4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
Romeinen 8:18
Wat is te vergelijken met de zaligheid der ziel? Wat zijn rijkdommen, eer, gezondheid, een lang leven? Wat zijn al de vermaken die de wereld kan aanbieden, de zonde kan beloven of het vlees genieten? Wat is alles wat de mensen goed en groot noemen? Wat is alles wat het vleselijk oog gezien, het natuurlijk oor gehoord, of in het vleselijk hart des mensen is opgekomen, vergeleken met verlost te zijn in de Heere Jezus Christus met een eeuwige zaligheid? Want bedenkt waarvan en waartoe wij verlost zijn.
Van een brandende hel tot een zalige hemel; van de eeuwige toorn tot eeuwige heerlijkheid; van de vreselijke omgang der duivelen en verdoemde geesten, elkander martelende en gemarteld, tot de zalige omgang met de verheerlijkte heiligen, allen naar lichaam en ziel volkomen gelijk aan het beeld van Christus, met duizendmaal tienduizenden van heilige engelen, en, boven alles, tot het zien van de verheerlijkte Zoon, zoals Hij is, in de gehele volmaaktheid Zijner schoonheid en al de luister Zijner tegenwoordigheid en liefde. Voor eeuwig bevrijd te zijn van al de smarten, moeiten en droefenissen dezes levens; van al de pijnen en smarten van onze tegenwoordige aardse tabernakel; van al de duisternis, slavernij en ellende van het lichaam der zonde en des doods; volmaakt heilig te zijn naar lichaam en naar ziel, en beide zonder vlek of rimpel of iets van dien aard, en altijd in de onafgebroken vereniging en gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. O, welk een hemel wacht de gelovigen, de heiligen Gods, als het einde van hun geloof, in de zaligheid hunner ziel!
Prijs de Heer, met blijde galmen;
gij, mijn ziel, hebt rijke stof.
’k Zal, zo lang ik leef, mijn psalmen
vrolijk wijden aan zijn lof:
’k zal, zo lang ik ’t licht geniet,
Hem verhogen in mijn lied.
Psalm 146:1
Aan de lezer…
Misschien valt het lijden dezes tegenwoordigen tijds u zwaar. Drukken de smarten, moeiten en droefenissen van dit leven u neer, en zucht u onder de duisternis en ellende van het lichaam der zonde en des doods? U behoeft dat niet weg te praten. Maar sla het oog eens op naar wat de gelovigen wacht. Bedenk waarvan en waartoe de Heere Zijn volk verlost: van de eeuwige toorn tot eeuwige heerlijkheid.
Daar zal geen vlek of rimpel meer zijn, geen strijd met de zonde, geen traan om eigen ontrouw. Daar zal de verheerlijkte Zoon gezien worden zoals Hij is, in al de volmaaktheid van Zijn schoonheid. Wat zijn al de vermaken van de wereld daarbij vergeleken? Laat deze hoop uw hart onder de last van vandaag ondersteunen. Het lijden is kort; de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden, is eeuwig.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
Romeinen 8:18
Wat is te vergelijken met de zaligheid van de ziel? Wat zijn rijkdom, eer, gezondheid en een lang leven? Wat zijn alle vermaken die de wereld kan aanbieden, die de zonde kan beloven of die het vlees kan genieten? Wat is alles wat de mensen goed en groot noemen? Wat is alles wat het vleselijk oog gezien heeft, wat het natuurlijk oor gehoord heeft of wat in het vleselijk hart van de mens is opgekomen, vergeleken met verlost te zijn in de Heere Jezus Christus met een eeuwige zaligheid? Want bedenk waarvan en waartoe wij verlost zijn.
Van een brandende hel tot een zalige hemel; van de eeuwige toorn tot eeuwige heerlijkheid; van het vreselijke gezelschap van duivelen en verdoemde geesten, die elkaar martelen en gemarteld worden, tot de zalige omgang met de verheerlijkte heiligen, die allen naar lichaam en ziel volkomen gelijkvormig zijn aan het beeld van Christus, en met duizendmaal tienduizenden heilige engelen; en boven alles tot het zien van de verheerlijkte Zoon zoals Hij is, in de volle volmaaktheid van Zijn schoonheid en in al de luister van Zijn tegenwoordigheid en liefde. Voor eeuwig bevrijd te zijn van alle smarten, moeiten en droefheden van dit leven; van alle pijnen en smarten van onze tegenwoordige aardse tabernakel; van alle duisternis, slavernij en ellende van het lichaam der zonde en des doods. Volmaakt heilig te zijn naar lichaam en naar ziel, beide zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, en altijd in onafgebroken vereniging en gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. O, wat een hemel wacht de gelovigen, de heiligen van God, als het einde van hun geloof, in de zaligheid van hun ziel!
Prijs de Heer, met blijde galmen;
gij, mijn ziel, hebt rijke stof.
’k Zal, zo lang ik leef, mijn psalmen
vrolijk wijden aan zijn lof:
’k zal, zo lang ik ’t licht geniet,
Hem verhogen in mijn lied.
Psalm 146:1
Aan de lezer…
Misschien valt het lijden van deze tegenwoordige tijd u zwaar. Drukken de smarten, moeiten en droefheden van dit leven u neer, en zucht u onder de duisternis en ellende van het lichaam der zonde en des doods? U hoeft dat niet weg te praten. Maar sla uw ogen eens op naar wat de gelovigen wacht. Bedenk waarvan en waartoe de Heere Zijn volk verlost: van de eeuwige toorn tot eeuwige heerlijkheid.
Daar zal geen vlek of rimpel meer zijn, geen strijd met de zonde, geen traan om eigen ontrouw. Daar zal de verheerlijkte Zoon gezien worden zoals Hij is, in de volle volmaaktheid van Zijn schoonheid. Wat zijn alle vermaken van de wereld daarbij vergeleken? Laat deze hoop uw hart onder de last van vandaag ondersteunen. Het lijden is kort; de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden, is eeuwig.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For I reckon that the sufferings of this present time are not worthy to be compared with the glory which shall be revealed in us.
Romans 8:18
What is to be compared with the salvation of the soul? What are riches, honors, health, long life? What are all the pleasures which the world can offer, sin promise, or the flesh enjoy? What is all that men call good or great? What is everything which the outward eye has seen, or natural ear heard, or has entered into the carnal heart of man, put side by side with being saved in the Lord Jesus Christ with an everlasting salvation?
For consider what we are saved from, as well as what we are saved unto. From a burning hell to a blissful heaven; from endless wrath to eternal glory; from the dreadful company of devils and damned spirits, mutually tormenting and tormented, to the blessed companionship of the glorified saints, all perfectly conformed in body and soul to the image of Christ, with thousands and tens of thousands of holy angels, and, above all, to seeing the glorious Son of God as He is, in all the perfection of His beauty, and all the ravishments of His presence and love.
To be done forever with all the sorrows, troubles, and afflictions of this life; all the pains and aches of the present clay tabernacle; all the darkness, bondage, and misery of the body of sin and death; to be perfectly holy in body and soul, being in both without spot, or blemish, or any such thing, and ever to enjoy uninterrupted union and communion with the Father, Son, and blessed Spirit—O what a heaven lies before the believing saints of God as the end of their faith in the salvation of their souls!
To the reader…
Perhaps the sufferings of this present time weigh heavily upon you. Do the sorrows, troubles and griefs of this life press you down, and do you groan under the darkness and misery of the body of sin and death? You need not explain that away. But lift up your eyes for a moment to what awaits the believer. Consider from what and to what the Lord saves His people: from eternal wrath to eternal glory.
There will be no more spot or wrinkle, no more struggle with sin, no more tears over our own unfaithfulness. There the glorified Son will be seen as He is, in the full perfection of His beauty. What are all the pleasures of the world compared with that? Let this hope uphold your heart under today’s burden. The suffering is short; the glory that shall be revealed in us is eternal.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque tengo por cierto que lo que en este tiempo se padece, no es de comparar con la gloria venidera que en nosotros ha de ser manifestada.
Romanos 8:18
¿Qué puede compararse con la salvación del alma? ¿Qué son las riquezas, los honores, la salud, la larga vida? ¿Qué son todos los placeres que el mundo puede ofrecer, el pecado prometer o la carne disfrutar? ¿Qué es todo lo que los hombres llaman bueno o grande? ¿Qué es todo lo que el ojo exterior ha visto, o el oído natural ha oído, o ha subido al corazón carnal del hombre, puesto al lado de ser salvo en el Señor Jesucristo con salvación eterna?
Porque considere de qué somos salvos, así como para qué somos salvos. De un infierno ardiente a un cielo dichoso; de una ira sin fin a una gloria eterna; de la terrible compañía de demonios y espíritus condenados, que mutuamente atormentan y son atormentados, a la bendita compañía de los santos glorificados, todos perfectamente conformados en cuerpo y alma a la imagen de Cristo, con millares y decenas de millares de santos ángeles, y, sobre todo, a ver al glorioso Hijo de Dios tal como Él es, en toda la perfección de Su hermosura y en todos los arrobamientos de Su presencia y de Su amor.
Haber terminado para siempre con todas las tristezas, angustias y aflicciones de esta vida; con todos los dolores y achaques del presente tabernáculo de barro; con toda la oscuridad, servidumbre y miseria del cuerpo de pecado y de muerte; ser perfectamente santos en cuerpo y alma, estando en ambos sin mancha, ni arruga, ni cosa semejante, y gozar para siempre de unión y comunión ininterrumpidas con el Padre, el Hijo y el bendito Espíritu: ¡oh, qué cielo está delante de los santos creyentes de Dios como fin de su fe en la salud de sus almas!
Al lector…
Quizá las aflicciones del tiempo presente le pesan mucho. ¿Le abruman las tristezas, angustias y penas de esta vida, y gime bajo la oscuridad y la miseria del cuerpo de pecado y de muerte? No necesita restarle importancia a eso. Pero alce por un momento los ojos hacia lo que espera al creyente. Considere de qué y para qué salva el Señor a Su pueblo: de la ira eterna a la gloria eterna.
Allí no habrá más mancha ni arruga, no más lucha con el pecado, no más lágrimas por nuestra propia infidelidad. Allí se verá al Hijo glorificado tal como Él es, en la plena perfección de Su hermosura. ¿Qué son todos los placeres del mundo comparados con eso? Deje que esta esperanza sostenga su corazón bajo la carga de hoy. El padecimiento es breve; la gloria que en nosotros ha de ser manifestada es eterna.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Leren wat nut is
Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de HEERE, uw God, Die u leert wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Als de warme stralen van de verlossing door de genade aan de horizon verschijnen, wat zijn deze stralen dan een zegen! Ze wekken de hoop op in het hart van de gelovige, omdat ze hem de weg ter ontkoming en de waarheden van de verlossing tonen. Hij ziet dat zijn zonden vergeven kunnen worden, waardoor hij kan ontkomen aan de verdoemenis van de hel, en bij Jezus kan zijn en met Hem voor eeuwig in de zalige hoven kan wonen. Dan is Hij een „Verlosser”, en Hij is ook „de Heilige Israëls”.
Wat is de Heere heilig, omdat Hij de heilige Zoon van God is! Hij is de eeuwige Zoon van de eeuwige Vader in waarheid en liefde, en als zodanig is Hij heilig. Want de Serafijnen en Cherubijnen in de tempel roepen dag en nacht onophoudelijk tot Hem: „Heilig! Heilig! Heilig! is de HEERE Zebaoth!” Heilig is de Vader! Heilig is de Zoon! En heilig is de Heilige Geest! Zodat Hij als de Zoon van God, de tweede Persoon in de roemrijke Drie-eenheid, de „Heilige Israëls” is.
Al Zijn gedachten toen Hij op aarde was, waren volmaakt heilig, al Zijn woorden waren heilig, al Zijn zuchten, steunen, tranen en smarten waren heilig. Zijn lijden tot de dood toe was heilig, en Zijn bloed en gehoorzaamheid waren heilig, en dus is Hij de „Heilige Israëls”, in Wie een heilig God behagen kan scheppen. Dit is nu de Jezus naar Wie de ogen van ons geloof moeten kijken. Hier is een aanmoediging voor een door storm heen en weer geslingerde ziel, en hier is de verlossing voor een arme, schuldige zondaar: een dierbare Verlosser voor degenen die hun behoefte aan een Verlosser voelen — „de Heilige Israëls”.
Lezen: Jesaja 54
Aan de lezer…
Vandaag wordt u gewezen op een Verlosser, als u uw behoefte aan Hem voelt en als een door storm heen en weer geslingerde ziel bent. Misschien schrikt het woord „heilig” u eerder af dan dat het u troost. U weet hoe onheilig uw gedachten, uw woorden en uw wegen zijn. Maar zie hier: Hij Die uw Verlosser is, is ook de Heilige Israëls. Zijn gedachten, Zijn woorden, Zijn tranen en Zijn lijden tot de dood toe waren volmaakt heilig.
Daarin ligt nu juist uw hoop. Wat u niet hebt, heeft Hij; en in Hem kan een heilig God behagen scheppen. Wend dan de ogen van uw geloof naar deze Jezus. Laat de warme stralen van Zijn verlossing, al zijn zij nog maar aan de horizon, de hoop in uw hart opwekken. Voor een arme, schuldige zondaar is er geen dierbaarder Naam dan deze: uw Verlosser, de Heilige Israëls.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de HEERE, uw God, Die u leert wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Als de warme stralen van de verlossing door genade aan de horizon verschijnen, wat een zegen zijn die stralen dan! Ze wekken hoop in het hart van de gelovige, omdat ze hem de weg tot ontkoming en de waarheden van de verlossing laten zien. Hij ziet dat zijn zonden vergeven kunnen worden, zodat hij aan de verdoemenis van de hel kan ontkomen, bij Jezus kan zijn en voor eeuwig met Hem in de zalige hoven kan wonen. Dan is Hij een „Verlosser”, en Hij is ook „de Heilige Israëls”.
Wat is de Heere heilig, omdat Hij de heilige Zoon van God is! Hij is de eeuwige Zoon van de eeuwige Vader, in waarheid en liefde, en als zodanig is Hij heilig. Want de serafs en cherubs in de tempel roepen dag en nacht onophoudelijk tot Hem: „Heilig! Heilig! Heilig! is de HEERE Zebaoth!” Heilig is de Vader! Heilig is de Zoon! En heilig is de Heilige Geest! Zo is Hij als de Zoon van God, de tweede Persoon in de heerlijke Drie-eenheid, de „Heilige Israëls”.
Al Zijn gedachten, toen Hij op aarde was, waren volmaakt heilig. Al Zijn woorden waren heilig, al Zijn zuchten, steunen, tranen en smarten waren heilig. Zijn lijden tot de dood toe was heilig, en Zijn bloed en gehoorzaamheid waren heilig. Daarom is Hij de „Heilige Israëls”, in Wie een heilig God behagen kan hebben. Dit is nu de Jezus op Wie de ogen van ons geloof moeten zien. Hier is bemoediging voor een door storm heen en weer geslingerde ziel, en hier is verlossing voor een arme, schuldige zondaar: een dierbare Verlosser voor wie zijn behoefte aan een Verlosser voelt — „de Heilige Israëls”.
Lezen: Jesaja 54
Aan de lezer…
Vandaag wordt u gewezen op een Verlosser, als u uw behoefte aan Hem voelt en als een door storm heen en weer geslingerde ziel bent. Misschien schrikt het woord „heilig” u eerder af dan dat het u troost. U weet hoe onheilig uw gedachten, uw woorden en uw wegen zijn. Maar zie hier: Hij Die uw Verlosser is, is ook de Heilige Israëls. Zijn gedachten, Zijn woorden, Zijn tranen en Zijn lijden tot de dood toe waren volmaakt heilig.
Daarin ligt nu juist uw hoop. Wat u niet hebt, heeft Hij; en in Hem kan een heilig God behagen hebben. Richt dan de ogen van uw geloof op deze Jezus. Laat de warme stralen van Zijn verlossing, al zijn ze nog maar aan de horizon, de hoop in uw hart wekken. Voor een arme, schuldige zondaar is er geen dierbaarder Naam dan deze: uw Verlosser, de Heilige Israëls.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thus saith the LORD, thy Redeemer, the Holy One of Israel; I am the LORD thy God Which teacheth thee to profit, Which leadeth thee by the way that thou shouldest go.
Isaiah 48:17
When the warm rays of redemption by grace appear upon the horizon, what a blessing those rays are! They raise up hope in the believer’s heart, because they show him the way of escape and the truths of salvation. He sees that his sins may be pardoned, so that he may escape the damnation of hell, be with Jesus and dwell with Him for ever in the blessed courts above. Then He is a “Redeemer,” and He is also “the Holy One of Israel.”
How holy is the Lord, because He is the holy Son of God! He is the eternal Son of the eternal Father, in truth and love, and as such He is holy. For the seraphim and cherubim in the temple cry to Him day and night without ceasing, “Holy, holy, holy, is the LORD of hosts!” Holy is the Father! Holy is the Son! And holy is the Holy Spirit! So He, as the Son of God, the second Person in the glorious Trinity, is “the Holy One of Israel.”
All His thoughts, when He was upon earth, were perfectly holy. All His words were holy; all His sighs, groans, tears and sorrows were holy. His sufferings even unto death were holy, and His blood and obedience were holy. Therefore He is “the Holy One of Israel,” in Whom a holy God can take delight. This, then, is the Jesus to Whom the eyes of our faith must look. Here is encouragement for a storm-tossed soul, and here is redemption for a poor, guilty sinner: a precious Redeemer for him who feels his need of a Redeemer—“the Holy One of Israel.”
Reading: Isaiah 54
To the reader…
Today you are pointed to a Redeemer, if you feel your need of Him and are a storm-tossed soul. Perhaps the word “holy” alarms you rather than comforts you. You know how unholy your thoughts, your words and your ways are. But see here: He Who is your Redeemer is also the Holy One of Israel. His thoughts, His words, His tears and His sufferings even unto death were perfectly holy.
Just there lies your hope. What you do not have, He has; and in Him a holy God can take delight. Then fix the eyes of your faith upon this Jesus. Let the warm rays of His redemption, though they are as yet only upon the horizon, raise up hope in your heart. For a poor, guilty sinner there is no dearer Name than this: your Redeemer, the Holy One of Israel.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Así ha dicho Jehová, Redentor tuyo, el Santo de Israel: Yo Jehová Dios tuyo, que te enseña provechosamente, que te encamina por el camino que andas.
Isaías 48:17
Cuando los cálidos rayos de la redención por gracia aparecen en el horizonte, ¡qué bendición son esos rayos! Suscitan esperanza en el corazón del creyente, porque le muestran el camino de escape y las verdades de la salvación. Ve que sus pecados pueden ser perdonados, de modo que pueda escapar de la condenación del infierno, estar con Jesús y morar con Él para siempre en los benditos atrios de arriba. Entonces Él es un “Redentor”, y es también “el Santo de Israel”.
¡Cuán santo es el Señor, porque es el santo Hijo de Dios! Él es el Hijo eterno del Padre eterno, en verdad y amor, y como tal es santo. Porque los serafines y querubines en el templo claman a Él de día y de noche sin cesar: “¡Santo, santo, santo, Jehová de los ejércitos!”. ¡Santo es el Padre! ¡Santo es el Hijo! ¡Y santo es el Espíritu Santo! Así Él, como Hijo de Dios, la segunda Persona de la gloriosa Trinidad, es “el Santo de Israel”.
Todos Sus pensamientos, cuando estuvo en la tierra, eran perfectamente santos. Todas Sus palabras eran santas; todos Sus suspiros, gemidos, lágrimas y dolores eran santos. Sus padecimientos hasta la muerte fueron santos, y Su sangre y obediencia fueron santas. Por eso Él es “el Santo de Israel”, en Quien un Dios santo puede deleitarse. Este es, pues, el Jesús a Quien deben mirar los ojos de nuestra fe. Aquí hay aliento para un alma azotada por la tempestad, y aquí hay redención para un pobre pecador culpable: un precioso Redentor para el que siente su necesidad de un Redentor, “el Santo de Israel”.
Lectura: Isaías 54
Al lector…
Hoy se le señala a usted un Redentor, si siente su necesidad de Él y es un alma azotada por la tempestad. Quizá la palabra “santo” le alarme más que consolarle. Usted sabe cuán poco santos son sus pensamientos, sus palabras y sus caminos. Pero mire aquí: Aquel que es su Redentor es también el Santo de Israel. Sus pensamientos, Sus palabras, Sus lágrimas y Sus padecimientos hasta la muerte fueron perfectamente santos.
Justamente allí está su esperanza. Lo que usted no tiene, lo tiene Él; y en Él un Dios santo puede deleitarse. Fije entonces los ojos de su fe en este Jesús. Deje que los cálidos rayos de Su redención, aunque por ahora estén solo en el horizonte, susciten esperanza en su corazón. Para un pobre pecador culpable no hay Nombre más amado que este: su Redentor, el Santo de Israel.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Hij geeft de moeden kracht.
Jesaja 40:29
De Heere geeft Zijn volk dikwijls kracht om een begerige, smachtende blik te werpen op het bloed en de gerechtigheid van Jezus, om te komen tot de Heere, Die machtig is om te verlossen! Dit gaat met dezelfde gewaarwording gepaard waarmede Esther ging in de tegenwoordigheid des konings: „Ik zal tot de koning ingaan; wanneer ik dan omkome, zo kome ik om.” Het is met hen somtijds als met de vier melaatsen, die zaten aan de ingang der poort van Samaria: „En zij zeiden de één tot de ander: Wat blijven wij hier totdat wij sterven? Indien wij zeggen: Laat ons in de stad komen, zo is de honger in de stad, en wij zullen daar sterven; en indien wij hier blijven, wij zullen ook sterven. Nu dan, komt, en laat ons in het leger der Syriërs vallen; indien zij ons laten leven, wij zullen leven; en indien zij ons doden, wij zullen maar sterven” (2 Kon. 7:3, 4).
En somtijds wordt Gods volk in deze stand gebracht: „Indien ik omkom, dan kome ik om aan Zijn genadestoel.” Indien Hij geen gunstig antwoord geeft, dan zullen zij aan Zijn voeten blijven liggen, Hem smekende op hen neer te willen zien en hen te verlossen. Nu, dit is kracht, ware kracht. De wanhoop zou zich van hun zielen hebben meester gemaakt als deze hun niet gegeven was. Somtijds moeten wij dit door smartelijke ondervinding leren. Somtijds worden wij door onze beproevingen bedwelmd en ontbreekt ons de kracht tot zoeken of tot bidden.
Doch wanneer ons de kracht geschonken wordt, komt er een pleiten met de Heere, een uitgang van onze hartsbegeerten naar Hem, en in onze ziel wordt vervuld hetgeen de profeet als zijn bevinding beschrijft: „Daarom zal ik de HEERE verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis Jakobs, en ik zal Hem verwachten.” God geeft ook kracht om te geloven, want het is het werk van de gezegende Geest om het levend geloof in het hart te verwekken. Hij geeft kracht tot hoop, want het is slechts voor zover Hij dit mededeelt, dat wij het anker der ziel kunnen uitwerpen. Hij geeft kracht tot liefdesoefeningen, want alleen wanneer Hij daartoe kracht geeft, gevoelen wij een zekere mate van genegenheid tot de Heere of tot Zijn volk. In één woord: elk geestelijk verlangen, elke uitgang des harten in een vurig gebed, elke beweging der ziel hemelwaarts, elk vertrouwen in de Naam van God, op Zijn Woord en beloften, vloeit voort uit de kracht die door de Heere geschonken wordt aan het moede en zwakke Sion.
Aan de lezer…
Is uw ziel zo moede en bedwelmd door uw beproevingen, dat u nauwelijks kracht hebt om te zoeken of te bidden? Schaam u daar niet voor; Gods volk kent zulke tijden. Maar weet dat de Heere de moeden kracht geeft. Misschien niet om te juichen, maar wel om met de melaatsen voor de poort te zeggen: „Wat blijven wij hier totdat wij sterven?” Wel om met Esther in te gaan: „Wanneer ik dan omkome, zo kome ik om.”
Is er in u nog dat ene verlangen om aan Zijn genadestoel te blijven liggen, ook al komt er niet terstond een gunstig antwoord? Dat is geen zwakheid, dat is ware kracht, door Hem Zelf gegeven. Want elke zucht hemelwaarts, elke hoop, elk klein vertrouwen op Zijn Woord vloeit voort uit Zijn kracht in het zwakke Sion. Blijf dan de Heere verbeiden, ook als Hij Zijn aangezicht verbergt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij geeft de moeden kracht.
Jesaja 40:29
Hoe vaak geeft de Heere Zijn volk kracht om een verlangende, smachtende blik te werpen op het bloed en de gerechtigheid van Jezus, en om te komen tot de Heere, Die machtig is om te verlossen! Dat gaat samen met hetzelfde gevoel waarmee Esther in de tegenwoordigheid van de koning ging: „Ik zal tot de koning ingaan; wanneer ik dan omkome, zo kome ik om.” Soms is het met hen zoals met de vier melaatsen die bij de ingang van de poort van Samaria zaten: „En zij zeiden de één tot de ander: Wat blijven wij hier totdat wij sterven? Indien wij zeggen: Laat ons in de stad komen, zo is de honger in de stad, en wij zullen daar sterven; en indien wij hier blijven, wij zullen ook sterven. Nu dan, komt, en laat ons in het leger der Syriërs vallen; indien zij ons laten leven, wij zullen leven; en indien zij ons doden, wij zullen maar sterven” (2 Kon. 7:3, 4).
En soms wordt Gods volk in deze toestand gebracht: „Indien ik omkom, dan kome ik om aan Zijn genadestoel.” Als Hij geen gunstig antwoord geeft, dan blijven zij aan Zijn voeten liggen en smeken Hem op hen neer te zien en hen te verlossen. Welnu, dat is kracht, ware kracht. De wanhoop zou zich van hun ziel meester hebben gemaakt als die kracht hun niet gegeven was. Soms moeten wij dit door smartelijke ervaring leren. Soms worden wij door onze beproevingen verdoofd en ontbreekt ons de kracht om te zoeken of te bidden.
Maar wanneer ons de kracht geschonken wordt, komt er een pleiten met de Heere, een uitgaan van de verlangens van ons hart naar Hem. Dan wordt in onze ziel vervuld wat de profeet als zijn bevinding beschrijft: „Daarom zal ik de HEERE verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis Jakobs, en ik zal Hem verwachten.” God geeft ook kracht om te geloven, want het is het werk van de gezegende Geest om het levend geloof in het hart te wekken. Hij geeft kracht om te hopen, want alleen voor zover Hij dat schenkt, kunnen wij het anker van de ziel uitwerpen. Hij geeft kracht tot het beoefenen van de liefde, want alleen wanneer Hij daartoe kracht geeft, voelen wij een zekere mate van genegenheid voor de Heere of voor Zijn volk. In één woord: elk geestelijk verlangen, elk uitgaan van het hart in een vurig gebed, elke beweging van de ziel naar de hemel, elk vertrouwen op de Naam van God, op Zijn Woord en beloften, vloeit voort uit de kracht die de Heere schenkt aan het moede en zwakke Sion.
Aan de lezer…
Is uw ziel zo moe en verdoofd door uw beproevingen, dat u nauwelijks kracht hebt om te zoeken of te bidden? Schaam u daar niet voor; Gods volk kent zulke tijden. Maar weet dat de Heere de moeden kracht geeft. Misschien niet om te juichen, maar wel om met de melaatsen voor de poort te zeggen: „Wat blijven wij hier totdat wij sterven?” En wel om met Esther naar binnen te gaan: „Wanneer ik dan omkome, zo kome ik om.”
Is er in u nog dat ene verlangen om aan Zijn genadestoel te blijven liggen, ook al komt er niet meteen een gunstig antwoord? Dat is geen zwakheid; dat is ware kracht, door Hem Zelf gegeven. Want elke zucht naar de hemel, elke hoop, elk klein vertrouwen op Zijn Woord vloeit voort uit Zijn kracht in het zwakke Sion. Blijf dan de Heere verbeiden, ook als Hij Zijn aangezicht verbergt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“He giveth power to the faint.”
Isaiah 40:29
The Lord often gives His people power to take a longing, languishing look at the blood and righteousness of Jesus; to come to the Lord, as “mighty to save,” with the same feelings with which Esther went into the presence of the king—“I will go in, and if I perish, I perish.” It is with them sometimes as with the four lepers who sat at the entering in of the gate of Samaria—“And they said one to another, Why sit here until we die? If we say, We will enter into the city, then the famine is in the city, and we shall die there—and if we sit still here, we die also. Now therefore come, and let us fall unto the host of the Syrians—if they save us alive, we shall live; and if they kill us, we shall but die” (2 Kings 7:3, 4). And so the Lord’s people are sometimes brought to this state—“If I perish, I will perish at His footstool.” If He gives no answer of mercy, they will still cling to His feet, and beseech Him to look upon, and save them.
Now this is “power,” real power. Despair would have laid hold upon their soul, if this secret power had not been given to them. Sometimes we learn this by painful experience. Our trials sometimes stun us, and then there is no power to seek or pray. But when power is given, there is a pleading with the Lord, a going out of the heart’s desires after Him, and a fulfillment in the soul of the experience described by the prophet, “I will wait upon the Lord, that hides His face from the house of Jacob, and I will look for Him.”
God gives power also to believe; for it is the work of the blessed Spirit to raise up living faith in the heart. He gives power to hope; for it is only so far as He communicates power, that we can cast forth this anchor of the soul. He gives power to love; for it is only as He gives power, that we feel any measure of affection either to the Lord or to His people. In a word, every spiritual desire, every breath of fervent prayer, every movement of the soul heavenward, every trusting in God’s Name, relying on His Word, and hanging upon His promises, spring out of power communicated by the Lord to the faint and feeble.
To the reader…
Is your soul so weary and stunned by your trials that you hardly have the strength to seek or to pray? Do not be ashamed of that; God’s people know such times. But know that the Lord gives power to the faint. Perhaps not to rejoice, but certainly to say with the lepers at the gate, “Why sit we here until we die?” And certainly to go in with Esther: “If I perish, I perish.”
Is there still in you that one desire to keep lying at His mercy-seat, even if a favorable answer does not come at once? That is no weakness; that is true power, given by Himself. For every sigh heavenward, every hope, every small trust in His Word flows from His power in feeble Zion. Keep waiting, then, upon the Lord, even when He hides His face.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Él da esfuerzo al cansado.
Isaías 40:29
El Señor da a menudo a Su pueblo poder para dirigir una mirada anhelante y desfallecida a la sangre y la justicia de Jesús; para venir al Señor, como “grande para salvar”, con los mismos sentimientos con que Ester entró a la presencia del rey: “Entraré, y si perezco, que perezca.” Les sucede a veces como a los cuatro leprosos que estaban sentados a la entrada de la puerta de Samaria: “Y dijeron el uno al otro: ¿Para qué nos estamos aquí hasta que muramos? Si tratáremos de entrar en la ciudad, por el hambre que hay en la ciudad moriremos en ella; y si nos quedamos aquí, también moriremos. Vamos pues ahora, y pasémonos al campo de los sirios: si ellos nos dieren la vida, viviremos; y si nos dieren la muerte, moriremos” (2 Reyes 7:3, 4). Y así el pueblo del Señor es llevado a veces a este estado: “Si perezco, pereceré al estrado de Sus pies.” Si Él no da respuesta de misericordia, todavía se asirán de Sus pies y le suplicarán que los mire y los salve.
Ahora bien, esto es “esfuerzo”, verdadero poder. La desesperación se habría apoderado de su alma si no se les hubiera dado este poder secreto. A veces aprendemos esto por dolorosa experiencia. Nuestras pruebas a veces nos aturden, y entonces no hay poder para buscar ni para orar. Pero cuando se da el poder, hay un rogar al Señor, un salir de los deseos del corazón tras Él, y un cumplimiento en el alma de la experiencia descrita por el profeta: “Esperaré pues a Jehová, el cual escondió Su rostro de la casa de Jacob, y a Él aguardaré.”
Dios da también poder para creer, porque es obra del bendito Espíritu levantar fe viva en el corazón. Da poder para esperar, porque solo en la medida en que Él comunica poder podemos echar esta ancla del alma. Da poder para amar, porque solo cuando Él da poder sentimos alguna medida de afecto, ya sea hacia el Señor o hacia Su pueblo. En una palabra, todo deseo espiritual, todo aliento de oración ferviente, todo movimiento del alma hacia el cielo, todo confiar en el Nombre de Dios, apoyarse en Su Palabra y asirse de Sus promesas, brotan del poder comunicado por el Señor al cansado y débil.
Al lector…
¿Está su alma tan cansada y aturdida por sus pruebas que apenas tiene fuerza para buscar u orar? No se avergüence de ello; el pueblo de Dios conoce tales tiempos. Pero sepa que el Señor da esfuerzo al cansado. Quizá no para regocijarse, pero ciertamente para decir con los leprosos a la puerta: “¿Para qué nos estamos aquí hasta que muramos?” Y ciertamente para entrar con Ester: “Si perezco, que perezca.”
¿Hay todavía en usted ese único deseo de seguir postrado ante Su propiciatorio, aunque no venga en seguida una respuesta favorable? Eso no es debilidad; eso es verdadero poder, dado por Él mismo. Porque todo suspiro hacia el cielo, toda esperanza, toda pequeña confianza en Su Palabra fluye de Su poder en la débil Sión. Siga, pues, esperando en el Señor, aun cuando Él esconda Su rostro.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl