Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 4 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

4 februari Korenaren uit de volle oogst

Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid.
Openb. 19:7

Wij hebben twee dingen nodig om ons naar de hemel te brengen: een aanspraak erop en bekwaamheid ervoor. Onze enige aanspraak op de hemel is het bloed en de gerechtigheid van de Zoon van God: dat bloed dat „reinigt van alle zonden”, en die gerechtigheid die ons „rechtvaardig maakt van alle dingen van welke wij niet konden gerechtvaardigd worden door de wet van Mozes”. Niets wat onrein of bevlekt is, kan de hemel binnengaan. Dit is Gods eigen getuigenis: „En in haar zal niet inkomen iets dat ontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt; maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams” (Openb. 21:27).

Maar behalve de aanspraak moet er ook een bekwaamheid zijn voor die hemelse stad, zoals de apostel zegt: „Dankende de Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft om deel te hebben in de erve van de heiligen in het licht” (Kol. 1:12). Daarom moeten wij hier beneden al enkele tonen leren zingen van dat vrolijke loflied. Dat lied zal in volle, onafgebroken harmonie opstijgen uit de harten en van de lippen van de verlosten in het koninkrijk hierboven, waar die verheerlijkte vergadering altijd zal juichen: „Halleluja! Zaligheid, en heerlijkheid, en eer en macht aan de Heere onze God.” Als wij zullen aanzitten met die gezegenden die geroepen zijn tot de bruiloft van het Lam, moeten wij niet alleen „gekleed zijn, helder en wit, want het fijne linnen is de rechtvaardigmaking der heiligen”. Wij moeten ook in ons hart hebben „het Koninkrijk Gods, hetwelk is rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap door de Heilige Geest” (Rom. 14:17).

Al wat Gij wrocht zal juichen tot Uw eer,
Uw gunstvolk zal verblijd U zeeg’nen, Heer,
en roemen van Uw Koninkrijk, Uw macht,
Uw heerlijkheid en goddelijke kracht,
om, waar zich ’t hart ooit voelt in leerzucht blaken;
Uw heerlijkheid, Uw macht bekend te maken,
en d’eer Uws rijks, zo groot, zo hoog verheven,
voor aller oor de hoogste roem te geven.

Ps. 145:4

Aan de lezer…

Hoe heerlijk is de bruiloft van het Lam! Zult u daar aanzitten? Het is een vraag die geen mens zonder gevolgen van zich af kan schuiven. Niets wat onrein is, kan de hemelse stad binnengaan, en wie zichzelf kent, weet dat hij van nature geen enkele aanspraak heeft. Daarom is het zo kostbaar wat hier gezegd wordt: onze enige aanspraak is het bloed en de gerechtigheid van de Zoon van God, dat bloed dat reinigt van alle zonden.

Maar er moet ook een bekwaamheid zijn: een hart dat hier beneden al enkele tonen leert van het lied van de verlosten. Zucht u omdat uw lofzang nog zo zwak is en uw hart zo weinig weet van de blijdschap door de Heilige Geest? Bedenk dan dat het de Vader is Die bekwaam maakt, niet uzelf. Wat Hij in u begonnen heeft, zal Hij voltooien, totdat u, gekleed in fijn linnen, helder en wit, met alle gezegenden zult juichen: „Halleluja! Zaligheid, en heerlijkheid, en eer en macht aan de Heere onze God.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

4 februari 365 dagen met Philpot

De loopbaan lopen

Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1

Ook uithoudingsvermogen is nodig. Dat is het belangrijkste wat van de loper gevraagd wordt als de wedloop erg lang is. Hij kan de prijs alleen behalen als hij, behalve snel ter been, ook een groot lichamelijk uithoudingsvermogen heeft en vooral vastberadenheid, zodat hij niet opgeeft en niet bezwijkt, maar tot het allerlaatst volhoudt. Dit vraagt al zijn kracht. Een wedloop wordt immers niet alleen gewonnen door lichtvoetigheid en behendigheid, maar door lichamelijk uithoudingsvermogen, sterke longen en spieren, en bovenal door grote moed en door de vaste wil om zich niet te laten verslaan.

Zo is het ook met het lopen van de hemelse wedloop. Die moet met veel uithoudingsvermogen worden gelopen. Men wint haar niet door eerst snel vooruit te gaan en dan buiten adem en uitgeput voorover te vallen, of uit de wedstrijd te moeten stappen omdat men niet verder kan. De hemelse wedstrijd is niet als een wedloop in het veld, een sprint van tien minuten, maar een wedloop voor het leven; een wedloop die zich steeds vernieuwt en nooit eindigt voordat de onvergankelijke kroon is behaald. Zij vraagt alle kracht van de genade, en kan alleen worden gewonnen als elk geestelijk vermogen met alle geduld en zonder ophouden wordt ingezet.

We zien dit al snel als we kijken naar de hindernissen en moeilijkheden die de loper bijna bij elke stap tegenkomt. Kijk eens hoe uitgeput we zelf zijn als we lang hebben gelopen; zie onze twijfelende, onzekere harten, ons zwakke geloof, onze schamele hoop en onze wankelende liefde. Alles buiten ons en alles binnen ons roept om rust en om te stoppen. Altijd waken, altijd bidden, altijd lezen en luisteren; altijd de zonde en de duivel weerstaan; zichzelf verloochenen en het vlees kruisigen; altijd verzocht, beproefd en geoefend worden; altijd een bezoeking ondergaan naar lichaam of geest, in gezin of omstandigheden; de hele dag geplaagd en elke morgen gekastijd worden – wat is er voor al deze dagelijkse ervaringen veel geduldig uithoudingsvermogen nodig! Hierin schieten allen tekort, behalve Gods kinderen.

Lezen: Psalm 33:8-22

Aan de lezer…

Deze woorden roepen op om met lijdzaamheid te lopen. Bent u onderweg moe geworden? Alles buiten u en alles binnen u roept om rust en om te stoppen. Altijd waken, altijd bidden, altijd de zonde en de duivel weerstaan; de hele dag geplaagd en elke morgen gekastijd. U kijkt naar uw twijfelende hart, uw zwakke geloof, uw schamele hoop en uw wankelende liefde, en vraagt u af hoe u dit ooit tot het einde zult volhouden.

Ik verzwijg het niet: de hemelse loopbaan is geen korte sprint, maar een wedloop voor het leven, die alle kracht van de genade vraagt. Maar juist daarom wordt zij niet gewonnen door een snelle start in eigen kracht. Wie zichzelf leert kennen als zwak en uitgeput, leert ook roepen om geduld en uithoudingsvermogen van boven. Geef het dan niet op. Het is geen schande dat u moe bent; het is genade dat u nog loopt. En wat u nodig hebt voor de volgende stap, zal u gegeven worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

4 februari Door Baca’s vallei

Wee de gerusten te Sion.
Amos 6:1

Bunyan zegt in zijn eenvoudige taal:

Een christenmens heeft zelden lang gemak.
Wanneer d’ene vrees verdwijnt, staat klaar een ander pak.

De zonde zal hem nooit lang met rust laten, en satan ook niet. Maar ook God laat hem niet lang met rust, en zijn eigen vrezen evenmin. Hij kan geen rust vinden totdat zijn consciëntie gereinigd is door het bloed der besprenging; totdat zijn ziel gezegend is met de voelbare tegenwoordigheid en het genieten van de liefde van God; totdat hij de zoete bewijzen heeft van de verzoenende genade, de gezegende openbaring van Christus aan zijn ziel, door de stem en het getuigenis van de Geest in zijn hart. Dit is niet het stil liggen op zijn droesem zoals Moab, Jeremia 48:11, maar een stil zijn waarvan de psalmist spreekt: „Zijn ziel zal vernachten in het goede”, Psalm 25:13. Alle rust buiten deze is de slaap van een luiaard.

Vleselijke rust staat tegenover geestelijke rust. Wanneer hij dan in een vleselijke rust valt, en het een tijd lang lijkt alsof de zonden hem niet plagen, satan hem niet verzoekt en de wereld hem niet vervolgt, dan merkt een christen dat het verkeerd gaat. Hij is zijn pak kwijtgeraakt, maar niet op de juiste manier. En hij zou zijn pak liever terug hebben dan dat zijn ziel behoort tot hen die gerust zijn in Sion.

Aan de lezer…

Misschien verlangt u naar rust en verwondert u zich dat u die zo zelden vindt. De ene vrees is nauwelijks verdwenen of de volgende staat al klaar. Laat dat u niet ontmoedigen. Een kind van God kan geen ware rust vinden voordat zijn consciëntie gereinigd is door het bloed der besprenging en zijn ziel de liefde van God mag genieten.

Erger is het wanneer alles stil wordt, wanneer zonde, satan en wereld u niet meer lijken te deren, terwijl uw hart koud en zorgeloos blijft. Dat is de slaap van een luiaard, geen vrede van God. „Wee de gerusten te Sion.” Vraag dan liever om uw pak terug dan om zo’n valse rust, en zoek die stilte waarvan geschreven staat: „Zijn ziel zal vernachten in het goede.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina