May 5
Dan zullen wij kennen; wij zullen vervolgen om de Heere te kennen.
Hoséa 6:3
Wij zien uit deze woorden, dat er in de bevinding der ziel iets is, dat genoemd wordt „een vervolgen om de Heere te kennen”, en in waarheid kunnen wij de zegeningen, die voor de rechtvaardige zijn weggelegd, niet verkrijgen, tenzij er dit vervolgen gevonden wordt. „De Heere te kennen” is de begeerte van iedere levendgemaakte ziel; dat is Hem te kennen door Zijn eigen Goddelijke bekendmakingen, door de heerlijke openbaring van Zijn genade, Zijn liefde, Zijn tegenwoordigheid en Zijn heerlijkheid. Door de uitdrukking „vervolgen” wordt aangeduid, dat er vele moeilijkheden, hinderpalen en beletselen in iemands weg gevonden worden, die hem terughouden van „de Heere te kennen”.
Nu, het werk van de Geest in zijn ziel is hem in weerwil van deze hindernissen te doen voortgaan. De natuur en geheel de arbeid der natuur, en alle macht van satan, werkende op de natuur, is de mens terug te houden; maar het werk des Geestes in de ziel is haar voorwaarts te doen gaan, de vreze Gods in haar levendig te houden, haar van tijd tot tijd naar de inwendige mens te versterken en te bekrachtigen. Haar deze verwijding des harten te schenken, haar deze hoop te doen scheppen en die innerlijke genade mede te delen, dat de lendenen van haar verstand worden opgeschort en zij in weerwil van gevoel, rede en natuur genoodzaakt is te vervolgen. Soms wordt zij gedreven en soms getrokken, soms geleid en soms gedragen, maar de Geest van God werkt op de een of andere wijze zodanig in haar, ofschoon zij nauwelijks het hoe ervan weet, dat zij nochtans vervolgt om de Heere te kennen.
Haar lasten doen haar uitschreeuwen om verlossing, haar aanvechtingen doen haar naar hulp uitzien, de moeilijkheid en ruwheid van de weg scheppen de behoefte in haar om van stap tot stap gedragen te worden; de duisterheid van het pad noodzaakt haar om een leidsman te roepen, zodat de Geest des Heeren, de hand daarin hebbende, onder alle moeilijkheden en ontmoedigingen haar ondersteunt, haar draagt en voorthelpt, en haar dus door elke beproeving en moeite en verzoeking en hindernis heen brengt, totdat zij door Hem voor God gesteld wordt in heerlijkheid.
Het is mij tot verwondering hoe onze zielen in het leven gehouden worden. Ik geloof, dat een levendgemaakt mens zichzelf tot een wonder is. Geleid te worden en toch op zo verborgen wijze, bewerkt te worden en zo onbegrijpelijk, bestuurd en ondersteund onder zo vele moeilijkheden en hindernissen, dat hij een wonder van genade is en gelijk de apostel zegt: „een schouwspel èn der wereld, èn der engelen, èn der mensen.” De wereld tot verwondering, de engelen tot verwondering en zichzelf tot verbazing, hoe de levendgemaakte ziel onder al haar moedbenemende omstandigheden, hindernissen, beproevingen en bestrijdingen wordt ondersteund, door- en uitgeholpen, en in weerwil van dit alles vervolgt om de Heere te kennen.
Maar „vervolgen”, waarom? „Om de Heere te kennen” als het pit en merg van alle godsdienst, als het merg der ware godzaligheid; om Jezus te kennen en door het geloof in Zijn schoonheid en beminnelijkheid in te blikken en onszelf één geest met Hem te weten, overeenkomstig deze woorden: „Die de Heere aanhangt, is één geest met Hem.”
Aan de lezer…
Soms wordt u moe van het vervolgen. U wilt de Heere kennen, en toch is uw weg vol hinderpalen: lasten, aanvechtingen, duisternis op het pad, en een natuur die u telkens terughoudt. Misschien denkt u dat de vertraging bewijst dat het bij u niet echt is. Maar bedenk: het woord „vervolgen” zegt juist dat er moeilijkheden zijn. Wie geen hindernis ontmoet, behoeft niet te vervolgen.
Dat u nog voortgaat, in weerwil van gevoel, rede en natuur, is het werk van de Geest in uw ziel. Soms wordt u gedreven en soms getrokken, soms geleid en soms gedragen, al weet u nauwelijks hoe. U bent uzelf een wonder dat u nog in het leven gehouden wordt. Houd dan moed; uw lasten doen u om verlossing roepen, en de duisternis doet u om een Leidsman vragen. Hij Die u zo ondersteunt, zal u brengen tot het doel: Jezus te kennen en één geest met Hem te zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dan zullen wij kennen; wij zullen vervolgen om de Heere te kennen.
Hoséa 6:3
We zien uit deze woorden dat er in de bevinding van de ziel iets is dat genoemd wordt „een vervolgen om de Heere te kennen”. En werkelijk, we kunnen de zegeningen die voor de rechtvaardige zijn weggelegd niet verkrijgen, als dit vervolgen er niet is. „De Heere te kennen” is de begeerte van iedere levendgemaakte ziel: Hem kennen door Zijn eigen Goddelijke bekendmakingen, door de heerlijke openbaring van Zijn genade, Zijn liefde, Zijn tegenwoordigheid en Zijn heerlijkheid. Het woord „vervolgen” geeft aan dat iemand op zijn weg veel moeilijkheden, hinderpalen en beletselen ontmoet, die hem ervan terughouden „de Heere te kennen”.
Nu is het werk van de Geest in zijn ziel hem ondanks deze hindernissen te laten voortgaan. De natuur en al het werk van de natuur, en alle macht van satan die op de natuur werkt, is erop gericht de mens terug te houden. Maar het werk van de Geest in de ziel is haar vooruit te laten gaan, de vreze Gods in haar levend te houden en haar van tijd tot tijd naar de inwendige mens te versterken en te bekrachtigen. Hij schenkt haar die verruiming van het hart, laat haar die hoop scheppen en deelt haar die innerlijke genade mee, zodat de lendenen van haar verstand worden opgeschort en zij ondanks gevoel, rede en natuur gedrongen wordt te vervolgen. Soms wordt zij gedreven en soms getrokken, soms geleid en soms gedragen. Maar de Geest van God werkt op de een of andere manier zo in haar, hoewel zij nauwelijks weet hoe, dat zij toch vervolgt om de Heere te kennen.
Haar lasten doen haar om verlossing roepen, haar aanvechtingen doen haar naar hulp uitzien, en de moeite en ruwheid van de weg wekken in haar de behoefte om stap voor stap gedragen te worden. De duisternis van het pad dwingt haar om een leidsman te roepen. Zo ondersteunt de Geest van de Heere, Die daarin de hand heeft, haar onder alle moeilijkheden en ontmoedigingen. Hij draagt haar en helpt haar voort, en zo brengt Hij haar door elke beproeving, moeite, verzoeking en hindernis heen, totdat zij door Hem voor God gesteld wordt in heerlijkheid.
Het verwondert mij hoe onze zielen in het leven gehouden worden. Ik geloof dat een levendgemaakt mens voor zichzelf een wonder is. Hij wordt geleid, en toch op zo’n verborgen manier; er wordt in hem gewerkt, en zo onbegrijpelijk; hij wordt bestuurd en ondersteund onder zoveel moeilijkheden en hindernissen, dat hij een wonder van genade is en, zoals de apostel zegt: „een schouwspel èn der wereld, èn der engelen, èn der mensen.” De wereld verwondert zich, de engelen verwonderen zich en hijzelf staat verbaasd, hoe de levendgemaakte ziel onder al haar ontmoedigende omstandigheden, hindernissen, beproevingen en bestrijdingen ondersteund wordt, erdoorheen en eruit geholpen wordt, en ondanks dit alles vervolgt om de Heere te kennen.
Maar waarom „vervolgen”? „Om de Heere te kennen” als de kern en het merg van alle godsdienst, als het merg van de ware godzaligheid. Om Jezus te kennen, door het geloof Zijn schoonheid en beminnelijkheid te aanschouwen, en te weten dat wij één geest met Hem zijn, overeenkomstig deze woorden: „Die de Heere aanhangt, is één geest met Hem.”
Aan de lezer…
Soms wordt u moe van het vervolgen. U wilt de Heere kennen, en toch is uw weg vol hinderpalen: lasten, aanvechtingen, duisternis op het pad, en een natuur die u telkens terughoudt. Misschien denkt u dat dit oponthoud bewijst dat het bij u niet echt is. Maar bedenk: het woord „vervolgen” zegt juist dat er moeilijkheden zijn. Wie geen hindernis ontmoet, hoeft niet te vervolgen.
Dat u nog voortgaat, ondanks gevoel, rede en natuur, is het werk van de Geest in uw ziel. Soms wordt u gedreven en soms getrokken, soms geleid en soms gedragen, al weet u nauwelijks hoe. U bent voor uzelf een wonder, omdat u nog in het leven gehouden wordt. Houd dan moed. Uw lasten doen u om verlossing roepen, en de duisternis doet u om een Leidsman vragen. Hij Die u zo ondersteunt, zal u brengen tot het doel: Jezus te kennen en één geest met Hem te zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then shall we know, if we follow on to know the LORD.
Hosea 6:3
We gather from these words that there is such a thing in soul experience as “a following on to know the Lord;” and indeed there is no obtaining the blessings which are laid up for the righteous, unless there is this following on. “To know the Lord” is the desire of every living soul; that is, to know Him by His own divine manifestations, by the gracious revelation of His grace, His love, His presence, and His glory.
But the expression, “follow on,” implies that there are many difficulties, obstacles, and hindrances in a man’s way, which keep him back from “knowing the Lord.” Now the work of the Spirit in his soul is to carry him on in spite of all these obstacles. Nature, and all the work of nature, and all the power of Satan working on nature, is to draw the man back; but the work of the Spirit on the soul is to lead him forward, to keep alive in him the fear of God, to strengthen him from time to time with strength in his inner man, to give him those enlargements, to drop in those hopes, to communicate that inward grace, and to gird up the loins of his mind, so that in spite of sense, reason, and nature, he is compelled to follow on.
Sometimes he seems driven, and sometimes drawn, sometimes led, and sometimes carried, but in one way or another the Spirit of God so works upon him that, though he scarcely knows how, he still “follows on.” His very burdens make him groan for deliverance; his very temptations cause him to cry for help; the very difficulty and ruggedness of the road make him want to be carried every step; the very intricacy of the path compels him to cry out for a guide; so that the Lord the Spirit working in the midst of, and under, and through every difficulty and discouragement, still bears him through, and carries him on; and thus brings him through every trial and trouble and temptation and obstacle, until He sets him before the Lord in glory.
It is astonishing to me how our souls are kept alive. I believe a living man is a marvel to himself. Carried on, and yet so secretly; worked upon, and yet so mysteriously; and yet led on, guided, and supported through so many difficulties and obstacles, that he is a miracle of mercy, and, as the Apostle says, “a spectacle unto the world, and to angels, and to men;” the world wondering, the angels admiring, and men standing astonished, how the quickened soul is carried on amid all its difficulties, obstacles, trials, and temptations; and yet in spite of all “following on.”
But “following on” for what? “To know the Lord,” as the sum and substance of all religion, as the very marrow of vital godliness; to know Jesus, so as by faith to enter into His beauty and loveliness, and feel ourselves one spirit with Him, according to those words, “He that is joined to the Lord is one spirit.”
To the reader…
Sometimes you grow weary of following on. You long to know the Lord, and yet your way is full of obstacles: burdens, temptations, darkness on the path, and a nature that keeps holding you back. Perhaps you think this hindrance proves that it is not real with you. But consider: the very words “follow on” tell us that there are difficulties. Whoever meets no hindrance has no need to follow on.
That you still go on, in spite of feeling, reason and nature, is the work of the Spirit in your soul. Sometimes you are driven and sometimes drawn, sometimes led and sometimes carried, though you scarcely know how. You are a marvel to yourself, because you are still kept alive. Take courage, then. Your burdens make you cry for deliverance, and the darkness makes you ask for a Guide. He Who upholds you in this way will bring you to the goal: to know Jesus and to be one spirit with Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceremos, y proseguiremos en conocer a Jehová.
Oseas 6:3
De estas palabras deducimos que en la experiencia del alma existe tal cosa como “proseguir en conocer al Señor”; y en verdad no se obtienen las bendiciones guardadas para los justos si no hay este proseguir. “Conocer al Señor” es el deseo de toda alma viviente; es decir, conocerle por Sus propias manifestaciones divinas, por la revelación llena de gracia de Su gracia, Su amor, Su presencia y Su gloria.
Pero la expresión “proseguir” implica que hay en el camino del hombre muchas dificultades, obstáculos y estorbos que le detienen de “conocer al Señor”. Ahora bien, la obra del Espíritu en su alma es llevarle adelante a pesar de todos estos obstáculos. La naturaleza, y toda la obra de la naturaleza, y todo el poder de Satanás obrando sobre la naturaleza, tienden a hacer retroceder al hombre; pero la obra del Espíritu en el alma es conducirle hacia adelante, mantener viva en él el temor de Dios, fortalecerle de tiempo en tiempo con fuerza en el hombre interior, darle esos ensanchamientos, infundirle esas esperanzas, comunicarle esa gracia interior y ceñir los lomos de su entendimiento, de modo que, a pesar de los sentidos, la razón y la naturaleza, se ve obligado a proseguir.
A veces parece empujado y a veces atraído, a veces guiado y a veces llevado en brazos, pero de un modo u otro el Espíritu de Dios obra de tal manera en él que, aunque apenas sabe cómo, sigue “prosiguiendo”. Sus mismas cargas le hacen gemir por liberación; sus mismas tentaciones le hacen clamar por ayuda; la misma dificultad y aspereza del camino le hacen desear ser llevado a cada paso; la misma complejidad del sendero le obliga a clamar por un guía; de modo que el Señor el Espíritu, obrando en medio, debajo y a través de cada dificultad y desaliento, todavía le sostiene y le lleva adelante; y así le hace pasar por toda prueba y aflicción, tentación y obstáculo, hasta que le presenta delante del Señor en la gloria.
Me asombra cómo nuestras almas son mantenidas con vida. Creo que un hombre viviente es una maravilla para sí mismo. Llevado adelante, y sin embargo tan secretamente; obrado en él, y sin embargo tan misteriosamente; y aun así conducido, guiado y sostenido a través de tantas dificultades y obstáculos, que es un milagro de misericordia y, como dice el apóstol, “espectáculo al mundo, y a los ángeles, y a los hombres”: el mundo maravillándose, los ángeles admirando y los hombres asombrados de cómo el alma vivificada es llevada adelante en medio de todas sus dificultades, obstáculos, pruebas y tentaciones; y a pesar de todo “prosigue”.
Pero ¿“proseguir” para qué? “Para conocer al Señor”, como la suma y sustancia de toda religión, como el meollo mismo de la piedad vital; conocer a Jesús, de modo que por la fe entremos en Su hermosura y amabilidad, y nos sintamos un espíritu con Él, conforme a aquellas palabras: “El que se junta con el Señor, un espíritu es.”
Al lector…
A veces se cansa usted de proseguir. Anhela conocer al Señor, y sin embargo su camino está lleno de obstáculos: cargas, tentaciones, oscuridad en el sendero y una naturaleza que una y otra vez le retiene. Quizá piense que este estorbo demuestra que en usted no es verdadero. Pero considere: las mismas palabras “proseguir” nos dicen que hay dificultades. Quien no encuentra estorbo alguno no necesita proseguir.
Que usted siga adelante, a pesar de los sentimientos, la razón y la naturaleza, es obra del Espíritu en su alma. A veces es empujado y a veces atraído, a veces guiado y a veces llevado en brazos, aunque apenas sabe cómo. Usted es una maravilla para sí mismo, porque todavía es mantenido con vida. Cobre ánimo, pues. Sus cargas le hacen clamar por liberación, y la oscuridad le hace pedir un Guía. Aquel que le sostiene de esta manera le llevará a la meta: conocer a Jesús y ser un espíritu con Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl