Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

4 december Korenaren uit de volle oogst

Daar is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door de mond Gods uitgaat.
Mattheüs 4:4

„De mens zal bij brood alleen niet leven.” Er is hemels voedsel om zijn ziel te onderhouden, zoals er natuurlijk voedsel is om zijn lichaam te onderhouden. Als een mens geestelijk gevoed wordt door alle woord dat door de mond Gods uitgaat, en als dit het enige voedsel is dat de Gemeente van de Heere geniet, wat hebben zij dan weinig! Stel dat u en ik niet meer godsvrucht hebben dan wat voortkomt uit wat God tot onze ziel gesproken heeft. Stel dat dit het brood is waarvan onze ziel moet leven, dat dit de kracht van ons hart is, ons levende deel en genoeg om mee te sterven. Dan is onze godsvrucht in zo’n nauwe kring besloten, dat wij soms een vergrootglas nodig hebben om te zien of wij iets hebben of niets.

Maar zo leren wij deze les: „De mens zal bij brood alleen niet leven.” Hij kan niet leven van leerstellingen in het hoofd. Hij kan niet leven van lichamelijke opwellingen. Hij kan niet leven van instellingen, plechtigheden en vormen. Hij kan niet leven van iets wat uit het schepsel komt. Zijn leven is hem in de eerste plaats door God gegeven, en zijn leven wordt onderhouden door alle woord dat door de mond Gods uitgaat. Wat de Heere onderwijst, dat kent hij; wat de Heere werkt, dat voelt hij; wat de Heere geeft, dat bezit hij; wat de Heere tot zijn hart spreekt, dat heeft hij in zijn ziel als van de lippen van Zijn soevereine Majesteit Zelf.

Maar wat een smalle weg is dit! Hoe wordt hier alle eigengerechtigheid afgesneden! Hoe diep wordt het schepsel hierdoor in het stof vernederd! Met al uw godsvrucht hebt u niets wat God niet geeft, en u kunt ook niets verkrijgen. Want u moet leven, niet bij brood alleen, maar bij alle woord dat door de mond Gods uitgaat. Hoe kunt u dan geestelijk leven zonder dat de Heere van tijd tot tijd een woord tot uw ziel spreekt?

Gij zijt volmaakt, Gij zijt rechtvaardig, Heer,
uw oordeel rust op d’ allerbeste wetten.
Uw loon, uw straf beantwoordt aan uw eer.
Gij eist van ons, dat w’ op uw waarheid letten,
dat wij altoos op hoge prijs uw leer
en ’t heilig recht van uw getuig’nis zetten.

Ps. 119:69

Aan de lezer…

Hoe arm voelt het wanneer u soms een vergrootglas nodig hebt om in uw ziel iets van God te vinden! Valt het u zwaar dat u zo weinig hebt van wat Hij Zelf tot uw hart gesproken heeft, en zoveel van wat in het hoofd of in de vorm blijft steken? Dat is een smalle weg en een vernederende les; zij snijdt alle eigengerechtigheid af en legt het schepsel in het stof.

Maar wanhoop daarom niet. Wat de Heere onderwijst, dat kent u werkelijk; wat Hij geeft, dat bezit u, al is het weinig. U leeft niet bij brood alleen, en ook niet van uw eigen godsvrucht, maar bij alle woord dat door de mond Gods uitgaat. Wacht dan op Hem en vraag of Hij van tijd tot tijd een woord tot uw ziel wil spreken. Eén zo’n woord van Zijn lippen voedt meer dan alles wat het schepsel u kan voorzetten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

4 december 365 dagen met Philpot

Wendt u naar Mij toe

Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! Want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22

Deze uitnodiging: „Wendt u naar Mij toe, wordt behouden,” moet tot het hart gesproken worden, zodat er kracht met de belofte meekomt. En als er kracht met de uitnodiging meekomt, vallen de schellen van de ogen, wordt het deksel van het hart weggenomen en wordt er kracht gegeven om te doen waartoe de tekst uitnodigt. Zij „wenden zich naar Hem toe,” hoewel zij aan „de einden der aarde” zijn, en terwijl zij opzien, worden zij „verlicht, en hun gezichten worden niet beschaamd.” De genade van Jezus schijnt in de uitnodiging (want Hij is hier de spreker), en wanneer die in hun geweten komt, zien zij de Koning in Zijn schoonheid en aanschouwen zij het land dat verre is. „Wendt u naar Mij toe,” zegt de Middelaar en Voorspraak, de Vriend van zondaren, de Verlosser van de verlorenen!

Op Zijn Woord zien zij op, en wat zien zij in Hem? In de eerste plaats aanschouwen zij Zijn heerlijke Persoon, die goddelijke verborgenheid die besloten ligt in de woorden „Ik ben God!” En wat is dat een groot onderwerp om te overdenken! De heerlijke Persoon, de Zoon van God! Dit is de grote verborgenheid der godzaligheid: God geopenbaard in het vlees! En wat ziet het geloof anders in de heerlijke Persoon van Christus dan de Middelaar, de Voorspreker, de Hogepriester, de Voorspraak tussen een vertoornd God en een schuldige ziel?

Maar zolang we in ons zielsgevoel niet aan „de einden der aarde” zijn, hebben we geen ogen om te zien, geen oren om te horen en geen hart om te ervaren wat een heerlijke Middelaar er aan de rechterhand van de Vader zit. Wanneer we in onze bevinding zo ver van God zijn, worden we ertoe gebracht te zien en te ervaren dat Hij, Die alleen ons nabij kan brengen, Zelf God moet zijn. Want we weten zeker dat alleen een almachtige arm ons van „de einden der aarde” kan trekken en ons nabij de Allerhoogste kan brengen. We ervaren dat onze eigen gerechtigheid, onze tranen, gebeden, beloften en voornemens ons niet bij God kunnen brengen. En dan gaan we de betekenis verstaan van de woorden: „En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren. Want door Hem hebben wij beiden de toegang door één Geest tot de Vader” (Ef. 2:17).

Lezen: Efeze 2:11-22

Aan de lezer…

Dat woord „Wendt u naar Mij toe” klinkt ook voor wie ervaren heeft dat al zijn tranen, gebeden, beloften en voornemens hem niet nader tot God brachten. Staat u nog aan de einden der aarde, met een deksel over uw hart en zonder kracht om te doen wat de uitnodiging vraagt? Wees niet verwonderd; juist daar leert de ziel dat Hij Die haar nabij moet brengen, Zelf God moet zijn. Een mindere arm kan u daar niet vandaan halen.

Luister dan naar Wie hier spreekt. Het is de Middelaar, de Vriend van zondaren, de Verlosser van de verlorenen, Die zegt: „Wendt u naar Mij toe, wordt behouden.” Bid dat dit woord met kracht tot uw hart komt, zodat de schellen van uw ogen vallen en u de Koning in Zijn schoonheid ziet. Wie zo op Hem ziet, wordt verlicht, en zijn aangezicht wordt niet beschaamd; want door Hem is er toegang tot de Vader, ook voor wie ver weg waren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

4 december Door Baca’s vallei

Want ik ben ellendig en nooddruftig, en mijn hart is in het binnenste van mij doorwond.
Psalm 109:22

De nooddruftige is iemand die niet alleen arm, leeg en naakt is voor God, maar die ook zijn gebrek voelt wat betreft de toepassing van geestelijke zegeningen aan zijn ziel. Sommige mensen kunnen rusten op verzoekingen en nemen die als bewijzen. Anderen bouwen op twijfels en vrezen en rusten daarop als bewijzen. Sommigen nemen krachtige overtuigingen, uit het verleden of uit het heden, en leunen daarop als bewijzen. Weer anderen zien op een belijdenis van de godsdienst en nemen die als bewijs.

Maar aan een levend mens moeten hemelse zegeningen daadwerkelijk door God aan hart en geweten meegedeeld zijn. Aan hem moet de verlossing in waarheid aan zijn ziel geopenbaard zijn; hij moet het bloed van Jezus met goddelijke kracht op zijn geweten gedrukt vinden, tot reiniging en heiliging van dode werken. Zijn ogen moeten met ogenzalf gezalfd zijn om Jezus te zien; ja, zijn ziel snakt ernaar om in de zoete gemeenschap met Jezus geleid te worden.

Hij verlangt ernaar geestelijk met Jezus te verkeren, zodat hij Hem met de ogen van zijn ziel mag zien, zodat hij mag opzien naar Hem Die hij doorstoken heeft, en over Hem, voor Hem en met Hem mag rouwklagen; zodat hij enig zoet, geestelijk en bovennatuurlijk bewijs mag ontvangen van Zijn stervende liefde voor zijn ziel.

Een Christus in naam kan een nooddruftige zondaar niet tevredenstellen. Het moet de Christus van God zijn, Die hij geestelijk kent, Die door de kracht van de Heilige Geest zoet aan hem geopenbaard wordt, en Die met Zijn gezegende kracht in zijn hart komt, zoals de zon, en Zijn gezegende stralen van genade en barmhartigheid in hem uitgiet. Niets dan Hij alleen zal ooit een ziel die leven in zich heeft, kunnen tevredenstellen.

Aan de lezer…

Bent u zo’n nooddruftige, lezer? Niet alleen arm en leeg voor God, maar ook hongerig naar iets wat u niet uit uzelf kunt halen? Misschien hebt u geprobeerd te rusten op uw vrezen, op vroegere overtuigingen of op uw belijdenis, en gemerkt dat het uw hart niet tot rust bracht. Dat onvermogen is geen verloren tijd. Een levende ziel kan met minder dan Christus Zelf geen vrede hebben, en dat is een goed teken.

Snakt u ernaar Hem te zien Die u doorstoken hebt, en met Hem te verkeren? Houd dan aan, totdat Hij Zich door de kracht van de Heilige Geest aan uw hart openbaart. Hij laat Zijn stralen van genade en barmhartigheid nog altijd vallen in de harten van ellendigen en nooddruftigen, zoals de zon haar stralen uitgiet. Een Christus in naam is u te weinig; maar de Christus van God is u genoeg.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina