4 de febrero
Wee de gerusten te Sion.
Amos 6:1
Bunyan zegt in zijn eenvoudige taal:
Een christenmens heeft zelden lang gemak.
Wanneer d’ene vrees verdwijnt, staat klaar een ander pak.
De zonde zal hem nooit lang met rust laten, en satan ook niet. Maar ook God laat hem niet lang met rust, en ook zijn eigen vrezen doen dit niet. Hij kan geen rust vinden, totdat zijn consciëntie is gereinigd door het bloed der besprenging; totdat zijn ziel is gezegend met de gevoelige tegenwoordigheid en de genieting van de liefde Gods; totdat hij de zoete bewijzen heeft van de verzoenende genade, de gezegende openbaring van Christus aan zijn ziel, door de stem en het getuigenis van de Geest in zijn gemoed. Dit is niet het op zijn heffe stil liggen van een Moab, Jeremia 48:11, maar een stil zijn, waarvan de psalmist spreekt: „Zijn ziel zal vernachten in het goede”, Psalm 25:13. Alle rust buiten dit is de slaap eens luiaards.
Vleselijke rust staat tegenover geestelijke. Wanneer hij dan valt in een vleselijke rust, en het voor een tijd schijnt dat de zonden hem niet plagen, noch satan hem verzoekt, noch de wereld hem vervolgt, dan wordt een christenmens gewaar dat het verkeerd gaat; hij heeft zijn pak verloren, maar niet op de rechte wijze, en hij zou liever zijn pak terug hebben, dan zijn ziel te hebben onder degenen die gerust zijn te Sion.
Aan de lezer…
Misschien verlangt u naar rust en verwondert u zich dat u die zo zelden vindt. De ene vrees is nauwelijks verdwenen of de volgende staat al klaar. Laat dat u niet ontmoedigen. Een kind van God kan geen ware rust vinden voordat zijn consciëntie gereinigd is door het bloed der besprenging en zijn ziel de liefde Gods mag genieten.
Erger is het wanneer alles stil wordt, wanneer zonde, satan en wereld u niet meer schijnen te deren, terwijl uw hart koud en zorgeloos blijft. Dat is de slaap van een luiaard, geen vrede van God. „Wee de gerusten te Sion.” Vraag dan liever om uw pak terug dan om zulk een valse rust, en zoek die stilte waarvan geschreven staat: „Zijn ziel zal vernachten in het goede.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wee de gerusten te Sion.
Amos 6:1
Bunyan zegt in zijn eenvoudige taal:
Een christenmens heeft zelden lang gemak.
Wanneer d’ene vrees verdwijnt, staat klaar een ander pak.
De zonde zal hem nooit lang met rust laten, en satan ook niet. Maar ook God laat hem niet lang met rust, en zijn eigen vrezen evenmin. Hij kan geen rust vinden totdat zijn consciëntie gereinigd is door het bloed der besprenging; totdat zijn ziel gezegend is met de voelbare tegenwoordigheid en het genieten van de liefde van God; totdat hij de zoete bewijzen heeft van de verzoenende genade, de gezegende openbaring van Christus aan zijn ziel, door de stem en het getuigenis van de Geest in zijn hart. Dit is niet het stil liggen op zijn droesem zoals Moab, Jeremia 48:11, maar een stil zijn waarvan de psalmist spreekt: „Zijn ziel zal vernachten in het goede”, Psalm 25:13. Alle rust buiten deze is de slaap van een luiaard.
Vleselijke rust staat tegenover geestelijke rust. Wanneer hij dan in een vleselijke rust valt, en het een tijd lang lijkt alsof de zonden hem niet plagen, satan hem niet verzoekt en de wereld hem niet vervolgt, dan merkt een christen dat het verkeerd gaat. Hij is zijn pak kwijtgeraakt, maar niet op de juiste manier. En hij zou zijn pak liever terug hebben dan dat zijn ziel behoort tot hen die gerust zijn in Sion.
Aan de lezer…
Misschien verlangt u naar rust en verwondert u zich dat u die zo zelden vindt. De ene vrees is nauwelijks verdwenen of de volgende staat al klaar. Laat dat u niet ontmoedigen. Een kind van God kan geen ware rust vinden voordat zijn consciëntie gereinigd is door het bloed der besprenging en zijn ziel de liefde van God mag genieten.
Erger is het wanneer alles stil wordt, wanneer zonde, satan en wereld u niet meer lijken te deren, terwijl uw hart koud en zorgeloos blijft. Dat is de slaap van een luiaard, geen vrede van God. „Wee de gerusten te Sion.” Vraag dan liever om uw pak terug dan om zo’n valse rust, en zoek die stilte waarvan geschreven staat: „Zijn ziel zal vernachten in het goede.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Woe to them that are at ease in Zion.
Amos 6:1
Bunyan says, in his plain, homely language—
“A Christian man is never long at ease;
When one fright’s gone, another does him seize.”
Sin will never let him rest long, nor Satan let him rest long, nor God let him rest long, nor his own fears let him rest long. He cannot be at ease until his conscience is purged with the blood of sprinkling; until his soul has been blessed with a feeling sense and enjoyment of the love of God; until he has sweet manifestations of pardoning mercy, blessed revelations of Christ to his soul, with the voice and witness of the Spirit in his breast. This is not the ease of Moab (Jer. 48:11), but the ease of which the Psalmist speaks when he says, “His soul shall dwell at ease” (Psalm 25:13). All ease but this is the sleep of the sluggard; carnal ease as opposed to spiritual.
If then he drops into carnal ease, and for a time sin does not seem to plague, nor Satan tempt, nor the world persecute, the Christian man feels that he is getting wrong; he has lost a burden, but not in the right way, and would rather have the burden back than be left to have his portion among those who are at ease in Zion.
To the reader…
Perhaps you long for rest and wonder why you so seldom find it. One fear has scarcely gone before the next is already waiting. Do not let that discourage you. A child of God can find no true rest until his conscience has been purged by the blood of sprinkling and his soul may enjoy the love of God.
It is worse when everything grows quiet, when sin, Satan and the world no longer seem to trouble you, while your heart remains cold and careless. That is the sleep of the sluggard, not the peace of God. “Woe to them that are at ease in Zion.” Ask rather to have your burden back than to have such a false rest, and seek that quietness of which it is written, “His soul shall dwell at ease.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¡Ay de los reposados en Sión!
Amós 6:1
Bunyan dice, en su lenguaje llano y sencillo:
“El cristiano nunca está mucho tiempo en reposo;
cuando se va un susto, otro le sobrecoge.”
El pecado nunca le dejará descansar mucho tiempo, ni Satanás le dejará descansar mucho tiempo, ni Dios le dejará descansar mucho tiempo, ni sus propios temores le dejarán descansar mucho tiempo. No puede estar en reposo hasta que su conciencia sea purificada con la sangre del rociamiento; hasta que su alma haya sido bendecida con un sentir y un gozar del amor de Dios; hasta que tenga dulces manifestaciones de la misericordia que perdona, benditas revelaciones de Cristo a su alma, con la voz y el testimonio del Espíritu en su pecho. Este no es el reposo de Moab (Jer. 48:11), sino el reposo del que habla el salmista cuando dice: “Su alma reposará en el bien” (Salmo 25:13). Todo otro reposo que no sea este es el sueño del perezoso; reposo carnal en contraste con el espiritual.
Si, pues, cae en el reposo carnal, y por un tiempo el pecado no parece atormentarle, ni Satanás tentarle, ni el mundo perseguirle, el cristiano siente que algo va mal en él; ha perdido una carga, pero no de la manera debida, y preferiría que le devolvieran la carga antes que ser dejado para tener su porción entre los reposados en Sión.
Al lector…
Quizá usted anhela descanso y se pregunta por qué lo encuentra tan pocas veces. Apenas se ha ido un temor cuando ya le espera el siguiente. No deje que eso le desanime. Un hijo de Dios no puede hallar verdadero reposo hasta que su conciencia haya sido purificada por la sangre del rociamiento y su alma pueda gozar del amor de Dios.
Peor es cuando todo se queda en calma, cuando el pecado, Satanás y el mundo ya no parecen molestarle, mientras su corazón permanece frío y descuidado. Ese es el sueño del perezoso, no la paz de Dios. “¡Ay de los reposados en Sión!” Pida más bien que le sea devuelta su carga antes que tener tal falso reposo, y busque aquella quietud de la que está escrito: “Su alma reposará en el bien.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl