorzaamheid, waarover wij ons kunnen verheugen als over ons eigen werk; niets waarop wij onszelf kunnen beroemen, en toch is er een zaligheid in, aan het Evangelie gehoorzaam te zijn, door in de Zoon Gods te geloven, door te wandelen in de vreze Gods, en de dingen te doen en te belijden, die welbehagelijk in Gods oog zijn. In vleselijkheid, in hoogmoed en eigengerechtigheid te wandelen; naar wereldse gewoonten te leven en zich naar de wereldse meningen te schikken, en zo er een korrel vreze Gods, een sprankje van het leven Gods in uw hart is, zal het beste zijn wat gij doen kunt uw ziel onder ellende en slavernij te brengen.
Daarom, ofschoon er geen verdienste is in de gehoorzaamheid en er ook niet op is te roemen, toch is het pad der gehoorzaamheid aan God zo veilig, zo zalig, zo Gode verheerlijkend en zo vertroostend voor de aldus beweldadigde ziel, dat het de begeerte moet en zal zijn van allen, die in waarheid God vrezen, altijd op die weg gevonden te worden. En o! welk een zaligheid, zo wij slechts enigermate bekwaam zijn gemaakt om aan de wil van God te gehoorzamen, door te geloven in Zijn lieve Zoon en door in Zijn vrees te wandelen, om onder elke verzoeking en beproeving des levens, dood, gezondheid en ziekte, te ondervinden, dat wij een barmhartige en medelijdende Hogepriester hebben, „de oorzaak van eeuwige zaligheid voor allen, die Hem gehoorzaam zijn!”
Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest,
Mocht die mij op mijn pad ten leidsman strekken,
’k Hield dan Uw wet, dan leefd’ ik onbevreesd;
dan zou geen schaamt’ mijn aangezicht bedekken,
wanneer ik steeds opmerkend waar’ geweest
hoe Uw geboôn mij tot uw liefde wekken.
Ps. 119:3
Aan de lezer…
Lezer, hebt u wel eens gemerkt hoe de ziel verdort wanneer u toegeeft aan de wereld, aan hoogmoed of aan wat het vlees begeert? Wie een korrel vreze Gods in het hart heeft, kan daar geen rust in vinden; het brengt hem onder ellende en slavernij. Dat is een harde les, maar een eerlijke. U wordt de dienstknecht van wat u gehoorzaamt.
Er is geen verdienste in de gehoorzaamheid, en niets om op te roemen. Toch is er een zaligheid in, om in de Zoon van God te geloven, in Zijn vreze te wandelen en de dingen te doen die Hem welbehagelijk zijn. Het pad der gehoorzaamheid is veilig en vertroostend. Vraag de Heere dan dat Hij u op die weg houdt, en weet dat u er niet alleen gaat. In elke verzoeking en beproeving, in gezondheid en ziekte, hebt u een barmhartige en medelijdende Hogepriester, de oorzaak van eeuwige zaligheid voor allen die Hem gehoorzaam zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Weet gij niet, dat wie gij uzelven stelt tot dienstknechten der gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt; of der zonde tot de dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
Rom. 6:16
Er ligt een zaligheid in het gehoorzamen. Niet dat het ons deel geeft aan het volbrachte werk van de Zoon van God, maar het maakt het aan ons openbaar. Er is niets in de hoogste daden van geloof en gehoorzaamheid waarover wij ons kunnen verheugen als over ons eigen werk, niets waarop wij ons kunnen beroemen. En toch ligt er een zaligheid in om aan het Evangelie gehoorzaam te zijn: door in de Zoon van God te geloven, door te wandelen in de vreze Gods, en door de dingen te doen en te belijden die welbehaaglijk zijn in Gods oog.
In vleselijkheid, hoogmoed en eigengerechtigheid wandelen, naar wereldse gewoonten leven en zich schikken naar wereldse meningen: als er in uw hart een korrel vreze Gods is, een sprankje van het leven van God, dan is dat het beste wat u kunt doen om uw ziel onder ellende en slavernij te brengen.
Daarom, hoewel er geen verdienste in de gehoorzaamheid ligt en er ook niets op te roemen valt, is het pad van gehoorzaamheid aan God toch zo veilig, zo zalig, zo God verheerlijkend en zo vertroostend voor de ziel die zo begunstigd wordt, dat het de begeerte moet en zal zijn van allen die God in waarheid vrezen, om altijd op die weg gevonden te worden. En o, wat een zaligheid, als wij maar enigermate bekwaam gemaakt zijn om aan de wil van God te gehoorzamen, door te geloven in Zijn lieve Zoon en in Zijn vreze te wandelen! Dan mogen wij onder elke verzoeking en beproeving van het leven, in dood, gezondheid en ziekte, ervaren dat wij een barmhartige en medelijdende Hogepriester hebben, „de oorzaak van eeuwige zaligheid voor allen, die Hem gehoorzaam zijn!”
Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest,
Mocht die mij op mijn pad ten leidsman strekken,
’k Hield dan Uw wet, dan leefd’ ik onbevreesd;
dan zou geen schaamt’ mijn aangezicht bedekken,
wanneer ik steeds opmerkend waar’ geweest
hoe Uw geboôn mij tot uw liefde wekken.
Ps. 119:3
Aan de lezer…
Lezer, hebt u weleens gemerkt hoe de ziel verdort wanneer u toegeeft aan de wereld, aan hoogmoed of aan wat het vlees begeert? Wie een korrel vreze Gods in het hart heeft, kan daar geen rust in vinden; het brengt hem onder ellende en slavernij. Dat is een harde les, maar een eerlijke. U wordt de dienstknecht van wat u gehoorzaamt.
Er is geen verdienste in de gehoorzaamheid, en niets om op te roemen. Toch ligt er een zaligheid in om in de Zoon van God te geloven, in Zijn vreze te wandelen en de dingen te doen die Hem welbehaaglijk zijn. Het pad van de gehoorzaamheid is veilig en vertroostend. Vraag de Heere dan of Hij u op die weg wil houden, en weet dat u er niet alleen gaat. In elke verzoeking en beproeving, in gezondheid en ziekte, hebt u een barmhartige en medelijdende Hogepriester, de oorzaak van eeuwige zaligheid voor allen die Hem gehoorzaam zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Know ye not, that to whom ye yield yourselves servants to obey, his servants ye are to whom ye obey; whether of sin unto death, or of obedience unto righteousness?
Romans 6:16
There is a blessedness in obedience. It does not save us, but it manifests our interest in the finished work of the Son of God. There is nothing in the highest acts of faith or obedience that we can take any joy in as accomplished by us, nothing that we can boast of as our own; and yet there is a sacred blessedness in obeying the gospel by believing in the Son of God, by walking in the fear of God, and doing the things, as well as professing them, which are pleasing in God’s sight.
Walk in carnality, pride, and self-righteousness; live after worldly customs and conform yourself to worldly opinions, and you will bring your soul into misery and bondage. Therefore, though we can take no merit from and make no boasting of any obedience we may render, yet is the path of godly obedience so safe, so blessed, so honoring to God, and so comforting to the soul thus favored, that it should be and will be the desire of all who truly fear God to be ever found walking in it. And O the blessedness, if we are enabled in any measure to obey the will of God by believing in His dear Son and by walking in His fear, to find under every temptation and trial in life, death, health, and sickness, that we have a gracious and sympathizing High Priest, “the author of eternal salvation to all those who obey Him!”
To the reader…
Have you ever noticed how the soul withers when you give way to the world, to pride, or to what the flesh desires? Whoever has a grain of the fear of God in his heart cannot find rest in that; it brings him into misery and bondage. That is a hard lesson, but an honest one. You become the servant of whatever you obey.
There is no merit in obedience, and nothing to boast of. Yet there is a blessedness in believing in the Son of God, in walking in His fear and in doing the things that are pleasing in His sight. The path of obedience is safe and comforting. Ask the Lord, then, to keep you in that way, and know that you do not walk it alone. In every temptation and trial, in health and in sickness, you have a merciful and sympathizing High Priest, the author of eternal salvation unto all them that obey Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿No sabéis que a quien os prestáis vosotros mismos por siervos para obedecerle, sois siervos de aquel a quien obedecéis, o del pecado para muerte, o de la obediencia para justicia?
Romanos 6:16
Hay una bienaventuranza en la obediencia. No nos salva, pero manifiesta nuestra parte en la obra consumada del Hijo de Dios. No hay nada en los más altos actos de fe o de obediencia en que podamos gozarnos como realizado por nosotros, nada de que podamos jactarnos como propio; y sin embargo, hay una sagrada bienaventuranza en obedecer el evangelio creyendo en el Hijo de Dios, andando en el temor de Dios y haciendo, así como profesando, las cosas que son agradables delante de Dios.
Ande en carnalidad, orgullo y justicia propia; viva según las costumbres del mundo y confórmese a las opiniones del mundo, y traerá su alma a miseria y servidumbre. Por tanto, aunque no podemos sacar mérito ni jactarnos de ninguna obediencia que rindamos, sin embargo el camino de la obediencia piadosa es tan seguro, tan bienaventurado, tan honroso para Dios y tan consolador para el alma así favorecida, que debe ser, y será, el deseo de todos los que verdaderamente temen a Dios ser hallados siempre andando en él. ¡Y oh, qué bienaventuranza, si se nos capacita en alguna medida para obedecer la voluntad de Dios creyendo en Su amado Hijo y andando en Su temor, hallar bajo toda tentación y prueba, en la vida, en la muerte, en la salud y en la enfermedad, que tenemos un Sumo Sacerdote misericordioso y compasivo, “causa de eterna salud a todos los que le obedecen”!
Al lector…
¿Ha notado alguna vez cómo se marchita el alma cuando usted cede al mundo, al orgullo o a lo que la carne desea? Quien tiene un grano del temor de Dios en su corazón no puede hallar descanso en ello; le trae a miseria y servidumbre. Es una lección dura, pero sincera. Usted llega a ser siervo de aquello a lo que obedece.
No hay mérito en la obediencia, ni nada de qué jactarse. Sin embargo, hay una bienaventuranza en creer en el Hijo de Dios, en andar en Su temor y en hacer las cosas que son agradables delante de Él. El camino de la obediencia es seguro y consolador. Pida, pues, al Señor que le guarde en ese camino, y sepa que no lo anda solo. En toda tentación y prueba, en la salud y en la enfermedad, tiene un Sumo Sacerdote misericordioso y compasivo, causa de eterna salud a todos los que le obedecen.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Die overwint
Die overwint…
Openbaring 2:17
Als iemand voortdurend overweldigd wordt; als soms zijn begeerten hem verrassen; soms wanhoop hem overvalt; soms hoogmoed opkomt; soms begeerte en zinnelijkheid merkbaar worden; soms het ene kwaad zich vertoont, dan weer een ander, en weldra een derde monster zijn hatelijke kop opsteekt — wie zou dan geloven dat dit degene is die de overwinning zal behalen, als hij zo voortdurend wordt overwonnen en zo onophoudelijk wordt verslagen?
Maar er is een gedeelte in Gods Woord dat ons laat zien waarin het geheim van hun overwinnen gelegen is: „En zij overwonnen” — hoe? Door hun eigen kracht? Door hun eigen wijsheid? Door hun eigen rechtschapenheid? Door hun eigen beslissingen? Nee. „En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe” (Openb. 12:11).
Dus als een arme zondaar, die dagelijks diep voelt dat hij niets dan zonde heeft en alle hoop volledig heeft opgegeven om beter te worden, neerzakt aan de voetbank van genade als een verloren, schuldige en verdoemde ongelukkige; als hem dan een glimp wordt gegund van „het bloed des Lams”, dat van vergiffenis en vrede spreekt tot het schuldige geweten, en het „woord van Gods getuigenis” met goddelijke kracht in zijn hart komt, dan „overwint” hij, niet door zijn eigen kracht, zijn eigen wijsheid, zijn eigen rechtvaardigheid, maar door het bloed van het Lam, dat aan zijn geweten wordt toegepast, en door het Woord van Gods getuigenis dat met goddelijke kracht aan zijn hart wordt toegepast. Dit is de enige manier om te „overwinnen”.
Lezen: Openbaring 12:7-17
Aan de lezer…
Wordt u, als u eerlijk bent, eerder overwonnen dan dat u overwint? Nu eens overvalt u de wanhoop, dan weer de hoogmoed, en weldra steekt een ander kwaad zijn kop op. Dan schijnt de belofte aan „hem die overwint” wel voor ieder ander geschreven, maar niet voor u. Lieve lezer, het geheim van de overwinning ligt niet waar u het zoekt: niet in uw kracht, uw wijsheid of uw beslissingen.
„Zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis.” Dat is de enige weg. Wanneer u als een verloren en schuldige zondaar aan de voetbank der genade neerzinkt, en een glimp ontvangt van dat bloed dat van vergiffenis en vrede spreekt, dan overwint u, terwijl u niets in uzelf hebt. Zoek het daarom niet langer in uzelf, maar bij het Lam. Daar is de overwinning reeds behaald.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die overwint…
Openbaring 2:17
Stel dat iemand voortdurend overweldigd wordt. Soms verrassen zijn begeerten hem, soms overvalt de wanhoop hem, soms komt de hoogmoed op, soms worden begeerte en zinnelijkheid merkbaar; nu eens vertoont zich het ene kwaad, dan weer een ander, en weldra steekt een derde monster zijn hatelijke kop op. Wie zou dan geloven dat juist hij de overwinning zal behalen, terwijl hij zo voortdurend wordt overwonnen en zo onophoudelijk wordt verslagen?
Maar er is een gedeelte in Gods Woord dat ons laat zien waarin het geheim van hun overwinnen ligt: „En zij overwonnen” — hoe? Door hun eigen kracht? Door hun eigen wijsheid? Door hun eigen rechtschapenheid? Door hun eigen beslissingen? Nee. „En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe” (Openb. 12:11).
Zo gaat het met een arme zondaar die dagelijks diep voelt dat hij niets dan zonde heeft, en die alle hoop om beter te worden volledig heeft opgegeven. Hij zinkt neer aan de voetbank van de genade als een verloren, schuldige en verdoemde ongelukkige. Als hem dan een glimp wordt gegund van „het bloed des Lams”, dat tot het schuldige geweten spreekt van vergeving en vrede, en als het „woord van Gods getuigenis” met goddelijke kracht in zijn hart komt, dan „overwint” hij. Hij overwint niet door zijn eigen kracht, zijn eigen wijsheid of zijn eigen rechtvaardigheid, maar door het bloed van het Lam, dat aan zijn geweten wordt toegepast, en door het Woord van Gods getuigenis, dat met goddelijke kracht aan zijn hart wordt toegepast. Dit is de enige manier om te „overwinnen”.
Lezen: Openbaring 12:7-17
Aan de lezer…
Wordt u, als u eerlijk bent, eerder overwonnen dan dat u overwint? Nu eens overvalt u de wanhoop, dan weer de hoogmoed, en weldra steekt een ander kwaad zijn kop op. Dan lijkt de belofte aan „hem die overwint” wel voor ieder ander geschreven, maar niet voor u. Het geheim van de overwinning ligt echter niet waar u het zoekt: niet in uw kracht, uw wijsheid of uw beslissingen.
„Zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis.” Dat is de enige weg. Wanneer u als een verloren en schuldige zondaar aan de voetbank van de genade neerzinkt, en een glimp ontvangt van dat bloed dat van vergeving en vrede spreekt, dan overwint u, terwijl u niets in uzelf hebt. Zoek het daarom niet langer in uzelf, maar bij het Lam. Daar is de overwinning al behaald.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
To him that overcometh…
Revelation 2:17
Suppose a man is continually being overcome. Sometimes his lusts surprise him, sometimes despair falls upon him, sometimes pride rises up, sometimes lust and sensuality make themselves felt; now one evil shows itself, then another, and presently a third monster lifts up its hateful head. Who would then believe that he of all men is to gain the victory, when he is so continually overcome and so incessantly defeated?
But there is a passage in God’s Word which shows us wherein the secret of their overcoming lies: “And they overcame”; how? By their own strength? By their own wisdom? By their own uprightness? By their own resolutions? No. “And they overcame him by the blood of the Lamb, and by the word of their testimony; and they loved not their lives unto the death” (Rev. 12:11).
So it is with a poor sinner who daily feels deeply that he has nothing but sin, and who has wholly given up all hope of becoming better. He sinks down at the footstool of mercy as a lost, guilty and condemned wretch. If then a glimpse is granted him of “the blood of the Lamb,” which speaks pardon and peace to the guilty conscience, and if “the word of God’s testimony” comes with divine power into his heart, then he “overcomes.” He overcomes not by his own strength, his own wisdom or his own righteousness, but by the blood of the Lamb, applied to his conscience, and by the Word of God’s testimony, applied with divine power to his heart. This is the only way to “overcome.”
Reading: Revelation 12:7-17
To the reader…
If you are honest, are you not more often overcome than overcoming? Now despair falls upon you, then pride, and presently another evil lifts up its head. Then the promise “to him that overcometh” seems to have been written for everyone else, but not for you. Yet the secret of victory does not lie where you look for it: not in your strength, your wisdom or your resolutions.
“They overcame him by the blood of the Lamb, and by the word of their testimony.” That is the only way. When you sink down at the footstool of mercy as a lost and guilty sinner, and receive a glimpse of that blood which speaks of pardon and peace, then you overcome, while you have nothing in yourself. So look for it no longer in yourself, but in the Lamb. There the victory has already been won.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Al que venciere…
Apocalipsis 2:17
Supongamos que un hombre es continuamente vencido. A veces sus concupiscencias le sorprenden, a veces cae sobre él la desesperación, a veces se levanta el orgullo, a veces la lujuria y la sensualidad se hacen sentir; ora se muestra un mal, ora otro, y luego un tercer monstruo levanta su odiosa cabeza. ¿Quién creería entonces que precisamente él ha de alcanzar la victoria, cuando es tan continuamente vencido y tan incesantemente derrotado?
Pero hay un pasaje en la Palabra de Dios que nos muestra en qué consiste el secreto de su vencer: “Y ellos le han vencido”; ¿cómo? ¿Por su propia fuerza? ¿Por su propia sabiduría? ¿Por su propia rectitud? ¿Por sus propios propósitos? No. “Y ellos le han vencido por causa de la sangre del Cordero, y de la palabra de su testimonio; y no han amado sus vidas hasta la muerte” (Apoc. 12:11).
Así es con un pobre pecador que cada día siente profundamente que no tiene sino pecado, y que ha renunciado por completo a toda esperanza de hacerse mejor. Se hunde ante el estrado de la misericordia como un miserable perdido, culpable y condenado. Si entonces se le concede un vislumbre de “la sangre del Cordero”, que habla perdón y paz a la conciencia culpable, y si “la palabra del testimonio de Dios” entra con poder divino en su corazón, entonces “vence”. Vence no por su propia fuerza, su propia sabiduría o su propia justicia, sino por la sangre del Cordero, aplicada a su conciencia, y por la Palabra del testimonio de Dios, aplicada con poder divino a su corazón. Esta es la única manera de “vencer”.
Lectura: Apocalipsis 12:7-17
Al lector…
Si es sincero, ¿no es usted más a menudo vencido que vencedor? Ora cae sobre usted la desesperación, ora el orgullo, y luego otro mal levanta la cabeza. Entonces la promesa “al que venciere” parece haber sido escrita para todos los demás, pero no para usted. Sin embargo, el secreto de la victoria no está donde usted lo busca: no en su fuerza, su sabiduría o sus propósitos.
“Y ellos le han vencido por causa de la sangre del Cordero, y de la palabra de su testimonio”. Esa es la única manera. Cuando usted se hunde ante el estrado de la misericordia como un pecador perdido y culpable, y recibe un vislumbre de esa sangre que habla de perdón y paz, entonces vence, aunque no tenga nada en sí mismo. No lo busque, pues, más en usted mismo, sino en el Cordero. Allí la victoria ya ha sido ganada.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Dan zullen wij kennen; wij zullen vervolgen om de Heere te kennen.
Hoséa 6:3
Wij zien uit deze woorden, dat er in de bevinding der ziel iets is, dat genoemd wordt „een vervolgen om de Heere te kennen”, en in waarheid kunnen wij de zegeningen, die voor de rechtvaardige zijn weggelegd, niet verkrijgen, tenzij er dit vervolgen gevonden wordt. „De Heere te kennen” is de begeerte van iedere levendgemaakte ziel; dat is Hem te kennen door Zijn eigen Goddelijke bekendmakingen, door de heerlijke openbaring van Zijn genade, Zijn liefde, Zijn tegenwoordigheid en Zijn heerlijkheid. Door de uitdrukking „vervolgen” wordt aangeduid, dat er vele moeilijkheden, hinderpalen en beletselen in iemands weg gevonden worden, die hem terughouden van „de Heere te kennen”.
Nu, het werk van de Geest in zijn ziel is hem in weerwil van deze hindernissen te doen voortgaan. De natuur en geheel de arbeid der natuur, en alle macht van satan, werkende op de natuur, is de mens terug te houden; maar het werk des Geestes in de ziel is haar voorwaarts te doen gaan, de vreze Gods in haar levendig te houden, haar van tijd tot tijd naar de inwendige mens te versterken en te bekrachtigen. Haar deze verwijding des harten te schenken, haar deze hoop te doen scheppen en die innerlijke genade mede te delen, dat de lendenen van haar verstand worden opgeschort en zij in weerwil van gevoel, rede en natuur genoodzaakt is te vervolgen. Soms wordt zij gedreven en soms getrokken, soms geleid en soms gedragen, maar de Geest van God werkt op de een of andere wijze zodanig in haar, ofschoon zij nauwelijks het hoe ervan weet, dat zij nochtans vervolgt om de Heere te kennen.
Haar lasten doen haar uitschreeuwen om verlossing, haar aanvechtingen doen haar naar hulp uitzien, de moeilijkheid en ruwheid van de weg scheppen de behoefte in haar om van stap tot stap gedragen te worden; de duisterheid van het pad noodzaakt haar om een leidsman te roepen, zodat de Geest des Heeren, de hand daarin hebbende, onder alle moeilijkheden en ontmoedigingen haar ondersteunt, haar draagt en voorthelpt, en haar dus door elke beproeving en moeite en verzoeking en hindernis heen brengt, totdat zij door Hem voor God gesteld wordt in heerlijkheid.
Het is mij tot verwondering hoe onze zielen in het leven gehouden worden. Ik geloof, dat een levendgemaakt mens zichzelf tot een wonder is. Geleid te worden en toch op zo verborgen wijze, bewerkt te worden en zo onbegrijpelijk, bestuurd en ondersteund onder zo vele moeilijkheden en hindernissen, dat hij een wonder van genade is en gelijk de apostel zegt: „een schouwspel èn der wereld, èn der engelen, èn der mensen.” De wereld tot verwondering, de engelen tot verwondering en zichzelf tot verbazing, hoe de levendgemaakte ziel onder al haar moedbenemende omstandigheden, hindernissen, beproevingen en bestrijdingen wordt ondersteund, door- en uitgeholpen, en in weerwil van dit alles vervolgt om de Heere te kennen.
Maar „vervolgen”, waarom? „Om de Heere te kennen” als het pit en merg van alle godsdienst, als het merg der ware godzaligheid; om Jezus te kennen en door het geloof in Zijn schoonheid en beminnelijkheid in te blikken en onszelf één geest met Hem te weten, overeenkomstig deze woorden: „Die de Heere aanhangt, is één geest met Hem.”
Aan de lezer…
Soms wordt u moe van het vervolgen. U wilt de Heere kennen, en toch is uw weg vol hinderpalen: lasten, aanvechtingen, duisternis op het pad, en een natuur die u telkens terughoudt. Misschien denkt u dat de vertraging bewijst dat het bij u niet echt is. Maar bedenk: het woord „vervolgen” zegt juist dat er moeilijkheden zijn. Wie geen hindernis ontmoet, behoeft niet te vervolgen.
Dat u nog voortgaat, in weerwil van gevoel, rede en natuur, is het werk van de Geest in uw ziel. Soms wordt u gedreven en soms getrokken, soms geleid en soms gedragen, al weet u nauwelijks hoe. U bent uzelf een wonder dat u nog in het leven gehouden wordt. Houd dan moed; uw lasten doen u om verlossing roepen, en de duisternis doet u om een Leidsman vragen. Hij Die u zo ondersteunt, zal u brengen tot het doel: Jezus te kennen en één geest met Hem te zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dan zullen wij kennen; wij zullen vervolgen om de Heere te kennen.
Hoséa 6:3
We zien uit deze woorden dat er in de bevinding van de ziel iets is dat genoemd wordt „een vervolgen om de Heere te kennen”. En werkelijk, we kunnen de zegeningen die voor de rechtvaardige zijn weggelegd niet verkrijgen, als dit vervolgen er niet is. „De Heere te kennen” is de begeerte van iedere levendgemaakte ziel: Hem kennen door Zijn eigen Goddelijke bekendmakingen, door de heerlijke openbaring van Zijn genade, Zijn liefde, Zijn tegenwoordigheid en Zijn heerlijkheid. Het woord „vervolgen” geeft aan dat iemand op zijn weg veel moeilijkheden, hinderpalen en beletselen ontmoet, die hem ervan terughouden „de Heere te kennen”.
Nu is het werk van de Geest in zijn ziel hem ondanks deze hindernissen te laten voortgaan. De natuur en al het werk van de natuur, en alle macht van satan die op de natuur werkt, is erop gericht de mens terug te houden. Maar het werk van de Geest in de ziel is haar vooruit te laten gaan, de vreze Gods in haar levend te houden en haar van tijd tot tijd naar de inwendige mens te versterken en te bekrachtigen. Hij schenkt haar die verruiming van het hart, laat haar die hoop scheppen en deelt haar die innerlijke genade mee, zodat de lendenen van haar verstand worden opgeschort en zij ondanks gevoel, rede en natuur gedrongen wordt te vervolgen. Soms wordt zij gedreven en soms getrokken, soms geleid en soms gedragen. Maar de Geest van God werkt op de een of andere manier zo in haar, hoewel zij nauwelijks weet hoe, dat zij toch vervolgt om de Heere te kennen.
Haar lasten doen haar om verlossing roepen, haar aanvechtingen doen haar naar hulp uitzien, en de moeite en ruwheid van de weg wekken in haar de behoefte om stap voor stap gedragen te worden. De duisternis van het pad dwingt haar om een leidsman te roepen. Zo ondersteunt de Geest van de Heere, Die daarin de hand heeft, haar onder alle moeilijkheden en ontmoedigingen. Hij draagt haar en helpt haar voort, en zo brengt Hij haar door elke beproeving, moeite, verzoeking en hindernis heen, totdat zij door Hem voor God gesteld wordt in heerlijkheid.
Het verwondert mij hoe onze zielen in het leven gehouden worden. Ik geloof dat een levendgemaakt mens voor zichzelf een wonder is. Hij wordt geleid, en toch op zo’n verborgen manier; er wordt in hem gewerkt, en zo onbegrijpelijk; hij wordt bestuurd en ondersteund onder zoveel moeilijkheden en hindernissen, dat hij een wonder van genade is en, zoals de apostel zegt: „een schouwspel èn der wereld, èn der engelen, èn der mensen.” De wereld verwondert zich, de engelen verwonderen zich en hijzelf staat verbaasd, hoe de levendgemaakte ziel onder al haar ontmoedigende omstandigheden, hindernissen, beproevingen en bestrijdingen ondersteund wordt, erdoorheen en eruit geholpen wordt, en ondanks dit alles vervolgt om de Heere te kennen.
Maar waarom „vervolgen”? „Om de Heere te kennen” als de kern en het merg van alle godsdienst, als het merg van de ware godzaligheid. Om Jezus te kennen, door het geloof Zijn schoonheid en beminnelijkheid te aanschouwen, en te weten dat wij één geest met Hem zijn, overeenkomstig deze woorden: „Die de Heere aanhangt, is één geest met Hem.”
Aan de lezer…
Soms wordt u moe van het vervolgen. U wilt de Heere kennen, en toch is uw weg vol hinderpalen: lasten, aanvechtingen, duisternis op het pad, en een natuur die u telkens terughoudt. Misschien denkt u dat dit oponthoud bewijst dat het bij u niet echt is. Maar bedenk: het woord „vervolgen” zegt juist dat er moeilijkheden zijn. Wie geen hindernis ontmoet, hoeft niet te vervolgen.
Dat u nog voortgaat, ondanks gevoel, rede en natuur, is het werk van de Geest in uw ziel. Soms wordt u gedreven en soms getrokken, soms geleid en soms gedragen, al weet u nauwelijks hoe. U bent voor uzelf een wonder, omdat u nog in het leven gehouden wordt. Houd dan moed. Uw lasten doen u om verlossing roepen, en de duisternis doet u om een Leidsman vragen. Hij Die u zo ondersteunt, zal u brengen tot het doel: Jezus te kennen en één geest met Hem te zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then shall we know, if we follow on to know the LORD.
Hosea 6:3
We gather from these words that there is such a thing in soul experience as “a following on to know the Lord;” and indeed there is no obtaining the blessings which are laid up for the righteous, unless there is this following on. “To know the Lord” is the desire of every living soul; that is, to know Him by His own divine manifestations, by the gracious revelation of His grace, His love, His presence, and His glory.
But the expression, “follow on,” implies that there are many difficulties, obstacles, and hindrances in a man’s way, which keep him back from “knowing the Lord.” Now the work of the Spirit in his soul is to carry him on in spite of all these obstacles. Nature, and all the work of nature, and all the power of Satan working on nature, is to draw the man back; but the work of the Spirit on the soul is to lead him forward, to keep alive in him the fear of God, to strengthen him from time to time with strength in his inner man, to give him those enlargements, to drop in those hopes, to communicate that inward grace, and to gird up the loins of his mind, so that in spite of sense, reason, and nature, he is compelled to follow on.
Sometimes he seems driven, and sometimes drawn, sometimes led, and sometimes carried, but in one way or another the Spirit of God so works upon him that, though he scarcely knows how, he still “follows on.” His very burdens make him groan for deliverance; his very temptations cause him to cry for help; the very difficulty and ruggedness of the road make him want to be carried every step; the very intricacy of the path compels him to cry out for a guide; so that the Lord the Spirit working in the midst of, and under, and through every difficulty and discouragement, still bears him through, and carries him on; and thus brings him through every trial and trouble and temptation and obstacle, until He sets him before the Lord in glory.
It is astonishing to me how our souls are kept alive. I believe a living man is a marvel to himself. Carried on, and yet so secretly; worked upon, and yet so mysteriously; and yet led on, guided, and supported through so many difficulties and obstacles, that he is a miracle of mercy, and, as the Apostle says, “a spectacle unto the world, and to angels, and to men;” the world wondering, the angels admiring, and men standing astonished, how the quickened soul is carried on amid all its difficulties, obstacles, trials, and temptations; and yet in spite of all “following on.”
But “following on” for what? “To know the Lord,” as the sum and substance of all religion, as the very marrow of vital godliness; to know Jesus, so as by faith to enter into His beauty and loveliness, and feel ourselves one spirit with Him, according to those words, “He that is joined to the Lord is one spirit.”
To the reader…
Sometimes you grow weary of following on. You long to know the Lord, and yet your way is full of obstacles: burdens, temptations, darkness on the path, and a nature that keeps holding you back. Perhaps you think this hindrance proves that it is not real with you. But consider: the very words “follow on” tell us that there are difficulties. Whoever meets no hindrance has no need to follow on.
That you still go on, in spite of feeling, reason and nature, is the work of the Spirit in your soul. Sometimes you are driven and sometimes drawn, sometimes led and sometimes carried, though you scarcely know how. You are a marvel to yourself, because you are still kept alive. Take courage, then. Your burdens make you cry for deliverance, and the darkness makes you ask for a Guide. He Who upholds you in this way will bring you to the goal: to know Jesus and to be one spirit with Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceremos, y proseguiremos en conocer a Jehová.
Oseas 6:3
De estas palabras deducimos que en la experiencia del alma existe tal cosa como “proseguir en conocer al Señor”; y en verdad no se obtienen las bendiciones guardadas para los justos si no hay este proseguir. “Conocer al Señor” es el deseo de toda alma viviente; es decir, conocerle por Sus propias manifestaciones divinas, por la revelación llena de gracia de Su gracia, Su amor, Su presencia y Su gloria.
Pero la expresión “proseguir” implica que hay en el camino del hombre muchas dificultades, obstáculos y estorbos que le detienen de “conocer al Señor”. Ahora bien, la obra del Espíritu en su alma es llevarle adelante a pesar de todos estos obstáculos. La naturaleza, y toda la obra de la naturaleza, y todo el poder de Satanás obrando sobre la naturaleza, tienden a hacer retroceder al hombre; pero la obra del Espíritu en el alma es conducirle hacia adelante, mantener viva en él el temor de Dios, fortalecerle de tiempo en tiempo con fuerza en el hombre interior, darle esos ensanchamientos, infundirle esas esperanzas, comunicarle esa gracia interior y ceñir los lomos de su entendimiento, de modo que, a pesar de los sentidos, la razón y la naturaleza, se ve obligado a proseguir.
A veces parece empujado y a veces atraído, a veces guiado y a veces llevado en brazos, pero de un modo u otro el Espíritu de Dios obra de tal manera en él que, aunque apenas sabe cómo, sigue “prosiguiendo”. Sus mismas cargas le hacen gemir por liberación; sus mismas tentaciones le hacen clamar por ayuda; la misma dificultad y aspereza del camino le hacen desear ser llevado a cada paso; la misma complejidad del sendero le obliga a clamar por un guía; de modo que el Señor el Espíritu, obrando en medio, debajo y a través de cada dificultad y desaliento, todavía le sostiene y le lleva adelante; y así le hace pasar por toda prueba y aflicción, tentación y obstáculo, hasta que le presenta delante del Señor en la gloria.
Me asombra cómo nuestras almas son mantenidas con vida. Creo que un hombre viviente es una maravilla para sí mismo. Llevado adelante, y sin embargo tan secretamente; obrado en él, y sin embargo tan misteriosamente; y aun así conducido, guiado y sostenido a través de tantas dificultades y obstáculos, que es un milagro de misericordia y, como dice el apóstol, “espectáculo al mundo, y a los ángeles, y a los hombres”: el mundo maravillándose, los ángeles admirando y los hombres asombrados de cómo el alma vivificada es llevada adelante en medio de todas sus dificultades, obstáculos, pruebas y tentaciones; y a pesar de todo “prosigue”.
Pero ¿“proseguir” para qué? “Para conocer al Señor”, como la suma y sustancia de toda religión, como el meollo mismo de la piedad vital; conocer a Jesús, de modo que por la fe entremos en Su hermosura y amabilidad, y nos sintamos un espíritu con Él, conforme a aquellas palabras: “El que se junta con el Señor, un espíritu es.”
Al lector…
A veces se cansa usted de proseguir. Anhela conocer al Señor, y sin embargo su camino está lleno de obstáculos: cargas, tentaciones, oscuridad en el sendero y una naturaleza que una y otra vez le retiene. Quizá piense que este estorbo demuestra que en usted no es verdadero. Pero considere: las mismas palabras “proseguir” nos dicen que hay dificultades. Quien no encuentra estorbo alguno no necesita proseguir.
Que usted siga adelante, a pesar de los sentimientos, la razón y la naturaleza, es obra del Espíritu en su alma. A veces es empujado y a veces atraído, a veces guiado y a veces llevado en brazos, aunque apenas sabe cómo. Usted es una maravilla para sí mismo, porque todavía es mantenido con vida. Cobre ánimo, pues. Sus cargas le hacen clamar por liberación, y la oscuridad le hace pedir un Guía. Aquel que le sostiene de esta manera le llevará a la meta: conocer a Jesús y ser un espíritu con Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl