5 de mayo
Weet gij niet, dat wie gij uzelven stelt tot dienstknechten der gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt; of der zonde tot de dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
Rom. 6:16
Er is een zaligheid in het gehoorzamen. Niet dat het ons deel geeft aan het volbrachte werk van de Zoon van God, maar het openbaart het ons. Er is niets in de hoogste daden van geloof en gehoorzaamheid, waarover wij ons kunnen verheugen als over ons eigen werk; niets waarop wij onszelf kunnen beroemen, en toch is er een zaligheid in, aan het Evangelie gehoorzaam te zijn, door in de Zoon Gods te geloven, door te wandelen in de vreze Gods, en de dingen te doen en te belijden, die welbehagelijk in Gods oog zijn. In vleselijkheid, in hoogmoed en eigengerechtigheid te wandelen; naar wereldse gewoonten te leven en zich naar de wereldse meningen te schikken, en zo er een korrel vreze Gods, een sprankje van het leven Gods in uw hart is, zal het beste zijn wat gij doen kunt uw ziel onder ellende en slavernij te brengen.
Daarom, ofschoon er geen verdienste is in de gehoorzaamheid en er ook niet op is te roemen, toch is het pad der gehoorzaamheid aan God zo veilig, zo zalig, zo Gode verheerlijkend en zo vertroostend voor de aldus beweldadigde ziel, dat het de begeerte moet en zal zijn van allen, die in waarheid God vrezen, altijd op die weg gevonden te worden. En o! welk een zaligheid, zo wij slechts enigermate bekwaam zijn gemaakt om aan de wil van God te gehoorzamen, door te geloven in Zijn lieve Zoon en door in Zijn vrees te wandelen, om onder elke verzoeking en beproeving des levens, dood, gezondheid en ziekte, te ondervinden, dat wij een barmhartige en medelijdende Hogepriester hebben, „de oorzaak van eeuwige zaligheid voor allen, die Hem gehoorzaam zijn!”
Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest,
Mocht die mij op mijn pad ten leidsman strekken,
’k Hield dan Uw wet, dan leefd’ ik onbevreesd;
dan zou geen schaamt’ mijn aangezicht bedekken,
wanneer ik steeds opmerkend waar’ geweest
hoe Uw geboôn mij tot uw liefde wekken.
Ps. 119:3
Aan de lezer…
Lezer, hebt u wel eens gemerkt hoe de ziel verdort wanneer u toegeeft aan de wereld, aan hoogmoed of aan wat het vlees begeert? Wie een korrel vreze Gods in het hart heeft, kan daar geen rust in vinden; het brengt hem onder ellende en slavernij. Dat is een harde les, maar een eerlijke. U wordt de dienstknecht van wat u gehoorzaamt.
Er is geen verdienste in de gehoorzaamheid, en niets om op te roemen. Toch is er een zaligheid in, om in de Zoon van God te geloven, in Zijn vreze te wandelen en de dingen te doen die Hem welbehagelijk zijn. Het pad der gehoorzaamheid is veilig en vertroostend. Vraag de Heere dan dat Hij u op die weg houdt, en weet dat u er niet alleen gaat. In elke verzoeking en beproeving, in gezondheid en ziekte, hebt u een barmhartige en medelijdende Hogepriester, de oorzaak van eeuwige zaligheid voor allen die Hem gehoorzaam zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Weet gij niet, dat wie gij uzelven stelt tot dienstknechten der gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt; of der zonde tot de dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
Rom. 6:16
Er ligt een zaligheid in het gehoorzamen. Niet dat het ons deel geeft aan het volbrachte werk van de Zoon van God, maar het maakt het aan ons openbaar. Er is niets in de hoogste daden van geloof en gehoorzaamheid waarover wij ons kunnen verheugen als over ons eigen werk, niets waarop wij ons kunnen beroemen. En toch ligt er een zaligheid in om aan het Evangelie gehoorzaam te zijn: door in de Zoon van God te geloven, door te wandelen in de vreze Gods, en door de dingen te doen en te belijden die welbehaaglijk zijn in Gods oog.
In vleselijkheid, hoogmoed en eigengerechtigheid wandelen, naar wereldse gewoonten leven en zich schikken naar wereldse meningen: als er in uw hart een korrel vreze Gods is, een sprankje van het leven van God, dan is dat het beste wat u kunt doen om uw ziel onder ellende en slavernij te brengen.
Daarom, hoewel er geen verdienste in de gehoorzaamheid ligt en er ook niets op te roemen valt, is het pad van gehoorzaamheid aan God toch zo veilig, zo zalig, zo God verheerlijkend en zo vertroostend voor de ziel die zo begunstigd wordt, dat het de begeerte moet en zal zijn van allen die God in waarheid vrezen, om altijd op die weg gevonden te worden. En o, wat een zaligheid, als wij maar enigermate bekwaam gemaakt zijn om aan de wil van God te gehoorzamen, door te geloven in Zijn lieve Zoon en in Zijn vreze te wandelen! Dan mogen wij onder elke verzoeking en beproeving van het leven, in dood, gezondheid en ziekte, ervaren dat wij een barmhartige en medelijdende Hogepriester hebben, „de oorzaak van eeuwige zaligheid voor allen, die Hem gehoorzaam zijn!”
Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest,
Mocht die mij op mijn pad ten leidsman strekken,
’k Hield dan Uw wet, dan leefd’ ik onbevreesd;
dan zou geen schaamt’ mijn aangezicht bedekken,
wanneer ik steeds opmerkend waar’ geweest
hoe Uw geboôn mij tot uw liefde wekken.
Ps. 119:3
Aan de lezer…
Lezer, hebt u weleens gemerkt hoe de ziel verdort wanneer u toegeeft aan de wereld, aan hoogmoed of aan wat het vlees begeert? Wie een korrel vreze Gods in het hart heeft, kan daar geen rust in vinden; het brengt hem onder ellende en slavernij. Dat is een harde les, maar een eerlijke. U wordt de dienstknecht van wat u gehoorzaamt.
Er is geen verdienste in de gehoorzaamheid, en niets om op te roemen. Toch ligt er een zaligheid in om in de Zoon van God te geloven, in Zijn vreze te wandelen en de dingen te doen die Hem welbehaaglijk zijn. Het pad van de gehoorzaamheid is veilig en vertroostend. Vraag de Heere dan of Hij u op die weg wil houden, en weet dat u er niet alleen gaat. In elke verzoeking en beproeving, in gezondheid en ziekte, hebt u een barmhartige en medelijdende Hogepriester, de oorzaak van eeuwige zaligheid voor allen die Hem gehoorzaam zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Know ye not, that to whom ye yield yourselves servants to obey, his servants ye are to whom ye obey; whether of sin unto death, or of obedience unto righteousness?
Romans 6:16
There is a blessedness in obedience. It does not save us, but it manifests our interest in the finished work of the Son of God. There is nothing in the highest acts of faith or obedience that we can take any joy in as accomplished by us, nothing that we can boast of as our own; and yet there is a sacred blessedness in obeying the gospel by believing in the Son of God, by walking in the fear of God, and doing the things, as well as professing them, which are pleasing in God’s sight.
Walk in carnality, pride, and self-righteousness; live after worldly customs and conform yourself to worldly opinions, and you will bring your soul into misery and bondage. Therefore, though we can take no merit from and make no boasting of any obedience we may render, yet is the path of godly obedience so safe, so blessed, so honoring to God, and so comforting to the soul thus favored, that it should be and will be the desire of all who truly fear God to be ever found walking in it. And O the blessedness, if we are enabled in any measure to obey the will of God by believing in His dear Son and by walking in His fear, to find under every temptation and trial in life, death, health, and sickness, that we have a gracious and sympathizing High Priest, “the author of eternal salvation to all those who obey Him!”
To the reader…
Have you ever noticed how the soul withers when you give way to the world, to pride, or to what the flesh desires? Whoever has a grain of the fear of God in his heart cannot find rest in that; it brings him into misery and bondage. That is a hard lesson, but an honest one. You become the servant of whatever you obey.
There is no merit in obedience, and nothing to boast of. Yet there is a blessedness in believing in the Son of God, in walking in His fear and in doing the things that are pleasing in His sight. The path of obedience is safe and comforting. Ask the Lord, then, to keep you in that way, and know that you do not walk it alone. In every temptation and trial, in health and in sickness, you have a merciful and sympathizing High Priest, the author of eternal salvation unto all them that obey Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿No sabéis que a quien os prestáis vosotros mismos por siervos para obedecerle, sois siervos de aquel a quien obedecéis, o del pecado para muerte, o de la obediencia para justicia?
Romanos 6:16
Hay una bienaventuranza en la obediencia. No nos salva, pero manifiesta nuestra parte en la obra consumada del Hijo de Dios. No hay nada en los más altos actos de fe o de obediencia en que podamos gozarnos como realizado por nosotros, nada de que podamos jactarnos como propio; y sin embargo, hay una sagrada bienaventuranza en obedecer el evangelio creyendo en el Hijo de Dios, andando en el temor de Dios y haciendo, así como profesando, las cosas que son agradables delante de Dios.
Ande en carnalidad, orgullo y justicia propia; viva según las costumbres del mundo y confórmese a las opiniones del mundo, y traerá su alma a miseria y servidumbre. Por tanto, aunque no podemos sacar mérito ni jactarnos de ninguna obediencia que rindamos, sin embargo el camino de la obediencia piadosa es tan seguro, tan bienaventurado, tan honroso para Dios y tan consolador para el alma así favorecida, que debe ser, y será, el deseo de todos los que verdaderamente temen a Dios ser hallados siempre andando en él. ¡Y oh, qué bienaventuranza, si se nos capacita en alguna medida para obedecer la voluntad de Dios creyendo en Su amado Hijo y andando en Su temor, hallar bajo toda tentación y prueba, en la vida, en la muerte, en la salud y en la enfermedad, que tenemos un Sumo Sacerdote misericordioso y compasivo, “causa de eterna salud a todos los que le obedecen”!
Al lector…
¿Ha notado alguna vez cómo se marchita el alma cuando usted cede al mundo, al orgullo o a lo que la carne desea? Quien tiene un grano del temor de Dios en su corazón no puede hallar descanso en ello; le trae a miseria y servidumbre. Es una lección dura, pero sincera. Usted llega a ser siervo de aquello a lo que obedece.
No hay mérito en la obediencia, ni nada de qué jactarse. Sin embargo, hay una bienaventuranza en creer en el Hijo de Dios, en andar en Su temor y en hacer las cosas que son agradables delante de Él. El camino de la obediencia es seguro y consolador. Pida, pues, al Señor que le guarde en ese camino, y sepa que no lo anda solo. En toda tentación y prueba, en la salud y en la enfermedad, tiene un Sumo Sacerdote misericordioso y compasivo, causa de eterna salud a todos los que le obedecen.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl